boekhouder sylvia

Een boekhouder die het logo van een vereniging van exploitanten voert en vele sekswerkers als klant heeft.

U zit in de prostitutie, dus in de criminele sfeer en als wij ons ermee gaan bemoeien, worden we door de Belastingdienst met de nek aangekeken. En het kan niet. We moeten dan gaan gokken hoeveel klanten u heeft gehad. Dit kreeg een sekswerker in de jaren tachtig te horen toen ze een boekhouder zocht. Deze vrouw wou belasting betalen – een uitzondering in deze periode-  maar het argument van het administratiekantoor zou nog tot 2002 doorklinken.

Strikt genomen moesten sekswerkers vanaf 1969, het jaar dat de BTW werd ingevoerd, omzetbelasting betalen. Het feit dat de omzet was gemaakt in een bedrijf dat niet legaal was, was voor de Belastingdienst irrelevant. Maar incidentele pogingen van de fiscus om belasting te innen strandden meestal op onervarenheid van de Belastingdienst met de branche of op bedreigingen.

Vanaf 1991 begint de BTW plicht voor sekswerkers echt te spelen. In die periode had namelijk de exploitant van de club Yab Yum van de rechter gelijk gekregen toen hij weigerde de belasting over de omzet van de vrouwen in zijn bedrijf (het damesdeel) te betalen.

Deze rechterlijke uitspraak betekende dat in theorie alle sekswerkers omzetbelasting moesten gaan betalen. Velen dachten dat het zo’n vaart niet zou lopen en hoopten onzichtbaar te kunnen blijven. Anderen belden panisch naar De Rode Draad met vragen als: ‘Hoeveel belasting moet ik betalen als de wet in Amsterdam gaat veranderen?’ Zij waren bang voor een torenhoge ambtshalve aanslag. Die werd opgelegd als de Belastingdienst de inkomsten ging schatten van een belastingplichtige die niet over een boekhouding beschikte. Daarom zochten sommige sekswerkers een boekhouder die de werkelijke verdiensten kon boekstaven.

Maar welke boekhouder nam hen als klant? Een veelzeggend voorbeeld is dat een van de nette boekhouders in de jaren tachtig zijn klant dwong om tegen hem te liegen over haar beroep. Hij wilde namelijk niet weten wat zij werkelijk deed en noteerde haar inkomsten daarom als het salaris van een caissière in een seksclub. Dat kan nooit een waarheidsgetrouwe boekhouding hebben opgeleverd.

Andere reguliere boekhouders zagen weinig brood in de doelgroep, waardoor allerlei avonturiers in dit gat in de markt konden springen. Er is een geval bekend van een ‘boekhouder’ die de ramen afging om nieuwe klanten te werven. Ook belden mannen naar De Rode Draad die sekswerkers spannend vonden en graag hun boekhouding wilden doen. (Zie voorbeeld) Het kwam ook voor dat boekhouders ‘papieren’ regelden. Zij konden hun gang gaan omdat het beleid destijds niet consequent was. In september 1996 kwam zo’n man op De Rode Draad. Uit het verslag van dit gesprek:

Hij heeft veel autohandelaren als klant. Daarnaast heeft hij nog vele bv’s en stichtingen voor diverse diensten zoals boekhouding, belastingadvies en verzekeringen. Zijn bedrijfjes opereerden vanuit drie locaties. Hij vertelde dat hij ook de verzekeringen regelde voor Thaise dames die in de prostitutie werden gedoogd. De doelgroep begrijpt de post niet. Over het algemeen levert de post postzakken af bij die adressen waar ze alleen maar ingeschreven staan. De telefoonnummers van de vrouwen veranderen steeds en de werkadressen kloppen vaak niet. In de ene gemeente heft de belastingdienst wel BTW, in de andere niet. In Amsterdam doen ze het wel. Team Tien gaat over de prostitutiebranche. Men heeft geen consequent beleid. Wanneer het wel wordt geheven, heeft men vooraftrek van reeds betaalde btw. Dat is moeilijk te bewijzen, de bazen geven meestal geen bonnen. Hij biedt het hele pakket aan voor 1200-1500 gulden per jaar.

