In Nederland zijn (en waren) er vooral vrouwen uit Ghana en Nigeria aan het werk in de prostitutie. Ghanese sekswerkers vormen in Nederland een voorbeeld van hoe een groep migranten uit het zicht kan raken. Ze zijn niet meer prominent aanwezig in de vergunde prostitutie. Het feit dat de  prostitueebezoekers op Hookers.nl weinig Ghanese vrouwen vermelden, is hier een indicatie voor. In de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw werden de Ghanese vrouwen nog als een aparte groep prostituees beschreven.

Vrouwen namen tot de komst van Europese handelaars in Ghana een belangrijke positie in. Daar kwam een einde aan toen Ghana een Engelse kolonie werd (1874). In 1957 werd Ghana onafhankelijk. De Engelsen hadden er een monocultuur van cacao geïntroduceerd waardoor Ghana afhankelijk werd van de export. De vrouwen verloren er hun traditionele middelen van bestaan.

Er vallen twee fases in de migratie van Ghanezen naar Nederland te onderkennen. In de periode van 1974 tot 1983 had het te maken met de oliecrisis. Vanaf de jaren negentig vormde de droogte in Ghana de reden.[6] . Ghana moest steeds meer importeren. Mensen die voorheen voor de binnenlandse markt produceerden, moesten als contractarbeiders naar het buitenland. Vrouwen konden maar moeilijk een acceptabel bestaan opbouwen. De landbouw was in handen van mannen; alleen in periodes waarin de cacaoprijs zakte en mannen elders werkgelegenheid zochten, konden vrouwen het werk overnemen. De Ghanese informele economie heeft ook fors te lijden gehad onder de herstructurering. (Jones, A., 1990)

Meer dan 80% procent van de Ghanezen is om economische redenen naar Nederland gekomen. Informatie van kennissen speelde een rol in de keuze voor Nederland. De meeste vrouwen migreerden om economisch onafhankelijk te worden. Vrouwelijke Ghanese migranten komen van het platteland, Ghanese mannen komen uit de steden. Ze breken niet volledig met het land van herkomst en zoeken de familie vaak op of sturen geld. In Ghana is het een statussymbool om een ‘burger’ (iemand in het land van de hamburgereters) in de familie te hebben: iemand die in Amerika of Europa is, of er is geweest. Advocaten zorgen voor allerlei valse papieren. Daaromheen zitten de zogenaamde visa-contractors die voor hoge bedragen visa regelen. Het is in Ghana niet verplicht om je persoonlijk bij een ambassade te melden. Daardoor krijgen tussenpersonen een kans. Daarnaast halen gespecialiseerde syndicaten vrouwen naar Europa.

Hoewel prostitutie in Ghana in vroegere eeuwen geaccepteerd was, is het tegenwoordig wettelijk verboden. (Jones, 1990). Desalniettemin werken veel vrouwen als sekswerker, onder andere in de buurlan­den. De stam van de Ashanti’s leverde prostituees voor Europa. De Krobo’s voorzagen de lokale markt en de buurlanden van sekswerkers.

Nigeriaanse vrouwen

Wanneer we het anno 2012 over Afrikaanse sekswerkers in Nederland hebben, betreft dat bijna altijd vrouwen uit Sierra Leone of Nigeria. Volgens Comensha vormden in 2011 Nigeriaanse vrouwen de een na de grootste groep buitenlandse slachtoffers van mensenhandel.

Alle deskundigen zijn het erover eens dat de meeste Nigeriaanse sekswerkers in Europa uit Edo komen. Edo State is een van de 36 deelstaten van Nigeria, een land dat 25 maal zo groot is als Nederland. In Edo is een kleine elite rijk geworden van de inmiddels ineengestorte oliemarkt. De hoofdstad, Benin City raakte tijdens deze crisis haar centrale functie kwijt en de werkloosheid nam toe. Daar kwam nog bij dat de houtindustrie door de ontbossing geen inkomsten meer opleverde. Al met al is de grootschalige bedrijvigheid er verdwenen. Men moest weer terugvallen op landbouw wat gepaard ging met verlies van status en werk. Tijdens de recessie van de jaren zestig vertrokken al veel vrouwen naar Italië, de Verenigde Staten en Saoedi -Arabië.

Naast de economie is de slechte positie van vrouwen ook oorzaak van hun vertrek. Een man mag meerdere vrouwen hebben maar als hij sterft gaat de hele erfenis naar mannelijke familieleden. Het huwelijk wordt gezien als een vereniging van twee families. Vrouwen moeten bij hun echtgenoot gaan wonen maar blijven toch een buitenstaander in de schoonfamilie. Door het toenemende aantal echtscheidingen biedt het huwelijk steeds minder economische zekerheid. Veel vrouwen doen daarom een beroep op zogeheten Sugar Daddies, oudere mannen die in ruil voor enige financiële steun verwend willen worden. Zo komen steeds meer vrouwen in de positie van ‘buitenvrouw’. Wanneer een vrouw hierdoor zwanger raakt, wordt het kind meestal niet erkend. Dit systeem bestaat naast de officiële prostitutie zoals wij dat kennen.

