Tot 2010 trachtte de stad Utrecht de doelstellingen van de wetswijziging van 2000 te behalen. Dit waren:

  • Beheersen en reguleren van de prostitutiebranche
  • Tegengaan van onvrijwillige prostitutie
  • Bescherming van de positie van de prostituee
  • Ontvlechting criminaliteit en prostitutie
  • Tegengaan van het werken van minderjarigen in de prostitutie
  • Tegengaan van het werken van illegalen in de prostitutie
Beheersing en regulering

De gemeente Utrecht hanteerde het vergunningenstelsel om overlast te beperken, onder meer door een maximum aan het aantal bedrijven en (straat) prostitutievergunningen te stellen. Daarnaast had men cameratoezicht ingesteld en verkeersmaatregelen getroffen, bijvoorbeeld een fietspad bij het Zandpad aangelegd en borden geplaatst tegen overlast door autoradio’s. Tevens had men het HAP een functie gegeven in het terugdringen van overlastgevend gedrag van sekswerkers. (Deelrapportage Evaluatie)

De bewoners van de buurt van de Hardebollenstraat ondervonden weinig overlast van de prostitutie zelf maar wel van de jongeren en de drugshandel die zich daar afspeelde. Een minderheid vond prostitutie sowieso een vorm van (emotionele) overlast. (Evaluatie 2009) In deze evaluatie werden 14 meldingen van overlast genoemd. Dit ging tien keer om condooms en vier keer om zichtbare tippel- en afwerkactiviteiten.

2009: interieur bus voor hulpverlening

De omwonenden van het Zandpad klaagden regelmatig over overlast. Ze gaven aan dat de overlast sinds de invoering van het cameratoezicht was verminderd, maar maakten de kanttekening dat de pooiers uitweken naar plekken in de buurt die zich buiten het bereik van de camera’s bevonden. Hoewel de omwonenden van het Zandpad veel overlast ervoeren, waren ze tevreden over de inzet van de gemeente hierin. Het aantal officiële meldingen van was daardoor lager dan voorheen.

Bestrijding onvrijwillige prostitutie

In 2008 verscheen het rapport Schone Schijn van de KLPD over de zaak van de Turkse broers die vele vrouwen onder dwang in de prostitutie hadden werken, onder meer in Utrecht aan het Zandpad. Dit rapport bracht in Utrecht, net als in de andere betrokken gemeenten (Amsterdam en Alkmaar) een schrikreactie teweeg. De mensenhandel had namelijk plaatsgevonden in de vergunde prostitutie.

Het rapport deed het vermoeden rijzen dat veel slachtoffers geen aangifte deden. Het gemiddelde aantal aangiftes uit Utrecht lag op 20, tegenover 40 uit Amsterdam en 5 uit Alkmaar. (Schone Schijn) Zes procent van alle slachtoffers die in de B9 zijn terechtgekomen  kwam uit de regio Utrecht. (De B9 regeling is het best te omschrijven als een beschermingsprogramma voor slachtoffers)

In 2008 is het Zandpad als proeftuin voor de bestrijding van mensenhandel aangewezen. Ook is men intensief het barrièremodel in Utrecht gaan toepassen: verhinderen dat verhandelde vrouwen worden gehuisvest en van papieren worden voorzien. [I]Het barrièremodel omvat ook nog het verhinderen dat men het land inkomt. Dit valt echter niet onder de bevoegdheid van een gemeente.  De gemeente Utrecht heeft daarop het rapport Advies Signalen Mensenhandel gepubliceerd. (2008) Dit rapport bestaat uit meldingen van zachte en harde signalen van mensenhandel door politie, GGD en de hulpverlening. De auteurs erkenden echter dat het rapport geen harde feiten aan het licht bracht. Niettemin hebben alle organisaties die regelmatig en incidenteel op het Zandpad kwamen, de indruk dat er slachtoffers van mensenhandel aan het werk waren.

