Welke ministeries?

In 2000 kwam Margot Alvarez, voormalig directeur en woordvoerder van De Rode Draad, briesend van woede het kantoor van De Rode Draad binnengestormd. Hoe kon De Rode Draad het in haar hoofd halen om zich door het Ministerie van Justitie te laten financieren? Dat was toch een stap terug! Het idee dat prostitutie te maken had met justitie, dus ook met strafrecht en criminaliteit, was nu net datgene waar we van af wilden!

2009

2009

Tot halverwege de jaren tachtig van de vorige eeuw was prostitutie een zaak van volksgezondheid – lees-  een kwestie van preventie van geslachtsziekten. Ook was het een probleem van openbare orde en zedelijkheid, dus beleidsterreinen van justitie. Onder invloed van de abolitionisten- degenen die de prostitutie net als de slavernij wilden afschaffen-  werd het ook een probleem van maatschappelijk werk, ofwel van welzijn. Zo pleitte Marga Klompé, Minister van Maatschappelijk Werk tot 1972 in 1962 voor een proef met rehabiliteren van prostituees. [i]

Daar kwam in de jaren tachtig verandering in door de opkomst  van de vrouwenbeweging. Tegelijk met het formuleren van het Vrouwenverdrag van de VN werd vrouwenemancipatie een officieel doel van regeringsbeleid. In 1987 werd het Directoraat Emancipatiezaken als onderdeel van het Ministerie van Sociale Zaken opgericht. Dit Directoraat moest een vinger aan de pols houden bij alle vrouwenorganisaties die toen actief waren.

Een van de centrale thema’s was seksueel geweld tegen vrouwen. Dit stond ook centraal in de zogenaamde Kijkduinconferentie in 1982 van dit Directoraat waar de relatie tussen seksueel geweld en prostitutie aan de orde kwam. Het standpunt van de vergadering luidde dat een vrouw ervoor kan kiezen als prostituee te werken, maar ook een fundamenteel recht heeft dit te weigeren. Met andere  woorden: prostitutie onder dwang werd afgekeurd maar vrijwillige prostitutie werd juist erkend. Men was vatbaar voor het argument dat prostituees net als andere vrouwen, konden emanciperen.

In de jaren daarna werden onder auspiciën van dit Directoraat onderzoeken naar prostitutie verricht. Ook subsidieerde het grass roots organisaties zoals de Stichting Tegen Vrouwenhandel en De Rode Draad. Halverwege de jaren negentig besloot men echter dat emancipatie geen ‘apart’ thema meer was, maar in algemeen beleid moest worden opgenomen. Dit noemde men ‘mainstreaming’. De overheid trok zijn handen van emancipatieprojecten af voor specifieke (niet – allochtone) doelgroepen. Prostitutiebeleid werd onderdeel van justitie en Volksgezondheid Welzijn en Sport. (VWS) Ook De Rode Draad werd overgedragen aan VWS. De wetswijziging van 2000 die de bedrijven moest legaliseren werd in handen van Justitie gelegd.

Het superministerie anno 2013

Het superministerie anno 2013

Dit departement subsidieerde aanvankelijk organisaties als De Rode Draad omdat men vond dat er van een overgangssituatie sprake was. De ambtenaren die destijds actief waren vonden het niet meer dan normaal dat de bedrijfstak – als die eenmaal gelegaliseerd was- bij ministeries als Sociale Zaken of Economische Zaken zou worden ondergebracht. Dat laatste bleek ijdele hoop te zijn. Een medewerker van De Rode Draad werd op een receptie van het vrouwen lobby netwerk Equality vierkant door een ambtenaar van Economische Zaken uitgelachen toen zij opperde dat er economische belangen met prostitutie waren gemoeid.

Sociale Zaken kwam langzaam in actie toen in 2003 in de Tweede Kamer de motie De Pater/Griffith werd aangenomen die duidelijkheid over de arbeidsrelaties in de prostitutie gebood. Pas in 2004 meldde een ambtenaar van Sociale Zaken zich bij De Rode Draad, en wel uit eigen initiatief. De onderhandelingen over de arbeidsrelaties werden opgestart. Ook vond men dat er een taak was weggelegd voor het Ministerie van Binnenlandse Zaken. Een werkgroep boog zich over de vraag hoe gemeenten omgingen met de kwestie van positieverbetering van prostituees. Het resultaat was een brief aan de gemeenten.

Mensenhandel bleef echter een onderwerp voor justitie. Langzaam maar zeker ging dit thema alle discussies over prostitutie overvleugelen. Men achtte de wetswijziging van 2000 ontoereikend om dit probleem aan te pakken. Hierbij wees men op de Sneepzaak. (Een grote mensenhandelzaak in de legale prostitutie). Ook bij Sociale Zaken was het onderwerp mensenhandel ‘binnengekomen’ en daar richtte men zich op uitbuiting in verband met mensenhandel.

Inmiddels was onder meer door de aanslagen in New York in 2001 Veiligheid een gevleugeld woord geworden. Mensenhandel was een aantasting van de veiligheid van de hele maatschappij. Het Ministerie van Justitie ging het Ministerie van Justitie en Veiligheid heten.

In de grote steden valt prostitutiebeleid nu onder Veiligheid. In Utrecht moeten degenen die aanvankelijk zelfstandig het volksgezondheidsaspect onder de hoede namen, de GG &GD, nu ook een taak vervullen in de veiligheid namelijk signalen van mensenhandel opvangen.

Dat is wel eens anders geweest. In 2000 regelde een bevlogen ambtenaar van Sociale Zaken, Henriette Smit, dat De Rode Draad subsidie kreeg uit de emancipatiepot. Na haar terugtreden werd De Rode Draad ondergebracht bij de GGD.


[i] Leidsch Dagblad 19-9-1972