In 2010 heeft de gemeente Utrecht maatregelen genomen om mensenhandel in de prostitutie tegen te gaan. Deze behelsden:

Verhoging van de minimumleeftijd van 18 naar 21.

Een minimale huurperiode van vier weken.

Een maximale werktijd van 12 uur.

Gemeentelijke registratie na een intake gesprek met de sekswerker dat dient om signalen op te vangen dat zij mogelijk slachtoffer is van mensenhandel.

Zandpad, het grote raamprostitutiegebied in Utrecht, 2009

Zandpad, het grote raamprostitutiegebied in Utrecht, 2009

Deze maatregelen zijn geëvalueerd in het rapport Evaluatie Breed maatregelen pakket barrièrevorming mensenhandel. In dit rapport zegt een van de geïnterviewden voor de grap dat nul plus en dan nog eens nul plus nul één kan zijn. Een kwinkslag? Helaas lijkt deze rekensom illustratief te zijn voor de hele argumentatie van dit rapport.

Registratie

Een van de kernpunten van het  ‘nieuwe’  Utrechtse beleid is de gemeentelijke registratie van (vrouwelijke) sekswerkers. Men meent dat dit het middel bij uitstek is om mensenhandel te bestrijden. Dank zij het intakegesprek zouden namelijk signalen van mensenhandel kunnen worden opgevangen. Overigens kunnen vele deskundigen waaronder de politie bevestigen dat een gesprekje van een uur te kort is om te ontdekken dat een vrouw slachtoffer is van mensenhandel. Een vrouw doet pas haar mond open als er een vertrouwensrelatie is opgebouwd. [i]

Het is maar de vraag of zo’n intakegesprek bevorderlijk is voor het vertrouwen in de autoriteiten. Sommige vrouwen  bellen naar hun belangenorganisaties met klachten over ongewenste vragen over hun privéleven. De bewering in het rapport dat de intake gesprekken het contact van de gemeente met de vrouwen gemakkelijker maakt, is daarom kwestieus. En als dan nog bekend wordt dat bij één op acht gesprekken signalen van mensenhandel zijn ‘doorgezet’ naar de politie, is dat waarschijnlijk niet erg bevorderlijk voor het vertrouwen in de GG en GD. Het is evenwel niet bekend of aan de betrokkene is verteld dat de inhoud van het gesprek aan de politie zou worden doorgegeven. Zo nee, dan is dat in strijd met de vertrouwelijkheid van de hulpverlenersrelatie. Zo ja, dan moet de vrouw in kwestie duidelijk worden meegedeeld waartoe dit diende waarna ze haar toestemming moet geven voor het doorgeven van haar gegevens. Maar wat  heeft dit alles voor zin? Het is immers niet mogelijk de registratie van zo’n vermoedelijk slachtoffer tegen te houden en haar ervan te weerhouden aan het werk te gaan!

Dit probleem van het aan het werk gaan van vermoedelijke slachtoffers heeft Den Haag ‘opgelost’. In de Hofstad is geen officiële registratie maar daar kan de politie voor een vrouw een negatief advies afgeven. Wanneer een exploitant in Den Haag haar toch in zijn/haar bedrijf laat werken, kan hij/zij zijn vergunning kwijt raken. En wat voor signalen geven aanleiding tot dit soort drastische ingrepen? Bij de Denktank (nu Seks Werk Expertise), een digitaal platform van sekswerkers en deskundigen kwam de klacht binnen dat vrouwen die in Den Haag tijdens het intake gesprek bevestigend antwoordden op de vraag of ze een vriend hadden, daar niet in de prostitutie mochten werken. Ook naar aanleiding van actie van de politie in Alkmaar (maart 2013) meldden sekswerkers bij deze Denktank  dat het doorwerken tijdens menstruatie met een sponsje  al als een signaal van mensenhandel werd opgevat. Maar dit is meer een signaal dat de verdiensten niet zo hoog zijn. Veel vrouwen moeten/ willen in deze dagen doorwerken om de hoge raamhuren te kunnen betalen. Een sponsje gebruiken is hooguit een zacht signaal van mensenhandel, als het daar al voor door kan gaan.

