In de 19de eeuw was Nijmegen een garnizoensstad die net als andere garnizoenssteden het dringende verzoek van de koning kreeg om een reglement op te stellen zodat prostituees verplicht konden worden zich regelmatig medisch te laten onderzoeken. Dit diende om soldaten te vrijwaren van ziektes. Aanvankelijk was daar in Nijmegen weinig animo voor, maar nadat het in andere garnizoenssteden een ‘succes’ was gebleken, stelde Nijmegen in 1844 toch een reglement op.Exploitanten moesten jaarlijks toestemming vragen om hun bedrijf uit te oefenen.De commissaris van politie werd belast met het toezicht op de naleving van het reglement.

Het reglement bepaalde dat prostituees zich wekelijks moesten laten keuren. De artsen Belder en De Jong werden met de uitvoering van die keuringen belast. Teneinde de artsen te bekostigen hief Nijmegen vanaf 1855 belasting op publieke huizen Bordeelhouders moesten eenmalig bij de opening van het huis en daarna maandelijks per vrouw één gulden voor de controle betalen.

Uit de kwartaalstaten over deze belastingheffing bleek ook dat de bordeelhouder een bepaald bedrag moest neerleggen voor het inschrijvingsbewijs van de vrouwen. Een duplicaat daarvan kostte één gulden. Voor verlenging werd 0,50 cent gerekend. Voor een exemplaar van de verordening moest 0,50 cent worden neergeteld. Het wekelijks onderzoek kostte in het bordeel 0,20 cent en daarbuiten 0,40 cent.  De politie moest het geld invorderen en aan de gemeenteontvanger afdragen.

Bordelen

In de 19de eeuw bevonden de bordelen zich langs de stadswallen, rondom de markt en dicht bij de rivier. Er waren bordelen in Rozengas, Kromme Elleboog, Pepergas, Doddendaal. (Boomsma, z.j) [I]Boomsma, G.A. (z.j.) Nijmeegse Lichtekooien (1857-1867) In Zoeklicht, een publicatie van het Regionaal Archief.

Berucht was de Rozemarijngas, een straatje dat aan het begin van de 15de eeuw is ontstaan, een kleine straat met in de periode 1880-1890 411 bewoners van panden waar bordelen waren gevestigd. Het liep van de Valkhofheuvel tot de Waal.

Op 17 december 1880 had een korporaal een sekswerker in de Rozemarijngas vermoord. Achteraf bleek dat hij van plan was zelfmoord te plegen omdat de liefde tussen hem en de vrouw kansloos was. In 1884 werd de Rozemarijngas afgesloten nadat buurtbewoners hadden geklaagd over ‘wanordelijkheden en zedenkwetsende toonelen.’ De Rozemarijngas moest van de plattegrond verdwijnen. (Salah, 2014) [II]Lema Salah, De langste straat van Nijmegen, De seksuele cultuur van de Rozemarijngas en Vinkengas tussen 1880 en 1890, in Raffia, Over Gender, Emancipatie en Feminisme, 1 juli 2014, Nijmegen

Bordeelhouders

Er stonden twaalf bordeelhouders in de registers ingeschreven. Bekende bordeelhouders waren Knuyvers die samenwoonde met Clara Glazer. Hij begon bij de Stevenskerkhof en vertrok daarna naar Achter de Vismarkt en nog later naar de Kabelgas. Harmsen, geboren in Arnhem in 1807, ging van het Stevenskerkhof naar Achter de Vismarkt.

De ongehuwde Elisabeth Eikhout (geb. 1859) en de weduwe Hoks van Emster (geb.1859) dreven ook een bordeel. Vanaf augustus 1866 was Hendrik Jan van Minkelen aan de Proosthof wijk D 245 bordeelhouder. Hij vertrok een jaar later naar Arnhem. Zijn bordeel werd door Anna van Acker overgenomen. Er was dus veel verloop onder bordeelhouders.

Knuvelder

knuvelder met schort voor zijn slagerij

Knuvelder met schort voor zijn slagerij.

De meest beruchte bordeelhouder was Engelbartus Knuvelder (geb. 1851 in Arnhem). Hij was oorspronkelijk slager. Na zijn diensttijd dook hij in Nijmegen op als bediende in het bordeel van Anna Acker.  Zij had diverse bordelen, onder andere in de Praalsehof, de Kabelgas en de Rozemarijngas. Ook bezat zij bordelen in Arnhem, Deventer, Antwerpen, Utrecht, Amsterdam en Rotterdam. Hij had regelmatig problemen met de politie wegens het in het openbaar vloeken en zijn hond zonder muilkorf loslaten. Maar hij was ook bij ernstiger feiten betrokken: vrouwenhandel en moord. [III]Met dank voor deze informatie aan A.Kersten, de auteur van Een koopman in vleeschwaar.

Hij was getrouwd met de Duitse Sophie Kallerhoff, een gouvernante die ontslagen was nadat ze zwanger was geraakt van de heer des huizes. In 1877 vertrok het gezin Knuvelder naar Utrecht. Daar nam hij aan de Walsteeg het bordeel van Cornelia Jovner over, waar negen vrouwen werkten. In die Utrechtse periode zou hij bij een vrouw een onecht kind hebben verwekt. Later maakte hij ook zijn stiefdochter zwanger. In 1878 nam Hendrika Bekker dit bordeel over en de Knuvelders keerden met vijf vrouwen terug naar Nijmegen, waar ze met zijn allen aan de Praalsehof 245 gingen wonen en werken, toen nog het eigendom van Christina Gonther.

