1539: Burgers in de buurt rond het Spui kregen het van Koningin Maria (residerend in Henegouwen) gedaan dat ze het bevel gaf het Spui vrij te maken van bordelen. In de tweede helft van de zestiende eeuw vond prostitutie plaats in de wijk Het Padmoes, een beruchte buurt met veel krotten en stegen. De buurt werd gesloopt om de bouw van de Nieuwe Kerk mogelijk te maken. (gemeentelijke website Den Haag).

17de en 18de eeuw

Den Haag was na Amsterdam de tweede prostitutiestad van de Republiek. Het gunstig stemmen van een diplomaat door hem naar een prostituee te brengen, werd  gedoogd. In dit tijdsgewricht stonden er strenge straffen op overspel. Het feit dat overspel zwaar werd bestraft gaf in ieder geval in Den Haag aanleiding tot machtsmisbruik. Baljuw Adriaen Rosa (1618-1689) werd in een anoniem gedicht beschuldigd van corruptie en koppelarij. Maar zijn opvolger, Van Banchem, was mogelijk nog erger. Deze van Banchem kreeg het ambt in zijn schoot geworpen door Willem III, uit erkentelijkheid voor zijn rol in de lynchpartij van de Gebroeders de Witt. Hij deed aan zelfverrijking door het innen van boetes via het toen gangbare systeem van ‘compositie’, een vorm van schadeloosstelling. Wanneer hij een hoogwaardigheidsbekleder in een bordeel betrapte, stelde hij hem voor de keus: een flinke afkoopsom betalen of een aanklacht wegens overspel met alle publieke schande van dien riskeren. Hij dwong prostituees onder dreiging met opname in het tuchthuis informant te worden. Door middel van bepaalde codes moesten zij laten weten wanneer zij bezoek hadden van een prominente burger. Dan kwam hij wel even langs om hem af te persen. Tevens liet hij zijn eigen woning als rendez-vous huis gebruiken. Hij werd in 1679 wegens machtsmisbruik uit zijn ambt gezet. Hij werd zelfs tot de doodstraf veroordeeld.

Het bordeel van Madame Jeanne op de Haagse Kalvermarkt, rond 1900

Het bordeel van Madame Jeanne op de Haagse Kalvermarkt, rond 1900

In het zeventiende en achttiende eeuwse Den Haag werden prostituees, net als in Vlissingen, Den Bosch en Nijmegen, gestraft door ze tentoon te stellen in een kooi die zo snel werd rondgedraaid dat iedereen kon zien dat zij hun kleren onderkotsten. Dit werd pas in 1752 afgeschaft. Ook was Den Haag meer consequent dan andere steden in het bestraffen van klanten toen prostitutie onder invloed van de Reformatie werd verboden. Het aantal klanten dat in Den Haag straffen kreeg bereikte in het laatste kwart van de achttiende eeuw een hoogtepunt. (Van de Pol, 1996). In deze periode moesten ambtenaren beloven niet bij de exploitatie van prostitutie betrokken te raken. Net als in Amsterdam was het bordeelhouden eerder een privilege van de schout.Daarin was de kwestie van de baljuw Van Banchem cruciaal. Naar aanleiding van deze kwestie werd door de Staten op 11 september 1677 een verbod  op het composeren uitgevaardigd. Vanaf die datum kon een man alleen maar van overspel worden beschuldigd als hij op heterdaad wsd betrapt.

Behalve in de huizen van ontucht was er in de zeventiende eeuw veel tippelprostitutie in het Haagse Bos. Deze vrouwen stonden zwaar onder druk van ‘beschermers’. (Van de Pol, 1996) Ze zochten hun beschermers onder soldaten die daar waren gelegerd. De hoeren die samenwoonden met hun beschermers waren vaak dievegges. Voordat een klant tot actie overging schoot haar man hem aan met de vraag: ‘Wat doe je daar met mijn vrouw?’ De weerloze klant werd dan beroofd. (Van de Pol,.1990 in De Blacklight 1990) Het viel de 18de eeuwse schrijver Le Franq van Berkhey op dat de prostitutiewereld van Den Haag harder was dan elders in Nederland. Hij weet dat aan het hoge aantal militairen die in de Hofstad woonden.