Er zijn wel degelijk ernstige signalen van mensenhandel te onderkennen: zoals het niet kunnen beschikken over het eigen paspoort en geen bewegingsvrijheid hebben. Het probleem zit hem echter in de ‘zachte’ of in termen van het rapport ‘futiele’ signalen die ‘onderbuikgevoelens’ opwekken. Het lijkt erop dat die ‘futiele’ signalen steeds ernstiger worden genomen. De opmerking dat 0+0+0 = 1 wordt dan ook gemaakt als illustratie bij de bewering dat futiele signalen tot een mensenhandelzaak kunnen leiden. Wat die futiele signalen zijn, vermeldt het rapport niet, maar uit publicaties van organisaties die sekswerkers op de werkvloer bezoeken, blijken dat signalen te zijn als ‘te mager zijn’, ‘de indruk geven niet lekker in hun vel te zitten’, of geen zin in of tijd hebben voor een praatje met een hulpverlener.

In het rapport staat letterlijk dat ‘de signalen de afgelopen tijd kwalitatief beter zijn geworden’. Wat deze verworvenheid inhoudt, wordt nergens duidelijk gemaakt. Signalen zijn signalen en kunnen niet uit zichzelf beter worden. Moeten we dit lezen in de zin van dat de vrouwen steeds betere signalen van slachtofferschap leren af te geven of gaat het om het vermogen van signaleerders steeds ernstiger signalen te onderkennen? Dus om van nul signalen er één te maken?

De absolute meerwaarde

In het kamp van de gemeente geeft men hoog op van andere voordelen van de intake gesprekken. Een van de voordelen daarvan zou zijn dat sekswerkers tijdelijk uit ‘het isolement van hun werksituatie’ worden gehaald. Maar om wat voor isolement gaat het? Het isolement dat ontstaat door het verbod van de exploitant om samen met een collega een kamer te huren onder het mom van dat onderhuur niet is toegestaan? Overigens is samen huren niet hetzelfde als onderhuren. Gesteld dat de overigens ongefundeerde aanname dat de vrouwen geïsoleerd zijn klopt, is dit voordeel slechts eenmalig. De vrouwen kunnen immers in de toekomst onmogelijk in een ‘geïsoleerde werksituatie’ komen zonder eerst het registratiegesprek te ondergaan.

Tevens heeft volgens de gemeente de ‘voorlichtingscomponent absolute meerwaarde’. Tijdens het intakegesprek overhandigt de gemeente de vrouwen allerlei voorlichtingsmateriaal. Maar zo absoluut is die meerwaarde volgens de doelgroep niet. Een derde van de vrouwen vond de informatie nuttig, de overige vrouwen vonden dat het gesprek geen nut had of ze wisten alles al, zo staat te lezen in het rapport. Politie en hulpverlening merken volgens het rapport ook niet dat de vrouwen beter geïnformeerd zijn. Misschien is men vergeten te vragen aan welke informatie sekswerkers op welk moment behoefte hebben. De vragen rijzen meestal pas als ze eenmaal aan het werk zijn en als de werksituatie niet aan de verwachtingen voldoet.

Terloops wordt nog een ander voordeel genoemd: de wachttijd die de registratieprocedure impliceert. Kennelijk hoopt men dat een vrouw in die paar dagen de beslissing om de prostitutie in te stappen zal heroverwegen. Maar waar moet een vrouw in die tussentijd van leven? Moet ze geld lenen om iets te regelen?

Zicht hebben op de vrouwen

Een  belangrijke reden voor registratie is  ‘dat je dan weet waar de vrouwen zitten’. Dit zou een groot goed zijn, maar waarom precies, dat heeft nog nooit iemand duidelijk uitgelegd. Maar dit veronderstelde grote voordeel kan per definitie niet door de registratieplicht zoals die er nu uitziet worden bereikt. Een sekswerker mag namelijk pas een werkplek gaan zoeken als haar registratie rond is.

Sekswerkers vinden zelf dat er al veel genoeg bekend is over waar zij zitten. Ze worden immers al heel vaak gecontroleerd. Te vaak, vinden de vrouwen. Het aantal controles van politie, is verhoogd van 4 naar 40 maal per jaar. Dat de controles nogal eenzijdig op de sekswerkers zijn gericht blijkt uit een curieuze opmerking van een van de respondenten. Hij of zij vindt dat het hele systeem beter zou werken als de verhuurpraktijken en ander gedrag van de exploitanten ook strenger gecontroleerd zou worden. ‘Maar dat mag niet ten koste gaan van de capaciteit die voor de controle van prostituees beschikbaar is’.

