Degenen die ijverden voor de afschaffing van de slavernij in het algemeen noemden zich abolitionisten. (Abolir=  Fr. afschaffen) Rond 1880 had  de Engelse Josephine Butler (1828-1906) de term in verband met prostitutie genoemd. Ze vergeleek de slavernij van de vrouwen in de officiële bordelen met de slavernij van zwarten. Als tegenstander van de onvrijheid in de officiële bordelen noemde zij zich ook abolitionist. Butler ageerde tegen de reglementering en de gedwongen keuring van de vrouwen in Engeland. Zij was echter wars van iedere overheidsbemoeienis met prostitutie. Butler had overigens niets tegen zelfstandige prostituees. Butler haalde zelf prostituees in huis en stopte ze niet

Butler

zoals de Nederlandse prostitutiebestrijders in tehuizen, zoals Steenbeek.

Butler gebruikte de term ook om een lans te breken voor zelfbepaling van vrouwen en voor gelijke behandeling. Zij vond met andere vrouwen van de eerste feministische golf dat mannen geen ‘biologisch’ recht op seks hadden en dat ze zich moesten leren te beheersen. Butler streed tegen de dubbele moraal, tegen de idee dat mannen hun gang mochten gaan met publieke vrouwen voor hun eigen behoeften en hen ondertussen mochten verachten. Ze voerde ook campagne tegen kinderprostitutie en wilde de seksuele meerderjarigheid verhogen van 13 naar 16 jaar. Later raakte ze betrokken bij de strijd voor vrouwenkiesrecht.

De prostitutie bestrijder Hendrik Pierson, oprichter van de Nederlandsche Vereniging tegen de Prostitutie, had Butler op een conferentie in Genève horen spreken. Hij was zeer onder de indruk van haar. Butler beschreef Pierson op haar beurt als ‘quite a character’, misschien te vertalen als een ‘apart figuur’. Pierson ging in navolging van haar zich ook abolitionist noemen.[I]De Vries, 1997

Josephine Butler kwam naar Nederland om een afdeling van haar beweging te vestigen. Ze keerde zich echter teleurgesteld van de NVP af omdat er uitsluitend mannen in het bestuur zaten. In theorie waren vrouwen welkom in de ledenvergadering, maar dat recht bestond slechts op papier. In het hoofdbestuur mochten ze geen zitting nemen, want dan zouden tegenstanders de organisatie niet meer serieus nemen. Bovendien was prostitutie een onderwerp dat in kringen van de NVP niet in aanwezigheid van ’gevoelige vrouwenoren’ mocht worden besproken. Dat soort gedoe kwam vaker voor. Aan het begin van de jaren tachtig van de 19de eeuw trachtte de Duitse politie te verhinderen dat ene mw. Lesser Kiessling uit Wiesbaden in de Rotterdamse zaal Odeon over prostitutie kwam spreken. Dit was namelijk een onzedelijk onderwerp voor een vrouw. [II]Schiedamsche Courant 28-9-1883

In 1883 kwam Josephine Butler met de gezusters Van Hogendorp in aanraking. De douairière Marianne van Hogendorp werd door Butler uitverkoren om een abolitionistische vrouwenorganisatie op te richten wat leidde tot de Nederlandsche Vrouwenbond ter Verhooging van het Zedelijk Bewustzijn. Deze vrouwengroep bleef wel met de NVP samenwerken. ‘Mannen die prostituees bezoeken zijn onze echtgenoten, onze broeders, onze vaders dikwijls’, zo zei ze. Van Hogendorp streed ook tegen het verbod op het onderzoek naar het vaderschap dat mannen beschermde tegen claims van vrouwen die ze zwanger hadden gemaakt. Ook was zij actief in het oprichten (1900) van het Nationaal comité tot Bestrijding van den Handel in vrouwen. Ze drong aan op de stichting van een Nederlandse afdeling van de Internationale Vrouwenraad. Zij werd steeds feministischer. [III]Petra de vries, Oorspronkelijke versie in Biografisch Woordenboek van Nederland(5), Den Haag, 2002 Later kreeg Marianne sympathie voor het neomalthusianisme, een maatschappelijke beweging die geboortebeperking niet alleen theoretisch maar ook praktisch mogelijk wou maken. Dit was een voorloper van de NVSH. Overigens maakte Aletta Jacobs, tot groot verdriet van de orthodoxe christenen die samen met haar de strijd tegen de reglementering voerden daar ook deel van uit.

Tegenwoordig wordt de term abolitionisme of neo- abolitionisme gebruikt door iedereen die een van de drie of alle drie partijen: sekswerkers, klanten en exploitanten, strafbaar wil stellen. Dat werkt verwarring in de hand. Het is bovendien een anachronisme. Het is beter om hun zienswijze prohibitionisme te noemen.

Sietske Altink

Terug naar de inhoudsopgave van het boek

Klik hier voor meer informatie over de bronnen

 

Noten   [ + ]

I. De Vries, 1997
II. Schiedamsche Courant 28-9-1883
III. Petra de vries, Oorspronkelijke versie in Biografisch Woordenboek van Nederland(5), Den Haag, 2002