De 19de eeuw

De Franse tijd: Napoleon bepaalde dat de Haagse prostitutie naar de buitenwijken moesten. De registratie naar Frans model werd ingevoerd. IDit betekende dat prostituees geregistreerd moesten worden en bij ziekte een werkverbod opgelegd kregen.

1825: De gemeenteraad vraagt om maatregelen tegen de verspreiding van de geslachtsziekten. De kwestie van de reglementering komt aan de orde.

1827: Als een van de weinige steden in Nederland betreurde Den Haag het dat het reglementeringssysteem in 1813 na het vertrek van de Franse bezetter was afgeschaft. In 1827 voerde Den Haag de reglementering weer in. In dit jaar werd het ‘reglement nopens de publieke huizen en de zoogenaamde huizen van ontucht van kracht’. Daardoor werden prostituees verplicht zich wekelijks te laten onderzoeken. Wanneer er bij hen symptomen van geslachtsziekten werden geconstateerd moesten ze in het ziekenhuis blijven tot de geneesheer ze genezen had verklaard. Alleen in Den Haag was in het ziekenhuis een aparte afdeling voor hen gereserveerd. Dit alles moest bekostigd worden door middel van afdrachten van prostituees en bordeelhouders. De kaarten uit het Franse systeem werden vervangen door een boekje.

1856: Verordening op de regelende het gezondheids-‘ politietoezigt op den openlijken huizen van ontucht.’ Den Haag was de eerste stad die op grond van de gemeentewet uit 1851 de prostitutie met gemeentelijke verordeningen regelde. De medische keuring was gratis. De bordelen mochten niet in de buurt van kerken en scholen worden gevestigd. De bordeelhouders moesten een vergunning aanvragen en prostituees mochten alleen op de plaatsen die de politie hun toewees concerten, theater en andere openbare vermakelijkheden bijwonen.

1856: De Haagse arts Donkersloot bestrijdt het belang van reglementering voor de bestrijding van de geslachtsziekten. (Mooy, 1993)

23 juli 1861: Er worden nog meer hygiënische richtlijnen aan de verordening toegevoegd: ‘Alle vrouwen die, hetzij op zichzelve, hetzij gezamenlijk met anderen hetzij in het openbaar, hetzij in de eigen woning of in die van anderen daartoe al dan niet met name bestemd, van de prostitutie haar beroep maken of zich daar aan overgeven, zijn publieke vrouwen. In Den Haag kon de burgemeester vrouwen ambtshalve registreren wanneer het vermoeden bestond dat ze in de prostitutie werkten.

1892: De Haagse gemeenteraad verwerpt het voorstel tot afschaffing van de reglementering.

1895: De Haagse gemeenteraad aanvaardt het voorstel tot afschaffing van de reglementering.

1889: Er waren in 1889 zes bordelen en vijf rendez-vous huizen in Den Haag. Nadat in In 1895 toen het reglement en medische keuring werd afgeschaft, kromp de vergunde prostitutie steeds meer. In 1889 zouden er in Den Haag 19 buitenlandse prostituees in Den Haag werken, veel minder dan in Rotterdam en Amsterdam. Volgens de politie kwam dat omdat Den Haag streng was voor vreemdelingen. Wel kwam er vrouwelijk personeel met de buitenlandse badgasten mee die als gelegenheidsprostituee werkten. De politie Den Haag hield bepaalde lijsten bij. In Den Haag telde de politie in 1912 71 verdachte huizen met inwonende prostituees, 41 melksalons en verwante verdachte gelegenheden en 515 alleenwonende prostituees. Deze vrouwen waren allemaal met naam en toenaam bekend bij de zedenpolitie. Toentertijd was vijf procent van de prostituees buitenlands.

