De bananenbar

De bananenbar

In 1971 haalde ene Maarten Lamers de musical Oh Calcutta naar Nederland en regisseerde die zelf. In 1972 kreeg hij van de Amerikaanse satanist en schrijver van de Satansbijbel La Vey toestemming om in Nederland een Grotto van de Satanskerk te stichten. Die werd gevestigd aan de Amsterdamse Achterzijds Voorburgwal 59.  Aan dezelfde gracht  kocht hij later nog een pand, waar hij een sekstheater op ‘satanische’ grondslag exploiteerde: de Abdij Walburga. Hij had geen horecavergunning, maar dat wist hij inventief te omzeilen door van zijn gelegenheid een glazenverhuurbedrijf te maken. De bezoeker kon er voor een paar tientjes een glas huren, dat op verzoek een uur lang door het personeel werd gevuld. Een café-exploitante wist te vertellen dat dit met een tuinslang gebeurde. (interview 1995) Volgens de Haagse Post (8-8-1981) moest de bezoeker eerst zijn hand opsteken.  Anno 2014 is het nog steeds als Bananenbar in bedrijf.

Bananen waren in de jaren tachtig al het handelsmerk van de Abdij, zo kunnen we lezen in Zonder Moeder (2004) van Karina Schaapman. Voor veel te hoge prijzen verkocht een naburige groenteman bananen aan de abdij die de vrouwen vanuit hun vagina aan de klanten moesten aanbieden. Al met al een bron van vaginale infecties, zo vertelt Schaapman ons die daar in het begin van de jaren tachtig werkte. Dankzij haar boek weten we iets van de werkomstandigheden waaronder de vrouwen – zusters, bruiden van Satan genoemd- daar diensten verleenden. [i] Er waren bepaalde kledingvoorschriften en de vrouwen moesten een medaillon om. Tot de klanten kwamen moesten ze op kussens op de bar liggen. Wanneer een klant arriveerde, dienden ze een showtje, een ritueel geheten, te geven. Ze mochten zelf wel de inhoud van het ‘ritueel’ bepalen. Ook beslisten ze zelf of ze wel of niet met klanten naar een hotel gingen. Er waren relaxkamers waar de vrouwen tussen de shows door tot rust konden komen. Ze kregen er gratis maaltijden en beurden los van het geld dat de showtjes opleverden, 100 gulden garantieloon, een soort aanwezigheidsgeld voor een werkdag van 16.00 tot 04.00 uur. (1981)

Het pand van de voormalige satanskerk

Het pand van de voormalige satanskerk

De klanten werd verteld dat het geld dat zij betaalden voor de kerk was, maar in werkelijkheid stopten de vrouwen het in hun eigen locker. Voor iedere gewerkte dag moest er –ten behoeve van de Belastingdienst-  een formulier worden ingevuld. Op papier betaalde een vrouw negen gulden voor opname in het kerkgenootschap. Ze moest ook persoonlijke gegevens invullen. Volgens Schaapman werden de betalingen voor de sekswerkers altijd correct afgewikkeld.

Het pand was immens groot en liep van de Voorburgwal door naar de Achterburgwal. De rekening voor de verwarming bedroeg soms enkele duizenden per maand. Er was onder andere een 19de eeuwse collegezaal, een kapel en een SM zolder. Een deur in de vorm van een mummie gaf toegang tot een bibliotheek en privé ruimtes. Overal waren er valkuilen en nissen. De Grotto was gedecoreerd met kunst van de Oostenrijkse kunstenaar Geiger. (Van Hulst, 1993).  De deuren werkten op afstandsbediening en er was een Gothische kamer. De rituelenkamer zat vol grapjes; de muziek werd bijvoorbeeld onderbroken door rare geluiden. Ook stond er een stoel met een losse armleuning. [ii]

Het echte SM werk gebeurde in een ‘enge’ ruimte met een doodskist. (Schaapman 2004) Volgens de overlevering schrokken jonge agenten zo van de sarcofaag dat ze hard wegrenden. SM meesteres Shiva vertelde me in 1988 dat ze er wel eens heenging:

Je kunt dat wat in de satanskerk gebeurt niet vergelijken met de SM die we hier bieden. Die Lamers ken ik wel. Een heel aardige man. Een van onze slaven had daar connecties. We hadden grappen gemaakt over de offerande aan satan. (Een naakte vrouw fungeerde als altaar en de aanbidders mochten haar in het kruis kussen. Dit ritueel werd gevolgd door orgieën.) Ik was toen helemaal in de stemming en had me in de kleuren zwart, rood en zilver gekleed.

 Een kerkgenootschap?

Shiva noch Schaapman wekten de indruk aanhanger te zijn van het satanisme. Het lidmaatschap van de kerk leek ook verdacht veel op een truc om de Belastingdienst te ontwijken; kerkgenootschappen zijn immers niet belastingplichtig! De politie was ook niet overtuigd van het religieuze karakter van het bedrijf. Lamers verweet volgens de toenmalige wijkagent Joep de Groot de politie de religieuze rituelen te verstoren. (interview 1995). In 1987 werd Lamers gepakt voor belastingfraude, maar werd weer vrijgesproken. Maar niet voor lang. In 1988 moest hij definitief de deuren sluiten. Lamers vluchtte naar zijn historisch kasteel in Frankrijk dat hij in de loop van de tijd had aangekocht. In het boekje van Rob van Hulst vertelt de toenmalige satanist van dienst, Erik van Westervoort, dat het pand van de ene op de andere dag was verkocht. Tot zijn verdriet merkte hij dat zijn sleutels niet meer pasten. In 1997 werd Lamers gepakt en kwam er met een gevangenisstraf van een maand en een schikking van af.

Klik hier voor de link naar de videofilm.

© Sietske Altink


[i]  Karina Schaapman komt nog elders voor op deze site

 

[ii] HP- 8- 8 -81