Midden jaren zeventig kwam de heroïne op de Nederlandse markt. Dat had te maken met het einde van de Vietnamoorlog, waardoor de afzetmarkt van heroïne voor Amerikaanse soldaten in Zuidoost Azië instortte en er nieuwe markten moesten worden aangeboord. Aanvankelijk werd in Nederland de introductie van deze nieuwe drug door de narcotica-afdelingen van politiediensten niet opgemerkt. ‘Ze snapten niet waar dat poeder voor diende’ [I]Bron: 3 eigen interviews, met een voormalige hashhandelaar, (1986) een aan heroïne verslaafde prostituee (1986) en een politieman. (1998). Zie ook Reymers, E., Vrouwen, heroïne en de problemen van alledag, Nijmegen, 1981

Schilderij, te vinden in het gebouw van SHOP, Den Haag.

Schilderij, te vinden in het gebouw van SHOP, Den Haag.

Begin jaren tachtig kwam de heroïneprostituee, het veelal jonge meisje dat zich verwaarloosde en alles deed om maar aan de dope te komen, ten tonele. Boeken over dit onderwerp waren zeer populair: (Het verrotte leven van Fleurtje Bloem, Kristiane F.)  Er ontstond een morele paniek over meisjes die door  pooiers één keer heroïne kregen toegediend en voor altijd verslaafd waren. Overigens duurt het ongeveer een jaar voordat men verslaafd is aan heroïne. [II]Cornish, Derek, B., The Rational Criminal, Rational Choice Perspective on Offending, New York, 1986

In de tweede helft van de jaren tachtig werd het beeld van ‘het heroinehoertje’ enigszins  genuanceerd. Men kreeg oog voor het verschil tussen gebruiken om te werken en werken om te kunnen gebruiken. Ook bleken niet alle verslaafde prostituees heel jong te zijn en waren ze niet altijd door de een of andere snoodaard verslaafd gemaakt. Tevens had men aandacht voor de  grote verschillen tussen de levensstijlen van de sekswerkers en de verslaafden. [III]Tippelen voor dope, Baltsen en Banen, zie bronnen

De overlast van heroïneverslaafden en van de prostitutie die nodig zou zijn om de verslaving te bekostigen, veroorzaakte veel maatschappelijke onrust in vooral de grote steden. De overlast werd nog vergroot doordat de verslaafde prostitutie drugshandel aantrok. De vrouwen moesten immers ter plekke voorzien worden van de stoffen. Dat werd nog nijpender door de introductie van crack; met crack kon men met een dosis slechts een korte periode toe. Teneinde tegemoet te komen aan buurtbewoners die te kampen hadden met de overlast en om de omstandigheden van de verslaafde prostituees te verbeteren,werden er in enkele steden, waaronder in de G4 (vier grote steden), tippelzones ingericht.

In de tweede helft van de jaren tachtig kwam er het probleem van de aids bij: de verslaafden bleken een risicofactor te zijn in de aidsepidemie. Inmiddels was men erachter gekomen dat een spuitenomruil programma niet de enige oplossing was; in de wereld van de verslaving was men overgestapt van monogebruik (alleen heroïne) naar het gebruik van allerlei middelen, waaronder de steeds populairder wordende cocaïne. Nu is de junk die alleen heroïne gebruikt een zeldzaamheid geworden.

Het is niet bekend hoeveel prostituees tegenwoordig met een verslaving aan harddrugs te kampen hebben. Vanwesenbeeck (et al) beweerde in 2009 dat harddrugsverslaafde prostituees in de minderheid zijn. Ze presenteert de beperkte cijfers die voorhanden zijn voor Belgische steden: in Luik gebruikt één op de vijf prostituees harddrugs, en in Antwerpen en Brussel één op de tien [IV] Gijs, L., Ganotten, W. Vanwesenbeeck, I., Wijenborg, P.,Seksuologie, uitg. Bohn Stafleu van Loghum, 2009 Het is niet duidelijk of het gaat om verslaving of om incidenteel harddruggebruik. Volgens oudere prostituees werden ze in clubs en in de raamprostitutie twintig jaar geleden de toegang tot de werkplek ontzegd wanneer ze betrapt werden op druggebruik. Harddruggebruik lijkt echter veel meer voor te komen.

Het drugsgebruik in de prostitutiewereld staat niet op zichzelf. Het is ook een trend in het uitgaansleven in het algemeen. Ook het soort drugs dat daar wordt gebruikt is onderhevig aan trends. De vrouw die voldoet aan het beeld van de heroïneprostituee uit de jaren tachtig lijkt grotendeels verdwenen te zijn.

Lees meer over andere drugs

© S.Altink

 Bronnen

Noten   [ + ]

I. Bron: 3 eigen interviews, met een voormalige hashhandelaar, (1986) een aan heroïne verslaafde prostituee (1986) en een politieman. (1998). Zie ook Reymers, E., Vrouwen, heroïne en de problemen van alledag, Nijmegen, 1981
II. Cornish, Derek, B., The Rational Criminal, Rational Choice Perspective on Offending, New York, 1986
III. Tippelen voor dope, Baltsen en Banen, zie bronnen
IV. Gijs, L., Ganotten, W. Vanwesenbeeck, I., Wijenborg, P.,Seksuologie, uitg. Bohn Stafleu van Loghum, 2009