In de discussie over vakbondsvorming speelde het concept  ‘coöperatieve vereniging’ een sleutelrol. Een coöperatie

Het pasje

Het pasje

bestaat uit een groep mensen die productiefactoren (kapitaal, arbeid en ondernemerschap) in gemeenschappelijk bezit hebben en daarmee de belangen van de groepsleden dienen. De term coöperatie duidt ook wel op een samenwerkingsverband tussen personen en/ of organisaties om gemeenschappelijke belangen te behartigen.

Het idee van een coöperatie is in de negentiende eeuw ontstaan en heeft een grote rol gespeeld in de emancipatie van grote bevolkingsgroepen. Door middel van een coöperatie wisten boeren bijvoorbeeld de macht van de tussenhandel te doorbreken.

In Engeland legde een groep wevers rond de idealist Robert Owen in de negentiende eeuw de beginselen van Rochdale vast die sindsdien de wereldwijde coöperatieve beweging is gaan beheersen. Een coöperatie moet democratisch en transparant zijn. Daarnaast wordt kapitaal met een beperkte rente vergoed en indien van toepassing, vindt er restitutie van premies plaats.

Deze beginselen zijn nog steeds terug te vinden in de Coöperatieve Vereniging, de rechtsvorm die ten grondslag ligt aan coöperaties. De coöperatieve vereniging kent geen winstbejag, alle leden delen in de winst waarbij zij bij verlies geen risico lopen, tenzij in de statuten is vastgelegd onder welke voorwaarden dat het geval is. De dagelijkse leiding is in handen van een directie die verantwoording aan het bestuur aflegt. De leden hebben medezeggenschap en kunnen het bestuur ontslaan.

 

Sekswerkers in coöperaties

In  de eerste helft van de jaren negentig van de twintigste eeuw was er een samenwerkingsverband ontstaan tussen de FNV (Mieke Veenstra), De Rode Draad, de Mr. De Graafstichting en enkele deskundigen om zo’n coöperatieve vereniging op te richten. Er zouden gezamenlijk producten en diensten worden ingekocht en de vereniging zou ook een serieuze onderhandelingspartner voor de overheid worden. Er zijn ook gesprekken met de Belastingdienst gevoerd die welwillend tegenover het concept van de Coöperatieve Vereniging stond.

Van meet af aan heeft men in verband met prostitutie het bezwaar ingezien dat het lidmaatschap problemen op kan leveren in verband met de noodzaak voor leden om hun identiteit bekend te maken. Daarom ging de vakbonds/coöperatie gedachte altijd gepaard met de uitvinding van het een of andere pasjessysteem. Een lid zou zich dan kunnen identificeren door een pasje te tonen met een bepaalde code. De Rode Draad heeft getracht dit te introduceren door middel van Prosex: een coöperatieve vereniging binnen de Rode Draad.

De Prosex gedachte kwam naar voren nadat duidelijk was geworden dat aansluiting bij de FNV nog niet in het verschiet lag omdat die lidmaatschap EN werknemerschap zouden impliceren. In dit tijdsgewricht behartigde de FNV immers alleen de belangen van mensen die in loondienst werkten. En dat was voor verreweg de meeste sekswerkers niet het geval. Prosex zou de wegbereider hier naartoe zijn. Sekswerkers zouden collectief via Prosex verzekeringen kunnen afsluiten, wit kunnen werken en via een pasjessysteem zo anoniem mogelijk blijven. (Zie document over  de relatie Coöperatieve Vereniging  en Prosex). Ook Mieke Veenstra van de FNV zag dat aansluiting bij de FNV nog een brug te ver was, en stortte zich met hart en ziel op de Prosexgedachte. Tevens probeerde zij in het LPO een vorm van arbeidsvoorwaarden discussie op touw te zetten.

Een pasjessysteem waarin sekswerkers een code kregen die bij een notaris zou worden vastgelegd  bleek echter praktisch en financieel niet haalbaar. Maar inmiddels was er een IT specialist in beeld gekomen die ‘een betaalbaar’ pasjessysteem beloofde te ontwikkelen. Daar slaagde hij niet in en Prosex raakte al snel in het slop.

St.Madam

In de jaren negentig was er in Rotterdam ook een initiatief genomen om tot een coöperatie te komen. Dit ging om Stichting Madam. Deze organisatie profileerde zich in de pers als vakbond voor sekswerkers. Deze coöperatie moest een gigantische maatschap worden die vrouwen in dienst zou nemen om ze vervolgens te werk te stellen bij diverse bedrijven. Voor het realiseren van deze plannen was een grote startsubsidie nodig, die er niet kwam.

Stichting Madam zat tot 1998 in de Klankbordgroep Prostitutiebeleid in Rotterdam. In 1997 sloot St. Madam zich aan bij het Landelijk Prostitutie Overleg. Op 15 oktober organiseerde St. Madam nog een bijeenkomst waar behalve Prosex en De Mr. De Graafstichting ook exploitanten aan deelnamen. In 1998 stapte St. Madam uit het Landelijk Prostitutie Overleg en gaf aan nog slechts kleinschalig de belangen van sekswerkers te gaan behartigen.

Kerasos

In 2008 hebben exploitanten uit onvrede met de opting- in regeling  een Coöperatieve Vereniging opgericht voor sekswerkers:Kerasos. Het was de bedoeling dat de aspirant leden, na een intake gesprek te hebben gevoerd met een bestuurslid een cursus gingen volgen. Met een pasje kon men werken bij de door het bestuur van de Vereniging geselecteerde bedrijven kunnen werken.

Folder van kerasos

Folder van kerasos

Bij De Rode Draad kwamen er aanvankelijk wat klachten binnen over deze coöperatieve vereniging; het was bijvoorbeeld moeilijk te achterhalen wie er in het bestuur zaten. De uitbetaling in geval van ziekte gebeurde alleen als de betreffende exploitant – en niet een arts- de ziekte ernstig genoeg  vond. Later kwamen er wat positieve berichten over Kerasos naar buiten; de kinderziekten waren kennelijk grotendeels overwonnen. Zo bleek dat het ziektegeld wel werd uitgekeerd. Een probleem is blijven bestaan: de werkomstandigheden in de bij Kerasos aangesloten bedrijven zijn nogal eens verre van ideaal. De Belastingdienst had nogal wat bezwaren tegen Kerasos, maar de rechter noemde die op 17 augustus 2011 ongegrond.

2013

In 2013 zijn er coöperaties opgericht om bijvoorbeeld in Utrecht raamprostitutie te bedrijven.

Sietske Altink