2007: Sekswerkers demonstreren in Sydney voor meer rechten. Foto Sietske Altink

2007: Sekswerkers demonstreren in Sydney voor meer rechten. Foto Sietske Altink

‘Wij hebben liever de vakbond in de bordelen dan de politie’, dit zeiden Indiase sekswerkers op een van hun grote vergaderingen. Niet alleen in India maar op alle continenten zijn er groeperingen die strijden voor de rechten van sekswerkers.
Overal ter wereld hebben deze organisaties dezelfde eisen: geen discriminatie, decriminalisering van het beroep, betere bescherming tegen geweld en ziekten, goed onderwijs voor de kinderen en betere arbeidsvoorwaarden. De accenten die de beweging legt kunnen echter per regio verschillen. In India en Afrika bijvoorbeeld benadrukken deze organisaties bescherming tegen aids, in de Verenigde Staten decriminalisering en in Colombia bestrijding van geweld tegen sekswerkers. Zo hebben alle sekswerkers op de hele wereld hebben met de aidsproblematiek te maken, maar de mate van ernst verschilt echter per land. In Nederland staat dat niet in de top tien van problemen, maar in bijvoorbeeld India wel. De overeenkomsten tussen deze organisaties zijn groter dan de verschillen. Buitenstaanders verbazen zich er altijd over hoe snel op internationale congressen van zusterorganisaties overeenstemming wordt bereikt over eisenpakketten en de inhoud van manifesten.

Toekennen van arbeidsrechten wordt door veel zelforganisaties van sekswerkers als een probaat middel tegen uitbuiting gezien. In Azië, de Verenigde Staten en Australië zijn zelforganisaties van sekswerkers actief, die vaak door vakbonden worden gesteund.

Vooral Zuid-Amerika kent een grote vakbondsdichtheid voor sekswerkers en is bijna een soort bakermat voor de vakbondsvorming voor sekswerkers. In Ecuador bestaat bijvoorbeeld al sinds 1982 een vakorganisatie voor sekswerkers. In 1987 heeft die rechtspersoonlijkheid gekregen als Asociacion Feminina de Trabajadoras Autonomas de 22 de Junio de El Oro en heeft zich aangesloten bij de vakbond. De vrouwen van deze groep hebben hun verhaal in boekvorm wereldkundig gemaakt en geven een tijdschrift uit.
Iedereen maakt misbruik van ons, politie en gezondheidszorg’ zo luidde de algemene klacht van de sekswerkers uit Ecuador. In datzelfde jaar demonstreerden 300 vrouwen bij de ‘General Assembly’ voor het recht op de mogelijkheid om leningen af te sluiten en voor meer economische hulp in het algemeen. Ook protesteerden ze tegen de politie die gratis dienstverlening van hen eiste. In 1987 speelden ze het klaar de extra belasting die sekswerkers moesten betalen af te schaffen. Ze dienden namelijk speciale tickets van de politie te kopen en die af en toe in te leveren. Daarnaast streden ze tegen de overheid die de prijs voor seksuele dienstverlening had vastgesteld door op de deur van de bordelen het tarief te laten schilderen. De vrouwen pakten een verfpot en streepten dat bedrag dat lager was dan wat ze zelf vroegen, gewoon door.

In 1989 werd in Ecuador het eerste geval van aids gemeld. Er ontstond paniek en de meeste vrouwen wilden stoppen. Bovendien werden ze gestigmatiseerd als oorzaak van de verspreiding van aids. Dit alles vormde de aanleiding om een eigen aids-programma te starten: La Sala.
In 1991 vond de eerste nationale vergadering plaats. Daar werden problemen als dwang tot alcohol drinken en de verplichte gezondheidskaart aan de orde gesteld. Een ander onderwerp was het geweld van leraren ten aanzien van kinderen van sekswerkers. Ze onderhouden ook contacten met andere vrouwenorganisaties en zijn in 2000 aangesloten bij de Nationale Vrouwenraad.

In Chili heet de vakbond voor sekswerkers die 600 leden zou hebben: Angelina Lina. Een van de woordvoersters:

‘De vrouwen zijn er zich hier van bewust dat ze in een belangrijke economische sector werken. De meeste sekswerkers zijn moeder en kostwinner. “We strijden voor gelijke rechten en beloning voor mannen en vrouwen. Ook zoeken we aansluiting met vrouwengroepen in de vakbonden. We willen erkenning van ons werk en dezelfde rechten als anderen die buitenshuis werken. We willen ook zeggenschap over onze eigen situatie. Vandaar dat we een vakbond zijn gaan vormen om onze politieke participatie te realiseren. Eén van de belangrijkste actiepunten is dat er een einde komt aan vervolging door de politie.”

Angela Lina organiseert workshops over aids-preventie en over het leren omgaan met de grofheden die tegen hen worden begaan. De organisatie beweerde dat er rond de milleniumwisseling 15.700 sekswerkers in Chili waren.
De Asociación de las Mujeres Meretrices de Argentina (AMMAR)  die dateert van maart 2003, is de zelforganisatie van Argentijnse sekswerkers.

Dat jaar werd ook gekenmerkt door de strijd tegen uitbuiting door bordeelhouders. Sekswerkers verbrandden de matrassen in de peeskamers om de eigenaren te dwingen nieuwe matrassen zonder maden te verstrekken. Ze hebben in Puentecita tien dagen gestaakt voor hygiënische werkomstandigheden. De vrouwen die de staking wilden breken werden uit hun kamers gesleurd. De actievoerders pleitten voor collectieve kamerhuurovereenkomsten zodat individuele prostituees niet meer steeds met de verhuurders hoefden te onderhandelen. In 1997 verloren ze de strijd tegen exploitanten voor betere arbeidsomstandigheden. Maar in 1999 wisten ze een systeem voor pensioenen en leningen voor de leden op te zetten.De organisatie is gelieerd aan een van de kleinere vakbonden. Ze organiseert workshops over aids, zelfbewustzijn en genderidentiteit. Ze heeft een voedselprogramma en een overeenkomst met de autoriteiten om identiteitspapieren terug te krijgen. Zo werd een werkeloosheidsuitkering voor selfemployed werkers tot stand gebracht. Ze verzetten zich ook tegen de beperkingen voor straatprostituees die nu een halve kilometer buiten woonbuurten moeten werken.
In de Dominicaanse Republiek is in 1995 Modemu  (Movimiento de Mujeres Unidas) opgericht, een zelforganisatie van sekswerkers. Modemu wil arbeidsrechten, zoals betaald verlof, geen boetes meer opgelegd krijgen en de macht van bordeeleigenaren breken. Ze eisen dat de overheid maatregelen tegen geweld naar sekswerkers neemt. Ook streven ze naar erkenning van hun werk en recht op onderwijs.
Zij strijden voor vast werk en punctuele betaling, een vrije dag per week, sociale zekerheid, zwangerschapsverlof en twee weken betaalde vakantie.

Sietske Altink, 2007