Op 11 juni 2018 organiseerde Soa Aids Nederland een conferentie met de titel de legale facade.Naar aanleiding van deze conferentie publiceerde sekswerkersorganisatie Proud een brochure.

Het document is een aanklacht tegen wat tegenwoordig ten onrechte neo-abolitionisme wordt genoemd. Maar wat is abolitionisme?

Degenen die klanten strafbaar willen stellen noemen zich wel neo- abolitionisten. Ze verklaren zich daarmee schatplichtig aan degenen die prostitutie als slavernij zagen die net als de zwarte slavernij moest worden afgeschaft. De negentiende -eeuwse abolitionisten op het gebied van prostitutie waren overigens allen voorstander van de afschaffing van de (zwarte) slavernij. De eerste die in Nederland de parallel trok tussen slavernij en prostitutie was Ottho Heldring. Dat deed hij in een brochure uit 1860, met de veelzeggende titel ‘Is er nog slavernij in Nederland?’ Hij was de eerste die over ‘slavernij- achtige’ praktijken in de toen door de staat erkende bordelen schreef. Zo werden daar vrouwen onder een soort schuldslavernij vastgehouden. De term abolitionisme gebruikte hij echter nog niet. Die werd rond 1880 in Engeland door Josephine Butler (1828- 1906) geïntroduceerd. Ze gebruikte de

Folder van Haagse organisatie van sekswerkers: Liberty.

term abolitionisme om tegen de reglementering te ageren die gedwongen medische keuring van de vrouwen inhield in de door de overheid gesanctioneerde bordelen. Zij was vóór afschaffing van overheidsbemoeienis met prostitutie. Butler had niets tegen zelfstandige prostituees en vond dat zij door de overheid met rust moesten worden gelaten. Butler haalde zelf prostituees die in problemen zaten in huis en stopte ze niet zoals de Nederlandse prostitutiebestrijders in tehuizen. Butler was tegenstander van iedere staatsinmenging in de prostitutie, wat klantcriminalisering ook zou zijn.

Naderhand zijn mensen die een, twee of drie van de partijen (sekswerkers, klanten, exploitanten) wilden criminaliseren zich ook abolitionisten of neo- abolitionisten gaan noemen. Zij willen juist -geheel tegen de geest van Butler in- een vergaande overheidsbemoeienis met de prostitutie.

De idealisten die zich destijds abolitionist noemden, beweerden dat de prostituee met rust zou worden gelaten. Het is echter naïef te veronderstellen dat het criminaliseren van een of de beide andere partijen, de sekswerker onberoerd laat. Integendeel, hij/ zij wordt daarmee afhankelijk gemaakt van de criminaliteit. De term abolitionisme is een historisch beladen begrip en roept veel misverstanden en onduidelijkheden op. Het zou beter zijn om te spreken van prostitutiebestrijding door middel van het strafbaar stellen van een van de drie partijen: de sekswerker en/of de klant en/of de exploitant.