De voorkant van het 'glossy' met vele foto's van het mooie Zweden waarin ook nog iets staat over de evaluatie.

De voorkant van het ‘glossy’ met vele foto’s van het mooie Zweden waarin ook nog iets staat over de evaluatie.

In 1999 is in Zweden het verbod op seks kopen in werking getreden. Dit heet wel de Purchase of Sex Act. De Zweedse regering promoot dit als een voorbeeld voor andere landen. En met succes, het zogeheten Zweedse model heeft in enkele landen navolging gevonden.

In 2010 waren de Zweden op promotietour in Nederland. Bij die gelegenheid presenteerde men een evaluatie waaruit zou blijken dat die wet in Zweden heel veel goeds teweeg had gebracht. Maar klopte dat ook. Twee Zweedse onderzoekers, S. Dodillet en P. Őstergen hadden hun twijfels. In tegenspraak met het officiële evaluatie-onderzoek lieten Dodillet en Östergren zien, op grond van onder andere eigen onderzoek onder sekswerkers, een analyse van de respons in de media, rapporten van de politie en van organen als de Nationale Raad voor Preventie van Misdaad en rapporten uit Noorwegen, dat de claims dat de prostitutie en mensenhandel in omvang zijn afgenomen, dat de wetgeving klanten afschrikt en dat de werkers in de prostitutie er geen nadelige gevolgen van ondervinden, niet houdbaar zijn.

Het probleem was dat de claims van de Zweedse regering niet hard konden worden gemaakt door middel van feiten en wetenschappelijk verantwoord onderzoek. De evaluatie ontmoette daarom veel kritiek, zowel van onderzoekers op het gebied van prostitutie (nationaal en internationaal) en van Zweedse functionarissen die gespecialiseerd waren in gezondheidskwesties en discriminatiebestrijding. Hun kritiek richtte zich vooral op het gebrek aan wetenschappelijkheid; de onderzoekers waren niet van een objectief uitgangspunt uitgegaan omdat de minister van justitie, Beatrice Ask, al voor het onderzoek van start was gegaan, had bepaald dat het kopen van seks illegaal moest blijven. Daarnaast had men geen bevredigende definitie van prostitutie gehanteerd. Evenmin had men de invloed van de ideologie, de methode, de bronnen en mogelijke controversiële punten beschreven. Het onderzoek bevatte inconsistenties, lukrake verwijzingen, irrelevante vergelijkingen of vergelijkingen die mank gingen. De conclusies werden niet gestaafd door feitenmateriaal en waren soms louter speculatief. Hieronder volgen de belangrijkste resultaten van S. Dodillet en P. Őstergen. [I]Dodillet, S. and Östergren P. (2013). Appendix 3: The Swedish Sex Purchase Act: Claimed Success and Documented Effects. In H. Wagenaar, S. Altink, S. Dodillet, P. Östergren (2011). Final Report of the International Comparative Study of Prostitution Policy in the Netherlands, Austria and the Netherlands, The Hague: Nicis, 109-130

De omvang van de prostitutie in Zweden

Teneinde te bepalen of de prostitutie sinds de invoering van het verbod op seks kopen is verminderd, moet men weten wat de omvang van de prostitutie was voordat de wet van kracht werd. Voor wat de straatprostitutie betreft werd in 1998 voor de drie grote steden (Stockholm, Malmö en Göteborg) herhaaldelijk het getal van 650 prostituees genoemd. In het overheidsonderzoek werd dit getal, zonder veel argumentatie, met 3 vermenigvuldigd om tot een schatting van de inpandige prostitutie te komen. Dit zou het totaal van sekswerkers op 1850-2000 brengen, hoewel het getal van 3000 ook werd genoemd. Deze cijfers zijn dubieus. Het is niet bekend of de sekswerkers fulltime of parttime werkten, of payboys en transgenders zijn meegeteld en in welke periode deze sekswerkers actief waren. Met andere woorden, het cijfermateriaal over de uitgangssituatie vertoonde nogal wat hiaten. Dat geldt ook voor het cijfermateriaal over de situatie na de wetswijziging.

