Vanaf de jaren tachtig is er veel gepubliceerd over de geschiedenis van de prostitutie. Die is met name voor Amsterdam goed gedocumenteerd. Buitenstaanders hebben vaak de neiging de geschiedenis van de prostitutie in Nederland te identificeren met die van Amsterdam wat pijnlijke misverstanden tot gevolg kan hebben. In 2013 hield een Amerikaan een lezing over de Nederlandse geschiedenis van de prostitutie. Bij die gelegenheid vertelde hij dat het beroemde Red Light District in Amsterdam ook wel De Polder heette en bij de Zandstraat was gesitueerd. Kennelijk wist hij niet dat de Polder (ofwel het Zandstraatkwartier) een eeuwenoude rosse buurt in Rotterdam was – en niet in Amsterdam – die reeds in de jaren 1911 en 1912 ten behoeve van de bouw van het Stadhuis en het postkantoor is

Kantoor van De Rode Draad in Rotterdam

gesloopt.

In het geval van Rotterdam speelden stadsontwikkeling, het zeemansleven en volkshuisvesting een rol in de verplaatsingen van de prostitutie. Soms verhuisde het door toedoen van de sloophamer, zoals in het geval van de Zandstraatbuurt, of door de stadvernieuwing- in de Rotterdamse volksmond stadsvernieling geheten- of door het bombardement. Door het oorlogsgeweld is er in Rotterdam vanaf het begin van de twintigste eeuw nauwelijks prostitutie in het stadscentrum geweest. Met Rotterdam bedoel ik het huidige grondgebied van Rotterdam, dat in de loop van de tijd is uitgebreid met ambachten en dorpen.

Rotterdam had misschien bij beroemde toeristen niet de faam van Amsterdam, maar had bij zeelieden en havenarbeiders wel een naam als prostitutiestad. In 1770 verklaarde bijvoorbeeld Marietje de wolbewerkster voor het gerecht dat als alle ontuchtige vrouwen en hoeren die in Rotterdam actief waren, werden opgepakt, de stad halfleeg zou geraken. [I]Van der Heijden, 2016

Sietske Altink

Bronnen

 

Noten   [ + ]

I. Van der Heijden, 2016