In 1995 kopten de kranten [i] dat de FNV samen met De Rode Draad een coöperatie voor prostituees ging opzetten. Op 17 juli 1995 werd de naam logo kleurProsex voor deze organisatie bij de notaris vastgelegd. Zo begon het verhaal van een interessant project dat verwerd tot een dubieus boekhoudkantoor.

Prosex was oorspronkelijk een initiatief van Margot Alvarez van De Rode Draad en Mieke Veenstra van de FNV. In de eerste stukken werd  Cees Provily vaak als adviseur genoemd. Aanvankelijk was Hans Scholtes van de Mr. De Graafstichting er ook bij betrokken. Hij had een uitgebreid, doch zeer ambitieus plan ontworpen over hoe de coöperatieve vereniging eruit moest  komen te zien. (Klik hier voor de verkorte versie) Hij haakte echter af omdat het in die periode niet zo boterde tussen De Rode Draad en de Graafstichting. (Klik hier voor een artikel over Prosex in het blad van exploitanten, Relax)

In 1995 overwoog het bestuur van De Rode Draad de hele organisatie op te laten gaan in Prosex. De oorspronkelijke Rode Draad zou als een actiegroepje gaan fungeren voor zaken die niet door Prosex aangepakt konden worden: de strijd tegen de politieregistratie en het opkomen voor sekswerkers die niet de juiste papieren hadden.

De coöperatie

De coöperatieve vereniging Prosex had onder andere tot doel de werkverhoudingen in prostitutiebedrijven te verbeteren. Ze wilde  bijvoorbeeld  de percentageregelingen in clubs en privéhuizen – dat wil zeggen het percentage van wat de klant betaalt dat naar de baas gaat-  vervangen door kamerhuur. Pensioenopbouw maakte ook onderdeel uit van de plannen. Daarnaast zou Prosex administratieve dienstverlening gaan bieden voor witwerkende sekswerkers. In dit verband werd er contact opgenomen met Moret, Ernst en Young, maar dat kantoor gaf aan niets in de plannen te zien.

Goede bedrijfsgezondheidszorg stond centraal in het project. In dat verband werden er contacten gelegd met de toen aan de FNV gelieerde verzekeringsmaatschappij Reaal. Deze organisatie deed een offerte voor een verzekeringspakket. ReaaL was ook bereid een financiële bijdrage aan Prosex te leveren en een logo te ontwerpen. (Klik hier voor het aanbod van Reaal) Er werden ook contacten gelegd met Payroll, een organisatie die de verloning van artiesten verzorgde en met uitzendbureau Start. [ii]  De doortastende Mieke Veenstra had STEW – een organisatie voor startende ondernemers ingeschakeld om een bedrijfsplan te maken. De initiatiefnemers begonnen zelf met een marktonderzoek. (Klik hier voor de voorbereiding van het marktonderzoek.) De organisatie ging uit van in totaal 8500 werkplekken verdeeld over 1000 clubs en privéhuizen en raampanden in tien gemeenten in Nederland. 15 procent zou naar verwachting aansluiting zoeken bij Prosex. De coöperatie wilde ook arbeidsovereenkomsten met derden kunnen sluiten en was van plan met de Belastingdienst te gaan onderhandelen over hoe de afdrachten plaats moesten vinden. Maar op dit punt doemde er een probleem op: hoe kan dat anoniem?

In dit soort gevallen komt men altijd met een pasjessysteem als oplossing. Net toen die discussie woedde kwam ene Han B. op de proppen. Deze automatiseringsdeskundige had via de media over Prosex gehoord en wilde wel uit gaan zoeken hoe er een sluitend pasjessysteem kon komen. (Klik hier voor het pasjesplan)  Ondanks de vele gesprekken die er door hem met ambtenaren, de Belastingdienst en politiefunctionarissen zijn gevoerd, is het nooit gelukt om het pasje aanvaardbaar te maken voor de overheidsdiensten. Er kwam wel een pasje, maar dat diende alleen om aan de exploitant te laten zien. Het voordeel van het pasje zou zijn dat sekswerkers van werkplek konden wisselen zonder hun identiteit aan de exploitant bekend te hoeven maken. Han B. richtte een onderafdeling op van Prosex: PPS, een filterorganisatie, om de identiteit van sekswerkers te beschermen. Daarnaast stichtte hij een fonds: PUMP.

Prosex had subsidie aangevraagd, maar dat werd afgewezen, omdat het niet om innovatie ging. (Klik hier voor de afwijzing). Er was dus geen geld om bijvoorbeeld Han B. te betalen. Hij loste dit op door zich tot ‘directeur zonder betaling’ van Prosex te benoemen. Dit betekende dat hij voor zijn inkomsten afhankelijk was van de betalingen van sekswerkers, maar die meldden zich niet massaal. Voor Han B. was het daarom van belang de medewerking van exploitanten te krijgen. Dat was niet eenvoudig, want door de overhaaste presentatie van Prosex in de pers, waarin ten onrechte werd gemeld dat de coöperatie al in onderhandeling was getreden met exploitanten, bestond er veel weerstand van exploitanten tegen het initiatief. [iii]

Exploitanten

Een bijkomend bezwaar van exploitanten was dat de suggestie was gewekt dat iedereen alleen maar via Prosex in de prostitutie kon werken. Dat was niet waar, maar het kwaad was al geschied. Han vond het een probleem dat exploitanten Prosex associeerden met De Rode Draad en de FNV. Hij zette een offensief in en ging de bordelen af om zowel exploitanten als sekswerkers warm te maken voor zijn organisatie. (klik hier voor de prosexfolder) De Rode Draad zag dit met lede ogen aan; het veldwerk was nooit bedoeld geweest om exploitanten te paaien en sekswerkers bij commerciële projecten te betrekken. Bepaalde regelingen die dienden om uitbuiting tegen te gaan – in lijn met het oorspronkelijke doel-  werden door Han B. niet bij de exploitanten aangekaart. Een andere klacht was dat hij vrouwen die vragen hadden nooit naar De Rode Draad doorstuurde. De handelwijze van Han B., leverde De Rode Draad veel imagoschade op.

De verwording

Een medewerker van De Rode Draad betrapte Han B. erop dat hij probeerde een vrouw over te halen in de prostitutie te blijven. Hij wilde namelijk de klant niet kwijtraken. De Rode Draad kapittelde hem hierover. De Rode Draad zag  Han ook nogal eens onderhandelen met een man en een vrouw, waarbij de man het woord voerde omdat de vrouw de taal niet beheerste. Tevens  kwam het voor dat hij de zaken snel in orde moest maken voor een zenuwachtige vrouw, ‘want haar vriend zou haar zo ophalen’.

 

In 1997 wordt de samenwerking tussen Han B. en De Rode Draad definitief beëindigd. In 1997 wordt het BOP (Branche Overleg Prostitutie),  een van de onderafdelingen van Prosex die Han B. in het leven had geroepen, de boekhoudorganisatie voor exploitanten. Het laatste wat van Han B. werd vernomen was dat hij zich in 1999 als raamexploitant had opgeworpen.

Sietske Altink


[i] bijvoorbeeld Het Parool 29-07-1995

[ii] Later, in 2002, toen De Rode Draad een Vakbond in zich herbergde zijn de contacten met Payroll hernieuwd.

[iii] De Hoerenbond, een afscheiding van De Rode Draad, uitte luid en duidelijk hun afkeuring van het project. Het zou nooit werken en een pensioenplan voor sekswerkers was onrealistisch. Theo Heuft, de exploitant van Yab Yum, liet via de media weten nooit met Prosex in zee te zullen gaan.