20ste eeuw

Rond  1900 zou er in de buurt van het Binnenhof worden getippeld.

1905: In Den Haag wordt het bordeelverbod ingesteld.

In 1908 waren er nog 2 geregistreerde huizen met 7 pensionnaires. In diezelfde periode was het aantal clandestiene huizen toegenomen van 34 tot 70. Er zouden in Den Haag 100-1500 zelfstandige prostituees actief zijn. Die hadden meestal ander werk en gingen ’s avonds naar gelegenheden zoals de Lunchroom om klanten te werven. Dat waren een soort vrouwenbeurzen. Zij woonden alleen of met vriendinnen op kamers. Slechts tien procent van deze vrouwen had  een souteneur. Later gaf de Haagse politie weer lagere getallen door. De tweede keer had men alle namen geregistreerd, de eerste keer ging het om een ruwe schatting. Bordelen zijn nu eenmaal gemakkelijker te tellen dan sekswerkers. (Bossenbroek en Kompagnie, 1998). Deze bordelen zaten niet meer in de buurt van het Spui, maar in de Stationsbuurt en in het Bezuidenhout.

1911: In Den Haag moet er rond 1911 reeds raamprostitutie zijn geweest. In Kamerdebatten wordt er in dit jaar namelijk gesproken over de raamprostitutie ’Op het Zieke’’en het Huygenspark, althans volgens de website van de Doubletstraat.

Ten tijde van de eeuwwisseling was het inwonertal van Den Haag verdrievoudigd. De bordeelprostitutie maakte er plaats voor meer ongebonden vormen van prostitutie. Door de formulering van het  bordeelverbod 250 bis was het moeilijk bewijs van prostitutie te verzamelen. En Den Haag vond ni aanvullende wetgeving niet nodig. Die kwam er wel in 1923. (Bossenbroek en Kompagnie, 1998)

Jaren twintig: De prostitutie zat in de buurt van het Spui en de Burgwal. In de tijd tussen de twee wereldoorlogen verschenen de eerste ‘massagehuizen’, ook in Den Haag. Men had toen de codes ontwikkeld zoals Russische en Franse massage om bepaalde seksuele handelingen aan te duiden. In Den Haag waren er meer massagesalons dan elders in Nederland.

1938: Den Haag verbood straatprostitutie, die door het bordeelverbod was toegenomen. (Koenders, 1996)

1941: De Duitse bezetter voerde de reglementering weer in. Een persoon die mogelijk besmet was met een geslachtsziekte kon worden opgepakt. (Westerhof, 2008)

Na WO II kwam de prostitutie terug in Den Haag en wel in wijken rond het centrum. Er heerste toen grote onzekerheid over de bestemming van de oude buurten in de binnenstad. Door die besluiteloosheid verpauperden de buurten. Pooiers kochten er panden op en verhuurden kamers aan sekswerkers. Die buurten wilde men aanvankelijk slopen om er grote gebouwen neer te kunnen zetten. Net als in andere steden komt men in Den Haag daartegen in verzet.