In 2007 zouden er slechts 300 straatprostituees in de grote steden actief zijn, in de ene stad meer dan in de andere. In bijvoorbeeld Göteborg zijn er in 2007 slechts 30 straatprostituees geteld. Het is maar de vraag of deze cijfers kloppen. Ten eerste is een dergelijke forse afname als gevolg van een overheidsmaatregel hoogst ongebruikelijk in de criminologische literatuur. Wie dat desondanks claimt moet dat goed onderbouwen; iets wat achterwege blijft in de officiële Zweedse evaluatie. Een jaar van intensieve ontmoediging van de straatprostitutie in Wenen heeft bijvoorbeeld geen gevolgen gehad voor de omvang ervan. Daarentegen heeft het sluiten van de tippelzones in drie van de vier grote steden in Nederland wel geleid tot het vrijwel verdwijnen van straatprostitutie in die steden. Uit onderzoek blijkt dat het gevreesde waterbedeffect niet is opgetreden [II]Beke, 2010 Ten tweede moet men zich afvragen hoe de grote verschillen tussen de steden vallen te verklaren. Ten derde weten we niet of de cijfers uit 1998 een eenmalig beeld gaven of dat ze op een stabiele situatie van toepassing waren. Bovendien kan het gaan om een algemene trend: sinds de jaren negentig zou de straatprostitutie sowieso op haar retour zijn. Er worden nog meer kanttekeningen gemaakt: de auteurs van het evaluatierapport zouden er geen rekening mee hebben gehouden dat de straatprostitutie is uitgeweken van de bekende zones naar kleinere zijstraten en de randen van de stad. Daarnaast is het voor de hand liggend dat de intensivering van de politiecontroles ook de omvang van de straatprostitutie negatief beïnvloedde.

De belangrijkste kritiek is echter dat men uit het feit dat straatprostitutie minder vaak voorkomt dan voorheen, niet de conclusie kan trekken dat de prostitutie over de gehele linie is afgenomen. Sekswerkers werken tegenwoordig meer via mobiele telefoons en het internet dan voorheen. Ook leggen ze contacten met klanten in bars en hotels, wat heel moeilijk zichtbaar gemaakt kan worden. Deze ontwikkelingen zijn niet alleen met het verbod op seks kopen te verklaren; het is ook een gevolg van technologische ontwikkelingen. Wat de inpandige prostitutie betreft, geven de auteurs van de evaluatie van de wet toe dat het moeilijker is om vooral de duurdere vormen van prostitutie in kaart te brengen. In dit marktsegment kan men immers meer investeren in discretie en afschermende maatregelen. Naar schatting werken nu vier vijfde keer zoveel prostituees als straatprostituees in de inpandige prostitutie, tegenover tweederde keer zoveel ten opzichte van straatprostituees als in de periode van voor het Verbod op seks kopen. Schematisch ziet dit er als volgt uit:

Tabel. Schattingen van aantallen prostituees

Aantal in 1998 Aantal in 2007
Straatprostituees 700 300
Inpandige prostituees 2 tot 3 maal 700 = 1400-2100 4 tot 5 maal 300= 1200-1500
Internet Geen grootschalige prostitutie via internet 300-500
Totaal 2100- 2800 1800- 2300

 

De optelsom van het aantal straatprostituees en inpandige prostituees levert een bijna zelfde totaalaantal op als voor en na de wetswijziging. Kortom, de claim dat de omvang van de prostitutie door het verbod op seks kopen is afgenomen, valt niet hard te maken.

De wet werkt preventief tegen mensenhandel

De cijfers over het terugdringen van mensenhandel zijn ook tegenstrijdig. In de officiële evaluatie wordt gesteld dat mensenhandel voor seksuele exploitatie grotendeels is bedwongen. De politie stelt daarentegen dat mensenhandel (voor seksuele exploitatie) een groeiend probleem is. De cijfers:

Tussen 2002-2006 werden er jaarlijks 400-600 slachtoffers van mensenhandel gemeld; een aantal dat overigens aanzienlijk hoger is dan het aantal prostituees dat in de officiële statistieken wordt vermeld.

