Metje Blaak is jarenlang de persvoorlichtster van De Rode Draad/ vakbond Vakwerk geweest. Hieronder haar verhaal.

Ik doe al een kleine tien jaar de pers voor De Rode Draad, waarmee ik in het oosten van het land in 1999 ben begonnen. Ik zei zo nu en dan iets voor deze belangenorganisatie op de televisie en in de krant. Daarvóór heb ik bijna 25 jaar het vak van prostituee uitgeoefend en mag daarom mezelf volmondig seksuoloog en/ of ervaringsdeskundige noemen. Vooral ten tijde van het liquideren van het Spijkerkwartier in Arnhem (wat ik tot mijn grote spijt niet heb kunnen redden van de ondergang) heb ik me met al mijn ervaring ingezet.

Metje op de radio

Metje op de radio

In 2001 ben ik naar Amsterdam verhuisd waar mijn persactiviteiten al gauw officieel werden. De pers doen voor een organisatie, bedrijf of stichting lijkt leuk en eenvoudig, maar wat komt er allemaal niet bij kijken?

Als je persvoorlichter bent van ‘eierenbeschuit’of van een scholengemeenschap, dan kom je misschien eens per jaar op de televisie en roepen ze je niet na met de woorden: Bolletje of schooljuffrouw”. Maar de pers doen als belangenbehartiger voor prostituees, in de wetenschap dat het de kijker bekend is dat de kern van de organisatie uit prostituees en ex -prostituees bestaat, is een heel ander verhaal. Soms ben je dagelijks in binnen en buitenland op de tv te zien en word je in tal van magazines geciteerd en staat er een foto van je bij. Al met al ben je als boegbeeld van De Rode Draad al gauw een bekende Nederlander.

De werktijden van een persvoorlichtster van De Rode Draad

Buiten de nachtelijke uurtjes waarin je slaapt, ben je zodra je in het openbaar verschijnt aan het werk. Je wordt aangesproken met vragen over hoe het nu verder met de Wallen moet, want de trots (de wallen) van de meeste Amsterdammers dreigt op de schop te gaan. Soms gooien meiden die op de wallen werken of hebben gewerkt, briefjes in mijn brievenbus met de mededeling: “Ik hoor dat De Rode Draad in zwaar weer verkeert. Ik hoop echt dat jullie blijven.” Of er staat met een paar paniekerige hanenpoten: “Help we moeten weg!” En ook: “Ik kan mijn huur niet meer betalen. Doe er iets aan!” Onder het ramenlappen van mijn atelier in de Nes komen er vaak prostituees even buurten en leggen me vragen voor over belastingen en boekhouden. Al snel sta ik ze dan ook tips te geven over kleding en hoe om te gaan met klanten. En natuurlijk vertel ik ze één van mijn vele anekdotes, want er moet in deze moeilijke tijden tenslotte ook gelachen worden. De meest gestelde bange vraag op het ogenblik is of het straks verplicht is je als prostituee te registreren? Die vraag kan ik helaas (nog) niet beantwoorden omdat dat nu onduidelijk is. Als ik er helemaal niet uitkom, bel ik de coördinator met wie ik een goed team vorm. We bedenken vervolgens wat ik naar buiten breng. We overleggen wat we doen als de media gaan bellen over een ophanden zijnde wet of nieuwe regels vanuit de gemeente. Door de commotie die wij veroorzaakten – zijn menig keer Kamervragen gesteld.

Wij beoordelen de effecten van wetgeving uitsluitend op mogelijke gevolgen voor sekswerkers. Mijn werk houdt dan in het bericht op dusdanige wijze naar buiten te brengen dat het tot iedereen doordringt. Bondig en duidelijk (vooral geen dure woorden). Ik gooi er wat korte, grappige teksten doorheen en een regel die blijft hangen, en vertel alles in korte stukjes zodat ze niet kunnen knippen. Een voorbeeld over het Rob Oudkerk drama, de politicus die naar de tippelzone ging.