In de jaren vijftig zaten er maar in een paar woningen  in de Poeldijksettraat prostituees.  Dat waren Marie Vet, Blonde Frieda en tante Stien, aldus Karel Verkijk, in 1999 de oudste nog levende pooier. Hij was de eerste pooier in de Poeldijksestraat. Aanvankelijk had hij steeds ruzie met de buurtbewoners. Later kregen diezelfde buren in de gaten dat het een lucratieve business was en ‘zetten moeders achter het raam’. De vrouwen kregen toen kleurrijke bijnamen: Riet de Leugenaar, de Gaspijp, Bloemetje, de Barones, de Kaketoe met haar maffe pruiken, Slapende Aal en  Zwarte Handje. Leentje de Rat had samen met haar man een bordeel. Ze werkte destijds op het Oranjeplein. De vrouwen verdienden veel door voor te lezen uit vieze boekjes. De zedenpolitie deelde boetes uit voor tikken op het raam, knipoogjes geven aan passerende mannen en de knieën ontbloot laten. Ieder raam had twee spionnetjes. Als de zedenpolitie eraan kwam riep men: nylon, dus nylon kousen aan en de kleren fatsoeneren. Karel Verkijk had met andere bikkers  ([pooiers) het Syndicaat opgericht, een soort branchevereniging. Die club bestond uit Henkie Schades, Arie Rog, Tommie de Boer en Kokkie Luitgaarden. Ze beschermden de meisjes met hun vuisten. De pooiers waren dierenliefhebbers. Henkie Bartels, had een big. Een andere exploitant had een poema. Er was niettemin veel geweld. de  moorden op Blonde Marietje, Blonde Dollie en Bloemetje en de aanslagen op seksbazen Tinus Fens en Henk Bartels. (gebaseerd op Panorama 8-12-1999)

1952/1953: In de APV werd een verkapt verbod op raamprostitutie vastgelegd: het was verboden om binnenshuis de aandacht van voorbijgangers te trekken.

1964: De gemeente maakt een afspraak met buurtbewoners: in ruil voor het wegsaneren van de raamprostitutie bij het station Hollandse Spoor, werkt de buurt mee aan het realiseren van nieuwbouw. [i]

1968: De bewoners aan het Oranjeplein klagen over overlast van tippelen.

1969: Tippelprostitutie ging naar de Waldorpstraat, die niet al te afgelegen was. Bewoners die wilden verhuizen werden zo goed mogelijk geholpen.

1969: Bedrijven wilden schadevergoeding voor het verplaatsen van prostitutie.De gemeente werd geïntimideerd door de sekswereld.

1972: De gemeente Den Haag greep een keer in bij een illegale verbouwing. De ME stond klaar maar hoefde niet op te treden.

1972/1973. Den Haag gaat overleggen met exploitanten. Een delicate kwestie, want er waren gevallen van intimidatie en bedreiging van ambtenaren door exploitanten bekend.

1973: Met een seksbaas uit de Katerstraat was de ruil met een pand in de Geleenstraat overeengekomen. De Geleenstraat vond echter dat de man er niet paste. Kort daarna werd de nieuwkomer vermoord aangetroffen.

1976: Tot 1976 was de raamprostitutie in Den Haag zeer verspreid. In de Katerstraat zat toen de grootste concentratie van raamprostitutie in Nederland. Tussen ieder bordeel zaten vier of vijf huishoudens die niet wilden verhuizen. (Overman) In de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw was er raamprostitutie in de Scheldebuurt en in het Centrum. Blonde Dolly bijvoorbeeld werkte in de Nieuwe Haven, nu een gewone straat. Er waren ook ramen aan Het Groene Weggetje. Eind jaren zeventig bevonden zich er in ’t Oog  nog gewone woningen boven de ramen. Den Haag voerde door middel van een wijziging van de APV (Algemene Politieverordening een concentratiebeleid voor de raamprostitutie in. Het werd beperkt tot de Katerstraat, de Hunsestraat, de Geleenstraat, de Doubletstraat en de Poeldijksestraat. Buiten deze straten waren er nog zo’n 40 panden waar prostitutie werd bedreven. Daarop paste men een uitsterfbeleid toe.

Men hield zich strikt aan de regel dat het verboden was voor prostituees beneden de 21. Strikt?  Niet altijd zo blijkt uit een interview met een vrouw die er in de jaren zeventig werkte).

Ben ik ook achter het raam gegaan, hoe oud was ik toen… Een jaar of 17, denk ik. Een jaar of 16, toen ben ik achter het raam gegaan. En dat heb ik jaren volgehouden.