Onderzoeken van Terre des Hommes en de Nigerian Democratic Movement in the Netherlands (NDNM)  beschrijven hoe vrouwenhandelaren jonge Nigeriaanse vrouwen in hun greep krijgen. Een deel van de vrouwen wordt al in Nigeria geronseld onder het mom van werk in Europa in naaiateliers, in de verpleging of in restaurants. De meisjes komen allemaal uit landelijke gebieden, waar weinig economische perspectieven zijn en nauwelijks informatie over Europa beschikbaar is.

De familie heeft baat bij het werken in de prostitutie van jonge Nigeriaanse vrouwen. Een ‘verre’ oom die langskomt om de dochters werk aan te bieden in Europa, mag men niet voor het hoofd stoten. Ouders concurreren met elkaar over de hoofden van hun dochters heen en sturen soms meerdere dochters naar Europa. In negen van de tien gevallen zijn het echtgenoten of ouders die de meisjes als slaven verkopen. In Benin City gebeurt dat op grote schaal. Ze vlie­gen niet meer direct naar Amsterdam, maar reizen via Ghana en Ivoor­kust. Ze melden zich vaak als asielzoekers aan.

Meestal komt een handelaar met de vrouw overeen dat hij haar een flink bedrag voorschiet. Een soort voodoo-priester bezegelt daarna de overeenkomst. Vaak zijn haar ouders bij het ritueel aanwezig, omdat zij verantwoordelijk zijn voor de schuld als de vrouw die niet afbetaalt. [8]

Een visum regelen is niet zo moeilijk. Het is bekend dat medewerkers van de Nigeriaanse immigratiedienst en Nigeriaanse ambtenaren van de Nederlandse ambassade visa aan de vrouwenhandelaren verstrekten. De Nigeriaanse politie staat bekend om haar onbetrouwbaarheid, corruptie en veelvuldig machtsmisbruik.

Al in 1996 werd er in sommige kranten bericht dat er op grote schaal Nigeriaanse meisjes uit de asielcentra waren verdwenen. Ze moesten zorgen dat ze in een asielzoekerscentrum terecht kwamen. Eenmaal in de asielopvang moesten ze contact met een andere “werkbemiddelaar” maken, die hen daar ophaalde. Daarna werden de vrouwen doorverkocht aan een madam of een andere mensenhandelaar. Sommige vrouwen kwamen pas in Nederland met de vrouwenhandelaren in contact. Zij waren in de eerste plaats hun land ontvlucht om hier asiel aan te vragen.

De mensenhandel zou als een piramide georganiseerd zijn. Voormalige slachtoffers moeten zelf gaan rekruteren. Door deze hechtheid van het netwerk, de betrokkenheid van de familie, de afhankelijkheid van valse (of gestolen) documenten en de angst voor de politie, komen de vrouwen in een onmogelijke situatie. Aangifte doen brengt een vrouw in diskrediet bij haar familie, voor wie het een statussymbool is zonen en dochters in Europa te hebben werken.

De vrouwenhandelaren gebruikten voodoo om de vrouwen en meisjes in hun greep te houden.

Regelmatig komen er berichten naar buiten dat voodoo-achtige praktijken een rol spelen in het in bedwang houden van de vrouwen. Voodoo bestaat echter niet in Nigeria; het heet daar juju. Er zijn wel bepaalde rituelen die er op lijken, zoals het gebruik van kruiden door vrouwen om mannen aan zich te binden. Voodoo verwijst naar een herkenbare Afrikaanse praktijk. De term voodoo komt uit de Cariben maar heeft daar een veel minder sinistere betekenis. Het is in Nigeria en de Cariben onderdeel van de populaire cultuur. De term voodoo is waarschijnlijk afgeleid van de term vodun, dat een cultuscomplex van een groep mensen die elkaar kennen betekent. Door middel van offers moet men een goede relatie met de geestenwereld onderhouden. De bekendste goden zijn Olokun, de god van fortuin en Ogun, de ijzergod die beschermt en persoonlijke macht geeft. De traditionele priesters heten Ohen. De kracht van goden kan op objecten worden overgebracht. Men kan zich laten inwijden in een god waarmee men door bepaalde symbolen verbonden blijft. Draagbare heiligdommen geeft men vaak aan een priester in bewaring. Vaak verwijzen ze naar de macht van de koning, de Oba. Bij een vertrek naar het buitenland gaat het als volgt: Een jonge vrouw sluit voor haar vertrek een overeenkomst. Die overeenkomst wordt bekrachtigd door rituelen.

