Onder andere doordat exploitanten gezag uitoefenden door een boekhouder voor te schrijven, ontstond er steeds meer twijfel of de sekswerkers wel echte zelfstandige ondernemers waren. Sommige administratiekantoren namen daarom ook een actieve rol op zich om constructies om het oordeel van de Belastingdienst/UWV te vermijden dat er dienstverbanden in de bedrijven heersten. Zo nam in 2002 een groep heren van het bedrijf BV IK contact op met de branche. Bij De Rode Draad deden ze hun briljante systeem uit de doeken:

In 2000 maakte het Prostitutie Informatie Centrum samen met de Rode Draad een belastingkrant

De voorwaarde vooraf: Iedere sekswerker die mee gaat draaien in de constructie moet 700 euro ‘copyright’ betalen voor het ontwerp van de constructie. Dat betekent dat ze de papieren niet aan bijvoorbeeld een adviseur mochten laten zien. Vervolgens legt de sekswerker 18.000 euro in en richt een BV voor haarzelf op. Deze BV wordt haar werkgever. De BV IK verricht tegen een (forse)  financiële vergoeding de administratieve handelingen.

De Rode Draad zag hier niets in. Moeten sekswerkers 18.000 euro inleggen zonder dat ze daar direct baat bij hebben? Ook de exploitanten vonden het te omslachtig. Exit BV IK.

Andere (schijn) constructies waren de maatschap van Yab Yum en de franchise-organisatie. In het laatste geval zou de sekswerker franchisenemer worden van de exploitant. Zij werd dus een soort zelfstandig filiaal. Dat kon echter alleen als het filiaal in een officiële bedrijfsruimte zou worden gevestigd. Maar de kamers in prostitutiebedrijven konden nooit als bedrijfsruimten gelden omdat ze niet voor het algemene publiek  toegankelijk zijn. Mocht toch aan die voorwaarde worden voldaan, dan is het nog de vraag of deze constructie voordelig was voor de sekswerker; zij moest namelijk, afgezien van de kamerhuur, nog een vast extra percentage van haar omzet aan de exploitant afdragen. En dan nog… De Belastingdienst/UWV keek niet naar de papieren constructie, maar naar de feiten en omstandigheden en oordeelde op grond daarvan of er wel of geen dienstverbanden heersten.

Gedwongen zelfstandig ondernemerschap

Het probleem met de boekhouders werd extra schrijnend met de komst van de vrouwen uit de zogeheten associatielanden. Dit waren de landen die in 2004 tot de EU zouden toetreden. Krachtens de associatieverdragen mochten mensen uit deze landen als zelfstandig ondernemer in de EU werken. Dat gold ook voor sekswerkers. Maar dan moesten zij wel aantonen dat ze echte zelfstandige ondernemers waren. Net als andere zelfstandigen behoorden ze een businessplan op te stellen, een startkapitaal te hebben en moesten ze kunnen bewijzen dat hun onderneming levensvatbaar was. Het voeren van een boekhouding was een voorwaarde voor dit alles.

Voor raamexploitanten was het dus van groot belang dat de vrouwen die in hun bedrijven werkten onomstotelijk konden aantonen dat ze zelfstandig ondernemer waren. Zo niet, dan waren de vrouwen illegaal aan het werk, waardoor de vergunning van de exploitant op het spel kon komen te staan. In sommige raamgebieden konden vrouwen alleen sekswerk verrichten als zij lid waren van een vereniging die door exploitanten met behulp van een advocaat was opgericht. Uit een verslag (2003) van een bezoek aan zo’n vereniging door een van de medewerkers van De Rode Draad:

Op dit moment heerst er een gespannen sfeer tussen de leden van de vereniging Deventer Dames. Ze zijn niet tevreden met de boekhouder en de coördinatrice van de vereniging. Ze willen graag uit de vereniging stappen maar durven dat niet uit angst op straat te komen te staan. Daar is namelijk mee gedreigd. Ook zou de advocaat alle procedures om ze als zelfstandig ondernemer erkend te krijgen, intrekken. Het is namelijk in zijn belang dat de dames hun administratie op orde hebben. Daarom hebben ze een boekhouder nodig. Ze moeten ook een advocaat hebben omdat er een procedure voor zelfstandig ondernemerschap gestart moet zijn. Als ze aan deze eisen voldoen kunnen ze blijven werken. De exploitant had beloofd voortaan bonnen te geven voor de betaling van de huur. (Wat hij als zelfstandig ondernemer verplicht is ten opzichte van een andere zelfstandig ondernemer.) Zelf voldeed hij dus ook niet de normen. SA). De advocaat heeft mij gegarandeerd dat hij niet zijn handen van de dames aftrekt. Ze mogen best een andere advocaat nemen, maar dat  moet wel hun eigen beslissing zijn. Een van de problemen is dat hij heel prijzig is, € 275 per uur. (Verslag uit 2003)

De meeste van deze verenigingen deden zaken met een administratiekantoor met de wonderlijke naam Insolva. (De naam verwijst naar een status van over onvoldoende liquide middelen beschikken). De vrouwen moesten voor dit bedrijf een entreebedrag van 6247,50 gulden, inclusief btw betalen. Daarnaast werd er nog een uurtarief gerekend voor allerlei boekhoudkundige diensten, waarvan ze overigens nauwelijks bonnetjes kregen. Voor dat bedrag opende de boekhouder bijvoorbeeld een bankrekening voor de vrouw met een machtiging op zijn naam. Volgens zijn eigen zeggen moest hij dat wel doen omdat hij vreesde dat de vrouwen niet altijd aan hun betalingsverplichtingen jegens hem zouden voldoen. Het hoge entreebedrag verklaarde hij uit het feit dat hij voor iedere afzonderlijke klant een bedrijfsplan/ ondernemingsplan moest schrijven. Nu is het onmogelijk om een gedegen plan te schrijven; essentiële gegevens over het prijspeil, de te verwachten klandizie en de concurrentiepositie, ontbreken namelijk voor de prostitutiewereld. Hij had met wat plak- en knipwerk een bedrijfsplan in elkaar geknutseld dat gemakkelijk aan individuele sekswerkers kon worden aangepast. (voorbeeld) Het bevatte overigens ook fouten, bijvoorbeeld over aftrekposten die er voor sekswerkers niet waren.

In 2003 hadden medewerkers van De Rode Draad een gesprek met hem. Hij verdedigde zich als volgt: ‘Er zou eigenlijk geld bij moeten. Ik houd er per persoon maar 300 gulden aan over. Maar ik doe het met alle liefde, omdat iemand voor ‘deze meiden moet opkomen’.

Lees meer over gedoe met boekhouders

Sietske Altink