 

Weer andere boekhouders meenden dat sekswerkers goud geld verdienden. Zo leek een administratiekantoor de werkzaamheden voor een eenvoudige BTW boekhouding te overschatten: ‘Voor het verzorgen van de administratie, (de jaarstukken) en alle belastingaangiften, reken ik 2000 gulden, exclusief BTW.’ (1994)

Met veel moeite lukte het De Rode Draad uiteindelijk een lijstje samen te stellen met boekhouders die betrouwbaar leken. Op deze lijst stond ook een administratiekantoor dat door studenten als alternatief voor de minder betrouwbare vakbroeders was opgericht. Maar om de schijn van belangenverstrengeling te vermijden wilde De Rode Draad niet een lijst met slechts één administratiekantoor presenteren. Dat was eerder misgegaan. De lijst bleef echter beperkt en van zo’n drie van de tien kantoren op deze lijst werd bekend dat ze ‘afgleden’ naar frauduleus en / of ongewenst gedrag: adviezen geven over belastingontduiking, de vrouwen beloven dat er veel geld terug te halen was met aftrekposten – wat niet waar was – en/ of de vrouwen lastig vallen op de werkplek.

De boekhouder van de baas

Vanaf 1991 was het voor exploitanten van belang dat de omzet van het ‘damesdeel’ – zoals het consequent werd genoemd-  klopte met de BTW aangifte van hun eigen zaak. Daarom was het voor exploitanten handig als de boekhouding voor beide partijen door één persoon of één administratiekantoor werd gedaan. En dat gebeurde ook op grote schaal. [i] De vrouwen die in theorie zelfstandig ondernemer waren en per definitie geen baas konden hebben, hadden veel klachten over deze vorm van gezagsuitoefening. Een greep uit de klachten:

In 1997 moest een sekswerker met verstand van boekhouden de administratie van de baas ‘creatief’ bijwerken. Deed ze dat niet, dan zou hij wel bij de Sociale Dienst klikken dat ze bijverdiende.

1998: Een vrouw klaagde dat ze gedwongen was de boekhouder van de baas te nemen. Een intakegesprek kostte al 250 gulden. Ze kreeg af en toe een kladje, maar de stukken die naar de Belastingdienst gingen kreeg ze nooit te zien.

1998: Een vrouw betaalde als enige sekswerker in het bedrijf btw. De anderen werkten zwart. De baas beweerde het op een akkoordje te hebben gegooid met de Belastingdienst.

2002: ‘Mijn exploitant doet de boekhouding van alle ‘meisjes’ omdat ze vindt dat we zo slordig zijn.’

2002: Er zijn nog twee andere meldingen dat de baas de boekhouding van de sekswerkers deed. In  één geval was dat de echtgenoot van de  bazin, die analfabete was.

2002: Een privéhuis dwong sekswerkers een afspraak met een bepaalde boekhouder te maken die zij ook nog eens moesten betalen. Ze mochten niet voor een andere boekhouder kiezen. De boekhouder van de baas eiste ook kopieën van de paspoorten en gaf ze nooit terug. Hij beweerde dat hij ze op last van de politie innam, wat bij navraag niet waar bleek te zijn.

2002: De vrouwen moesten wekelijks een uur met de boekhouder praten die ze zelf moesten bekostigen.

2002: Een sekswerker nam naast de boekhouder van de baas een eigen boekhouder in de arm. De aangiften die de twee boekhouders verzorgden waren heel verschillend.

2002: Een klacht van vrouwen die de btw moesten betalen van de bazin die zelf haar klanten ‘zwart’ bediende.

2003: Tijdens de sollicitatie werd verteld:  Stem de bedragen die je aan de boekhouder opgeeft met elkaar af. Als je bonnen wilt moet je 55 euro extra betalen omdat de boekhouder dan meer werk aan je heeft. (Verslag van een sollicitatie)

 

In 1997 bleek dat de Belastingdienst zelf in Emmen het gebruik van de boekhouder van de baas verplicht had gesteld. De Rode Draad en Prosex dienden een klacht in bij de Belastingdienst, die toen nog aan het bepalen was welke afdeling van deze dienst de regie zou krijgen over de prostitutiesector.

