Bij aankomst van de boot van Duitsland naar Zweden ziet men mannen en vrouwen met karrenvrachten drank van de boot afstappen. Deze en andere Zweden gaan naar Duitsland of Denemarken om daar een bres te slaan in de drankvoorraad. Maar ook voor prostitueebezoek moeten Zweden de grens over. En dat doen ze soms letterlijk, via de brug bij Malmö gaan ze naar het liberalere Denemarken.

Zweden staat tegenwoordig vooral in de belangstelling in verband met de Sex Purchase Act uit 1999: het verbod op het kopen van seks en op het ruilen van seks tegen goederen. Deze belangstelling komt voort uit het feit dat klantcriminalisering een onmiskenbare morele aantrekkingskracht uitoefent op degenen die een afkeer van prostitutie hebben; niet de vrouw maar de man, als afnemer van seksuele diensten, is de eigenlijke boosdoener. Tegelijk bevat deze aanpak een ogenschijnlijk heldere instrumentele logica: wie prostitutie wil bestrijden doet er goed aan om zijn aandacht op de klant te richten die met zijn behoefte aan betaalde seks prostitutie in stand houdt. Het Zweedse model wordt in internationale beleidsdiscussies nog steeds als de tegenpool van het Nederlandse model gezien, waarbij – ten onrechte- en vaak gesteund door fictieve cijfers, de situatie in Nederland wordt afgeschilderd als een waarin alles mag en kan.
Maar is het Zweedse Model wel het ei van Columbus in de strijd tegen mensenhandel?  En wat voor effect heeft dit op de sekswerkers?

Waarschuwing tegen kindermisbruik op het vliegveld van Stockholm

Waarschuwing tegen kindermisbruik op het vliegveld van Stockholm

Deze vragen kunnen echter pas worden behandeld als deze wet in perspectief wordt geplaatst van de Zweedse cultuur en het Zweedse prostitutiebeleid. Aan het einde van dit artikel komen Ostergren en Dodillet aan het woord met hun kritiek op de officiële evaluatie van de Zweedse regering. [i]

De Heilstaat

In 1999 waren velen nogal verbaasd over het verbod op het kopen van seks. Wat is er gebeurd met de Zweedse reputatie van een liberaal land op seksueel gebied, zo vroeg men zich af. Het antwoord op deze vraag is tussen de regels te vinden in de meeslepende roman Het bezoek van de Lijfarts van de Zweedse schrijver Per Olov Enquist. Hij laat zien hoe Zweden vanaf de achttiende eeuw tijdens vele hervormingspogingen rationeel gedrag van burgers probeert af te dwingen. En daaruit valt ook de houding ten opzichte van alcoholgebruik te verklaren; het gebruik van genotmiddelen is immers niet rationeel.
Petra Ostergren, onderzoekster zei op het congres van De Rode Draad in 2003 en in 2010 het volgende over dit cultuurgoed:

Ik bezie het in het licht van de historie. In de jaren dertig was er in Zweden een sterke wens om de ideale staat te creëren. We wilden een natie van gelukkige mensen inrichten. We stelden hoge eisen aan hoe we moesten zijn. En om dit doel te bereiken mochten de rechten van mensen die hier niet in pasten worden geschonden. Daarom werden bepaalde mensen, vooral vrouwen gesteriliseerd. Met name degenen die een neiging tot promiscuïteit hadden werden hiervan het slachtoffer.

Het verbod op het kopen van seks kan niet los worden gezien van de Zweedse cultuur van fervente gelijkberechtiging tussen de seksen, communitarisme en de traditie van ‘social engineering’. Zweden is niet liberaal, maar communitaristisch. Het communitarisme is een stroming in de politieke filosofie die zich kritisch opstelt tegenover het liberalisme en het kapitalisme.

Het maximaliseren van het economische nut dat het (zuivere) kapitalisme kenmerkt kan volgens de communitaristen de gemeenschap fragmenteren en vernietigen. De communitaristen accepteren het idee van het onafhankelijke individu niet zonder meer en benadrukken de afhankelijkheid van het individu van de gemeenschap. In hun visie kan het individu zich niet onbeperkt ontplooien.

