Saneringsbewijs

In juni 1941 had Himmler het bevel gegeven bordelen in de concentratiekampen in te richten. Zo meende hij de arbeidsproductiviteit in de kampen op te kunnen schroeven en homoseksualiteit tegen te gaan. In de zomer van 1942 werd het eerste bordeel in Mauthausen gebouwd. In 1943 waren er 60 bordelen voor dwangarbeiders in Duitsland. De kampbordelen – de zogeheten Sonderbauten-  waren omheind om ze zoveel mogelijk aan het zicht te onttrekken. Ze moesten geheim blijven en mochten tijdens inspecties niet worden bezocht.

De meeste sekswerkers voor de kampbordelen werden uit het vrouwenconcentratiekamp Ravensbrueck betrokken. Vooral ‘asocialen’ met het zwarte merkteken werden voor de Sonderbauten geselecteerd. Aanvankelijk zette de kampleiding vrouwen in die eerder als sekswerker hadden gewerkt, maar daarna overtrof de vraag het aanbod en werden ook andere vrouwen aan het werk gezet. Vlak voor vertrek werden ze ‘uitgeprobeerd ‘(lees verkracht). Ze kregen de (valse) belofte dat ze na zes maanden vrijgelaten zouden worden. Dat gebeurde over het algemeen niet. Ze werden na zes maanden naar Ravensbruck teruggestuurd. Voordat de vrouwen in de kampbordelen aan het werk gingen, werden ze medisch gecontroleerd. Vervolgens werden ze bijgevoederd, opdat ze niet te mager oogden. In de concentratiekampbordelen bedienden de sekswerkers acht mannen in een tijdsspanne van twee uur. Er zaten kijkgaten in de bordelen voor de SS, zodat de toezichthouders konden controleren of de vrouwen zich wel aan de voorgeschreven missionarishouding hielden. De vrouwen hoefden tijdens de menstruatie niet te werken. Maar door ondervoeding menstrueerden ze nauwelijks. Ze hadden een strikt dagschema en moesten ook een paar uur per dag huishoudelijke taken verrichten. Nadat ze om zeven uur waren opgestaan kregen ze een ontbijt van koffie en brood op de kamer. Van 8 tot 9 uur moesten ze verplicht ochtendgymnastiek doen. Daarna verplicht naar de dokter. Tot de lunch van 11.30 waren ze vrij. De lunch bestond uit groente en aardappels, soms een stukje vlees of fruit. Van 12.00 tot 14.00 uur moesten ze op de kamer blijven. Van 14.00 tot 17.00 uur dienden ze op de wasafdeling te werken. Drie keer per week maakten ze een lange wandeling over het kampterrein.

Hun standaardkleding bestond uit een bh en wijde rok met daaronder een slipje. In het bordeel moesten twee vrouwen een slaapkamer delen waar twee bedden, een ladekast, twee stoelen, een chaise longue aanwezig waren. Per kamer was er een wasbak met warm en koud stromend water.

Alleen goed- doorvoede, dus geprivilegieerde gevangenen waren gezond genoeg om seks in het kamp te kunnen hebben. Een klant moest eerst worden geregistreerd en bij de dokter een injectie halen; daarna kreeg hij een kamernummer. Na het seksuele contact kreeg hij weer een injectie, waarna de betaling, meestal met verdiende waardebonnen, moest geschieden. Sekswerkers moesten ook een deel van het geld krijgen, maar dat gebeurde niet. Na de registratie volgde het onderzoek van de geslachtsdelen van de man. Daarna kregen de mannen een kamernummer en moesten naar de wachtkamer. Het contact moest binnen een kwartier worden afgehandeld. Sommige vrouwen die door de SS werden beschermd, kregen waarschijnlijk 5-6 klanten per avond. Het is niet duidelijk of de SS zelf naar zo’n bordeel of naar een ander speciaal bordeel gingen.

Voorbehoedsmiddelen waren nauwelijks voorhanden. Men wist niets beters te verzinnen dan van de klanten te eisen dat ze zich na afloop grondig reinigden. [I]Westerhoff, 2008 Soms leidde een onbeschermd contact tot een gedwongen abortus. Een onbekend aantal zwangere prostituees zijn op vernietigingstransport gezet.

In Kamp Vught is zo’n bordeel wel gebouwd, maar nooit in gebruik genomen. Of de bezetter het bordeel als overbodig was gaan beschouwen omdat de ‘stoottroepen’ al voor zichzelf werkten, is niet bekend.  Er gingen geruchten dat het Rode Kruis er een stokje voor heeft gestoken. Het bordeel stuitte ook op weerstand bij mannelijke gevangenen. Een van de mannelijke gevangenen schreef: ‘Iedere Hollander die het zou wagen het bordeel binnen te gaan zou grondig onder handen worden genomen’. Ook de buitenwacht zou het niet goedkeuren.

