De relatie van drugverslaving en prostitutie is lang als een apart beleidsterrein beschouwd en kwam in feite alleen aan de orde bij het beleid ten aanzien van straatprostitutie. Druggebruik was nauwelijks een issue in de wereld van clubs en privéhuizen. Daar lijkt de laatste jaren verandering in te zijn gekomen.

Geschiedenis drugs

Eind jaren zestig, begin jaren zeventig werd het gebruik van soft drugs steeds meer gemeengoed. Mede door het rapport Hulsman kwam er een einde aan de strafbaarstelling van druggebruik.[i] In 1973 werd de eerste coffeeshop in Amsterdam geopend. De handel in soft drugs genereerde steeds meer zwart geld dat onder andere in vastgoed werd geïnvesteerd dat weer voor een deel een prostitutiebestemming kreeg. Van enkele exploitanten uit de periode dat prostitutie nog werd gedoogd, is bekend dat zij inkomsten hadden uit de handel in softdrugs. [ii] Zo is in 1974 de drugsboot de Lammy van de raamexploitant Frits ‘Van de Wereld’ onderschept met een grote hoeveelheid hash aan boord. [iii]

marijke vosVanaf de jaren tachtig doen er verhalen de ronde dat portiers van sommige clubs cocaïne verhandelen. Volgens een exploitante van een privéhuis ‘weet  iedereen dat, maar de politie doet er niets aan omdat de hoeveelheden nooit zodanig zijn dat het aan te tonen valt dat het voor de handel is.‘ Een sekswerker die we in 2010 in het kader van het onderzoek naar decrimininalisering spraken, gaf gewoon toe dat ze zelf via de portier drugs verkocht.

Halverwege de jaren tachtig toen prostituees uit Latijns- Amerikaanse landen al dan niet onder dwang naar Nederland kwamen, speelde Colombia een centrale rol in de cocaïnedistributie in de wereld. De vraag deed zich destijds voor of deze vrouwen ook betrokken waren bij de cocaïnehandel, bijvoorbeeld als koerierster of als beheerder van stashes: opslagplaatsen. Dit bleek slechts incidenteel het geval te zijn. Soms bewaarden prostituees voorraden op hun (raamprostitutie) kamer of in het appartement waar ze waren ondergebracht. [iv] Een volgende vraag was of mensenhandelaren bijklusten in de drugshandel of andersom. Een enkele maal bleek dit het geval te zijn, maar over het algemeen verliepen die vormen van handel via andere kanalen. [v] Drughandelaren hebben altijd meer contant geld nodig dan mensenhandelaren en de pakkans is bij drughandel groter. [vi]Bovendien wilden mensenhandelaren niet de aandacht trekken door gepakt te worden voor drugshandel. Wel zijn sommige slachtoffers van loverboys als koerierster ingezet.[vii]

In de jaren tachtig meldden prostituees dat het incidenteel voorkwam dat klanten in de clubs met hen drugs wilden gebruiken. Tegenwoordig zou dit vaker gebeuren. Mogelijk heeft dit er mede toe geleid dat sekswerkers zelf ook kleinschalig de handel instappen. Recente rapportages over in drugs handelende sekswerkers zijn er niet. We moeten het doen met wat tien bronnen ons onafhankelijk van elkaar vertelden over de gang van zaken in clubs en de raamgebieden. We weten niet of het onderstaande ook geldt voor privéhuizen en massagesalons.

Een van de collega’s van de insider (sekswerker die bij het onderzoek naar decrimininalisering is betrokken) was om de drugs bij een club is weggegaan. Ze kon wel goed verdienen, maar het gedoe met de drugs werd haar teveel. Ook trokken de drugs volgens haar criminele klanten aan. De insider maakte zich zorgen, want als de goede tenten al vergeven zijn van de drugshandel, hoe zit het dan met de slechte? (maart 2010)

De tweede insider vertelde op 6 mei 2010:

Klanten vragen steeds vaker aan vrouwen of we drugs voor hen kunnen regelen. En dat gaat nogal dwingend. De meisjes worden ingezet voor de drugshandel en moeten met de dealers afrekenen. Dit doen ze ook om extra geld te krijgen. De verdiensten zijn immers slecht. De dealers maken op hun beurt gebruik van de vrouwen om hun spullen aan de man te brengen.

29 augustus 2010: Bijna alle vrouwen gebruiken drugs. Dat komt omdat ze weinig verdienen en het werk toch vol moeten houden. Je ligt eruit als je niet gebruikt. In club X. komen de dealers aan de bar. Ook als klant.

Door de slechte verdiensten in de prostitutie gaan sommige sekswerkers over tot kleinschalige drugshandel. Dit blijft niet beperkt tot de clubprostitutie en de escort. Het gebeurt ook in de raamprostitutie:

2010: november: een raamexploitante: Bij de raamprostitutie leveren de dealers openlijk aan de vrouwen. Die verkopen het wel eens door. En aan het einde van de dag haalt hij zijn geld op. Dat overkomt ook de vrouwen die geen pooier hebben. De vrouwen zijn wanhopig, hun enige inkomsten komen soms uit de drugs.