In de Zweedse versie van het communitarisme speelt een vorm van de bovengenoemde ‘social engineering’ een belangrijke rol. Dit is te omschrijven als het actief ingrijpen in het gedrag of de levenssfeer van individuen door hen het juiste gedrag en de juiste houding bij te brengen. Dit werd ook ingezet om de ideale verzorgingsstaat te creëren.
Enkele decennia geleden stond de term ‘het Zweedse Model’ nog  voor de ideale verzorgingsstaat. Maar sinds enkele jaren bedoelt men met het Zweeds Model iets totaal anders: de volgens de Zweedse overheid succesvolle poging mannen van prostitueebezoek af te houden. Dit alles komt op conto van een machtige feministische lobby die wel eens vilein als een vorm van staatsfeminisme is omschreven. Zweden was hierin uniek: een dergelijke door een deel van het radicaal feminisme geïnspireerde visie op prostitutie werd in het Westen al sinds de jaren zeventig gepropageerd, maar alleen in Zweden is het op het niveau van de staat toegepast.[ii] Daar werd het eerst omarmd door de Sociaal Democratische regering van 1998 en later door de Liberale Alliantie regering in 2006.

Ingmar Bergmanbloot

Tegenwoordig wil Zweden het ideaal van volledige gelijkberechtiging en gezonde seks tussen de seksen bereiken. Voor dat laatste bestaat zelfs een eigen term: “friske seksualitet”. (Ostergren in 2010). Wat was er overgebleven van het ideaal uit de jaren zeventig van de vrije seks in Zweden? Het antwoord daarop van Dodillet en Östergren luidt dat dit een mythe was. Naaktheid en seks werden alleen onder bepaalde voorwaarden getolereerd. Bloot mocht in die jaren alleen in de kwaliteitsfilms zoals die van Ingmar Bergman, als het uitdrukking gaf aan ‘goede seks’. [iii] Ook Dan Kulick, hoogleraar aan de universiteit van Chicago, heeft in zijn artikel  Four Hundred Thousand Swedish Perverts (2005) betoogd dat in Zweden alleen gezonde, natuurlijke en goede seks wordt getolereerd. Hij laat ook zien hoe de Zweedse overheid gaandeweg, via uiteenlopende “wetenschappelijke” studies, een mentaliteitsverandering heeft geprobeerd te bewerkstelligen ten aanzien van het bezoeken van prostituees. Gedurende een periode van 10 jaar transformeerde dit in de overheidsrapporten van incidenteel gedrag tot een ernstige persoonlijk falen.

Friske seksualitet?

Friske seksualitet?

Het Zweedse prostitutiebeleid heeft volgens Ostergren een enorme symbolische waarde. Het speelt een rol in het creëren van een nationale identiteit. De Zweden vinden dat ze unieks hebben neergezet, volgens Ostergren. De Zweden vinden dat ze ‘verder’ zijn dan andere landen in de strijd tegen agressieve mannelijke seksualiteit in het algemeen. Bovendien vond men dat als men streefde naar een maatschappij waarin volledige gelijkberechtiging der seksen is gerealiseerd- de prostitutie moest ophouden te bestaan – niet alleen om bovengenoemde redenen, maar omdat het alle vrouwen schaadt als mannen blijven denken dat ze ‘vrouwenlichamen’ kunnen kopen. Het Zweedse beleid heeft dus een utopisch doel.

Van meet af aan had men al de bedoeling het beleid naar het buitenland te exporteren. Zweden besteedt daar veel geld en tijd aan. (Ook in Den Haag hebben de Zweedse autoriteiten in december 2010 een bijeenkomst georganiseerd waar de Zweedse wet aan de man werd gebracht.) Het veronderstelde grote succes van de wet stond centraal in de campagne.

Tot voor kort was Gunilla Ekberg de belangrijkste ambassadeur van dit beleid. [iv] Zij bezocht congressen om tegen bijvoorbeeld de Nederlandse visie te strijden. Zij  bleef consequent spreken over het kopen van vrouwen, niet over het betalen van seksuele dienstverlening. Prostitutie was in de ogen van Ekberg altijd verkrachting, ongeacht wat prostituees er zelf van vonden. Het was per definitie fysiek en psychisch schadelijk. Ze sprak altijd letterlijk in de lijdende vorm over prostituees; “prostituted women”. Op geen enkele manier mocht immers in de definitie naar voren komen dat een prostituee een sekswerker is: een handelend en werkend individu. Het begrip sekswerker wordt dan ook niet gehanteerd in Zweden.

