800px-CandlestickTelephones‘Escort’ is die tak van sekswerk waarin de klant bepaalt waar hij/zij de sekswerker ontvangt. Dat is meestal in zijn eigen huis of in een hotel. Soms neemt de klant de escort mee uit, bijvoorbeeld naar een restaurant of naar het theater. De escortbranche zou tot bloei zijn gekomen door het gemeengoed worden van de telefonie. Later is het explosief gegroeid  door de komst van het mobieltje en internet. Maar in het verleden bestond het ook al.  Zo was er eind oktober 1591 een incident in Keulen. Een Italiaan uit het gevolg van de graaf van Lippe was niet tevreden met het vrouwenaanbod van het officiële vrouwenhuis ofwel het stadsbordeel. Hij wou eigenlijk alleen Sybilla Scherkens die op dat moment voor een particulier werkte bij wie ze ook woonde. Een vrouw uit het vrouwenhuis werd erop uitgestuurd om Sybilla te halen, maar haar zakenpartner stond niet toe dat ze naar het stadsbordeel ging. Dus moest de Italiaanse klant maar naar het huis van Sybilla komen. De vrouw die haar naar het stadsbordeel moest sturen voelde zich echter te kort gedaan en bestal de Italiaan. Dit liep uit op een matpartij. (Irsinger&Lasotte, 1989)

Ook elders in Duitsland kon men de vrouwen uit het stadsbordeel ofwel het vrouwenhuis tegen een meerprijs bij zich thuis laten komen. Dit soort escort viel net als de vrouwenhuizen onder toezicht van de stad. (Schuster, 1992)

Ook in het middeleeuwse Engeland gingen prostituees soms naar het huis van de klant. Ze lieten zich dan meestal door mannen brengen. Vooral priesters waren afnemers van escort. Zij mochten immers niet naar de officiële bordelen! Die vorm van prostitutie was ook daar vrij duur en de waard profiteerde er flink van mee. (Karras, 1996)

In het laatmiddeleeuwse Dordrecht greep ene Jan Hendricxzn Platijn een vrouw vast en eiste dat zij seksuele handelingen met hem zou verrichten. Maar zij voelde zich geen hoer en verlangde van hem dat hij haar meenam naar een behoorlijke herberg. Hij reageerde daarop met het uitdelen van klappen, waarvoor hij weer werd gestraft. (Groen, 2010) Deze vrouw vond kennelijk dat ze geen gewone, maar een duurdere ‘escort was.

Haalhoeren

Brunswick Monogrammis. Rondtrekkende muzikanten in een bordeel.

Brunswick Monogrammis. Rondtrekkende muzikanten in een bordeel.

In Amsterdam kende men in de zeventiende en achttiende eeuw zogeheten ‘haalhoeren’. Het haalsysteem, ‘de uithaling’ of op een ‘uithaalseltje werken’ verliep volgens bepaalde regels. Een daarvan was dat degene die de vrouw haalde een fooi van tien procent van de opbrengst mocht verwachten. Een haalhoer vertelde de autoriteiten in 1741 dat een dubbeltje daar het vaste tarief voor was. Er zijn aanwijzingen dat de haalhoeren tachtig procent zelf mochten houden.

Soms moest een haalhoer voor het gebruik van het bed betalen maar hoefde verder geen geld aan het ontvangende huis af te dragen. De waard stelde zich tevreden met de opbrengsten van de extra verteringen. Als lokmiddel gebruikten de waarden weleens het argument dat ze de vrouwen elders zouden ‘recomendeeren’ (aanbevelen). Een deel van deze ‘stille hoeren’ woonde op ‘gewone’ adressen of werkte in kleine bordelen. (Pol, van de, 1996)

In de 17de en 18de eeuw werden in Amsterdam escorts naar de speelhuizen gebracht (herbergen waar muziek werd gemaakt). Voor het bezoek van een klant in een sjiek speelhuis moesten de vrouwen eerst een dure uitmonstering bij de hoerenwaardin huren. De auteur van het Amsterdamsch Hoerdom  (1681) beweert wel 21 prostituees te hebben geteld in zo’n speelhuis. Het viel hem op dat deze vrouwen nauwlettend in de gaten werden gehouden door de hoerwaardinnen die hen vergezelden. (Pol, van de, 1996)

Negentiende eeuw

Soms wordt een hedendaagse escort door de klant mee uitgevraagd. Dat gebeurde ook in de negentiende eeuw. De heren vonden toen dat ze in een theater mooie sier konden maken met een vrouw die bijvoorbeeld Frans sprak. ‘Frans’ was toen in de mode. (Otgaar & Schaik, 1993). Daar wist bijvoorbeeld de stad Den Haag weer een stokje voor te steken door te verordineren dat prostituees alleen met toestemming van de politie naar het theater konden en slechts op die stoelen mochten plaatsnemen die hun waren toegewezen. (De Graaf, D., & Janssen, A., in Visser & Belderbos, 1987.) Ook in België was zo’n regel van kracht.

Sietske Altink

Bronnen