Tot 2008 werden de meeste sekswerkers tot zelfstandige ondernemers gebombardeerd, of ze dat nu wilden of niet. Ze moesten een BTW nummer aanvragen en een BTW administratie gaan bijhouden. Dan zou je verwachten  dat sekswerkers bonnen zouden krijgen aangaande bijvoorbeeld kamerhuur, zodat ze de BTW konden verrekenen. Maar steeds weer klaagden sekswerkers – en soms hun boekhouders- over de geringe bereidheid van veel (raam) exploitanten om facturen af te geven. Als ze dat al deden was dat nogal eens voor een huur die lager was dan die werkelijk door de sekswerker was betaald. Zie bijvoorbeeld een mail uit 2004:

Mijn naam is I.  Ik zit in de Doubletstraat in Den Haag en ik ben belasting gaan betalen. Op mijn betalingsbewijs staat geen btw. Die kan ik niet van de belasting aftrekken De pandjesbaas  van wie ik de kamer  huur, zegt dat al die bazen met elkaar een proces tegen de Belastingdienst aan het voeren zijn. Dat gaat over de hoogte van de btw. (…) Mail ingekort en enige interpunctie toegevoegd.

Tekening P. Urban uit GAK folder

Tekening P. Urban uit de GAK folder

Een andere vrouw klaagde in 2001 dat het escortbureau waar zij werkte ‘haar aftrekposten’ als aftrekposten van het bedrijf, dus niet van haar zelf in de administratie verwerkte.

Anno 2014 ligt er in het kader van de beraadslagingen over de Wet Regulering Prostitutie een concept Algemene Maatregel van Bestuur op tafel waarin staat dat exploitanten verplicht zijn BTW bonnen voor kamerhuur af te geven. Dat is merkwaardig, want iedere ondernemer is sowieso wettelijk verplicht BTW bonnen aan andere ondernemers te verstrekken.

Wat zijn de beroepskosten van een sekswerker?

Kamerhuur is een duidelijk geval van beroepskosten van sekswerkers. Maar welke andere posten kunnen zij opvoeren? De Belastingdienst gaf daar het volgende antwoord op:

Vraag 7 van het document Vragen van sekswerkers aan de Belastingdienst:

7.            Kan iemand aan mijn aftrekposten zien dat ik in de prostitutie zit?

Antwoord: Alleen als je de inkomsten via winst uit onderneming aangeeft, komen kosten voor aftrek in aanmerking. De kosten die nodig zijn voor de bedrijfsvoering zijn onder meer kosten van huur kamer, vervoer, condooms etc. In de administratie moeten de bonnen ervan aanwezig zijn. De kosten van kleding en persoonlijke verzorging zijn niet aftrekbaar. Voor een goede beoordeling van de omzet en de kosten door de Belastingdienst is het wel verstandig om aan te geven dat je in de prostitutie werkzaam bent, omdat een aantal kosten specifiek voor deze branche is (denk aan condooms, kamerhuur). Voor de duidelijkheid: alleen medewerkers van de Belastingdienst hebben inzage in de ingediende aangifte en de opgevoerde aftrekposten. Als je in dienstbetrekking bent zijn er geen aftrekbare kosten. Daar tegenover staat dat de werkgever onbelaste vergoedingen kan verstrekken.

Kosten persoonlijke verzorging

In 1990 is de belastinghervorming Van Oort van kracht geworden. Daarmee werden de aftrekposten voor particulieren beperkt. Zelfstandige ondernemers – met uitzondering van beroepssporters, artiesten en tv presentatoren- konden geen kosten voor persoonlijke verzorging meer aftrekken.[i]  In dit rijtje ontbraken de sekswerkers. De Belastingdienst heeft het altijd jammer gevonden dat Van Oort de sekswerkers ‘was vergeten’. Op het congres van 2001 van De Rode Draad beloofde een medewerker van de Belastingdienst te lobbyen om die ‘omissie’ van Van Oort ongedaan te maken. Volgens informatie van medewerkers van de Belastingdienst is wel eens gesproken over de aanschaf van lingerie als één van de aftrekbare beroepskosten. Aangaande dit overleg doet de anekdote de ronde dat een van de medewerkers van de Belastingdienst stelde dat alleen zaken als een ‘onderbroek met spijkers’ (voor SM) in aanmerking zou komen als fiscale aftrekpost. In ieder geval werd bereikt dat de kosten voor een medische check-up fiscaal aftrekbaar werden.

Op aanraden van de Belastingdienst schreef De Rode Draad eind 2001 en begin 2002 een rapport (klik hier) over de kosten voor persoonlijke verzorging van sekswerkers. Uitgangspunt was de vergelijking tussen de kosten van de ‘gemiddelde’ Nederlander zoals berekend door het Nibud en die van sekswerkers. (De vergelijkingen zijn nog in guldens uitgedrukt omdat toen nog geen gegevens in euro’s beschikbaar waren.)

Sekswerkers kwamen met allerlei suggesties: wanneer ze bijvoorbeeld van clubwerk naar raamwerk overstapten, moesten ze een nieuwe garderobe aanschaffen. Het kwam namelijk nogal eens voor dat bijvoorbeeld een witte bh, weinig flatteus oplichtte in het black light[ii]  De Rode Draad heeft de kwestie van de beroepskosten regelmatig aangekaart bij diverse Ministers van Financiën en paste de volgende brief regelmatig aan. Zie hier het antwoord uit 2002 en uit 2003.

Eerder had een sekswerker al een zaak aangespannen maar haar eigen glazen ingegooid door idioot hoge aftrekposten op te voeren, bijvoorbeeld voor kosten van beveiliging. (zie uitspraak rechter 1998).

Door de invoering van de Opting-In regeling is deze discussie op de achtergrond geraakt. Sekswerkers die in deze regeling zitten kunnen een forfaitair bedrag aftrekken. Het speelt nog wel voor de zelfstandige ondernemers die achter de ramen werken.

 


[i] Kennelijk hadden bepaalde boekhouders die bedrijfsplannen voor sekswerkers maakten nooit gehoord van Oort. In de schattingen van inkomsten beschouwden ze de kosten voor persoonlijke verzorging als aftrekpost.

[ii] In 1992 had een adviesbureau in opdracht van exploitanten berekend dat bij 20.000 gulden omzet ongeveer een kwart voor beroepskosten moest worden afgetrokken, mogelijk hoger omdat sekswerkers vaak een taxi moeten nemen.

 

 

Inhoud Artikel