S: In den Haag?

L: In den Haag.

S: Daar moest je toch 21 zijn?

L: Ja, stiekem. Er zitten er zoveel die er jonger zijn. Een man van de zedenpolitie heeft zelf tegen me gezegd, dat was W., een hele fijne vent, als je nou achter in de kamer gaat zitten, en je gaat niet voor in de kamer zitten, vlak achter het raam, laten we het oogluikend toe. Maar ja, zo gauw het wagentje van de politie voorbij was, zat je weer direct achter het raam.

1976-1977: Buurtbewoners protesteren tegen de verbouwing van prostitutiepanden op grond van art. 250 bis, Wetboek van Strafrecht. (Het bordeelverbod). Den Haag kocht de prostitutiepanden op. De rechter stelde de gemeente in het gelijk. De aankoop diende om de prostitutie te beperken.

1979: De gemeente Den Haag verzoekt de Mr de Graafstichting om onderzoek te doen naar overlast. Dat ging vooral over de verkeersoverlast. Voor die tijd was het tamelijk nieuw dat de prostitutiewereld bij het onderzoek is betrokken. Zowel exploitanten als sekswerkers waren niet blij met de mogelijke afsluiting voor auto’s.

1979: De gemeente Den Haag vraagt de Mr. A. de Graafstichting onderzoek te doen naar overlast van verkeer in prostitutiestraten.

1980: De raamprostitutiestraat Doublet wordt afgesloten voor verkeer. Voordien reden klanten er voortdurend rondjes omdat men de straat maar van één kant kon binnenrijden. Exploitanten protesteerden.

1980: Naar aanleiding van de problematiek van verslaafden, ontstond er aandacht voor het welzijn van sekswerkers. De Mr. A. de Graafstichting werd ingeschakeld. Deze instelling ging in zee met Ceciel Brand. Zij schreef het rapport Hulpverlening aan prostituees in Den Haag. Voor dit onderzoek richtte zij zich vooral op straatprostituees. Zij pleit ervoor de vrouwen vooral een rustpunt te geven, wat volgens haar effectiever is dan ze meteen een afkickprogramma aanbieden.

1982: Ceciel Brand wordt als hulpverleenster tijdelijk bij de politie Den Haag ondergebracht. Zij kwam voor een jaar in dienst.

Het prostitutie maatschappelijk werk wordt later van de politie losgekoppeld en gaat verder als SPP (Stichting Prostitutie Projecten). Nog later wordt dit SHOP (Stichting Hulp en Opvang Prostituees)

1982: De Huiskamer voor sekswerkers wordt ingericht. [ii] (HAJ= Huiskamer Aanloop Jeugdprostitutie)

1983: Vanaf 1982 protesteren buurtbewoners tegen overlast van straatprostitutie op de toegangswegen naar de raamprostitutiegebieden. Dit leidt in 1983 tot de instelling van de tippelzone. [iii]

1983: Den Haag vervaardigt  een rapport in opdracht van de Werkgroep Prostitutie. De Graafstichting werkt daaraan mee en op grond van dit rapport wordt de verkeersoverlast in vijf raamprostitutiestraten aangepakt.

1975-1985. Wethouder Duivestein behandelt prostitutie als een onderdeel van stedelijk beheer, waar een allesomvattend beleid voor nodig is.

1984: De Nota Prostitutie en Stadsvernieuwing verschijnt.

1985: Den Haag wilde de prostitutie weghebben uit de Katerstraat. De exploitanten moesten gecompenseerd worden. Tevens rijpte er een plan om de Doubletstraat autovrij te maken. Bewoners waren boos dat de gemeente prostitutiepanden had gekocht in de Katerstraat en spanden een rechtszaak aan. De gemeente werd in het gelijk gesteld. Het was niet in strijd met art 250 bis, Wetboek van Strafrechte, ofwel het bordeelverbod.

