1904: Een bordeel in Alaska

1904: Een bordeel in Alaska

In zowel de geschiedenis van de prostitutie als onderzoek naar prostitutiebeleid, is migratie een sleutelbegrip. In dit verband wordt de term globalisering regelmatig genoemd. Voor Derde Wereld landen betekende dit dat men op grootschalige en op de export gerichte productiemethoden overstapte. Voor vrouwen had dit tot gevolg dat ze hun kleinschalige bedrijvigheid in bijvoorbeeld de landbouw kwijtraakten. (Roerink en Vleuten, 1988, Osborne, 2004) (1) Dit verschijnsel heet ook wel feminisering van de armoede. De werkloze vrouwen kwamen elders terecht als huishoudelijke werkers en als sekswerker.

In dit verband heeft men het vaak over een trek van arme naar rijke landen. Deze manier van denken past in het zogeheten equilibriummodel. Dit zou betekenen dat mensen uit de armste landen uit rationele overwegingen besluiten naar de rijkste landen te gaan. Dat is echter niet aan de hand. In de westerse wereld komen de arbeidsmigranten niet uit de allerarmste landen (Mozambique, Bangladesh). Kennelijk spelen meer factoren een rol. Tegenover het equilibriummodel staat de historische structurele benadering die uitgaat van macro-economische processen waarin het kapitaal accumuleert en grote groepen mensen worden gedwongen het geld achterna te gaan omdat traditionele middelen van bestaan verdwijnen. Thailand kan hiervoor als illustratie dienen.

Sinds  de jaren vijftig  heeft Thailand gekozen voor industrialisatie. Het kapitaal hiervoor zou uit de landbouw moeten komen door de overschotten op de internationale markt te verkopen. Dit geld werd in de steden en infrastructuur maar niet in het platteland geïnvesteerd. Om de internationale concurrentie de baas te blijven moesten de prijzen van de grondstoffen laag worden gehouden. In de jaren zeventig liep dit systeem echter vast; de productie van grondstoffen kon niet worden opgevoerd zonder herstructurering van de primaire sector. Door heel veel goedkope arbeid in te zetten, slaagde men erin de productie voor de internationale markt op peil te brengen. Deze politiek had tot gevolg dat, terwijl er een middenklasse in de steden ontstond, het platteland grotendeels werd bevolkt door slecht betaalde arbeidskrachten.

De productie voor de internationale markt moest steeds grootschaliger worden. Kleinschalige arbeid van vrouwen werd vervangen door grootschalige productie door mannen. Dit betekende dat de kleinschalige rijstcultuur waarin mannen en vrouwen evenveel bijdroegen, werd verstoord. De vrouwen daalden daardoor op de statusladder en hadden steeds minder werk op het platteland. Ze trokken naar de stad waar ze vooral in de seksindustrie terecht kwamen of gingen naar het buitenland. (2)

De theoreticus Wood kiest er voor migratie op het niveau van het huishouden en de beleving van de migratie van het individu te benaderen. Een van de bepalende factoren in dit proces is de beschikbaarheid van rolmodellen: mensen in de omgeving die al gemigreerd zijn. (J.Wood, geciteerd in Asian Pacific Development Centre, 1989) (3) Dit model lijkt het meest van toepassing op de sekswerkers die wij voor ons vergelijkend onderzoek hebben gesproken. Dit verklaart ook de keuze voor de landen waar al landgenoten werkzaam zijn en een ondersteunend netwerk vormen. Dit veronderstelt echter wel dat groepen vrouwen als wegbereiders moeten fungeren. Dit noemt men ook wel kettingmigratie. Er vallen dus ‘generaties’ migranten uit bepaalde landen/regio’s te onderscheiden. Veel migranten zijn met een beroep op een persoonlijk vrienden/familienetwerk in West-Europa beland. (Janssen, 2007, Brussa, 2004, De Rode Draad 2008 (Thaise massagesalons) Zelfstandige migranten zijn minder afhankelijk van bemiddelaars dan anderen omdat ze hun vervoer en dergelijke zelf regelen. Een toename van zelfstandige migratie zien we ook bij de Oost- Europese landen die in de jaren negentig belangrijke landen van herkomst waren. Zo zijn ook de Polen, Tsjechië en de Baltische Landen uit de top vijf van landen van herkomst van slachtoffers van mensenhandel verdwenen. (4)