Vrouwen konden volgens Ekberg niet zelf besluiten de prostitutie in te gaan, ze werden door een macht buiten zichzelf geprostitueerd. Ze werden gedwongen door andere mensen, door armoede of door hun drugsverslaving. Ze staafde dit verhaal met cijfers over vooral verslaafde straatwerkers. Ze keek naar het druggebruik en geweld van klanten en beweerde dat dit deze cijfers naar de gehele prostitutiepopulatie zijn te extrapoleren.[v] Zo had ze ook ontdekt dat sekswerkers een achtergrond van armoede en seksueel misbruik hadden.

Het feit dat ook mannen als prostituee werken en vrouwen soms klant zijn, is in de Zweedse visie een te veronachtzamen detail.  Volgens de deskundige Ostergren ziet men prostitutie van mannen voor mannen als een detail in de lifestyle van de homoseksuele gemeenschap. Ostergren: ‘Men kijkt anders tegen mannen aan dan tegen vrouwen. Het is niet zo schadelijk als mannen seks verkopen, want mannen zijn op het gebied van seksualiteit niet zo kwetsbaar als vrouwen. Vrouwen die porno consumeren en seksuele diensten afnemen worden doodgezwegen.’

Het prostitutiebeleid tot 1999

De Zweedse overheid presenteert het verbod op het kopen van seks als een wereldprimeur, aangezien alleen degene die de diensten koopt en niet degene die ze verkoopt strafbaar wordt gesteld. Die veronderstelde uniciteit kan echter in twijfel getrokken worden en wel om meerdere redenen. Het verbod op seks kopen is namelijk niet de enige anti-prostitutiewet in Zweden. Zweden kent van oudsher een aantal andere nogal stringente wetten en regelingen met betrekking tot prostitutie waardoor het prostitutiebeleid al vergelijkbaar was met dat van landen die ernaar streven de prostitutie te verminderen of geheel uit te roeien.

Van 1880 tot 1920 had men in Zweden, zoals in veel Europese landen een vorm van door de staat gereguleerde bordelen. Vanaf 1920 pakte men het organiseren van prostitutie aan door middel van een soort bordeelverbod, ook geheel in lijn met de rest van Europa. Prostitutie werd daarna oogluikend toegestaan, maar in de periode 1960- 1998 trad men steeds strenger op tegen bedrijfsmatige prostitutie. Dat begon in de jaren zeventig toen men stelde  dat prostitutie het gezinsleven verstoorde. Activisten uit de sekswerkers beweging, die zich in dit tijdsgewricht gingen roeren, stelden daar tegenover dat het gezinsleven juist de prostitutie in stand hield door onderscheid te maken tussen brave madonna’s die thuis zaten en de slechte vrouw met wie je alleen een vluchtig seksueel contact kon hebben, maar geen echte relatie. Het feit dat een niet-prostituee ook seksuele gevoelens kon hebben, en niet altijd madonna-achtig is, werd in het ideaalbeeld van de gezinswaarden over het hoofd gezien.

Dit sekswerkersactivisme komt uit de jaren zeventig toen Lillian Anderson trachtte een Zweedse sekswerkers emancipatiebeweging op te zetten, geheel in de tijdgeest van eind jaren zeventig van de vorige eeuw, de tijd van het begin van de emancipatie van prostituees. Maar in Zweden heeft het idee van de bevordering van de emancipatie van prostituees nooit veel weerklank gevonden. Een poging uit 1972 van de liberale parlementariër Sten Sjoeholm om door middel van het stichten van staatsbordelen iets te doen tegen de uitbuiting van de vrouwen in de seksindustrie werd met verontwaardiging ontvangen. Slechts vier parlementariërs stemden voor, twee onthielden zich van stemming en 303 afgevaardigden stemden tegen. De laatsten lieten weten prostitutie uit oogpunt van volksgezondheid en menselijkheid een schadelijke activiteit te vinden. Dit sloot naadloos aan bij de visie van de feministen die al een campagne tegen porno voerden, dat sekswerk geweld was tegen de vrouwen die dat beroep uitoefenden.

Straatprostitutie probeerde men te beheersen door middel van wetten op landloperij. In 1977 stelde men voor de straatprostitutie te beperken. Maar dat werd bekritiseerd als klassenjustitie omdat de dure escort buiten schot zou blijven.

Seks in het openbaar, in clubs bijvoorbeeld is sinds de jaren zeventig verboden. Striptease mag alleen onder strikte voorwaarden; er moet een scherm staan tussen de danser en het publiek zodat iedere aanraking is uitgesloten.