De vier weken termijn

In Utrecht zal men in ieder geval wel kunnen zeggen dat een vrouw wel vier weken lang in Utrecht zal blijven. Ze moet namelijk het raam voor vier weken aansluitend huren. Ze moet dat kennelijk ook vooruit betalen of een andere garantie afgeven dat ze de hoge raamhuur gaat opbrengen. De auteurs van het rapport schrijven immers, alsof dit de gewoonste zaak van de wereld is, dat sommige sekswerkers niet kapitaalkrachtig genoeg zijn om in Utrecht te kunnen werken. En als een vrouw bijvoorbeeld al na een week de benen neemt, komt ze volgens het rapport op een zwarte lijst van de exploitanten te staan. Stel dat ze het wel die vier weken volhoudt, dan valt ook niet te voorspellen waar ze daarna naar toe gaat. Sekswerkers vormen namelijk in het algemeen een zeer mobiele groep.

Een van de redenen voor die mobiliteit is de zoektocht naar een geschikte, prettige of betaalbare werkplek. Die mobiliteit staat haaks op het streven naar ‘weten waar de vrouwen zijn’. Daarom stelt het rapport dat die vier weken termijn landelijk moet worden ingevoerd. Dat zou betekenen dat alle sekswerkers overal in Nederland voor minstens vier weken worden opgehokt, ook op werkplekken die niet bevallen. Dit lijkt me een ernstige beknotting van de bewegingsvrijheid.

Niettemin houdt de gemeente vol dat de maatregel mensenhandel tegengaat. Het zou voorkomen dat mensenhandelaren hun vrouwen voortdurend verplaatsen om ze bijvoorbeeld te weerhouden een netwerk op te bouwen. Het verplaatsen zou ook dienen om de verdiensten aan te vullen door ze diezelfde dag nog ergens anders te laten werken. Dat gebeurt inderdaad, maar er zijn ook gevallen bekend dat vrouwen pas na enkele weken of maanden worden verplaatst door de pooiers.

Het antwoord op de vraag of de vrouwen daadwerkelijk alleen op hun kamer werken is niet eensluidend. Volgens de gemeente klust maar vijf procent er elders bij. Maar de politie en de hulpverlening zeggen dat dit op veel grotere schaal gebeurt, onder meer om de verdiensten op peil te brengen. En hoe werkt het op de langere termijn? Volgens de auteurs van het rapport is het aantal getelde vrouwen op jaarbasis teruggelopen van 750 naar 500. Dit zou betekenen dat er per jaar 250 minder verhuizingen zijn. Wat krijg je als je dit gemiddeld per maand berekent? Iets meer dan 20 verplaatsingen per maand. Is dat het allemaal waard?

Alle geïnterviewde sekswerkers zijn tegen die vier weken termijn, getuige het rapport. Het uitproberen van het vak wordt onmogelijk en door de hoge huren en de gebrekkige klandizie is het in de praktijk onbetaalbaar om een dagje vrij te nemen of ziek thuis te blijven. Zelfs binnen de maximale toegestane werkdag van twaalf uur is het vaak moeilijk voldoende omzet te halen. Met deze maatregel schendt de stad Utrecht op grote schaal een belangrijk recht, te weten het recht op fysieke en seksuele integriteit, anders gezegd, het recht om (tijdelijk) geen seks te hebben als men daar geen zin in heeft of daartoe niet in staat is. Iemand tegen zijn/ haar zin in de prostitutie houden is immers ook een onderdeel van de delictsomschrijving van mensenhandel. En dat is exact wat de gemeente Utrecht in de hand werkt. Een van de geïnterviewde sekswerkers formuleert het zonder opsmuk: ‘De gemeente Utrecht is pooier geworden’. Een sekswerker die deelneemt aan de Denktank gaf aan dat door dit soort maatregelen de sekswerker die vrijwillig werkt ook slachtoffer van mensenhandel wordt.

Leeftijdverhoging en verplaatsingen

De enige maatregel waarmee niet alle betrokkenen het oneens zijn is de leeftijdverhoging. [ii] Bij een van de gelegenheden dat dit ter sprake kwam bij de sekswerkers, was ik er toevallig bij. Vooral de oudere vrouwen waren voorstander van leeftijdsverhoging. Maar het bleek dat dit voor hen ook van belang was voor hun concurrentiepositie.

