Not all sexworkers are trafficked

In the Red Light District everything is well organized

We don’t need people scaring our customers away

Deze teksten stonden te lezen op de papieren die op de rode paraplu’s waren geplakt van actievoerders van Proud, sinds eind 2014 de sekswerkersorganisatie in Nederland. Ze reageerden op de actie op 21 januari 2015 van de Jongerenafdeling van de Christen Unie die een Meldpunt Mensenhandel tegen de misstanden in de prostitutie wilde inrichten.

Presentatie Proud

Presentatie Proud

Proud ontkent het bestaan van mensenhandel niet, maar protesteert in feite tegen wat een pars pro toto stigmatisering is van sekswerkers, dat wil zeggen: een kenmerk van het slechtste deel van de branche wordt op het geheel overgebracht. (Elias en Scotson, 1965). Met andere woorden, alle sekswerkers worden gestigmatiseerd als slachtoffers van ‘gedwongen prostitutie’. Zoals een andere sekswerker het al eerder uitdrukte: ’Ik word alsnog slachtoffer van mensenhandel gemaakt’.

De term ‘gedwongen prostitutie’ wordt overigens al snel in de mond genomen. Ik spreek liever van werken onder de een of andere vorm van dwang. Ook mensen die wel in de prostitutie willen werken, kunnen slachtoffer zijn als ze het geld niet zelf mogen houden. Maar de term  ‘gedwongen prostitutie’ suggereert dat iemand onder geen enkele voorwaarde in de prostitutie wil werken.

Maar hoeveel sekswerkers werken ‘onder de een of andere vorm van dwang’? Naar aanleiding van de Jojanneke documentaires doet het getal van 70 procent de ronde. Dat lijkt een gemiddelde van de 50-90 procent uit het geruchtmakende rapport met de naam Schone Schijn. In dat rapport komt men tot dit percentage – met overigens een veel te grote foutmarge – op grond van ‘harde’ en ‘zachte’ signalen van mensenhandel. Nu zijn vooral die zachte signalen kwestieus. Want die gaan om zaken als ‘het idee hebben dat iemand niet lekker in haar vel zit, te mager is’  en dergelijke vaagheden.

cu bij de wallen

De actie van de CU. Met dank aan Mariska Majoor.

De bewering dat zeventig procent ‘gedwongen’ ís valt niet hard te maken. Die signalen van mensenhandel worden immers altijd in een bepaalde situatie afgegeven. Toen De Rode Draad nog veldwerk verrichtte had ze soms het gevoel dat er op bepaalde plekken niet op eigen initiatief werd gewerkt. Maar bij een bezoek aan dezelfde plek, op een ander moment, ontmoette ze vrouwen die wel een zelfstandige indruk maakten. En zoals een politieman terecht tijdens een debat opmerkte: ‘Ik weet niet eens hoeveel prostituees er dagelijks in Amsterdam werken, hoe kan ik dan weten welk percentage gedwongen is?’

Inderdaad, het is helaas een feit dat er soms subtiele of grove dwang in de prostitutie wordt uitgeoefend. Het veldwerk leerde ook dat de term ‘mensenhandel’ sekswerkers- en ook de mogelijke slachtoffers onder hen- niet aansprak. Medewerkers van De Rode Draad kregen reacties als: ‘Wat is dat? Dat overkomt mij niet. Ik heb nu het probleem dat ik schulden moet aflossen’. En dit brengt me op een ander kritiekpunt ten aanzien van de actie van de Christelijke Jongeren. Hebben ze wel eens gevraagd of slachtoffers of potentiële slachtoffers een meldpunt willen? Of vinden ze dat slachtoffers per definitie geen mening kunnen hebben?

Sietske Altink