Tabel. Het aantal veroordeelde mensenhandelaren (voor uitbuiting in de prostitutie)

2003 2004 2005 2006 2007
2 0 7 11 2

 

Na 2007 zijn er geen cijfers over slachtoffers meer beschikbaar gekomen. De National Police Board lost deze tegenstrijdigheid op door een nieuw begrip in te voeren: mensenhandelachtige prostitutie. Dit zou dan gaan om migranten die tijdelijk in Zweden seksuele dienstverlening aanbieden.

De wet schrikt klanten af

Een van de belangrijkste doelstellingen van de wet was het afschrikken van klanten. Maar is dat gelukt? Uit krantenberichten blijkt dat jaarlijks gemiddeld 100 mannen  worden staande gehouden, maar die worden zelden veroordeeld. Het ‘delict’ prostitueebezoek valt namelijk heel moeilijk te bewijzen. Volgens Jesper Bryngemark (Taipei 2006) verloopt de politie actie als volgt: zowel de  koper als verkoper van seks moeten op heterdaad worden betrapt. De politie moet tevens geld en condooms in beslag nemen. Dit heeft in de praktijk tot gevolg dat prostituees hun condooms thuis laten. Zowel de verdachte als de getuige mogen gefouilleerd worden. Krachtens de wet is men ook strafbaar als iemand anders de dienstverlening betaalt.

Aan de hand van de diverse rapporten hebben Dodillet en Östergren de volgende cijfers verzameld:

Tabel 3: Aantallen gestrafte klanten per jaar

Jaar 1999 2000 2001 2002 2003 2004 2005 2006 2007 2008 2009 2010
Vervolg-de klanten 94 92 86 110 300 156 460 163 189 187 352 1251
Hebbenschuld bekend 5 7 18 22 52 26 47 88 51 48
VeroorDeeld 6 18 30 20 30 27 56 38 39 25
Totaal 11 25 48 44 82 53 103 126 92 76

 

Veel mannen hebben schuld bekend om een rechtszaak te ontlopen. Het hoge aantal vervolgde mannen in 2010 kan niet worden geïnterpreteerd als een plotselinge toename van het kopen van seks, maar als een gevolg van het feit dat de politie dankzij het Nationale Actie Plan meer middelen kreeg.

Uit interviews met klanten blijkt dat ze zich door de wet niet laten weerhouden van prostitueebezoek. Velen van hen zoeken hun heil in het buitenland. Een van de onbedoelde effecten van de wet is kennelijk dat Zweden klanten exporteert. De straffen zouden bovendien te laag zijn, hoewel de strafmaat sindsdien is verhoogd. In onderzoek van bijvoorbeeld J. Kuosmanen (2008) komt naar voren dat klanten zich wel degelijk laten weerhouden, maar zijn onderzoek werd gehinderd door de gebrekkige bereidheid van klanten om aan het onderzoek mee te werken. Volgens criminologen van de universiteit van Stockholm zit er een ook een methodische fout in de officiële evaluatie. Men vroeg bijvoorbeeld of mannen ooit in hun leven voor seks hebben betaald. In 2010 beantwoordden een groot aantal mannen die in 1996 de vraag met ‘ja’ beantwoordden nu met ‘nee’. Zelfs als men er rekening mee houdt dat een deel van de mannen die in 1996 bevestigend antwoordden,  inmiddels overleden is en dat niemand meer sinds de invoering van de wet seks heeft gekocht, kan het aantal mannen dat ooit voor seksuele dienstverlening heeft betaald nooit zo drastisch zijn gedaald. Een Zweeds radiostation heeft enige jaren geleden een advertentie geplaatst waarin een vrouw seks tegen betaling aanbood. Binnen twee dagen hadden duizenden mannen uit heel Zweden gereageerd. De conclusie van de programmamakers was dat er, ondanks de wetgeving,  niet veel veranderd was in de bereidheid van mannen om deel te nemen aan betaalde seks.

De wet heeft de publieke opinie veranderd

Een van de positieve resultaten van de wet zou zijn, dat ze een mentaliteitsverandering teweeg heeft gebracht. Aan het einde van de vorige eeuw leek er inderdaad bij de bevolking steun te zijn voor het illegaal maken van het kopen van seks. Er zijn echter geen aanwijzingen dat men massaal prostitutie afkeurde omdat het strijdig was met het ideaal van seksegelijkberechtiging. Men vond prostitutie sowieso een probleem.

