In de jaren zeventig moest de barprostitutie het opnemen tegen de steeds uitbreidende raamprostitutie en de snel in aantal toenemende seksclubs. Dit uitte zich in een statusverschil tussen de vrouwen achter de ramen en de vrouwen in de bars.

Een raamvrouw over de laatsten in 1988: ‘Die barmeisjes voelden zich ver boven ons verheven, terwijl ik dan altijd dacht, als jij je af hebt laten lebberen en half bezopen bent, komen de klanten uiteindelijk voor hun gerief bij ons. Dan was ik de lachende derde. Ik wist dat zij zich tegen ons afzetten, want wij waren de hoeren, en zij animeervrouwen.

Er leven niet veel vrouwen meer die de werkomstandigheden in de animeerbars in de jaren zeventig en tachtig kunnen beschrijven. Ik heb echter nog enig interviewmateriaal in mijn archief. De vrouwen noemden destijds nadelen als:

‘Het duurde soms heel lang tot een klant besloot met je mee te gaan. En dan moest je al die tijd het gesprek gaande houden, met het risico dat hij er toch nog vandoor ging. Het was ook nogal gevaarlijk. Je stapte in de auto van een klant om naar een hotel te gaan en dan moest je maar hopen dat het goed afliep. Als het heel laat was mocht je nog wel eens van een kamertje gebruik maken, dat pijlsnel in orde werd gemaakt.‘  De anonimiteit en de goede verdiensten waren echter wel de grote voordelen.

De 21ste eeuw

Een Rotterdamse animeerbar in verval

Toen de medewerkers van De Rode Draad van 2001-2012 de in Rotterdam resterende animeerbars in bedrijf zagen merkten ze weinig van die oude animositeit. Ze waren aanvankelijk nogal verbaasd dat die vrouwen daar urenlang in kleine bars met een vreemde retro-inrichting zoals kitscherige fonteintjes doorbrachten. Een van die bars was bijvoorbeeld nog herkenbaar als een voormalig Chinees restaurant; de lampionnetjes hingen er nog, maar bami met gebakken ei was er niet te krijgen. Deze bars hadden een quasi glamour naam, er brandde rood licht en vlakbij zat vaak kamerverhuurbedrijf.  De vele champagneflessen achter de bar waren ook veelzeggend.

Aan de bar zaten vooral vrouwen uit Oost- Europa in ‘uitgaanskleding’. Ze droegen stoffen zoals terlenka die in het westen al lang ‘passé waren. Het viel de veldwerkers meteen op dat de aanwezige vrouwen zich niet als ‘gewone horecabezoeksters’ gedroegen. Ze spraken zelden met elkaar. Ze zaten te roken of naar hun mobiel te staren. Ze hadden allemaal hetzelfde drankje voor hun neus, een waterig goedje met een kleurtje.

Er zaten meestal mannen, die niets consumeerden maar voortdurend met een mobiele telefoon in de weer waren en/of de vrouwen in de gaten hielden.

Op een gegeven moment ontdekte De Rode Draad dat de vrouwen zich aan bepaalde werktijden moesten houden en dat de leiding hun vertelde waar ze aan de bar moesten gaan zitten. Tevens merkte De Rode Draad dat een paar vrouwen op hun donder kregen omdat ze een paar minuten te laat waren.

In 2001 werd een eigenaar spraakzaam. Uit het verslag: ‘Na tien minuten heeft hij het over ‘zijn meiden’ en nog tien minuten later over wie er wel en wie er niet met een contract bij hem werkt. Hij heeft vroeger ook clubs gehad. Iedereen een contract geven is te duur, zegt hij. De meisjes zonder contract krijgen daggeld. Als ze niet komen opdagen hebben ze wel een probleem. Een keer ergens anders werken en terugkomen mag, maar na twee keer moeten ze wegwezen. De vrouwen zaten er zes of zeven dagen per week.

Tweemaal vernam De Rode Draad dat de aanwezige vrouwen 35 euro ‘zitgeld’ per dag kregen. Een klant moest 35 euro voor seksueel contact met de vrouwen betalen. Hij mocht echter pas met haar weg nadat hij een ‘cocktailtje’ voor haar had besteld.  Wij vermoedden dat ze verplicht werden naar een belendend kamerverhuurbedrijf te gaan. In één van de bars hing een gordijn waarachter de vrouwen zich met een klant konden terugtrekken.