Vooruitlopend op de kritiek dat het beleid een waterbed- effect zal hebben, dat wil zeggen dat de vrouwen ergens anders op- of onder zullen duiken, beweren de auteurs dat het beleid geen extreme verplaatsingen heeft veroorzaakt. Het rapport vermeldt dat vrouwen van 18-21 in Amsterdam werden gesignaleerd, waar de minimum leeftijd nog 18 is. Een paar vrouwen zijn in andere steden gezien waar (nog) geen vier weken termijn is . Weer anderen zijn via internet gaan werken. Maar dat laatste was volgens de auteurs al aan de hand voordat het Utrechtse beleid van kracht werd. Dat klopt, maar dertig procent van de vrouwen die er voor de registratieplicht werkte, heeft geen afspraak voor een intakegesprek gemaakt. Zeven procent liet na een eerste afspraak verstek gaan. 48 vrouwen hadden niet het juiste telefoonnummer opgegeven en nog eens  87 vrouwen lieten de telefoon op de voicemail staan. En dan is er nog een onbekend aantal dat het bedrag voor de leges niet kon betalen. Hoewel er vrouwen tussen kunnen zitten die zowel verstek lieten gaan en de voice mail van een verkeerd nummer lieten beluisteren, lijkt het dat toch een groot deel van de oorspronkelijke populatie naar elders is gegaan.

In de tijd dat het rapport werd geschreven waren er 579 registratie- gesprekken gevoerd, waarvan 101 met Nederlandse vrouwen. Valt daaruit de conclusie te trekken dat de weinige Nederlandse vrouwen die er voor het nieuwe beleid werkten, waren vertrokken? Dat alleen de Nederlandse vrouwen met pooiers overbleven? We zullen het nooit weten; het rapport geeft daar geen uitsluitsel over. Wel vermelden de auteurs dat bij 46 procent van de gesprekken een tolk nodig was. Wat de nationaliteiten betreft blijft het vreemd dat in de hele registratiedrift de nationaliteit van vijf vrouwen onbekend is gebleven.

Effectief tegen mensenhandel?

In het rapport staat:  ‘Mensenhandel is een zeer lastig meetbaar en kwantificeerbaar fenomeen en causaliteit tussen getroffen maatregelen en waargenomen effecten is lastig aan te tonen’. De auteurs constateren tevens dat de mensenhandel niet is verminderd. Aan de kant van de beleidsmakers beweert men dat er toch een gunstig effect is want ‘ de kracht van het pakket zit volgens de geïnterviewden meer in het samenhangende totaalpakket. De afzonderlijke regelingen versterken elkaar. Met het gehele pakket laat je als partners zien dat je gezamenlijk een vuist maakt tegen mensenhandel.’  Met andere woorden de effectiviteit van de afzonderlijke maatregelen is niet aan te tonen, maar de samenhang  – welke?- is effectief. Dus een gevalletje van 0+0+0= 1.

Degenen die nu juist door de maatregelen beschermd moeten worden tegen mensenhandelaren – de sekswerkers zelf- beweren unaniem dat registratie helemaal geen barrière tegen mensenhandelaren opwerpt. In tegenstelling tot de gemeente kunnen zij hun bezwaren staven met argumenten als dat mensenhandelaren vrouwen zullen dwingen zich te laten registreren. Inderdaad kan men zich afvragen hoe vrouwen die geen Engels of Nederlands spreken binnen een week alle papieren op orde kunnen hebben, zoals het rapport ook al opmerkt. Bovendien maakt de gemeente het voor mensenhandelaren gemakkelijk de vrouwen in de gaten te houden; ze zitten minimaal vier weken op dezelfde plek waarvandaan ze nauwelijks weg kunnen omdat ze minstens 3000 euro aan maandhuur moeten opbrengen.

Het is verwonderlijk dat de gemeente Utrecht een beleid succesvol kan noemen dat niet door de betrokkenen, de sekswerkers en de exploitanten, wordt gedragen. Het gaat om een en beleid waarvan degenen die het zou moeten helpen unaniem zeggen dat het zich tegen hen keert. Maar de kritiek van deze betrokkenen wordt als van nul en gener waarde gezien, een andere manier om te zeggen, nul plus nul.

Sietske Altink, april 2013

Naschrift. In 2012 sloot de gemeente Utrecht de ramen aan het Zandpad wegens mensenhandel. Gaf de gemeente daarmee zelf niet toe dat registratie geen adequaat middel is tegen mensenhandel? Niemand wist waar de vrouwen die daar werkten heen waren gegaan. Dus de doelstelling ‘zicht hebben op de vrouwen’, is ook niet bereikt.

 


[i] Voor de duidelijkheid: we hebben het hier alleen over vrouwelijke sekswerkers, want hun mannelijke collega’s blijven geheel buiten beeld van dit beleid.

 

 

 

 

 

 

[ii] Dat geldt ook voor minder ingrijpende zaken als het cameratoezicht en de verandering van de bebossing. Maar dat zijn maatregelen die een ingrijpende beleidswijziging veronderstellen.