Mijn uitspraak was: “Als de meiden hun mond open doen, komen er heel wat vacatures bij.” Het sloeg in als een bom omdat deze woorden iets over hypocrisie en kleinburgerlijkheid zeggen. Wat ik in dit verband echt frappant vind is dat AT5 vier van de tien keer opnames komt maken en mij er vervolgens helemaal uitknipt en alleen gemeenteraadsleden aan het woord laat. Of, wat ook vaak gebeurt, dat de verslaggever zich met zijn eigen visie tot de kijker richt.

Heel vaak moet ik de journalisten nog eens opvoeden ook. Zo blijven ze hardnekkig de exploitanten pooiers noemen. We zijn het niet altijd met de huurbazen eens, maar pooiers zijn het niet. En hoe vaak moet ik journalisten er nog op wijzen dat het geen pas geeft onze collega’s hoertjes te noemen. En daarbij neem ik het maar voor lief dat ik door het klootjesvolk op straat luidruchtig voor hoe r r r r r r r ! word uitgemaakt. Het vervelende is dat dit altijd gebeurt als je er even niet op bedacht bent of net wanneer je met een gezelschap op pad bent dat zich hiervoor heel erg geneert en boos wordt en op de vuist wil gaan. Het beroerdste moment waarop dit plaats vond, was op een dag toen ik met mijn zoon en schoondochter na een avondje stappen voor mijn deur stond en een passant weer eens hoer r r r … riep. Ik heb samen met mijn schoondochter heel veel moeite gedaan mijn zoon ervan te weerhouden deze burgerkloot niet op zijn bek te timmeren. Soms word je ook midden op straat de hemel in geprezen door een groepje dat eerst wijst en dan roept: “Kijk daar heb je de grootse hoer van Nederland die voor alle hoeren opkomt.” En vervolgens sluiten ze je in om opmerkingen naar je kop te slingeren á la: “Volgens mij is het een travestiet. Nee joh, die tieten zijn echt. Kijk, ze heeft ook al  rimpeltjes. Ze is een oude hoer aan het worden. Kijk die lippen, volgens mij kon ze vroeger heel goed pijpen.” Wat doe je in zo’n situatie? Gewoon jezelf blijven, glimlachen tot de opmerkingen voorbij zijn en dan een gat in de kring zoeken en met opgeheven hoofd je weg vervolgen, ongeacht wat ze je nog naroepen.

Maar er zijn nog veel vernederender dingen. Als je door een drukke winkelstraat loopt en in de massa opgaat denk je veilig te zijn. Toch kan het dan gebeuren dat er opeens een jongeman pontificaal voor je staat die je recht in je gezicht spuugt. De eerste keer dat me dat over kwam, was ik volkomen van de kaart. De tweede keer zei ik tegen de persoon: “Nu een vrouw. Ik heb me wel gewassen vanmorgen hoor.”

Privé-leven

Mijn privé-leven heeft negen jaar overhoop gelegen. Ik zal niet in details treden, maar mijn familie schaamde zich diep voor mijn tv optredens omdat ik zo vrij over mijn ex beroep sprak. Nichtjes ontkenden dat ze familie van me waren en oude tantes verkondigden aan de lopende band: “Het is allemaal niet waar. Dit alles heeft ze nooit gedaan; al als kind fantaseerde ze van alles bij elkaar.” Ex collega’s wilden niet met me gezien worden. Ik werd niet meer op hun feestjes of bruiloften uitgenodigd omdat ze bang waren dat gevraagd zou worden: “Waar ken je haar van?” Zelfs op straat groetten ze me niet meer.

Maar dat alles is nu een beetje voorbij. Ook nichtjes worden eens volwassen en mijn ex collega’s beginnen weer te mailen en te bellen, omdat ze blijkbaar over de eerste schrik heen zijn of intussen gescheiden zijn van hun man en het oude beroep weer hebben opgepakt.”

God zei: Metje, dat is mijn lijfspreuk

Voordelen

Je leert veel mensen kennen achter de schermen kennen, vooral van de omroepen.