In 1982 is het exploiteren van prostitutie in Zweden strafbaar gesteld. Deze wet is nog steeds van kracht. Iedereen die gewild of ongewild uit prostitutie van een ander voordeel trekt, is strafbaar. Dit betekent in de praktijk dat een bewoner zijn/haar huis kan worden uitgezet als hij/zij prostitutie toelaat in de woning. Deze wet treft ook de partners van prostituees en zelfs taxichauffeurs die prostituees naar hun werk brengen.

In 1993 ontwierp men een wetsvoorstel om beide partijen, de klant en de prostituee dus, strafbaar te stellen. In dat jaar verdubbelde, net als in andere Europese landen het aantal buitenlandse vrouwen, vooral uit de voormalige Oostbloklanden dat in de prostitutie werkte. Dit leidde tot discussies over mensenhandel. Toen de wet in de maak was, was men nog niet van plan de klanten als de voornaamste oorzaak van mensenhandel te zien. Die overweging is pas later in het debat mee gaan spelen. Bengt Westerberg, die van 1991 tot 1994 minister van Sociale Zaken was, vond het vrouwbeeld dat aan de basis van de prostitutie lag, onverenigbaar met het ideaal van de gelijkberechtiging van de seksen. Amerikaanse ‘experts’, vooral degenen die prostitutie als geweld tegen vrouwen beschouwden, werden uitgenodigd en geconsulteerd. Sindsdien huldigen alle politieke partijen hetzelfde standpunt ten aanzien van prostitutie.
In 1994 verscheen er een rapport waarin stond dat het criminaliseren van klanten de enige oplossing was. Uiteindelijk kwam dit in de wet waarvan de tekst luidt: ‘Een persoon die vluchtige seksuele relaties verkrijgt in ruil voor betaling krijgt een boete of maximaal 6 maanden straf.’

De enige partij die een afwijkend geluid heeft laten horen was een liberale partij: Moderäte Liberal. Die vond prostitutie een negatief verschijnsel dat echter niet zal verdwijnen. Het was immers een noodzakelijk kwaad.

Verder is er in 2002 nog een anti-mensenhandelwet van kracht geworden nadat de Zweedse regering het Palermo protocol had ondertekend. De Zweedse regering heeft haar beleid vastgelegd in het Nationaal Actie Plan Tegen Prostitutie en Mensenhandel. Dit plan behelst zo’n 36 maatregelen die genomen moeten worden om risicogroepen te beschermen, het kennis- en bewustzijnsniveau te verhogen en de nationale en internationale samenwerking te bevorderen. Dit in radicaal feministisch terminologie geformuleerde plan diende uiteindelijk om de prostitutie terug te dringen. Dit plan zou niet alleen de prostitutie doen verminderen maar ook mensenhandel en zelfs kinderprostitutie tegengaan. Dat laatste is overigens onomstreden, want kinderprostitutie was en is, net als in andere Europese landen in Zweden altijd al verboden geweest.

De effecten op sekswerkers

Zowel sekswerkers als hun klanten rapporteren in de literatuur en de media onbedoelde negatieve effecten van het verbod op het kopen van seks. Zo zijn klanten minder geneigd op te treden als getuige van uitbuiting van sekswerkers. Ook worden klanten blootgesteld aan chantage en berovingen. Sekswerkers worden namelijk soms door criminelen onder druk gezet om mee te werken aan het beroven van klanten. De laatsten kunnen immers moeilijk hun beklag doen bij de politie. Zij worden al gestigmatiseerd als ze alleen al worden verdacht van het kopen van seksuele diensten. Hun baan kan daarmee op het spel komen te staan.