Administratiekantoren voor twee partijen

In enkele gevallen leidde de ‘wens’ tot een gezamenlijke boekhouding tot een nieuwe organisatie: bijvoorbeeld BEAC in de eerste helft van de jaren negentig in Rotterdam. BEAC was een administratiekantoor waar de helft van de verdiensten van sekswerkers werd ‘gewit’ via een rekening die volgens de deelnemende sekswerkers op naam van het klussenbedrijf van de club stond. De andere helft hield BEAC ‘als spaargeld’ achter. ‘Anders maken jullie het maar op’, zo kregen de vrouwen te horen.

Nog meer administratiekantoren wilden het concept van de gezamenlijke boekhouding op een hoger plan tillen.In 1996 kondigde de organisatie Stichting Raamwerk aan, vooral de boekhouding van Zuid-Amerikaanse sekswerkers voor Haagse raamexploitanten te gaan verzorgen. Liever voor Latina’s dan voor de Oost-Europese vrouwen die ‘spierwitte magere dames die onder controle (van pooiers SA) staan’. Behalve de boekhouding leverde dit Raamwerk ook diensten aan exploitanten. Men wilde vooraf leges innen en de vrouwen registreren. Ook vond Stichting Raamwerk dat vrouwen die verkasten zonder de exploitant op de hoogte te stellen, verplicht onder medische behandeling moesten worden gesteld. Dit initiatief bloedde dood.

In 2005 kwam er op het Amsterdamse kantoor een mail binnen van het Rotterdamse kantoor van De Rode Draad: ‘Als je uitgelachen bent, bel dan even’. Het bleek dat de boekhouder van een zaak waar De Rode Draad nooit binnen mocht een gesprek wilde over prostitueevriendelijke werkomstandigheden. De Rode Draad was aanvankelijk aangenaam verrast, maar helaas. De vrouwen die in het bedrijf werkten mochten niet door De Rode Draad worden geraadpleegd. En een advies geven zonder dat de vrouwen die in dat bedrijf werkten erbij te betrekken, was voor De Rode Draad ondenkbaar.

Een exploitant uit Brabant is full time boekhouder geworden en is nog steeds als zodanig actief. Zijn site bevat veel nuttige informatie, maar in 2000 kreeg De Rode Draad klachten over zijn bedrijf: De vrouwen die er als zelfstandig ondernemers werkten, mochten geen werk in andere bedrijven aannemen. Een echte zelfstandige ondernemer beperkt zich echter niet tot het aanbieden van diensten aan één bedrijf.

Ze moesten ook boetes betalen bij overtredingen van de huisregels. Ze mochten ook niet eerder weg als ze de trein wilden halen. Dit soort praktijken wekten niet veel vertrouwen in zijn invulling van ‘zelfstandig ondernemerschap’. Zijn site bevat anno 2014 meer betrouwbare informatie. Mogelijk is dit na dertien jaar een gevalletje van voortschrijdend inzicht…

Een ander groot kantoor is nog steeds actief op deze markt. De verhalen over dit kantoor varieerden. Het voordeel was dat het niet te duur was. Als nadeel werd wel genoemd, dat er geen of gebrekkige kopieën van de aangiften werden verstrekt. In 2002 kwam er bij De Draad een telefoontje binnen met een klacht dat dit kantoor de belastingteruggaven van de sekswerkers gebruikte om de proceskosten van de exploitant te betalen.

Specialisatie: (schijn) constructies

Onder andere doordat exploitanten gezag uitoefenden door een boekhouder voor te schrijven, ontstond er steeds meer twijfel of de sekswerkers wel echte zelfstandige ondernemers waren. Sommige administratiekantoren namen daarom ook een actieve rol op zich om constructies om het oordeel van de Belastingdienst/UWV te vermijden dat er dienstverbanden in de bedrijven heersten. Zo nam in 2002 een groep heren van het bedrijf BV IK contact op met de branche. Bij De Rode Draad deden ze hun briljante systeem uit de doeken:

De voorwaarde vooraf: Iedere sekswerker die mee gaat draaien in de constructie moet 700 euro ‘copyright’ betalen voor het ontwerp van de constructie. Dat betekent dat ze de papieren niet aan bijvoorbeeld een adviseur mochten laten zien. Vervolgens legt de sekswerker 18.000 euro in en richt een BV voor haarzelf op. Deze BV wordt haar werkgever. De BV IK verricht tegen een (forse)  financiële vergoeding de administratieve handelingen.