En als er een overwinning is voor De Rode Draad en breng jij het nieuws word je als een soort heldin gezien. Bijvoorbeeld applaus in de tram (toen de rode draad voor de zoveelste keer gered was). Of jonge meisjes die op je afkomen en zeggen:’Ik vind het heel goed wat u voor de vrouwen doet’ Ondanks de nare dingen heb ik er ook heel veel voordeel van veel lezingen en voorlichting geven,en hoop het nog een tijdje te doen. Ook hoef ik soms de taxi niet te betalen. De chauffeur zei gisteren nog: “Ik rij nu voor een goed doel.

In de weekends verblijf ik altijd in het oosten des lands om bij te komen. Vaak als ik moegestreden in de trein zit, komt er een vrouw of een meisje bij me zitten en begint dan prompt over de prostitutie te praten. Regelmatig komt het voor dat ze op het laatste moment bekennen dat ze ook het vak in willen. Bijvoorbeeld: een pas gescheiden vrouw vertelde me over haar dating avonturen via internet. Ik hoorde haar verhaal met stijgende verbazing aan. Het leek warempel mijn vorige beroep wel. Mannen met gezinnen die spelletjes wilden spelen en maar voor één nacht langs kwamen. Ze spraken op de gekste plekken af om onbetaald de meest perverse handelingen te verrichten, tot aan plas- en poepseks toe. En net toen ik er iets over wilde zeggen, zei ze: “Ik denk dat ik maar het vak in ga, want ik voel me eigenlijk een onbetaalde prostituee.” Ik heb haar mijn kaartje gegeven en gezegd: “Bel me maar. We moeten hier eens rustig over praten. Maar luister, het is wel een consult hoor. Ik kan niet van de wind leven.”

Wanneer ik over de Wallen loop, word ik dikwijls bijna de peeskamers ingetrokken door paniekerige vrouwen die bang zijn dat ze hun kamer zullen verliezen. Dat komt doordat er weer eens in de krant heeft gestaan dat de Wallen flink op de schop gaan. Ook in de supermarkt word ik geregeld aangesproken. Soms doe ik anderhalf uur over om een paar boodschappen te doen. Dit alles vind ik niet erg, want ik doe graag iets voor de vrouwen en meisjes uit het vak; ik sta ze te allen tijde te woord. Ik ben wel erg geschrokken van de jonge meisjes hier. Ze vroegen me de weg naar een bordeel of raam. In mijn tijd als prostituee wilden vrouwen graag in de glamourwereld van Peter Stuyvesant (sigarettenmerk) leven, maar nu, dankzij de TMF en MTV clips, bewegen ze zich liever in de wereld van semi-stoere meiden met minibikini die sensueel dansen met mooie, bruine jongens met gouden kettingen om hun hals. Ze zien zichzelf heupwiegend in sexy lingerie achter een rood verlicht raam. Ik probeer ze altijd te ontmoedigen, en degene die toch die wereld instapt met dat romantische TMF idee, komt bedrogen uit. Het is een keiharde wereld als je het vak niet kent. En als je ook nog een inhalig vriendje hebt, dan is de magie snel over. Ik krijg vaak spontaan complimenten van zomaar een voorbijganger in de tram die met de duim omhoog naar me roept: “Je doet goed werk meid!”

De journalisten en de presentatoren

Als je begint als nieuw gezicht bij De Rode Draad proberen ze je uit. Ze willen weten of je ervoor uitkomt dat je in het leven hebt gezeten. Zeg je: “ja”, dan is het één nul voor jou. Maar doe je er wazig over of ontken je het, dan proberen ze je uit en zullen ze er alles aan doen je in een fuik te trekken. Bijvoorbeeld door voor het interview een informeel, gezellig gesprekje met je te voeren om je loslippigheid later in het interview te gebruiken.