De houding van jongeren- zij hebben immers de toekomst- is door ons op verschillende manieren onderzocht. Aan de hand van verschillende onderzoeken is aangetoond dat jongeren steeds minder een probleem zien in de combinatie van seks en geld. Ook zijn er signalen dat het draagvlak in de publieke opinie voor het Verbod op het kopen van seks kleiner wordt.

Een adequate hulpverlening?

Vanaf de invoering van het verbod op het kopen van seks heeft men benadrukt dat het nemen van sociale maatregelen het belangrijkste instrument was om de prostitutie terug te dringen. Die sociale maatregelen waren gebaseerd op de Wet op de Sociale Dienstverlening en op de Wet op de Medische Dienstverlening. Aangezien men geen richtlijnen voor de implementatie hiervan had opgesteld en er ook geen fondsen voor had geoormerkt, is dit overal anders aangepakt. In Stockholm bijvoorbeeld bood men therapie aan mensen die seks verkopen aan en in Malmö werkte men vanuit een ‘harm reduction’ perspectief. Inmiddels is het nog moeilijker geworden om sekswerkers te ondersteunen. De strafmaat voor het kopen van seks is zodanig verhoogd (met een gevangenisstraf tot één jaar) dat het een misdrijf is geworden waarvoor een meldingsplicht geldt. Dit betekent dat hulpverleners de autoriteiten op de hoogte moeten stellen als ze wetenschap hebben van het feit dat seks wordt verkocht. Veel hulpverleners in de maatschappelijke en gezondheidszorg zien dit als strijdig met hun professionele ethiek (Florin, 2012)  [III]Florin, O. (2012), “A particular kind of violence: Swedish social policy puzzles of a multipurpose criminal law”, Sexuality Politics and Social Policy, (published online: 31 may 2012

Als een hulpverlener ontkent dat seks werkers agency hebben (zelfstandig kunnen handelen)  komt hij/zij volgens hem in conflict met de principes van de hulpverlening. Krachtens de wet mag een hulpverlener niet een vorm van hulpverlening bieden die tegen het belang van zijn cliënt indruist. De welzijnswerker moet ook neutraal zijn, maar dat kan niet als de sekswerkers niet als handelende zelfstandige persoon worden gezien.

Het doel van de hulpverlening moet zijn een vrouw uit de prostitutie halen. Maar het begrip prostitutie is in de wet niet duidelijk omschreven. Het is moeilijk te bewijzen dat de misdaad van seks kopen gericht is op dat specifieke slachtoffer. Dit heeft tot gevolg dat de Special Crime Victim Provision of Social Services Act niet van toepassing is.

We kunnen dus veilig concluderen dat de bewering van de Zweedse regering dat het verbod op het kopen van seks alleen de klant treft, niet opgaat. Het is immers niet alleen strafbaar om seks te kopen. Doordat het strafbaar is uit prostitutie voordeel te trekken zijn allerlei mensen die bijvoorbeeld in toeleveringsbedrijven werken tot illegaliteit gedoemd. Door uitsluitend de aandacht te richten op slechts één van de wetten in de totale constellatie van prostitutiewetgeving, negeert men de bredere gevolgen van die ene wet. (Dodillet en Östergren, 2010)

Lees meer over prostitutie in Zweden en het Zweedse model

 Dit is eerder verschenen in:

Wagenaar, H., Altink, S., (2013) Rapportage naar aanleiding van de workshop Decrimininalisering Prostitutiebeleid, Universiteit van Leiden, campus Den Haag, 3 en 4 maart 2011.

 

Noten   [ + ]

I. Dodillet, S. and Östergren P. (2013). Appendix 3: The Swedish Sex Purchase Act: Claimed Success and Documented Effects. In H. Wagenaar, S. Altink, S. Dodillet, P. Östergren (2011). Final Report of the International Comparative Study of Prostitution Policy in the Netherlands, Austria and the Netherlands, The Hague: Nicis, 109-130
II. Beke, 2010
III. Florin, O. (2012), “A particular kind of violence: Swedish social policy puzzles of a multipurpose criminal law”, Sexuality Politics and Social Policy, (published online: 31 may 2012