Reichszuhälter Himmler had intussen een ander idee ontwikkeld. Er moesten speciale Wehrmachtbordelen in Europa, dus ook in Nederland komen. In 1943 kreeg de Sicherheitsdienst opdracht van de legerleiding om bordelen in te richten voor Wehrmacht-soldaten. Aanleiding tot het inrichten van deze bordelen in Nederland zou de verkrachting van een vrouw te Schagen (NH) door een aantal Duitse militairen zijn geweest. Teneinde verkrachtingen te voorkomen en om de gezondheid van de Duitse soldaten te waarborgen, richtte de SD langs de Nederlandse kust – waar de soldaten de te bewaken gebieden niet uit mochten – 12 bordelen (Puffs) in. Er kwamen ook Puffs in steden. De Feldkommandant mocht zich alleen op basis van de informatie van de Ortskommandant met de inrichting met door van joden gestolen meubels van de bordelen bezighouden.

De Sanitaetsdienst was verantwoordelijk voor de gezondheid van de vrouwen in de bordelen. De bezoekers van de Wehrmachtsbordelen werden grondig medisch gecontroleerd. Seksueel contact zonder condoom was streng verboden. Bij de bordelen was het condoom in de prijs inbegrepen De bordeelhoudsters kochten de condooms voor lage prijzen in bij de SD en verkochten ze duur aan de militairen door. [II] Westerhof, 2008 De soldaten moesten bij het verlaten van de kazerne altijd een condoom bij zich hebben. Men maakte eigen condooms met het opschrift: ‘Nur fuer die deutsche Wehrmacht bestimmt.’ Het aantal onderzoeksstations voor geslachtsziekten werd steeds verhoogd. Naast het gewone ziekenhuis waren er in Rotterdam 5 of 6 plekken die dag en nacht voor geslachtsziektecontrole openbleven.

De soldaten kregen een bordeelpas, waarop ze hun gegevens moesten invullen. Ze moesten opgeven welk bordeel ze op welke datum hoe laat hadden bezocht. Ook de naam van de dienstverleenster moest worden genoteerd. De achterkant van de aan hen verstrekte pas was tevens Sanierungskarte. Die moest drie maanden lang bewaard worden. Ze moesten ook hun identiteitsplaatje inleveren. Voorop stond dikgedrukt de waarschuwing: ‘Verkehr nur mit Gummischutz!’ (geslachtsverkeer alleen met condoom!). De klant kreeg een kwitantie die hij twee maanden moest bewaren. Daarna kreeg hij zijn Dienstmarke weer terug. Daaronder stond dat men na het samenzijn onmiddellijk aan ‘Sanierung’ moest doen.

De bordelen werden gerund door een Nederlands echtpaar van boven de dertig dat verantwoordelijk was voor de schoonmaak en het voedsel van de sekswerkers. Een bezoek kostte drie gulden, minder dan in andere gelegenheden. Er was een wachtkamer, een soort café waar tafelkleedjes gezelligheid moesten suggereren. In dat café mocht alleen bier, geen sterke drank geschonken worden.

Wanneer het bordeel te vol was, werden er geen entreekaarten afgegeven. Dronken klanten werden geweigerd. Op afroep kon de klant naar zijn partner die hij niet van te voren had gezien. Iedere sekswerker had een eigen kamer met warm water en schone handdoeken. Boven het bed hing de ‘verordening’. Na de daad moesten beide partners naar de Saneerstube. Sekswerkers hadden een eigen kamer waarvoor ze, inclusief het eten 11,50 gulden per dag betaalden. Ze kregen exclusief fooien 600 gulden garantieloon per maand. De vrouwen werden niet gedwongen tot animeren. Tegen herrie, geweld en het hinderen van de leiding werd stevig opgetreden.

Het werven van sekswerkers en het opstellen van de contracten met hen waren taken voor de SD en Kriminalpolizei. De zedenpolitie was alleen in het begin bij de werving betrokken en had slechts de taak zieke vrouwen naar Nederlandse artsen te brengen. Uiteindelijk hebben ze de namen van sekswerkers aan de SD gegeven, maar die vrouwen wilden niet in de Puffs werken. Omdat er na verloop van tijd toch een tekort aan vrouwen ontstond probeerde de SD gewone Nederlandse vrouwen en meisjes met geld en een vier maanden contract te ronselen voor dit werk.

De sekswerkers in de Wehrmachtbordelen kregen een controlekaart en werden regelmatig op geslachtsziekten onderzocht. Na afloop van het contract voor vier maanden gingen bijna alle vrouwen weer naar huis. Ze voelden weinig voor verlenging. Dat doet vermoeden dat het er niet prettig werken was. De vereniging Historisch Velsen meldt dat op Dolle Dinsdag in 1944 de vrouwen uit de Puff vertrokken, zonder acht te slaan op het feit dat hun contract nog niet was afgelopen.

