Romeinen

In de Romeinse tijd en vroege middeleeuwen bestonden er nederzettingen waar vrouwen stoffen en kleding voor rondtrekkende legertjes vervaardigden. Prostitutie zou ook onderdeel van hun dienstenpakket hebben uitgemaakt. Deze ‘legerhoeren’ trokken met de soldaten mee. Ze wasten en kookten voor hen en onderhielden vaak een duurzame relatie met hen. In 1987 is er zo’n legerplaats in Voorburg (voorstad van Den Haag) bij de Geestbrug gevonden. Dit Forum Hadriane was een plek waar de Romeinen bijna 300 jaar lang gebruik van hebben gemaakt.

Middeleeuwen

Die Haghe was de verblijfplaats van Hollandse graven, die er een kasteel hadden. Het wordt voor het eerst genoemd in een bron uit 1242. De eerste berichten over het ontstaan van de nederzetting daaromheen komen uit het eerste kwart van de veertiende eeuw. Het kasteel, het Binnenhof, had personeel nodig. Ook moesten mensen zoals speellieden die de dorpelingen vermaakten op het marktpleintje of in de tavernen maar niet van adel waren onderdak kunnen vinden. Het dorp begon bij de Poten, omvatte een stukje van de Wagenstraat, destijds het Zuideinde. De Gevangenpoort is een van de oudste gebouwen in Den Haag. In de 14de eeuw werden er nog geen boeven opgesloten. Die kwamen toen in de Diefsteen

Bij het Binnenhof stond ook een publiek badhuis met een verdachte reputatie. [I]Gelder, H.E. van  (1919)Het bestuur van den Haag in de middeleeuwen, jaarboekje.)) Vanaf 1325 mochten de schepenen keuren maken, een soort lokale regelgeving. Eén keur uit 1538 bepaalde dat er alleen bordelen gehouden mochten worden aan ’t einde van de Molenstraat tot het hek van de Pastoorswarande  [II]Morren, Th. (1911) Haagse straatnamen, jaarboekje Die Haghe In de Hofbuurt bevond zicht een herberg met ‘quade’ toezicht, met andere woorden, een herberg waar ‘deernen’ klanten wierven.  [III]voetnoot Dat veranderde door een ingrijpende verbouwing van de gelegenheid, wat een soort gentrificatie (opschaling van de buurt) avant la lettre betekende. Johan de Witt heeft er nog een tijdje gewoond. (Luloffs, 1987)

De graaf bestuurde het dorp. In 1307 bepaalde hij dat er een vast college van schepenen moest komen, met een schout aan het hoofd. Het grafelijk hof liet zijn gezag gelden, maar de burgerlijke autoriteiten kregen ook steeds meer bevoegdheden. Naarmate Den Haag groeide werd het bestuur ingewikkelder. Het kwam wel voor dat zowel de grafelijke als de burgerlijke autoriteiten iemand probeerde te arresteren en gaandeweg ruzie kregen. De arrestant maakte soms misbruik van de situatie door de benen te nemen. De ruziënde partijen hadden dan het nakijken.

In het (laat) middeleeuwse Den Haag woonden veel vreemdelingen: ze hadden een band met het grafelijk hof of waren als ambachtslieden naar Den Haag gekomen.

We laten deze periode eindigen op het moment dat stadhouder Maurits (1576- 1625), de zoon van Willem van Oranje het Binnenhof tot zijn domicilie koos. Deze Maurits duldde geen vrouwen aan zijn eettafel, de enige vrouwen met wie hij ‘omging’ waren prostituees die in de Nachtegaalzaal bivakkeerden. [IV]VK 27-4-98

Hij woonde niet in het Mauritshuis. Dat is later gebouwd door zijn neef Johan Maurits van Nassau Siegen. (1604-1679). Deze man bracht echter meer tijd door in Brazilië dan in Den Haag. En in Brazilië hield hij zich onder andere bezig met het bestrijden van prostitutie.

Sietske Altink

Mauritshuis, foto Jan Visser

Bronnen:

Calkoen, G.G. (1902), Het Binnenhof, van 1247, Jaarboekje van Die Haghe

Calkoen, G.G. (1901), De wording en de ontwikkeling van het Hof in den Haghem gedurende de middeleeuwen,

Lulofs, Henrik, (1987) Van kroegleden tot kamerleden, Jaarboekje van die Haghe

Morren, Th., (1911). Haagse straatnamen, Jaarboekje van Die Haghe

Gelder, H.E., (1919) Het bestuur van den Haag in de middeleeuwen, jaarboekje Die Haghe

Noten   [ + ]

I. Gelder, H.E. van  (1919
II. Morren, Th. (1911) Haagse straatnamen, jaarboekje Die Haghe
III. voetnoot
IV. VK 27-4-98