 

De Rode Draad zag hier niets in. Moeten sekswerkers 18.000 euro inleggen zonder dat ze daar direct baat bij hebben? Ook de exploitanten vonden het te omslachtig. Exit BV IK.

Andere (schijn) constructies waren de maatschap van Yab Yum en de franchise-organisatie. In het laatste geval zou de sekswerker franchisenemer worden van de exploitant. Zij werd dus een soort zelfstandig filiaal. Dat kon echter alleen als het filiaal in een officiële bedrijfsruimte zou worden gevestigd. Maar de kamers in prostitutiebedrijven konden nooit als bedrijfsruimten gelden omdat ze niet voor het algemene publiek  toegankelijk zijn. Mocht toch aan die voorwaarde worden voldaan, dan is het nog de vraag of deze constructie voordelig was voor de sekswerker; zij moest namelijk, afgezien van de kamerhuur, nog een vast extra percentage van haar omzet aan de exploitant afdragen. En dan nog… De belastingdienst/UWV kijkt niet naar de papieren constructie, maar naar de feiten en omstandigheden en oordeelt op grond daarvan of er wel of geen dienstverbanden heersen.

Gedwongen zelfstandig ondernemerschap

Het probleem met de boekhouders werd extra schrijnend met de komst van de vrouwen uit de zogeheten associatielanden. Dit waren de landen die in 2004 tot de EU zouden toetreden. Krachtens de associatieverdragen mochten mensen uit deze landen als zelfstandig ondernemer in de EU werken. Dat gold ook voor sekswerkers. Maar dan moesten zij wel aantonen dat ze echte zelfstandige ondernemers waren. Net als andere zelfstandigen moesten ze een businessplan opstellen, een startkapitaal hebben en bewijzen dat hun onderneming levensvatbaar was. Het voeren van een boekhouding was voor dit alles essentieel.

Voor raamexploitanten was het dus van groot belang dat de vrouwen die in hun bedrijven werkten onomstotelijk konden aantonen dat ze zelfstandig ondernemer waren. Zo niet, dan waren de vrouwen illegaal aan het werk, waardoor de vergunning van de exploitant op het spel kon komen te staan. In sommige raamgebieden konden vrouwen alleen werken als zij lid waren van een vereniging die door exploitanten met behulp van een advocaat was opgericht. Uit een verslag (2003) van een bezoek aan zo’n vereniging door een van de medewerkers van De Rode Draad:

Op dit moment heerst er een gespannen sfeer tussen de leden van de vereniging Deventer Dames. Ze zijn niet tevreden met de boekhouder en de coördinatrice van de vereniging. Ze willen graag uit de vereniging stappen maar durven dat niet uit angst op straat te komen te staan. Daar is namelijk mee gedreigd. Ook zou de advocaat alle procedures om ze als zelfstandig ondernemer erkend te krijgen, intrekken. Het is namelijk in zijn belang dat de dames hun administratie op orde hebben. Daarom hebben ze een boekhouder nodig. Ze moeten ook een advocaat hebben omdat er een procedure voor zelfstandig ondernemerschap gestart moet zijn. Als ze aan deze eisen voldoen kunnen ze blijven werken. Hij belooft voortaan bonnen te geven voor de betaling van de huur. (Wat hij als zelfstandig ondernemer verplicht is ten opzichte van een andere zelfstandig ondernemer. Zelf voldeed hij dus ook niet de normen. SA). De advocaat heeft mij gegarandeerd dat hij niet zijn handen van de dames aftrekt. Ze mogen best een andere advocaat nemen, maar dat  moet wel hun eigen beslissing zijn. Een van de problemen is dat hij heel prijzig is, € 275 per uur. (Verslag uit 2003)

 