Agustin (2006) beweert dat er nauwelijks aandacht is voor migratie van vrouwen. Dat gaat misschien op voor sommige overheidspublicaties. Zo publiceerde het CPB een studie over Chinezen in Nederland waarin geen woord stond over de nieuwe generatie vrouwelijke Chinese migranten die in Nederland in de schoonheidssalons werken. (5) Maar zodra het over migratie voor prostitutie gaat, heeft men het vrijwel uitsluitend over vrouwelijke migranten.

Migranten en sekswerk

Het model van Wood verklaart wel de keuze van vrouwen voor arbeidsmigratie maar niet die voor sekswerk. De meerderheid van de migranten die we voor het internationaal vergelijkend onderzoek hebben gesproken wist dat ze in Nederland als sekswerker aan de slag gingen. Enkelen onder hen hadden reeds in het land van herkomst ervaring als sekswerker opgedaan. We weten niet in hoeverre het aanbod aan het soort diensten in de landen van herkomst of in de beeldvorming van de intreders, overeenkomt met wat van hen in Nederland of in andere landen in West-Europa wordt verwacht. In sommige landen (Indonesië en India) zijn namelijk bepaalde handelingen bij sekswerkers taboe, die in onze maatschappij als standaarddiensten worden gezien (trio, oraal en masturbatie). (Rhebergen, 1999) (6)

Volgens Agustin (2005) hebben migranten in de westerse landen meer last van hun illegale situatie dan van het stigma dat op sekswerk rust. Niettemin willen de meeste migranten de aard van hun werk verborgen houden voor hun kinderen, ouders en andere familieleden. Jansen (2007) heeft het functioneren van het stigma voor sekswerkers met een Zuid Amerikaanse achtergrond beschreven. (7) Volgens Jansen overwinnen de Latina’s hun aanvankelijke schaamte voor het feit dat ze halfnaakt achter het raam zitten, met de gedachte dat ze dit alles doen omdat ze een goede moeder zijn. Ze zorgen zo voor hun kinderen. Tevens troosten ze zich met de gedachte dat ze een goede dochter zijn; ze betalen immers de medische verzorging van hun ouders en andere familieleden. (Jansen, 2007). Het fenomeen van het cultiveren van het moederideaal staat bekend als marianismo. Deze sekswerkers vinden de vrouwen die het verdiende geld spenderen aan uitgaan en eigen pleziertjes, ‘slechte’ migranten. Met andere woorden, latina’s en mogelijk ook migranten uit andere ontwikkelingslanden, voegen zich in het beeld van de zorgzame, zichzelf opofferende vrouw. Sommige exploitanten doen ook een duit in het zakje. Een verhuurder uit Arnhem beweerde in een lokale krant voornamelijk aan Dominicaansen te willen verhuren omdat zij niet voor drugs of pooiers, maar voor hun familie en kinderen werken.
In deze hele gang van zaken valt een gender bias, dat wil zeggen een redenering vanuit traditionele vrouwbeelden, te ontdekken. Mannelijke sekswerkers worden – hoewel ze zelden homoseksueel zijn – nooit beschreven als huisvaders die voor hun kinderen en oude moeder moeten zorgen.
Er is nauwelijks onderzoek gedaan naar de houding van familie/ vrienden in de zendende landen wanneer de vrouwen tijdelijk of voorgoed terugkeren. Jansen (2007) geeft aan dat een mislukte migratie, dat wil zeggen dat er te weinig geld in het land van herkomst terechtkomt of als er geen diploma is behaald, als een schande wordt ervaren. Hoewel bijvoorbeeld  de eerste generatie Dominicaanse sekswerkers de aard van het werk geheim hield, leek het voor de familie van latere generaties een publiek geheim te zijn geweest dat het geld in de prostitutie werd verdiend. Het taboe is kennelijk ook aan een dynamiek onderhevig. Hetzelfde lijkt aan de hand te zijn in Thailand, waar familieleden de vrouwen die in West Europa werken,  onder druk zetten om veel geld aan hen in het land van herkomst te besteden. (8)