Functies  druggebruik

 ‘It provokes the desire but takes away the performance’ schreef Shakespeare al over de invloed van alcohol op het seksleven.[viii] Hetzelfde lijkt te gelden voor drugs: een matig gebruik van wiet, cocaïne, pepmiddelen, XTC en andere synthetische drugs lijkt erotische en euforische gevoelens en de ervaring van het orgasme te intensiveren. Cocaïnegebruik kan het orgasme uitstellen. Een overmatig gebruik zou echter de seksuele belevenis negatief beïnvloeden. [ix]

Druggebruik is een trend in het uitgaansleven, dus ook in het erotische uitgaansleven.  In de prostitutie worden steeds meer partydrugs gebruikt, vooral door klanten. Recreatief druggebruik van vooral soft drugs door sekswerkers komt vanaf de jaren zestig voor. Destijds gebruikte men wel eens een ‘Chinees poedertje’.[x] Cokegebruik kwam marginaal voor in kringen van prostituees en kunstenaars. (Tellegen 2008) In de jaren zeventig gingen prostituees naar seksshops om ‘pep’ te kopen. [xi] De arts Groothuyse  (1970) beweerde dat vooral de aangepaste prostituee wekaminen nodig had om de slaap tegen te gaan. Hij was zelf niet te beroerd om die voor te schrijven. En als hij het niet deed, waren er wel ‘damslapers’ zoals hij hippies noemde die het spul bij de ramen afleverden.

Sinds jaar en dag is bekend dat mannelijke sekswerkers poppers gebruiken. Volgens een insider wordt in dit segment op grote schaal met synthetische drugs gewerkt, die gemakkelijk thuis te fabriceren zijn. De Rode Draad schrijft in haar rapportage over de Thaise salons (2008) dat nogal wat Thaise vrouwen drugs gebruiken. Naast andere drugs wordt veelal ya ba of methylamfetamine gebruikt zoals het officieel heet. Het is tien keer zo sterk als speed. Het komt uit Zuidoost Azië en is met enige kennis en de benodigde middelen redelijk eenvoudig te produceren. Alle bestanddelen zijn legaal te verkrijgen. Thailand is de grootste afzetmarkt voor methylamfetamine met zo’n 2,5 miljoen gebruikers. In 2003 gaf de politie het signaal af, dat het op de Nederlandse markt zou komen. Een zoektocht op internet leerde ons dat gebruikers er paranoia van worden, soms de neiging krijgen zich te verminken of dat het veelvuldig gebruik tot agressie of zelfmoord kan leiden.

De grens tussen recreatief druggebruik en druggebruik om het werk vol te houden zal in de praktijk niet altijd te trekken zijn. Maar van vooral van vrouwen die onder de een of andere vorm van dwang werken is bekend dat ze drugs kregen om op de been te blijven. Het is niet altijd duidelijk of dat druggebruik hun eigen initiatief was of dat de drugs onder dwang werden toegediend. Anna Ziverte, een verhandelde vrouw die haar relaas aan het papier toevertrouwde, schrijft : ‘Ik had in een fout circuit verkeerd, onbewust en onvrijwillig drugs gebruikt, criminele afrekeningen van dichtbij meegemaakt. Ik werd zelf als een halve crimineel beschouwd.’ [xii] Dit soort verhalen komt ook voor bij slachtoffers van loverboys. [xiii]Onbewust en onvrijwillig drugs gebruiken’, kan een vorm zijn van wat Goffman een ‘sad story’ noemt: een zielig verhaal vertellen om onschuldig over te komen. Dit gedrag kan worden toegeschreven aan het stigma.[xiv]

Sietske Altink

Lees meer over heroineprostitutie

 Bronnen

 


[i] Tellegen, E., Het utopisme van de drugsbestrijding, Amsterdam, 2008 en de lezingen op het seminar ter gelegenheid van het dertig jarig bestaan van MDHG (30 augustus 2007).

[ii] Bron: Interview met een exploitant uit 1989

[iii] Hij had overigens ook, net als andere ‘bekende’ exploitanten uit die periode belangen bij illegale gokhuizen. (Driel Vis uit Rotterdam, Theo Hoeft van Yab Yum). Zie ook Middelburg, B., De maffia in Amsterdam, Amsterdam, 1988

[iv] Interview 20 oktober 1990 met Ester Rios, maatschappelijk werker in een opvangcentrum voor Zuid-Amerikaanse prostituees Mama Tingo

[v] Haveman, Wijers en Altink, Het Juristenblad,

[vi] O.a.Van Traa  rapportages

[vii] Zie bijvoorbeeld de website: Stop Loverboys

[viii] Macbeth

[ix] Bron: diverse websites waaronder de website van Mens en Gezondheid.

[x] Vanwesenbeeck, Groen en Altink: ‘Hoe (ex) prostituees (zich) zelf redden.

[xi] Bron: interviews met twee prostituees in 1990/1991 die dit onafhankelijk van elkaar beweerden.

[xii]  Ziverte, Anna, Valse belofte, Een persoonlijk verhaal over vrouwenhandel, Amsterdam 2005.

[xiii]  Bijv. Maria Mosterd, Echte mannen eten geen kaas.

[xiv] Goffman, E., Stigma, Notes on the management of spoiled identity.

[xv]  Bron: 3 eigen interviews, met een voormalige hashhandelaar, (1986) een aan heroine verslaafde prostituee (1986) en een politieman. (1998). Zie ook Reymers, E., Vrouwen, heroine en de problemen van alledag, Nijmegen, 1981

[xvi] Cornish,Derek, B., The raional criminal, rational choice perspective on offending, New York, 1986

[xvii] Tippelen voor Dope, Baltsen en Banen.

[xviii] Gijs, L., Ganotten, W. Vanwesenbeeck, I., Wijenborg, P.,Seksuologie, uitg. Bohn Stafleu van Loghum, 2009