Alle tegenstanders van de wet wijzen op de negatieve gevolgen voor straatwerkers. Hun klanten lopen het grootste gevaar een boete te krijgen. De meeste afspraken voor seksuele dienstverlening worden tegenwoordig op internet gemaakt. De vrouwen die nog op straat werken en die vooral uit de Baltische staten komen, hebben hun eigen homepage en veranderen voortdurend van adres. Waarschijnlijk moeten ze de hulp van bemiddelaars inroepen om dit alles te financieren. De sekswerkers voelen zich opgejaagd door de politie; in plaats dat ze zich voor hulp tot de politie kunnen wenden, worden ze voortdurend ondervraagd en onderzocht. Alle tegenstanders van de wet wijzen erop dat het geweld tegen straatprostituees is toegenomen. Dat komt onder andere omdat ‘normale’ klanten niet meer de diensten van straatprostituees durven te kopen. De mannen die niet bij de inpandige prostitutie of op internet terecht kunnen vormen nog de weinige clientèle van de straatprostituees. Deze mannen wijzen de prostituees op de risico’s die zij als klant lopen. Zij willen die gecompenseerd zien en weigeren daarom de vraagprijs te betalen of eisen onveilige seks. De vrouwen hebben geen tijd om hun mensenkennis toe te passen. Het is moeilijker om de mogelijke agressie van een klant in te schatten als hij bang is door de politie opgepakt te worden. Daarnaast hebben de vrouwen de neiging hun klant mee te nemen naar afgelegen plekken die buiten het zicht van de politie liggen, maar daarom ook gevaarlijker zijn.

De wet wordt als een vorm van klassenjustitie gezien: vooral de sekswerkers die in de goedkopere marktsegmenten werken en in het oog lopen, bijvoorbeeld op straat, zijn de dupe van de wet. De bureaus die onopvallend klanten werven via het internet, zijn in het voordeel.

Ook belastingtechnisch zijn sekswerkers in een onmogelijke positie gemanoeuvreerd. Zweedse sekswerkers moeten wel belasting betalen, maar kunnen dat niet als ze sekswerker als beroep opgeven. Het kan alleen als ze voorwenden een heel ander soort beroep te hebben. Ze moeten het doen met belastingaanslagen die gebaseerd zijn op schattingen van de fiscus. ‘Maar het grootste probleem voor sekswerkers is dat verbod op het kopen van seks. Daardoor is een moeilijke, gevaarlijke en vaak onmogelijke situatie op het werk ontstaan. Degenen die een regelmatig inkomen uit sekswerk hadden, kwamen ineens in enorme financiële problemen  omdat de klanten waren afgeschrikt. Het was heel vernederend, we mochten niet meer voor onze broodwinning kiezen’ aldus de Zweedse sekswerker Pye op het congres in 2003.

Nog meer gestigmatiseerd

De regering en Ekberg bleven ontkennen dat de wet tegen prostituees is gericht, want die kregen  juist erkenning als slachtoffer. Maar sekswerkers hebben nu juist heel veel last van dat ‘slachtofferschap’. Het stigma op klanten straalt immers ook op sekswerkers af. Zij worden met de nek aangekeken en hebben daar last van. Zo is een studente de toegang tot haar school ontzegd omdat men erachter was gekomen dat ze in de prostitutie had gewerkt.

In 2003 vertelde de Zweedse sekswerker Pye op het congres van De Rode Draad het volgende:

Teneinde de wet te promoten schakelde de regering de media in om maar duidelijk te maken dat sekswerk de Zweedse manier van leven zou aantasten als het getolereerd zou blijven als onderdeel van modern leven. Plotseling stonden de kranten bol van de gruweldaden die de kopers van seks – mannen natuurlijk-  tegen de arme sekswerkers – vrouwen natuurlijk-  begingen. Geen wonder dat die vrouwen kiezen voor de ellende van een leven vol drugsmisbruik. Niemand luisterde naar de politie die zei dat slechts weinig vrouwen in de prostitutie werkten om hun verslaving te betalen, en dat dit toch al kleine groepje niet door de prostitutie is gaan gebruiken.

Door dit alles raakten sekswerkers steeds meer gestigmatiseerd en geïsoleerd. Het stigma leidde ertoe dat de instanties denken dat een seks werker geen geschikte moeder kan zijn. Ze loopt dus de kans haar kind kwijt te raken wanneer wordt ontdekt dat ze seks verkoopt of heeft verkocht. De sekswerkers die er een andere baan naast hebben, of uit de seksindustrie zijn gestapt, kunnen ontslagen worden als ‘het geheim naar buiten komt’.

Pye: Een interview met een sekswerker die voor zichzelf werkte trok nauwelijks de aandacht. Enkele sekswerkers roerden zich nog in het steeds hysterischer wordende debat maar dat vond men van geen belang. Ze kregen een aai over hun bol en men vertelde hen dat ze niet wisten wat goed voor hen was. Degenen die tot dan toe open over hun werk waren geweest riskeerden het contact met hun familie en vrienden te verliezen als ze het recht op hun eigen mening opeisten. Het resultaat was dat sekswerkers hun mond hielden; liever niet gehoord worden dan al die vernederingen ondergaan. Er kwam geen steungroep voor sekswerkers, want dat werd gezien als het aanzetten tot prostitutie, iets wat politiek zo incorrect was dat niemand bij zo’n groep wilde horen.