In het rapport Advies Signalen Mensenhandel staan geen harde schattingen van het percentage van het aantal prostituees dat slachtoffer van mensenhandel is. Maar de burgemeester vertelde bij Pauw en Witteman op 31 oktober dat  50-90 procent onder dwang werkte, een getal dat ook voorkomt in Schone Schijn. Elders werden weer andere percentages genoemd. (20% belastingdienst, vermeld in Schone Schijn). De hoge foutmarge is opvallend. Het noemen van percentages is derhalve een hachelijke onderneming.  [II]De Rode Draad weigerde  altijd categorisch percentages te noemen omdat hun waarnemingen altijd momentopnamen betroffen. Het kon per shift wisselen. Op het ene moment leken en er zelfstandige vrouwen te zitten en een shift later werkten er angstige vrouwen die steeds over de schouders van veldwerkers keken of de pooier meeluisterde.

Wegra BV. stelde zich in woord en geschrift te weer tegen het verwijt mensenhandel  te bevorderen. In haar tegenrapportage wees ze de gemeente erop dat exploitanten volgens het rapport Schone Schijn een hoog vermogen hebben mensenhandel te signaleren, meer dan de hulpverlening, de politie en de gemeente. Exploitanten hadden immers veel contacten met sekswerkers! Men vermeldde er niet bij dat de auteurs van Schone Schijn eraan toevoegen dat exploitanten de signalen zelden doorgeven. De auteurs van het rapport Schone Schijn vermoeden dat die geringe bereidheid wordt veroorzaakt doordat een melding van mensenhandel de exploitant financieel benadeelt. Dat is mogelijk, maar het kan ook komen doordat exploitanten een nogal achterhaald beeld van mensenhandel hebben en alleen de vrouwen die niet wisten dat ze in de prostitutie zouden terecht komen als slachtoffers identificeren. (Bron: Gesprek met een raamexploitant).

Alle deskundigen zijn het erover eens dat het signaleren van mensenhandel en het identificeren van slachtoffers een langdurig en moeizaam proces is. Het is moeilijk voor te stellen dat exploitanten tijdens de kortlopende contacten met sekswerkers die talen spreken die zij niet kennen, snel een slachtoffer als zodanig kunnen herkennen.

Bescherming van de positie van de sekswerker

Uit eerdere publicaties (bijvoorbeeld de WODC rapportages, Vanwesenbeeck) weten we dat  prostituees geen sterke positie hebben op diverse terreinen. In deze paragraaf beschrijven we alleen die levensterreinen waarin er verschillen kunnen zijn tussen de steden. Die betreffen de positie op het werk en de mogelijkheid  gespecialiseerde hulpverlening in te schakelen. Voor beschrijvingen over het welzijn en de lichamelijke en geestelijke gezondheid sluiten we aan bij de landelijke rapportages.

Bij de positie op het werk moeten de volgende aspecten aan de orde komen:

–          Afhankelijkheid van exploitant

–          Verhouding prijzen, kosten en verdiensten

Gemeenten kunnen geen eisen stellen aan de bedrijfsvoering in seksbedrijven. [III]In Amsterdam heeft men overigens het voorwaardenpakket van de opting- in, waarin rechten van prostituees zijn geformuleerd in een aparte sociale paragraaf in de APV opgenomen. In de discussie rondom de invoering van de Wet Regulering Prostitutie is er sprake van om deze rechten in een aparte Maatregel van Bestuur op te nemen. Niettemin heeft gemeentelijk beleid indirect invloed op de positie van de sekswerker op het werk. Door de vergunningverlening bepaalt zij namelijk bij welke exploitanten sekswerkers kunnen werken en wat voor keuzemogelijkheden er in een stad zijn.

Een substantieel deel van de sekswerkers in de meest omvangrijk werksoort in Utrecht was afhankelijk van één exploitant. (Wegra) De dagelijkse leiding was in handen van één man die diverse geldophalers in dienst had. Op het (inmiddels opgeheven) werkplekforum werd gewaarschuwd tegen dit bedrijf omdat men geld uit de zakken van sekswerkers zou kloppen. De berichten uit Utrecht die op het werkplekforum en bij De Rode Draad binnen kwamen betroffen klachten over Wegra BV. Die behelsden:

Abrupte huurverhogingen. Een 24- uurskamer op de bootjes kostte inmiddels 4800 euro per maand. De meeste  sekswerkers huurden per shift van 12 uur en betaalden de helft.