In 2005 raakten de vrouwen van De Rode Draad aan de praat met de kok in een van de zaken. Hij bevestigde dat ze 35 eurovoor seksuele dienstverlening kregen bovenop het ‘zitgeld’ van 35 euro per dag. Van een andere informant vernam De Rode Draad dat als een vrouw erin slaagde voor 200 euro een fles champagne te slijten, ze daarvan 50 euro kreeg.  Maar de veldwerkers van De Rode Draad hadden nooit iemand champagne zien bestellen.

Nederlandse vrouwen werden, tenzij ze paal dansten of aan lap (schoot) dansen deden, uit deze zaak geweerd. Wie werkten er dan wel? De veldwerkers hadden in 2006 regelmatig contact met een Oost-Europese vrouw uit de bars die ook weleens materialen van De Rode Draad vertaalde.

Haar verhaal: In tegenstelling tot veel van haar andere collega’s was zij naar Nederland gekomen in de wetenschap dat ze bij haar Nederlandse vriend terecht kon. Hij was getrouwd maar zijn vrouw woonde in het buitenland. Hij was al wat ouder. Ze hoefde geen huur te betalen. Al het geld dat ze verdiende ging op aan presentjes voor haar familie. Zo loste ze het probleem op dat ze de schijn moest ophouden dat ze hier veel verdiende. De vrouw wilde toch liever hier haar geld bijeenschrapen dan in een fabriek in haar land, maar haar familie zou niet begrijpen waarom ze Nederland boven een fabriek in haar eigen land prefereerde.

Vanuit haar land kon je gemakkelijk een georganiseerde trip naar Duitsland regelen. Het feit dat er veel geld aan de strijkstok bleef hangen, nam ze op de koop toe. Ze zou eerst in een hotel gaan werken, maar sprak nog geen Nederlands, wat een probleem vormde. Uiteindelijk is ze in het animeercircuit terecht gekomen. Ze vond dat werk niet bijzonder leuk en begreep ook goed dat er weinig toekomst in zat maar ze kon binnenkort weer met cadeaus naar huis. Ze was in haar land een veel lucratievere wijze van animeren gewend. Vrouwen spraken daar een man op straat aan en troonde hem mee naar een restaurant, waar de rekening wel erg hoog uitviel, soms een paar honderd euro. Anderen zouden die manier van ‘animeren’ afpersen noemen…

De veldwerkers vroegen zich regelmatig af wat het verdienmodel van deze bars was. Wanneer De Rode Draad halverwege de avond binnen kwam zaten er maar een paar klanten. En die vonden het vaak leuker om gewoon met de veldwerkers te kletsen dan een moeizame conversatie met een vrouw die slecht Engels sprak gaande te houden. In dat geval probeerden de Rode Draad vrouwen de oorspronkelijke gesprekspartner bij het gesprek te houden.

Die zaken leken niet goed te lopen. Er ging soms een uur voorbij zonder dat er een klant binnenkwam of er tegen betaling een drankje over de toog ging. De mannen die geen klanten waren, consumeerden niet. Ze zaten meestal achter de gokkast. De Rode Draad zag zelden meer dan twee betalende klanten in de zaak.

Er zaten gemiddeld vijf vrouwen. Klanten bestelden zelden meer dan drie cocktailtjes. Toen kostten die kraanwatertjes met een homeopathische verdunning aan alcohol 7,50 euro per stuk, wat soms woede bij klanten opriep. De prijzen voor de andere drankjes: bier en limonade waren zelfs lager dan in de andere horeca. De Rode Draad vermoedde dat er ook inkomsten uit kamerverhuur waren.

In één bar kwamen de klanten niet zelf binnen, maar werden door de vermoedelijke tussenpersonen, mannen die nadrukkelijk in de bar aanwezig waren, voortdurend gebeld. Na zo’n telefoontje kreeg een aanwezige vrouw een sms’je waarna zij fluks door een zijdeur verdween.

Kwam de politie nooit binnen? Jawel en kennelijk zo vaak dat er een waarschuwingssysteem tussen de bars nodig was. De Rode Draad hoorde dat toevallig tijdens een gesprek tussen twee mannen. In 2004 zag de politie dat De Rode Draad aanstalten maakte een bar binnen te gaan en wist dat heel vriendelijk te verhinderen.

Sietske Altink (2017)

Lees meer over animeerbars