Het is mezelf een paar keer overkomen. Maar al doende leert men, nietwaar! Als ik nu een interview geef, dan roep ik iets wat ik graag als kop boven het artikel wil zien, maar doe alsof het een slip op de tong is; en ja hoor … het wordt de kop.

 Tv, radio en interviews

Ook ontmoet je vaak een aardige tv redacteur waarmee je een geweldig voorgesprek hebt. Eenmaal in het programma word je geïnterviewd door de grootse pestkop van de klas die er alles aan doet om je als een domme hoer neer te zetten en je na de opname volkomen negeert. In het begin dacht ik vaak ik stop ermee; laat ze het bekijken. De vuurdoop had ik bij Paul de Leeuw toen ik een Handboek voor hoeren had geschreven. (1998)  Eerst pakte hij mij mijn piepkleine hondje af, hield het hoog boven zijn hoofd en zei tegen het publiek: “Zal ik hem laten vallen?” Ik wist dat hij het nooit zou doen, maar was toch blij dat hij mijn kostbaarste bezit weer terug bij me op schoot zette. Ik voelde me, hoewel ik bloed nerveus was, dat hij ook niet wist wat hij met me aan moest. Ik gooide van alles op tafel: mijn laatste boek, mijn portfolio met foto’s die ik gemaakt had, en het script en tekeningen van een kinderboek. Toen zei hij: “Je bent een duizend-dingen-hoer”, en riep heel hard:” Kl a a a a a r!” Ik antwoordde: “Wat een bekend geluid, meneer De Leeuw.”

Nu neem ik vaak zelf de regie in handen en laat ze lekker zweten door grapjes te maken met veel zelfspot.

Mijn ergste tv interview was tijdens een idioot nachtelijk belprogramma waarvan de presentatrice alles in haar oor kreeg gefluisterd van de redactie op afstand. Op een bepaald moment zei ze: “Je moet toch wel erg uitgewoond zijn na al die jaren de hoer te hebben gespeeld …” Ik antwoordde: “Alles wat je vaak traint wordt strak.” Ook de alom bekende Birgitte Maasland kreeg tijdens haar spelprogramma waarbij ik vierhonderd euro won, iets in haar oortje gefluisterd wat ze keurig na kauwde: “Al geef je een aap of een hoer een gouden ring, het is en blijft een lelijk ding.” Wij hebben daarop via De Rode Draad het geld naar ‘Stichting AAp’ overgemaakt en een aapje genaamd Fanny Hill geadopteerd. Ook de apen voelden zich geschoffeerd door die mooie mevrouw Maasland.

Het aapje van De Rode Draad, door stichting AAp Fanny Hill gedoopt

Het aapje van De Rode Draad, door stichting AAp Fanny Hill gedoopt

Ten slotte was ik een keer te gast op tweede kerstdag in een radioprogramma. Na afloop was het de bedoeling dat de gasten een kerstliedje zongen. Een jonge assistente vroeg aan mij: “Mevrouw de Hoer, wilt u ook meezingen in het koor?”

Buitenlandse pers

De hele wereldpers heb ik over de vloer gehad. Vaak moeten de interviews in het Engels omdat ze geen tolk voorhanden hebben. Doorgaans werkt het als de lamme en de blinde; Japanners die je vragen stellen in een taal waar je niets mee kunt, of er is een cameraploeg uit Noorwegen dieeen mengeling van Fries en Limburgs lijken te spreken. Als het in het Duits moet, doe ik het vaak in plat Duits omdat dat veel lijkt op het Twents, mijn moerstaal waar ik erg goed in ben.

De buitenlandse pers is behalve brutaal, ook schattig. Zo had ik een keer twee oude Russische mannen die met trillende handen aan hun camera zaten te frunniken (volgens mij  Korsakov). Ze vertelden me in een soort steenkolen Engels, met handen en voeten, dat ze ‘s middags hun camera aan barrels hadden laten vallen. Ze schaften zich zojuist een nieuwe aan en vroegen mij deze voor ze in te stellen. Gelukkig film ik zelf en kon ik de camera daarom voor ze in orde brengen, waarna ik hem op een statief plaatste wat een mooi rustig beeld opleverde.