Van de ene op de andere dag van de kamer afgegooid kunnen worden.

Moeten betalen voor extra voorzieningen zoals airco.

Slechte bejegening door de geldophalers.

Tijdens de consultatie vergunningenstelsel hebben de sekswerkers verteld dat de bruto omzet per klant gemiddeld 50 euro bedroeg. Voor gegevens over de prijzen is men afhankelijk van  Hookers.nl en de websites van de bedrijven. De laatste worden niet altijd bij gehouden. Van één club (La Cloche) was het prijspeil onbekend, maar de andere club en privéhuizen stonden, hoewel ze volgens Hookers.nl  de prijzen iets hadden verhoogd, als betrekkelijk goedkoop  bekend. Een hoog prijspeil is echter geen garantie voor goede verdiensten. De hoogte van de verdiensten is afhankelijk van de afdrachten die de sekswerker aan de exploitant moet doen en van het aantal klanten

Bescherming van minderjarigen

In 2009 zijn er voor zover bekend bij de controles van de gezamenlijke handhavers geen minderjarigen in de legale bedrijven aangetroffen.

Ontvlechting criminaliteit en prostitutie

Prostitutie heet een criminogene sector te zijn. Nu is de term criminogeen nogal vaag omdat vrij veel economische sectoren dit predikaat kunnen krijgen. De criminoloog C. Fijnaut heeft getracht dit probleem het hoofd te bieden door de volgende omschrijving van criminogeen te geven: (Geciteerd in Grenzen aan de Handhaving, 2000)

De sector bevindt zich in een van origine een vertrouwde omgeving voor criminelen, waar hun persoonlijk netwerk zich bevindt.

Men kan gemakkelijk tot de sector toetreden. Er zijn geen diploma’s nodig.

In de sector is een grote hoeveelheid kleine ondernemers actief die de neiging hebben aan belastingontduiking te doen.

Een sector die aan weinig regels onderhevig is.

Waar normovertredend gedrag normaal is.

De criminaliteit die ‘vervlecht kan zijn met prostitutie zijn:

–          Criminaliteit van exploitanten

–          Mensenhandel

–          Overige vormen van criminaliteit.

In Utrecht zijn de voorwaarden voor het verkrijgen van een vergunning heel streng. Een gevangenisstraf van zes maanden of zelfs twee geldboetes van 500 euro of meer voor een ernstig delict vormen  al een weigeringsgrond. [IV]Herdruk van de Algemene Plaatselijke Verordening Utrecht (raadsbesluit van respectievelijk 10 januari en 10 oktober 2002, 6 en 13 februari 2003. Overigens gelden die strenge eisen niet voor de beheerders en de rest van het personeel, bijvoorbeeld de geldophalers in de raamgebieden.

Tegengaan prostitutie van illegalen

In de periode dat deze doelstelling van de wet werd geformuleerd verstond men onder illegalen ook mensen die toen in een Oost-Europees land woonden dat geen deel uitmaakte van de Europese Unie. Beduidend meer nationaliteiten dan voorheen kunnen nu legaal in de prostitutie werken. Alleen mensen van buiten de Europese Unie kunnen niet vergund in de prostitutie werken, tenzij ze door middel van een huwelijk of op grond van geregistreerd partnerschap in Nederland kunnen werken. Dat laatste zou de verklaring kunnen zijn voor het feit dat men bijvoorbeeld op Hookers.nl vrouwen zien vermeld uit landen als Jamaica en Brazilië.