Aangezien er bij Nederlandse sekswerkers weinig animo was om in die bordelen te werken, liet men sekswerkers uit Frankrijk, Duitsland en België komen. Later waren er meer Nederlandse meisjes die het wel voor eten en onderdak wilden doen. Over het algemeen werkten er vier tot vijf vrouwen in een Wehrmachtbordeel die bij aankomst 18-19 jaar oud waren. De meesten hadden eerder ervaring in de prostitutie opgedaan.

Er zouden 18 van die Puffs in Nederland zijn geweest, anderen noemen het getal van 22. Op Rotterdams grondgebied waren er in ieder geval twee. Een bevond zich op het adres Mathenesserlaan 496. Op woensdag 15-9- 1943 ging het open.

De regels voor het bordeel aan de Mathenesserlaan waren dezelfde als voor de andere Puffs. De klant moest eerst naar de Saneerstube die zoals bij de meeste andere Puffs niet in hetzelfde gebouw was. Daar moest hij eerlijk vertellen of hij een soa had. Als hij gezond was kreeg hij een entreebewijs en een volgnummer met de naam van de sekswerker van dienst. Met dit ‘entreebewijs’ kon hij in de wachtkamer plaats nemen. Er kwamen dagelijks tien mannen per dag, er werkten 5 meisjes.

Over het bordeel in Rotterdam waren er klachten dat de vrouwen het niet zo nauw namen met hun plichten. Er gingen geruchten dat sekswerkers opzettelijk Duitse soldaten met soa’s hadden besmet. De regelmatige controle werd verwaarloosd en ‘niet -gesanierte’ soldaten werden ook toegelaten. Ook voldeed het huis niet altijd aan de hygiënische eisen. Het bordeel in Rotterdam heeft maar vier weken bestaan.

Het andere zat aan de Schoolstraat te Hoek van Holland. Dat fungeerde als voorbeeld voor degenen die van achter de schrijftafel de bedrijfsvoering van de bordelen aan het bedenken waren. Mensen uit Hoek van Holland hebben hun herinneringen aan de Puff op de website hvh wo2  gezet.

‘Vanuit ons huis in de Middenscheepvaartstraat (kruist met Schoolstraat, SA) konden we de ramen van de Puff (zoals de Duitsers een bordeel noemden) zien. Dit bordeel bestond uit twee panden. Op de benedenverdieping werden de bezoekers door hospitaalsoldaten onderzocht en ingeënt tegen geslachtsziekten. Als kind werd je niet verteld wat zich daar afspeelde maar soms zag je soldaten buiten in de rij staan dus zou het wel interessant zijn.’ [III]Ellie  Lengkeek, 14-12-2002, Westlandsche Courant

Slimme jongetjes uit Hoek van Holland wisten hier een slaatje uit te slaan. Dirk van den Burg schrijft zo’n ‘streek’ in zijn niet gepubliceerde manuscript ‘Hoek van Holland gedurende de Tweede Wereldoorlog’:

‘Op het eiland Rozenburg waren veel Wit-Russen, Mongolen en Oekraïners gelegen […] op een zaterdagmiddag, in een eindeloze rij, terwijl het hemelwater met bakken neerplensde, stonden die lieden op hun beurt te wachten om toegelaten te worden in de Puff […] De kleinzonen van een stalhouder aan de Prins Hendrikstraat hadden op de hooizolder een kijker opgesteld, tegen een geringe vergoeding mochten hun vriendjes door het optisch instrument naar de Puff kijken. [IV]Met dank aan Joop van der Graaf, Dick Ruis en Geo van Geffen.

Men stelde voor in Hoek van Holland een megabordeel met 100- 120 vrouwen in te richten. Het nazi- Eroscentrum is er nooit gekomen.

Na het bombardement in 1940 vestigde het uitgaansleven zich op De Kaap. Kasteleins van de platgegooide Schiedamsedijk kwamen naar de zeemansbuurt De Kaap. Het schiereiland was verboden gebied voor de Duitsers. Er stond een bordje Fuer Wehrmacht verboten. Tijdens de Duitse wehrmacht-verbotenbezetting draaide men jazzmuziek in de Belvedère. Ook traden er zwarte jazzmusici op. Wanneer Duitsers ondanks het verbod toch naar De Kaap kwamen werden joodse musici tijdig gewaarschuwd door de zoon van de uitbater, Daniel Troost. Hij fietste snel naar het café om alarm te slaan, waarop men steevast Heimat deine Sterne opzette. (Zie Andere Tijden)

Terug naar de inhoudsopgave van het boek

Sietske Altink

Klik hier voor meer informatie over de gebruikte bronnen

 

 

 

Noten   [ + ]

I. Westerhoff, 2008
II. Westerhof, 2008
III. Ellie  Lengkeek, 14-12-2002, Westlandsche Courant
IV. Met dank aan Joop van der Graaf, Dick Ruis en Geo van Geffen.