Pas kwamen er toevallig twee jonge Engelsen voorbij. Omdat ze op de wallen in de regen hadden lopen filmen deed hun microfoon het niet meer. Toen heb ik die van mij er maar aan vastgeknoopt. Ze zijn inmiddels tevreden terug naar Engeland gereisd. Ik heb deze Britten wel flink moeten toespreken, want ze zijn nog steeds boos op burgemeester Cohen die in een interview, waarin hij op alle Britten streng afgaf, zei: “Die brallende Britten kunnen beter thuisblijven. Ze zijn niet welkom in Amsterdam.” Ik heb dit hopelijk bijgesteld. Amsterdam, de city van seks, drugs en rock and roll. Hey Joe, welkom!  Sorry Joppy, ik ben nog lang niet uitgesproken.

Ook bij onze zusterorganisaties in de rest van de wereld zijn de persvoorlichters vaak wat oudere dames die niet meer het risico lopen een toekomstige carrière of relatie op het spel te zetten. Ikzelf ben nu fotograaf en programmamaker voor de Amsterdamse lokale omroep Salto. Dit combineer ik door vrouwen een Metjemorfose te geven en te interviewen en het geheel uit te zenden. Een Metjemorfose is een hele speciale vorm van de metamorfose, zo van vóór en na. Maar de Metjemorfose is meer. Het gaat niet alleen om het uiterlijk. Ik werk met allemaal verschillende types zoals: een heilsoldaat, een kunstenares, een parapsychologe (medium) een prostituee, schrijfster etc. Eigenlijk kan ik het geen interviews noemen; het zijn ontmoetingen die soms heel wat teweeg brengen. Ik luister en laat de vrouwen hun eigen verhaal vertellen waarvan ik elke dag leer, want in de kern van de zaak draait het altijd om liefde, en pas daarna komt de seks. En hoewel dit alles veel energie van me vraagt, is dit toch allemaal te combineren met mijn werk voor De Rode Draad. Mijn doen en laten is een rode draad die overal doorheen loopt, hoe je het ook wendt of keert.

Hulde aan mijn voorgangers. Margot Alvarez, de oprichtster van de stichting De Rode Draad, was één van onze eerste persvoorlichters. Zij deed dit werk fantastisch; ze gaf de prostituees een gezicht en sprak open en eerlijk over het vak wat ze in die tijd zelf nog uitoefende. Ze werd wereldwijd door tv stations en kranten geïnterviewd, maar toen zij ermee ophield, werd het een komen en gaan van persvoorlichters. De meeste werden overspannen. Wat was daarvan de oorzaak? Kwam het misschien doordat ze wel beroemd maar niet rijk werden, of door naïveteit en onvoldoende training? Ik weet het niet. Dit zou allemaal een rol kunnen spelen.  Ieder personeelslid deed te pas en te onpas de pers. Ze gingen zomaar voor de camera staan, niet wetend wat het inhield, wat het teweeg kon brengen, zoals vrienden die je de rug toekeren, op straat uitgescholden worden of later geen baan meer kunnen krijgen. En ook was het niet ongewoon dat je als jong mens regelmatig brutaal betast werd in vele uitgaansgelegenheden.

Ik zal er een keer mee moeten ophouden. Wil je me opvolgen? Denk dan eerst goed na….

Metje Blaak

In 2012 overwoog De Rode Draad een nieuwe perswoordvoerder te gaan zoeken. Sietske Altink schreef de volgende notitie:

Een notitie over het (pers) woordvoerderschap van De Rode Draad

Het  woordvoerderschap is de functie bij De Rode Draad waarin heel veel mensen gestruikeld zijn. Sinds Metje die rol op zich had genomen heerste er een ongekende rust aan dit front.

De media verwachten, eisen zelfs dat de woordvoerder een (ex) sekswerker is. Als dat niet kan, wordt de woordvoerder geacht ergens een sekswerker vandaan te toveren die het woord kan voeren. De nieuwe woordvoerder zal weldra merken, dat de media willen dat ze sekswerkers bij het interview haalt, anders gaat het media-optreden niet door.

