Het Rotterdamse café in kwestie nadat het door het bestuur gesloten was

Het Rotterdamse café in kwestie nadat het door het bestuur was gesloten.

We schrijven 2008. De veldwerkers van De Rode Draad in Rotterdam zien een café. Ze proberen naar binnen te kijken maar dat is moeilijk. De ramen zijn namelijk beplakt met affiches van Meld Misdaad Anoniem. Er hangt een papier op de deur met de tekst: Prostitutie verboden. Dat is vreemd en de veldwerkers gaan naar binnen. Er is live muziek; een jonge jongen moet geld ophalen. Diverse mannen geven hem geld. Er zitten ook Oost- Europese vrouwen die klanten lijken te zoeken. We besluiten spoedig weer naar dit café te gaan. Zie hieronder het verslag van dit tweede bezoek.

Uit het veldwerkverslag

We komen daar rond kwart over tien aan. Het briefje dat prostitutie niet is toegestaan hangt nog steeds op de deur. We worden hartelijk ontvangen. De dame achter de bar tovert een half lege fles Chateau Migraine vanachter de bar vandaan. In de zaak zitten enkele mannen en vrouwen. Aan het tafeltje naast ons zitten vier vrouwen, allen in het wit gekleed. In hun buurt bevindt zich een man die eveneens in het wit is gekleed. Aan de bar zit nog een vrouw in het wit met daaroverheen een bontjas zonder dierenleed.

Aan de bar staat een vrouw met een man te praten. Volgens S. hoort die vrouw ‘erbij’. Een man met zwarte lange haren staat in de andere hoek, vlak bij het podiumpje waarop niets gebeurt. De klarinettist van de vorige keer zit naast een oudere Turkse man. De in het wit geklede vrouwen zitten zwijgend naast elkaar met een colaatje voor zich. Ze zien er Oost Europees uit en wij denken dat zij Bulgaarsen zijn. Dat blijkt later te kloppen. De man in het wit houdt ze in de gaten. Er is muziek, bijna niemand praat met elkaar. Links van ons zit een groepje Turkse mannen aan een tafeltje. Een man, waarschijnlijk de eigenaar, staat bij de deur. Een man met een snor gaat weg en daarna gaat iedereen wel met elkaar praten. Drie van de vier witte meisjes worden naar het tafeltje met de vier Turkse mannen gestuurd. Men vertrekt. Na zo’n drie kwartier komt het hele gezelschap weer terug.

We krijgen tzatziki, gratis van de zaak. De barkeepster komt vragen of we iets willen drinken van een man aan de bar, een kalende man van een jaar of veertig. De limonadeglazen worden weer gevuld en de man komt aan ons tafeltje zitten. We voeren onze ‘we zijn in Istanbul op vakantie geweest’ act op. De man laat weten dat de dames in de bar Bulgaars zijn. De man zegt Dokter te heten. Hoe nog meer? Gewoon dokter. ‘Dus twee dokters’?, vraagt S. De man kent zijn Fawlty Towers niet en zegt wederom dat hij gewoon dokter wil worden genoemd. Hij begint met S. een koopje aan te bieden: een appartementencomplex in Alanya. Daarna  blijkt dat hij in de autohandel zit. ‘Een dokter van auto’s?’ vraagt S. Dat is hem te gortig en hij begint te vertellen dat hij een echte dokter is.

Helaas heeft hij in Turkije problemen gehad, waardoor hij zijn praktijk niet kan uitoefenen. En in Nederland is zijn diploma niet geldig. Hij zegt dat hij de meisjes helpt. N. en S. zitten elkaar voortdurend onder tafel te schoppen. Hij beweert ook samen te werken met de GGD. Iemand komt er tussendoor en zegt dat onze gesprekspartner de vrouwendokter is. De man is nu op dreef en zegt dat hij meisjes helpt met abortus. Pas nog heeft hij een meisje van een zwangerschap van vijf en een halve maand verlost. We hebben moeite om onze geschoktheid te verbergen. De vrouwen moeten dus zonder condoom. De vrouw met het nepbontje wordt naar een man gestuurd en verdwijnt. De dokter, waarvan wij inmiddels de voornaam hebben losgekregen, Ismael, vertelt dat er eerst Roemeense meisjes werkten. De Bulgaarsen zijn later gekomen. Maar we moesten vooral in het weekend terugkomen, dan is het vol. Inmiddels zijn twee meisjes aan het dansen. De aanwezige vrouwen zien er alles behalve gelukkig uit. We zien een jochie van een jaar of 13, 14, die onder het klarinet spelen naar mannen wordt gestuurd.

Het gesprek raakt ten einde, de eigenaar komt meeluisteren. We maken aanstalten om een taxi te roepen. Dat hoeft niet, zij hebben wel een taxi. We besluiten ons naar het CS te laten brengen en aldaar over te stappen in een andere taxi. N. krijgt het nul-zes nummer van de snorder.

Hieronder een persbericht aangaande dit café.

 

Mensenhandel in Bulgaren-panden baat zorgen                         Bron: AD 06-03-2008

De situatie in Bulgarenpanden in Rotterdam-West is ‘zeer zorgwekkend’. Steeds vaker blijken bewoners van die huizen zich met mensenhandel en gedwongen prostitutie bezig te houden.

Dit stelde officier van justitie mr. E. Pols deze week tijdens een rechtszaak tegen twee Bulgaarse bewoners van de Mathenesserweg, waartegen een 21-jarige vrouw vorig jaar aangifte deed van dwang tot prostitutie, opsluiting en verkrachting.

De Bulgaarse was uit de woning van de twee gevlucht en bereikte op haar blote voeten huilend het politiebureau. Twee weken eerder had ze in het, veel door Bulgaren bezochte, café Bodega-West in de Grote Visserijstraat naar werk geïnformeerd.

In een auto buiten sprak ze via een bemiddelaar over een klus in de huishouding, waarop de wagen ineens wegreed naar België. Daar werd volgens de vrouw nog diezelfde avond geprobeerd haar in de rosse buurt van Antwerpen te verkopen. Met bemiddelaar Ahmet R. (28) belandde ze uiteindelijk in het huis op de Mathenesserweg, waar zij volgens een medebewoner huilend smeekte haar ‘te bevrijden van die viezeriken’.

De medebewoner en verdachte Hassan H. (34) zouden haar als bijvrouw hebben gekocht voor 1000 euro. Ook kennissen van hem bekenden bij de politie tegen betaling seks met de ‘slavin’ te hebben gehad. Omdat de politie met het verhaal van het slachtoffer onvoldoende bewijs vond voor mensenhandel en de verkrachtingen, was de aanklager gedwongen de oorspronkelijke aanklacht in te perken. Tegen één verdachte, de bemiddelaar, eiste hij alleen voor wederrechtelijke vrijheidsberoving een celstraf van vijftien maanden, uitspraak 19 maart.

 

In Amsterdam heeft de Rode Draad in 2009 enkele van deze bars gevonden.

—–