Van lichaamsmateriaal worden pakketjes gemaakt om verschillende betekenissen van verbondenheid in het persoonlijke vlak kracht bij te zetten. Dit gebeurt vrijwillig. Ook voert men rituelen op om veiligheid op reis af te smeken. Het afgeven van lichaamsmateriaal is daarbij gebruikelijk. Dat wordt als onderpand gebruikt en dient om het contract te bevestigen. Door zich niet aan het contract te houden zou men allerlei spirituele rampspoed over zich afroepen.

Uit alle onderzoeken blijkt dat de meisjes niet weten wat hun in Nederland te wachten staat. Het verschijnsel pooier is vrijwel onbekend in vele Afrikaanse landen. Sekswerkers zijn daar over het algemeen volledig zelfstandig. In Nederland worden ze afhankelijk gemaakt.

Er zijn twee groepen Nigeriaanse slachtoffers te onderscheiden: minderjarigen die later een carrière als madam kunnen volgen en ervaren vrouwen die in Nigeria al in de prostitutie werkten. De laatsten, komen in Nederland in totaal andere omstandigheden in de prostitutie terecht dan ze van thuis kennen. In de handel met Nigeriaanse spelen vrouwen volgens D. Siegel, die onderzoek naar hen heeft gedaan, een grote rol.

Siegel heeft ontdekt dat deze vrouwelijke handelaren gemiddeld 45 jaar zijn. Sommige van deze madams hebben hun werkterrein in de twee landen, anderen hebben een vrouwelijke partner in het land van herkomst. Één vrouw leidde een groot netwerk dat zich uitstrekte over Ghana, Liberia, Duitsland, Italië en Nederland. De mannen in de organisatie fungeren als ‘trolley’: ze begeleiden de meisjes op hun reis.

Pooiers/madames dirigeren de vrouwen naar bepaalde raamgebieden en werken er zelf ook. De Afrikaanse vrouwen worden geacht ze wekelijks van een flink bedrag te voorzien. De handelaren zijn vaak zelf ex-prostituees, die ook als minderjarig slachtoffer hier zijn gekomen of ooit vrijwillig de prostitutie zijn ingegaan. De organisatiestructuur is reproductief: slachtoffers worden zelf madam.  Zij hebben hun schuld afbetaald en vaak een verblijfsstatus verkregen door middel van een huwelijk met een Nederlander. Een aantal van hen is samen met hun echtgenoot actief in de handel.

Het lukt de handelaren het vertrouwen van de meisjes te winnen, omdat ze dezelfde taal spreken en uit dezelfde cultuur komen. Vaak beginnen deze meisjes met een betrekking in het huishouden of krijgen ze een ‘relatie’ met hun handelaar. Na verloop van tijd worden ze tot prostitutie gedwongen. Nigeriaanse vrouwen hebben in de regel een schuld van 45.000 tot 80.000 dollar en worden vaak zonder het te weten doorverkocht.

Behalve in de legale prostitutie zouden Afrikaanse (Nigeriaanse) prostituees te vinden zijn in illegale horecazaken in bijvoorbeeld Amsterdam-Zuidoost.

Naar verluidt wordt de mensenhandel vanuit Nigeria gefinancierd door de zogeheten 419 fraude, genoemd naar het desbetreffende wetsartikel in Nigeria. Dit betekent dat goedgelovige lieden die ingaan op uitnodigende e-mails, eerst een enorm bedrag moeten betalen om de deal rond te maken.

 

Bronnen (algemeen)

Specifieke bronnen voor Afrika:

Hogendoorn, Merel, Een schijn van voodoo, Terre des Hommes, 2001

Artikel Digidak (digitale daklozenkrant, 8 oktober 2006)

Inforevue juni 2004 (Verslag van een reis van een rogatoire commissie uit België)

Agence France Press, 7 december 2003

HP De Tijd 11 februari 2000

Groene Amsterdammer 19-6-1999

Persbericht AP 15-1-08

Persbericht Reuters 12-12- 1999

De Fabel van de illegaal 38/39, april 2000 Auteur: Ellen de Waard

Ghana Nieuwsbrief, februari, 1990

Agisra, Frauenhandel und Prostitutionstourismus, München, 1990

Nieuwe Revu 22-9-99

AP 20 mei 2005.

Politiebericht Groningen, 20 mei 2000

Ministerie van Buitenlandse Zaken, Ghanezen in Nederland, Den Haag 2001