Emancipatie en stigma

Het paste ook bij een organisatie als De Rode Draad (emancipatie) dat het gezicht van De Rode Draad een sekswerker was. Daartoe bestond er bij De Rode Draad een functie: PR medewerker die dat met andere taken bij De Draad combineerde. Totdat Metje het woordvoerderschap op zich nam, is dit in meer of mindere mate dramatisch verlopen. Het meest dramatisch was de zelfmoord van Rico waarbij we vermoedden dat haar blootstelling aan de openbaarheid een rol speelde. Anderen kregen vroeg of laat last van het stigma dat op prostitutie rust. Voormalige perswoordvoerders kwamen erachter dat de foto’s en de filmpjes je blijven achtervolgen, ook als je een nieuwe relatie bent aangegaan en van koers wilt veranderen.

Het perswoordvoerderschap lijkt een glamourachtig gebeuren: talkshows, leuke mensen ontmoeten en op straat herkend worden. De werkelijkheid is anders. De sekswerkers worden in de media vaak geschoffeerd. Daar kan Metje ook over meepraten. Paul de Leeuw heeft karaktermoord op Metje gepleegd en bij BNN werd ze volkomen voor gek gezet. Maar dit gebeurt ook uit het zicht van de camera’s. Metje werd in de tram bespuugd en ze is zelfs bedreigd. Sekswerkers die buiten het verband van De Rode Draad om al of niet in een opwelling bedachten dat een media optreden geen kwaad kon of zelfs een nieuwe wending aan hun leven zou kunnen geven, moesten dat vaak bezuren. We hebben met lede ogen toegezien hoe de vrouwen in een Talpa reality soap als kijvende wijven werden afgebeeld en daarna volledig zijn uitgekotst. En we hebben vaak vrouwen aan de telefoon gehad die spijt hadden: ze waren hun uitkering kwijtgeraakt en hun kinderen waren achter hun beroep gekomen. Vandaar dat Metje en ik hadden besloten dat we nooit en te never in zouden gaan op vragen van de pers voor bemiddeling in het vinden van prostituees.

Metje staat de pers te woord op de Zwarte Cross. Foto Hurekamp

Metje staat de pers te woord op de Zwarte Cross. Foto Hurekamp

Het is overigens niet alleen de boze buitenwereld die het sekswerkers die publiek gaan, moeilijk maakt. We hebben onlangs nog meegemaakt dat iemand die zich als sekswerker presenteert Mariska en Metje ernstig demoniseerde. Het gebeurt wel vaker dat sekswerkers zeggen dat ze zich niet herkennen in deze twee vrouwen. Dat kan, want de situatie van een ieder is anders. En voor een deel is dat een kwestie van te hoog verspannen verwachtingen: “Ze doen niets voor ons, ze krijgen die raamhuren niet omlaag’,  wordt er al gauw in het veld gezegd. En dan komt er al snel een ressentiment bij kijken: ze gaan alleen maar in de pers voor de glamour, maar echt wat voor ons doen, ho  maar. Dit geeft ook aan dat de perswoordvoerder in een spagaat zit; ze is enerzijds lid van de doelgroep maar steekt er ook weer boven uit.

Kunnen sekswerkers dan nooit de media opzoeken? Jawel, maar dat moeten vrouwen (mannen) zijn die heel sterk in hun schoenen staan, die vaak al bekendheid hebben als sekswerker en die niet meer aan het begin van hun leven zijn. Dus vrouwen als Metje en Mariska. Charismatische vrouwen, die van hun bevlogenheid een levensstijl hebben gemaakt.

NB: Metje heeft in 2013 Moskou Aan De Amstel gepubliceerd, waarin ze haar ervaringen heeft vastgelegd. Ze is sinds de opheffing van De Rode Draad actief als ombudsvrouw voor sekswerkers.