Migranten en prostitutiebeleid

Diverse auteurs (Brussa 1999, Osborne, 2004) wijzen op de moeilijkheid voor sekswerkers om erkend te worden als arbeidsmigrant waardoor ze geen beroep kunnen doen op de (minimale) arbeidsrechten die daaraan zijn verbonden. Dit is vooral een probleem in landen waar prostitutie niet als werk wordt ierkend. Dit is een van de terreinen waarop de positie van migranten direct wordt beïnvloed door het beleidsregime in een bepaald land. In Nederland valt er één expliciet voorbeeld van vermenging van prostitutiebeleid en migratiebeleid aan te wijzen: de uitzondering die wordt gemaakt in lid uitvoeringsbesluit Wet Arbeid Vreemdelingen.

Krachtens de Wet Arbeid Vreemdelingen (WAV) kan een werknemer van buiten de Europese Unie een tewerkstellingsvergunning krijgen als de werkgever kan aantonen dat het aangeboden werk niet door iemand uit de Europese Unie kan worden verricht en een wezenlijk economisch belang in Nederland dient. Krachtens lid 3 Uitvoeringsbesluit WAV is het onmogelijk om een tewerkstellingsvergunning voor sekswerk te krijgen. Die maatregel is genomen om te voorkomen dat vrouwen van buiten de EU voor werk in de prostitutie naar Nederland zouden worden gehaald. De angst dat deze vrouwen slachtoffer van mensenhandel zouden worden, speelde hierbij op de achtergrond. De overheid vreesde dat het schrappen van dit artikel een toevloed van sekswerkers van buiten de EU zou ontketenen. Het zou immers voor exploitanten niet moeilijk zijn om aan te tonen dat er in Nederland geen prioriteitsgenietend aanbod van sekswerkers was. Met andere woorden, ze hoefden maar aan te tonen dat er nauwelijks sekswerkers bij de arbeidsbureaus in Nederland en in West-Europa als werkzoekenden stonden ingeschreven om een tewerkstellingsvergunning te krijgen.

Belangenbehartigers van migranten in de prostitutie vonden het uitvoeringsbesluit lid 3 een vorm van discriminatie ten opzichte van andere sectoren waar men een vergunning kon krijgen voor werk waarvan de opdrachtgever of werkgever kon aantonen dat het niet door iemand uit de Europese Unie kon worden gedaan. De weg om legaal in de prostitutie te werken voor mensen van buiten de EU was daarmee afgesloten waardoor ze afhankelijk zouden worden van malafide bemiddelaars. Wanneer die uitzondering op de wet zou werd opgeheven, zouden sekswerkers van buiten de Europese Unie tegen uitbuiting beschermd zijn omdat ze dan een behoorlijk arbeidscontract konden krijgen.

Deze discussie is nu verstomd. Wanneer hij weer losbarst en men zou de uitzondering zoals vermeld in lid 3 van het uitvoeringsbesluit schrappen, zal dat mogelijk weinig effect hebben. In de praktijk is het buitengewoon omslachtig en vooral duur om voor iemand een tewerkstellingsvergunning krachtens de WAV aan te vragen. De werkgever moet namelijk in alle kwaliteitskranten in de Europese Unie adverteren en ook nog informele netwerken aanboren om een kandidaat met de gevraagde kwaliteiten te zoeken. Pas als een werkgever kan aantonen dat deze pogingen niet de gewenste kandidaat hebben opgeleverd, wordt de tewerkstellingsvergunning afgegeven. Het is onwaarschijnlijk dat exploitanten al die moeite gaan doen om sekswerkers van buiten de Europese Unie aan het werk te helpen. Een andere reden waarom de uitzondering in de Wet Arbeid Vreemdelingen niet zo relevant was, dat – als de uitzondering zou worden geschrapt- exploitanten sekswerkers van buiten de Europese Unie in loondienst moesten gaan nemen. Maar organisaties van exploitanten hebben veel energie gestoken in het aantonen dat er bij hen niet van dienstverbanden sprake kon zijn, waardoor zowel de autochtone als de migranten – indien gewenst-  geen beroep konden doen op rechten die aan ‘loondienst’ waren gekoppeld. (Altink en Bokelman, 2006). De uitzondering in de Wet Arbeid Vreemdelingen was bedoeld als preventie van mensenhandel, wat in de periode waaruit de wet stamt, nog vrouwenhandel heette.

