Sticker van Spot 46, dienstverlening voor sekswerkers in Den Haag

Sticker van Spot 46, dienstverlening voor sekswerkers in Den Haag

Begin jaren tachtig dacht men dat alleen de drie H’s: Homoseksuelen, Hemofielen en Haitianen risico liepen aids te krijgen. In 1986 was dat beeld veranderd en wist men dat iedereen in een ‘risicogroep’ zat. Daarom zond de NOS een landelijk voorlichtingsprogramma uit over aids. Een man van de Klep – een organisatie van klanten- leverde daar ook een bijdrage aan.

Onderzoek naar klanten stond ook in het licht van hun rol in de verspreiding van aids. In 1988 is bijvoorbeeld een verkennend onderzoek gedaan op de tippelzone Rotterdam naar de risico’s die klanten namen. (Gelder en Van Roekel, 1989) [i] De meeste klanten in het onderzoek beperkten zich tot korte gesprekjes met de onderzoekers. Enkele klanten waren bereid tot een langer gesprek. Dat waren over het algemeen alleenstaande laagopgeleide mannen die wilden praten over de relaties die ze met verslaafde prostituees probeerden aan te knopen. Zo trachtten zij op de tippelzone een sociaal netwerk op te bouwen. Die paar mannen vormden in ieder geval een risicofactor omdat ze soms privé onbeschermde seks met die vrouwen hadden. Bovendien waren ze niet altijd op de hoogte van de risico’s van hiv- besmetting. Dat gold overigens voor meer mensen in deze periode.

In een van de langere gesprekken vertelde een man dat hij zijn vaste ‘prostituee’ naar de dealers bracht om de opbrengst van het contact met hem om te zetten in dope.

 Ja, zij stelt voor het zonder condoom te doen. Soms moet ik dan meer betalen, soms niet. Maar het is niet zo dat al die mensen over een categorie te gooien zijn. Soms wel omdat ze op een ernstig avontuurlijk gebeuren uit zijn. Ja. Ze maken allemaal hun prijzen. Ze maken allemaal hun opmerkingen. Ze hebben hun opvattingen. Soms mag je wel seksueel contact hebben, en dan mag je niet zoenen. Al dat komt voor. Het is veilig omdat ik, gelukkig, niet tot die mannen behoor die het met mannen doen. Soms doet ze het zonder omdat ik haar al ken. Ze bekijken het van het feit dat ze zelf geen ziekte hebben opgelopen van mij, bijvoorbeeld iets dat direct te constateren is, een geslachtsziekte. En dan is het veiliger. Ik zeg het eerlijk, die mensen zijn over een kam te gooien.

Uit aantekeningen van een bezoek aan de Rotterdamse tippelzone in 1988:

Hij kreeg altijd ruzie met zijn tijdelijke vriendinnetjes, want als zij niet wilde, dan vond hij dat hij er toch maar bovenop moest, want voor een meisje was het een kleinigheid om haar benen te spreiden, maar een man moest veel meer moeite doen om te neuken. Hij vond dat vrouwen niet passief moesten zijn, niet routinematig mochten neuken. Ze moesten zich ook bewegen. Een condoom vond hij geen lekker gevoel geven. Hij vond het omdoen teveel een gedoe. En dan kan het nog knappen. Hij begreep niet waarom die vrouwen boos werden als zij niet wilden en hij  wel. Want als iemand honger heeft, dan haal je ook niet het bord eten voor iemand zijn neus weg. En als ze dan boos werd, dan werd hij boos en dan ging ze de deur uit. Zo’n relatie duurde meestal maar een paar dagen. Hij had zoveel seksuele lust, hij was zo heet, en hij vond het flauw dat ze dan niet wou. Dan werkte ze de natuur tegen. Dat vond hij heel kwalijk. Hij was ook kwaad omdat die hoeren hier geld wilden hebben. Ze zitten hier alleen maar voor hun ‘fucking business’, ze schreeuwden te veel. En ze werkten gewoon door met aids. Hij vond het belangrijk dat ze vriendelijk tegen hem waren. In zijn land waren er ook een heleboel meisjes als hier, en die gingen dan eens met die en dan weer met die, dat maakte hem vroeger ook erg boos. (1988, Tippelzone, veldwerk)

 

In 1989 publiceerde Lucie van Mens enkele resultaten van een onderzoek dat twee jaar later in een proefschrift over bedrijfsvoering in de seksindustrie zou worden verwerkt. Zij interviewde 136 klanten. Minder dan 25 procent deed het volgens haar zonder condoom. De mannen uit haar onderzoek verkeerden in de veronderstelling dat condoomgebruik in clubs minder noodzakelijk was dan bijvoorbeeld op de tippelzone. Maar het eerste omvangrijke onderzoek dat uitsluitend op klanten en aids was gericht werd begin jaren negentig uitgevoerd door het Nisso (Nederlands Instituut voor Seksuologisch Onderzoek). Het doel daarvan was vooral de reactie van klanten op aids, ofwel hun bereidheid een condoom te gebruiken in kaart te brengen.  (De Graaf, 1995)  Dit onderzoek leverde acht typen prostitueebezoekers met bijpassende protectiestijlen op:

1. De groep die positief was over commerciële seks. Deze mannen  accepteerden condoomgebruik. (46 procent van 91 ondervraagden).

2. De tweede groep had last van schuldgevoelens naar bijvoorbeeld de partner toe. Condoomgebruik hielp daartegen. Dit ging om 11 procent van de 91 ondervraagde prostituanten.

3. De derde groep werd beheerst door angst. Deze klanten wilden het condoom eigenlijk niet gebruiken maar deden het wel uit angst een ziekte op te lopen.  (13 procent van de ondervraagden).

4. De vierde groep (6%) verwachtte heel veel van hun bezoek aan een sekswerker maar was vaak teleurgesteld en was niet snel geneigd een condoom te gebruiken.

5. 8% gebruikte alleen geen condoom bij vrouwen bij wie ze vaste klant waren.

6. 3% was niet erg geïnteresseerd in het wel en wee van de sekswerker die ze bezochten en ging ervan uit dat het veilig zonder condoom kon wanneer de vrouw er maar gezond en schoon uitzag.

7. 8% kon het op grond van leeftijd, gezondheidstoestand en zin in het leven niet schelen of ze besmet zou raken. Dit type klanten probeerde steeds het condoom achterwege te laten.

8. 5% van de geïnterviewde mannen vond prostituees onsmakelijke wezens. Deze mannen wilden macht uitoefenen over de prostituees. De weigering een condoom te gebruiken was daar onderdeel van. Zij waren van mening dat je geen aids kon krijgen van ‘gezonde’ seks.

Sietske Altink

Bronnen

 

Lees meer: Klanten komen uit de kast

Hookers.nl en mensenhandel

Cijfers

Klanten van mannelijke sekswerkers en transgenders

Klantcriminalisering tot de 20ste  eeuw

Klantcriminalisering in de 20ste en 21ste eeuw



[i] Sietske Altink deed ook aan dat onderzoek mee.