Dick Hamaker en Metje Blaak

Dick Hamaker en Metje Blaak

De Rode Draad is tot het einde in 2012 een stichting gebleven. Een stichting heeft geen leden, hooguit sponsors en donateurs. Het voordeel  van de stichtingsvorm was dat mensen zich actief voor De Rode Draad konden inzetten zonder overal met naam en toenaam bekend te staan. Het nadeel van een stichting is dat het een weinig democratische rechtspersoon is. Er zijn namelijk geen leden die het beleid van de organisatie kunnen (mee) bepalen. Dat is wel het geval bij een vereniging. Dat was in 1993 een van de redenen voor een aantal sekswerkers om zich van De Rode Draad af te scheiden en de Vereniging De Hoerenbond op te richten.

In 1999 heerste er op de werkvloer van De Rode Draad weer onvrede over de mate van zeggenschap over het beleid van de Stichting. Een van de strijdende partijen stelde het bestuur voor De Rode Draad om te vormen tot een vereniging, een noodzakelijke voorwaarde om uiteindelijk tot de Vakbond De Rode Draad te komen. Een vakbond heeft namelijk per definitie een ledenbestand, wat bij een stichting niet mogelijk is.

Dit punt werd in 2001 serieus opgepakt door Dick Hamaker van de FNV, degene die naar aanleiding van de legalisering van de prostitutiebedrijven vanuit de FNV De Rode Draad begeleidde. Hij regelde dat staf en vrijwilligers een cursus in een oord aan zee konden volgen, waarin zowel de vorm als de inhoudelijke aspecten van de op te richten vereniging aan de orde kwamen. Dit was een van de eerste voorbereidende handelingen die in 2002 zou leiden tot de oprichting van de Vakbond Vakwerk/ Rode Draad.

Geisha, de organisatie die vanaf 2011 de belangen van sekswerkers behartigde was ook een stichting. Volgens de brochure van het in 2014 geopende prostitutiemuseum wilde Geisha tot de eerste vakbond van sekswerkers uitgroeien. Dat lukt niet meer. In 2015 is Geisha ter ziele gegaan.

© Sietske Altink