Tot slot

Illegalen  werden vanaf 2000 niet meer gedoogd  en zouden daardoor in duistere circuits zijn terechtgekomen. Men suggereerde dat er een tegenstelling tussen de belangen van legale en illegale sekswerkers was. Al snel vergeet men dat de positie van migranten toen ze voor de legalisatie nog getolereerd werden al slecht was. Het verhaal dat ‘sinds de legalisering de positie van migranten in de prostitutie in Nederland is verslechterd’,  komt van organisaties die zich uitsluitend met migranten bezighouden en niet met de hele beroepsgroep. In geen enkel ander beroep heeft men speciale organisaties en hulpverleningsinstellingen voor migranten, maar in dit geval wel. Enkele radicale woordvoerders van deze organisaties pleitten zelfs voor een uitzonderingspositie voor migranten in de seksindustrie door alle grenzen voor hen open te stellen. Men verkeerde in de naïeve veronderstelling dat de uitbuiting van migranten op zou houden zodra ze de mogelijkheid kregen overal ter wereld als sekswerker te werken. De ervaringen met migranten die wel legaal werken maar afhankelijk zijn van derden voor vertalingen, het regelen van papieren en huisvesting, logenstraffen dit optimisme.

Het prijspeil in bijvoorbeeld Nederland duidt niet op een grote markt voor prostitutie of een groot tekort aan sekswerkers. Een politieke discussie over verruiming van de mogelijkheden tot arbeidsmigratie moet gaan over alle beroepen en niet alleen over prostitutie.

Sietske Altink

Bronnen

1] In de jaren zeventig trokken veel Thaise mensen naar de OPEC landen. Daarna vertrok men naar de Aziatische landen waar de economie groeide: Taiwan, Singapore en Maleisië. Nog later kwam Europa als bestemming in beeld. Halverwege de jaren tachtig neemt het aantal Thaise vrouwen dat in Europa gaat werken af. Onder invloed van het sekstoerisme uit Japan, is de Japanse connectie ontwikkeld. Japan is nu het belangrijkste ontvangende land voor vrouwen uit Thailand.

[2] Asian Pacific Development Centre, Causes Mechanism and Consequences, Selected Papers from the Planning Meeting on International Migration of Women, Kuala Lumpur, 1989

[3] Rapportages 2012 Comensha.

[4] Wijsberts, M., Huijnk, W., Vogels, (red.), Chinese Nederlanders., van horeca naar hogeschool, SCP, Den Haag, 2011

[5] Rhebergen, D., Anak-Anak Jalan Diponegoro,  Female Street Workers in Surabaya, Indonesia, Amsterdam, 1999. (proefschrift?), Uitgave VU, Feministische Antropologie, deel 11.

[6] Jansen, M.L., Reizende Sekswerkers, Amsterdam, 2007 .  Nencel beschrijft  de situatie voor Peruaanse prostituees.  Peruaanse sekswerkers maken ook gebruik van het beeld van de enige goede prostituee is de moeder die verlaten is en door omstandigheden in de prostitutie moest gaan werken. Nencel, L., Casting Identities. Gendered Identities, Amsterdam, 1997

[7] Rode Draad, Een vergeten groep, Uitbuiting in Thaise salons, 2008.