Op 5 juli 1879 verhuisde het huishouden naar het vroegere bordeel van Hermine Duijts aan de Rozemarijngas. Tot 1880 werkten daar 8-20 prostituees. In zijn bordelen zijn van 1880-1890 in totaal 311 publieke vrouwen geregistreerd.

Maar Knuvelder kon niet ongelimiteerd zijn gang gaan. Naar aanleiding van klachten van buurtbewoners werd het Besienderspoortje- waar zijn vrouwen klanten lokten-  door de politie met een hek afgesloten.

In 1881 verkocht hij een van zijn bordelen en werd weer slager. Hij bestierde nog een tijdje een bordeel in Breda en kwam weer in problemen met de politie. Daarna is hij een zwervend bestaan gaan leiden. Hij heeft nog als landbouwer op de pampas in Argentinië gewerkt.

Op de vrouw van Knuvelder, Sophie Kallerhoff is een liedje gemaakt:

‘Daar kun je fiedele voor veertig spie (cent) Kom jij naar boven, ik ben alleen. Ik heb mijn fiedeltje voor iedereen. Ik ga vast liggen in de hoek. Haal jij je strijkstok maar uit je broek’.

In 1884 verkoos zij de verdrinkingsdood. (Kersten, 2005 en 2008), zie website Noviomagus. [IV]Zie ook het boek van A. Kersten, (2005), Een koopman in vleeschwaar: het leven en werken van Engelbertus Millekes Knuvelder, (1851- na 1912

Prostituees

In de politieregisters komen 168 vrouwen voor. Slechts 9 vrouwen waren uit Nijmegen afkomstig. Er werkten 13 Duitsen en twee Antwerpsen. De andere vrouwen kwamen uit elders in  Nederland. In de Praalsehof stonden nogal wat vrouwen uit Arnhem ingeschreven. Uit het overzicht van de periode tussen 1857 en 1867 blijkt dat er vooral jonge, ongehuwde vrouwen van 20-30 jaar werkten. Twee vrouwen waren jong weduwe geworden en zeven waren gehuwd maar hun mannen verbleven elders. De meeste vrouwen zeiden bij aankomst zonder beroep te zijn.  Een vrouw was naaister en twee anderen waren dienstmeisjes. Slechts 14 vrouwen noemden zichzelf publieke vrouw. De prostituees woonden in de- vaak verkrotte-  bordelen in de Benedenstad. Er was een groot verloop onder de vrouwen. Ze bleven enkele maanden, vertrokken en kwamen weer terug.

Illegale prostitutie

Net als in andere steden met een reglement, was er ook in Nijmegen ‘clandestiene’ prostitutie. Exploitanten moesten jaarlijks toestemming vragen om hun bedrijf uit te oefenen.In 1895 namen (ex) prostituee Anna Knippertz en haar man Johann Herman Hertzlerr hun intrek in Oude Heeschelaan nummer 243 in Nijmegen. Van Knippertz werd in 1906 veroordeeld voor het houden van een huis van ontucht. [V]Blog prostitutie in de negentiende eeuw, 17 febr. 2013 Exploitanten moesten jaarlijks toestemming vragen om hun bedrijf uit te oefenen.

Afschaffing van het reglement

Vanaf 1867 besluit de gemeenteraad op voorstel van raadslid W. Francken dat de bordeelhouders en prostituees niet meer voor de controles hoefden te betalen. In 1868 werd het reglement op plaatselijke belasting op openlijke huizen en vrouwen van ontucht ingetrokken.

Op 1 oktober 1893 werd het bordeelverbod in Nijmegen ingesteld. Twee jaar later bleken alle huizen van ontucht gesloten te zijn. ‘Het prostitutievraagstuk alhier is opgelost. De toekomst zal het leeren hoe het verder gaat met de clandestiene prostitutie’ schreef het blad de Grondwet in 1895. ‘[VI] De Grondwet 31-10-1895 De tijd heeft ons iets geleerd. Er kwamen minder huizen van ontucht maar het aantal bierhuizen met damesbediening was daarna heel hoog.[VII]Blog prostitutie in de negentiende eeuw, 17 febr 2013

Lees meer over raamprostitutie in Nijmegen

Sietske Altink

Noten   [ + ]

I. Boomsma, G.A. (z.j.) Nijmeegse Lichtekooien (1857-1867) In Zoeklicht, een publicatie van het Regionaal Archief.
II. Lema Salah, De langste straat van Nijmegen, De seksuele cultuur van de Rozemarijngas en Vinkengas tussen 1880 en 1890, in Raffia, Over Gender, Emancipatie en Feminisme, 1 juli 2014, Nijmegen
III. Met dank voor deze informatie aan A.Kersten, de auteur van Een koopman in vleeschwaar.
IV. Zie ook het boek van A. Kersten, (2005), Een koopman in vleeschwaar: het leven en werken van Engelbertus Millekes Knuvelder, (1851- na 1912
V. Blog prostitutie in de negentiende eeuw, 17 febr. 2013
VI. De Grondwet 31-10-1895
VII. Blog prostitutie in de negentiende eeuw, 17 febr 2013