Een kenmerk van moralistisch  beleid (moralist politics) op het gebied van prostitutie is dat allerlei mensen zich als deskundigen opwerpen. Dat geldt nu overduidelijk voor een of meerdere journalisten van de digitale krant : The Correspondent. Deze organisatie heeft het fenomeen prostitutienetwerken ontdekt. En dat op Europees niveau.

Of dat bestaat? Tja..  Ik ga al meer dan dertig jaar mee in het onderzoek naar prostitutie en mensenhandel. Ik weet van netwerken uit de 19de eeuw en ik heb in de jaren negentig een groot netwerk meegemaakt dat vanuit Rotterdam opereerde: De  Bende van de Miljardair.  De zaak van de Turkse broers komt misschien in de buurt. De criminoloog , C. Fiinaut relativeerde ook  de gedachte aan grote ‘machtige’ netwerken.

De drijvende krachten achter dit gebeuren beweren goede contacten met sekswerkers te hebben. Nu heb ik zelf contacten met drie sekswerkersorganisaties in Nederland (welgeteld drie) waarvan twee faliekant tegen het plan zijn. De derde is sinds half juni tijdelijk uit de lucht. Ik ken één sekswerker die op persoonlijke titel met een verslaggever van de correspondent heeft gesproken, maar zij heeft me uitdrukkelijk gezegd dat ze niet als de excuustruus voor de hele sector wil fungeren. Zij heeft haar gespreksnotities bewaard en daaruit blijkt dat ze toen al grote bezwaren tegen het project had geuit.

De cowboys van dit project hebben volgens mij te veel naar misdaadfilms over mensenhandeI. gekeken.  Daarin stelt men het voor dat migratie voor sekswerk door grote netwerken wordt geregeld. [i]

Ter verduidelijking van hun bedoeling hebben de cowboys enkele theses geformuleerd.

  1. De eerste luidt dat er een Europees bepaald vraag en aanbod van seksuele dienstverlening te onderscheiden valt. Vraag en aanbod is een complex geheel en het valt niet hard te maken dat er overal dezelfde dienstverlening wordt gevraagd door vergelijkbare mannen, vrouwen en andere genders
  2. De tweede these is geen these maar een observatie: veel sekswerkers die in Nederland werken komen uit andere lidstaten van de EU. Dit is een oude koe die al tientallen jaren steeds opnieuw uit de sloot wordt gehaald.
  3. De these dat beleid nauwelijks invloed heeft op vraag en aanbod is beredeneerd in het onderzoek  van Hendrik Wagenaar,  Helga Amesberger en mij. Ook wij hebben aangetoond dat het beleid wel effect heeft op de leef- en werkomstandigheden van sekswerkers. (Wagenaar et al,  2017)[ii]
  4. Prostitutiebeleid is vaak emotioneel. Daar hebben Henk Wagenaar en ik een fijn artikel over geschreven.[iii]
  5. Het analyseren van advertenties is een kunst apart en vereist een grote kennis van het veld, van de terminologie en dergelijke. Zo hoorde ik een keer in Oostenrijk dat er veel Grieken in de prostitutie werkten. Dat concludeerde de informant uit de aanprijzing: ‘op z’n Grieks’. En om bij Oostenrijk te blijven: toen we daar waren om uitgebreid met onze Oostenrijkse collega te spreken, bleek dat het klanten werven via websites daar (toen) niet voorkwam.
  6. Hoe meer landen je vergelijkt, hoe onbetrouwbaarder het onderzoek wordt. De Amerikaanse onderzoeker Ron Weitzer heeft daarover gepubliceerd. Niet in al die landen wordt hetzelfde verstaan onder sekswerk en mensenhandel. In sommige landen wordt prostitutie zelfs gelijkgesteld aan mensenhandel.

Een ander probleem is dat het beleid per land, per regio  en per stad verschilt. In Oostenrijk bijvoorbeeld hebben ze in Zuid-Tirol een heel ander beleid dan in Wenen. In Zuid Tirol mogen zwangere vrouwen geen seksuele dienstverlening aanbieden. Hoe ga je beleid vergelijken in pakweg zo’n dertig landen met diverse beleidsregimes van een totaal verbod tot een verregaande regulering? In vele landen is alles wat prostitutie faciliteert ‘illegaal’. Hoe kun je dan een onderscheid maken tussen illegaal en onvergund?

  1. De zogenaamde onderzoeksjournalisten gaan prat op hun contacten met hulpverleners in diverse landen. Er worden ngo’s (hulpverlenersorganisatie) vergeleken  die niet te vergelijken zijn.
  2. En dan was er nog een ‘these’ dat ‘advertenties’ veel info gaven over sekswerkers en hun sociale omgeving. Welke websites ga je bezoeken? Je moet dan de gangbare websites per land en regio bekijken en dan een beredeneerde keuze maken. En hoe ga je met dubbeltellingen of driedubbeltellingen om? Hoe herken je de ‘geheimtaal’ op websites die door mannelijke sekswerkers worden benut? Hoe herken je advertenties die sekswerkers niet zelf hebben geschreven? En dat ook nog eens in tig talen.

Het interpreteren van data kan moeilijk uniform plaats vinden en niets garandeert ons dat dit op een betrouwbare manier gebeurt. Het feit dat de redactie al toegeeft dat ze zich op de privacygevoeligheid van het project hebben verkeken, geeft al aan dat men te weinig achtergrondkennis heeft voor dit onderzoek.

De mooiste opmerking van de   cowboys is dat ze ervoor willen zorgen dat het niet net zoveel werk als een proefschrift schrijven moet worden. Lekker makkelijk. Ieder deelgebiedje van het project zou al een proefschrift kunnen opleveren.Tot slot een waarschuwing: slecht onderzoek kan sekswerkers schaden.

 

Sietske Altink

 

[i] Zie Altink, S., Bruijn, B. de, (1996) Het systeem in de waanzin van vrouwenhandel, in Keerzijde, jaargang 10, no. 3, pp 5-9

 

[ii] Wagenaar, H., Amesberger, H.,  Altink, S., Designing Prostitution Policy, by Policy Press, Bristol, 2017

 

[iii] Prostitution as Morality Politics, Why It Is Exceedingly Difficult to Design and Sustain Effective Prostitution Policy, (2012)  in Sexuality Research and Social Policy, Springer, Verlag