De meeste van deze verenigingen deden zaken met een administratiekantoor met de wonderlijke naam Insolva. (De naam verwijst naar een status van over onvoldoende liquide middelen beschikken). De vrouwen moesten voor dit bedrijf een entreebedrag van 6247,50 gulden, inclusief btw betalen. Daarnaast werd er nog een uurtarief gerekend voor allerlei boekhoudkundige diensten, waarvan ze overigens nauwelijks bonnetjes kregen. Voor dat bedrag opende de boekhouder bijvoorbeeld een bankrekening voor de vrouw met een machtiging op zijn naam. Volgens zijn eigen zeggen moest hij dat wel doen omdat hij vreesde dat de vrouwen niet altijd aan hun betalingsverplichtingen jegens hem zouden voldoen. Het hoge entreebedrag verklaarde hij uit het feit dat hij voor iedere afzonderlijke klant een bedrijfsplan/ ondernemingsplan moest schrijven. Nu is het onmogelijk om een gedegen plan te schrijven; essentiële gegevens over het prijspeil, de te verwachten klandizie en de concurrentiepositie, ontbreken namelijk voor de prostitutiewereld.  Het maken van zo’n bedrijfsplan vergt wat plak- en knipwerk en kan dan iedere keer worden aangepast. (voorbeeld) Het bevatte overigens ook fouten, bijvoorbeeld over de aftrekposten.

In 2003 hadden medewerkers van De Rode Draad een gesprek met hem. Hij verdedigde zich als volgt: ‘Er zou eigenlijk geld bij moeten. Ik houd er per persoon maar 300 gulden aan over. Maar ik doe het met alle liefde, omdat iemand voor ‘deze meiden moet opkomen’.

Eindelijk een lijst

Reeds in 1995 was De Rode Draad op zoek naar een geschillencommissie voor conflicten met boekhouders. Maar die was er niet. Gedupeerden van boekhouders die niet bij een branchevereniging waren aangesloten konden nergens terecht. Dat merkte een sekswerker die in 2001 een boekhouder dik betaalde die vervolgens niets meer van zich liet horen.

Pas in 2001-2002 kwam er een oplossing voor deze problemen. De kwestie met Insolva had namelijk de pers gehaald. Er meldden zich boekhouders die verontwaardigd waren over de gang van zaken en wel betrouwbaar waren. Er zou eindelijk een lijst komen. De Rode Draad stelde eerst de volgende eisen aan boekhouders:

1. Ze mochten niet alleen sekswerkers als klant hebben. Zo werd voorkomen dat ze financieel teveel afhankelijk werden van sekswerk van anderen.

2. Als ze voor een sekswerker de boekhouding verzorgden, mochten ze niet de exploitant van hetzelfde bedrijf als klant hebben.

3. Ze moesten een professionele uitstraling hebben. Het op de werkplek zaken doen met sekswerkers in hun lingerie, werd niet professioneel gevonden.

4. Ze moesten lid zijn van een brancheorganisatie (zodat men ergens heen kan in het geval van klachten en conflicten)

In samenwerking met de NOAB, de branchevereniging voor boekhouders is een lijst samengesteld van boekhouders die aan deze normen voldeden en sekswerkers als klant wilden accepteren. (Zie correspondentie) Die  lijst kwam op de site van De Rode Draad. Eindelijk kon zij bijvoorbeeld de migrante die in 2011 70 euro per week betaalde voor een boekhoudertje, met gerust hart doorverwijzen naar iemand die stukken goedkoper was. [ii]

Andersom wisten de boekhouders De Rode Draad ook te vinden, bijvoorbeeld voor vragen over bepaalde regelingen of  wanneer zij via hun klanten iets hoorden over misstanden. De steeds terugkerende klacht van de boekhouders was dat de raamexploitanten nauwelijks bonnen afgaven.

De laatste jaren nam echter het aantal verzoeken van boekhouders om van de lijst afgehaald te worden, toe. De reden daarvan is niet bekend, hoewel het in sommige gevallen ging om administratiekantoren die ophielden te bestaan. Door de invoering van de opting- in hadden veel sekswerkers meestal ook geen boekhouder meer nodig.

De website van De Rode Draad is er niet meer. Zusterorganisaties wilden de site niet overnemen. Voor zover de lijst nog circuleert is hij verouderd. Een indicatie van hoe het in de toekomst zal gaan, is te vinden op een site waar sekswerkers klanten werven. Een boekhouder biedt zich daar tevens als vennoot aan. Hij wil alleen nog kwijt dat hij ‘een grote man is’.

Sietske Altink


[i] Anno 2013 besteedt De Belastingdienst nog steeds geen aandacht aan mannelijke sekswerkers.

[ii] De eenvoudige BTW boekhouding neemt hooguit twee uur in drie maanden in beslag, zo wisten de boekhouders te vertellen.