De schatting van het aantal vrouwen van buiten de Europese Unie verschilde tussen de gemeente en de exploitanten. Volgens de gemeente waren tijdens de vele intensieve controles geen vrouwen van buiten de Europese Unie aangetroffen die geen verblijfstitel hadden op grond waarvan ze mogen werken. Het bureau Carpe Diem dat onderzoek voor Wegra heeft gedaan beweerde dat slechts vier procent afkomstig was uit een land van buiten de Europese Unie. Er is ook enig verschil van mening over de vrouwen uit Zuid-Amerika. De gemeente zou volgens haar rapportage beweren dat 18 procent uit Latijns Amerika afkomstig is;  Wegra beweerde dat dit om slechts twee procent ging. Veel Zuid- Amerikaanse vrouwen die in de prostitutie werken hebben een Nederlands paspoort en moeten dus als Nederlandsen worden beschouwd.

Zoals elders in de (raam) prostitutie werkten er veel migranten. Volgens de rapporten van de gemeente was 12 % van de sekswerkers op het Zandpad Nederlands. Dit percentage kan slechts een momentopname zijn; het wisselde per shift, per dag en per maand.

Handhaving

Op grond van de brief uit 2006 van de Gemeentelijke Werkgroep Prostitutiebeleid van het Ministerie van Binnenlandse Zaken, waarin onderscheid wordt gemaakt tussen gemeenten die het toezicht aan politie of de gemeente overlaten en gemeenten die een integrale aanpak hanteren, kunnen we stellen dat Utrecht van het model van politiecontrole over is gegaan op het model van een integrale aanpak. Openbare Orde en Veiligheid (OOV) initieert, ontwikkelt en coördineert het openbare orde- en veiligheidsbeleid van de gemeente. De vergunningverlening die aanvankelijk was gemandateerd aan de politie is per 1 januari 2008 overgedragen aan Toezicht en Handhaving van de Dienst Stadswerken van de gemeente Utrecht. Men werkt hierin wel samen met de politie. De wijkagent heeft de taak toezicht te houden. Drie keer per jaar is er een gezamenlijke controle van alle handhavende organisaties (Belastingdienst, politie, Siod e.a.) In de eerste maanden van 2009 zijn er 20 controles geweest die 20 bekeuringen hebben opgeleverd voor uiteenlopende zaken als dronkenschap, drugsgebruik en verkeersovertredingen. De politie heeft ook nog een taak op het gebied van ‘intelligence’ d.w.z. het verzamelen van informatie over mogelijke slachtoffers en activiteiten van mensenhandelaren. Bibob wordt in Utrecht alleen ingezet als er signalen zijn dat er iets mis is.

 Sietske Altink, ism Hendrik Wagenaar (2010), aangevuld in 2017

Noten   [ + ]

I. Het barrièremodel omvat ook nog het verhinderen dat men het land inkomt. Dit valt echter niet onder de bevoegdheid van een gemeente.
II. De Rode Draad weigerde  altijd categorisch percentages te noemen omdat hun waarnemingen altijd momentopnamen betroffen. Het kon per shift wisselen. Op het ene moment leken en er zelfstandige vrouwen te zitten en een shift later werkten er angstige vrouwen die steeds over de schouders van veldwerkers keken of de pooier meeluisterde.
III. In Amsterdam heeft men overigens het voorwaardenpakket van de opting- in, waarin rechten van prostituees zijn geformuleerd in een aparte sociale paragraaf in de APV opgenomen. In de discussie rondom de invoering van de Wet Regulering Prostitutie is er sprake van om deze rechten in een aparte Maatregel van Bestuur op te nemen. Niettemin heeft gemeentelijk beleid indirect invloed op de positie van de sekswerker op het werk. Door de vergunningverlening bepaalt zij namelijk bij welke exploitanten sekswerkers kunnen werken en wat voor keuzemogelijkheden er in een stad zijn.
IV. Herdruk van de Algemene Plaatselijke Verordening Utrecht (raadsbesluit van respectievelijk 10 januari en 10 oktober 2002, 6 en 13 februari 2003. Overigens gelden die strenge eisen niet voor de beheerders en de rest van het personeel, bijvoorbeeld de geldophalers in de raamgebieden.