Halverwege de jaren tachtig is het aantal werkplekken in de raamprostitutie verdubbeld. De kamers worden opgedeeld om zo migranten te kunnen laten werken.

1985: De Vervolgnota Prostitutie verschijnt. Daarin staat prostitutie als een beroep beschreven en pleit men voorzichtig voor legalisering.

1986: De politie registreerde 59 nationaliteiten sekswerkers.

1986: De Stuurgroep Prostitutie wordt omgezet in het Bestuurlijk Overleg Prostitutie.

1988: Gemeenteraadsleden bespreken op 26 januari de Nota  In het kader van het leven, met De Rode Draad, De Graafstichting en organisaties voor hulpverlening aan migrantensekswerkers.

1988: In 1988 wordt het prostitutieplatform opgericht waarin de gemeente, SPP en exploitanten participeren.

1992: De tippelzone aan de Waldorpstraat wordt ingekort. De huiskamer verhuist een klein stukje. [iv]

1995: In 1995 worden de raamprostitutiestraten in Den Haag uitgeroepen tot noodgebied. [v]

1995: Den Haag gaat een gedoogbeleid ten aanzien van prostitutie voeren.

1995: Den Haag heeft een voorwaardelijk sluitingstijdenbeleid ontwikkeld.

1996: De gemeente Den Haag kondigt aan de vreemdelingencontrole in de prostitutiezones aan te scherpen. (Dus mensen zonder de juiste papieren niet meer te gedogen.)

1997: In Den Haag verschijnt de Nota Concept Vergunningenbeleid. Bordeelhouders die zich aan de regels houden, mogen hun bedrijf voortzetten. [vi]

De open dag. Foto Jan Visser.

De open dag. Foto Jan Visser.

1997: De gemeente Den Haag legt op verzoek van sekswerkers een tijdelijke weg aan van de Waldorpstraat naar de afwerkplekken. Dat diende ook om overlast te voorkomen. [vii]

1997: Het gebied rond de Poeldijksestraat blijft een noodgebied, vooral in verband met de drugscrimininaliteit.

1998: De gemeente evalueert de effecten van het uitroepen van de raamprostitutiegebieden tot noodgebied. [viii]

1998: Stichting Prostitutie Projecten (Later SHOP, prostitutiemaatschappelijk werk) en de Organisatie van Raamexploitanten (SOR) zitten wekenlang aan tafel om de overlast van prostitutie te bespreken. [ix]

1998: Politie wil camera’s in de Poeldijksestraat en de Doubletstraat plaatsen om berovingen en drugshandel te kunnen bestrijden. [x]

1998: Raamexploitanten willen een open dag organiseren. De gemeente wil deze activiteit verbieden in verband met de te verwachten openbare orde problemen. De Open Dag gaat gewoon door en er ontstaan geen problemen.

1998: De burgemeester wil het aantal ramen terugbrengen.[xi]

1999: De gemeente schrijft het Plan Aanpak Raamprostitutie Den Haag. [xii]

1999: Gemeente schrijft de Nota Volksgezondheid (1999-2002). De aanbeveling in deze nota om een medisch spreekuur op de tippelzone te gaan houden, wordt overgenomen.

1999: De rechter keurt de beperking van de openingstijden van de  raambordelen goed. (Door de weeks tot een uur, in het weekend tot half twee). (Arrondissementstrechter 21-9-1999)

1999: Den Haag maakt plannen voor de onteigening van de prostitutiepanden aan de Poeldijksestraat. [xiii]

1999: Behalve de raamprostitutiepanden in de Poeldijksestraat wil men ook die in de Doubletstraat op termijn sluiten. [xiv]

2000: De gemeente wil een pasjessysteem om de loverboys te bestrijden. (Landelijk Prostitutie Overleg 28-3-2000)

2000: De Haagse prostitutieverordening wordt op 15 juni vastgesteld. [xv]

2000: Den Haag trekt meer dan vier ton (aan guldens) uit voor cameratoezicht. [xvi]

2000: De camerabewaking in raamprostitutiestraten in Den Haag is in oktober 2000 gereed. [xvii]

2001: 8 maart, oprichting Gemeentelijk Prostitutieplatform. Vanuit dit platform worden informatiebijeenkomsten voor sekswerkers georganiseerd.