De auteurs van de officiële  evaluatie van het Zweedse beleid vermelden zelf ook dat ‘de mensen die in de prostitutie worden uitgebuit’, de criminalisering als een intensivering van het stigma ervaren, zich monddood gemaakt voelen en vinden dat hun meningen en wensen niet worden gerespecteerd. Ze beschrijven hun situatie als machteloos. Hun rechtspositie is onzeker en ze hebben geen vertrouwen meer in de overheid.

Deze cluster van negatieve effecten heeft echter volgens de auteurs van de officiële Evaluatie een groot voordeel, dat als volgt  door Minister Beatrice Ask is geformuleerd: ‘Aangezien het bestrijden van de prostitutie het doel van de wet is, moeten de eerder beschreven negatieve gevolgen van het verbod op het kopen van seks, als positief worden beoordeeld voor de mensen die nog in de prostitutie worden uitgebuit’. Met andere woorden, zij zullen willen uitstappen. Een tegenstander van de wet, de strafpleiter Jesper Bryngemark, betwijfelt dit. Dit standpunt berust op louter hypothesen. Men verwacht bijvoorbeeld dat een vrouw zich tegen een persoon die haar de prostitutie in wil praten zal zeggen dat ze dat niet wil omdat het illegaal is.

De sekswerkers waren niet betrokken bij het wetsontwerp. Volgens Ostergren vond de Zweedse regering dat ook niet nodig: de symbolische waarde van de wet – het afkeuren van het kopen van seks-  was immers belangrijker dan het feit dat de vrouwen te lijden hadden onder de wet. Het enige dat telde was dat duidelijk is gemaakt dat prostitutie niet acceptabel is.

Argumenten dat het verbod nadelig zou kunnen uitpakken voor individuele vrouwen die seks verkopen, of dat het hun recht op seksuele autonomie zou aantasten, vond men irrelevant. De symbolische waarde van het verbod voor de strijd voor gelijkberechtiging van het verbod op seks kopen vond men niet opwegen tegen de belangen van de beroepsgroep. De officiële evaluatie zwijgt overigens over de werkomstandigheden en de gezondheidssituatie van sekswerkers.

Het laatste woord is aan Pye:

Ik woon in een land waar men vindt dat wat ik doe en denk geen waarde heeft. Keuzevrijheid is iets waarover ik alleen maar kan lezen. De beledigingen van degenen die mij moeten redden is iets waar ik maar mee moet leven. We zijn een organisatie begonnen: Rosa Alliance, maar we hebben nog zo’n lange weg te gaan. We hebben alle steun nodig, maar wij zijn nu al zo ontzettend moe.
Pye op De Rode Draad conferentie in 2003

 

Lees meer over de kritiek op het Zweedse model

Dit artikel is samengesteld uit eerdere artikelen van  Wagenaar, Dodillet, Ostregren en Altink en het resultaat van enkele persoonlijke ontmoetingen op congressen en conferenties.

Bronnen

 


[i] P. Ostergren en S. Dodillet schreven dit in het kader van de interimrapportage van het internationaal vergelijkend onderzoek naar prostitutiebeleid van Wagenaar en Altink

 

[ii] Het feminisme is van oudsher verdeeld over prostitutie. Terwijl een deel het ziet als een vorm van seksueel geweld van mannen jegens vrouwen en de structurele ongelijkheid tussen de seksen, ziet een ander deel het juist als een manifestatie van de seksuele autonomie van vrouwen.

 

[iii] Susanne Dodillet, voordracht bij Ministerium fuer Gesundheit, Emanzipation, Pflege und Alter des Landes Nordrhein-WestfalenDüsseldorf, 20 juli 2011

 

[iv]  Ik (Sietske Altink) heb haar meerdere malen ontmoet als mijn tegenstander op congressen. Dat werd een soort High Noon. Ze beschuldigde de voorstanders van de stelling dat prostitutie werk was dat ook in vrijwilligheid kon worden uitgevoerd, van medeplichtigheid aan mensenhandel en georganiseerde misdaad.

 

[v] Voor prostitutie door mannen was overigens in dit model geen plaats. Zo het al bestond deed men het af als slechts een element in de lifestyle van homoseksuelen.