2003: De gemeente gelast een onderzoek naar vrouwenhandel. [xviii]

2003: De tippelzone moet om twee uur ’s nachts sluiten. [xix]

2003: De gemeente overlegt met de GGD en De Rode Draad over klachten van sekswerkers aangaande de hoogte van de raamhuren en het gebrek aan voorzieningen op de kamers.

2003: De gemeente besluit om de tippelzone te sluiten. [xx]

2004: De afbouw van de Poeldijksestraat wordt ingezet.

2005: De gemeente vervaardigt samen met SHOP een informatiefolder voor sekswerkers. Die wordt op 8 maart gepresenteerd.

2006: De ramen van exploitant Rijntjes moeten ten gevolge van een Bibob procedure worden gesloten.

2006: De voormalige raampanden aan de Poeldijksestraat worden gesloopt. [xxi]

2006: De gemeente Den Haag ontwikkelt met SHOP een alternatief zorgaanbod voor sekswerkers die niet meer bij de tippelzone terecht kunnen.

2007: Voor de transgenders die voorheen op de tippelzone werkten is er geen alternatief zorgaanbod georganiseerd. Daarom opent men een inloophuis voor deze groep.

2008: De gemeente Den Haag organiseert een conferentie over positieverbetering voor sekswerkers.

2008: Gemeente sluit met exploitanten een convenant om geen sekswerkers die jonger zijn dan 21 te laten werken.

2009: Den Haag  publiceert De Kadernota Prostitutiebeleid 2009-2012

2010: 20 september. Den Haag organiseert een lokale conferentie over mensenhandel.

Bronnen: (onder andere) Stemvers, 1985, De Haan en Haagsma, (1988) Bossenbroek, Koenders, Belderbos, Overman. (Zie voor volledige gegevens.)


[i] Sandick, in Belderbos, F., Visser, J. Beroep prostituee, Amsterdam, 1987

 

 

 

 

[ii] Haagsche Courant 29-5-1999

 

 

 

 

[iii] Wikipedia

 

 

 

 

[iv] Vluggertjes, 1992, nummer 2

 

 

 

 

[v] NRC 19-3-1999

 

 

 

 

[vi] Haan, Hilde, Haagsma, Ids, Het leven met regels. De aanpak van de prostitutie in ’s Gravenhage, Haarlem, z.j.

 

 

 

 

[vii]  Haagsche Courant, 21-6-1997

 

 

 

 

[viii] Haagsche Courant 17-10-1998

 

 

 

 

[ix]  TV Studio 17-10-1998

 

 

 

 

[x] Trouw, 5-2-1998

 

 

 

 

[xi] Haagsche Courant 27-10-1998

 

 

 

 

[xii] Het document met dezelfde naam.

 

 

 

 

[xiii] Nederlands Dagblad, 15-1-1999

 

 

 

 

[xiv] Haagsche Courant 18-6-1999

 

 

 

 

[xv] Gemeente Den Haag, brief over Opheffing Bordeelverbod en verhoging subsidies voor SPP, 20 juli 2001

 

 

 

 

[xvi] Spits, 1-3-2000

 

 

 

 

[xvii] Haagsche Courant 28-8-2000

 

 

 

 

[xviii] Haagse Courant 8-2-2003

 

 

 

 

[xix] Westlandse Courant 23-5-03

 

 

 

 

[xx] Haagsche Courant 15-5-03

 

 

 

 

[xxi] Wikipedia