Raamexploitanten waren er eerder dan die van clubs en privéhuizen. De clubs stammen namelijk uit de jaren zeventig. Raamprostitutie ontwikkelde zich na het invoeren van het bordeelverbod uit kamerverhuurbedrijven. Een van de raamexploitanten die de Wallen heeft zien uitgroeien tot een grootschalig raamgebied was Simon Adriaanse, alias Frits van de Wereld. (1921-1992)

In 1991 spreek ik hem.

‘Als klein jongetje ben ik begonnen met raamexploitatie. Ik zat op de stoep van een prostituee, bijgenaamd Cor Kut, zodat de klanten er niet door konden. Pas als ik een stuiver had gekregen, hoepelde ik op. Kinderen kregen van ‘tantes’ die heren ontvingen een kwartje of een dubbeltje wanneer ze boodschappen voor hen deden. Net als andere kamerverhuurders ben ik van boodschappenjongen exploitant geworden. Ik was een gewone kamerverhuurder. Ik had vroeger vier of vijf verhuurbedrijven. Ik verhuurde een paar kamers. Als verhuurder ben je geen pooier, dat is wat anders, dat is wanneer je een paar meisjes voor je hebt lopen. Ik haat pooiers. Ik inde alleen het geld’.

Hij hield ermee op omdat zijn vrouw er moeite mee had dat hij vrouwen voor zich had werken. Zijn zoon heeft hem opgevolgd. Men heeft nog geprobeerd Frits voor bordeelhouden te veroordelen. Dat lukte niet, want hij wist niet dat hij een bordeel had, zo zei hij tegen de rechter. De gordijnen waren immers altijd dicht.

‘En verder leefde ik van roven en stelen’, gaf hij ruiterlijk toe. ‘Ik zeg altijd maar, je wordt in het leven nooit door de gouden koets overreden, wel door de strontkar. Maar je moet er wel achteraan als er van de gouden koets een spijker valt. Ik had ook een café op de Zeedijk, café De Wereld, vandaar mijn bijnaam.’

Huis van Frits, tegenwoordig een restaurant

Huis van Frits, tegenwoordig een restaurant

Frits presenteerde zich als een crimineel van de oude stempel die met een dubbeltje was begonnen en als miljonair was geëindigd.  De hasjboot van Frits met een kostbare lading aan boord werd in de jaren zeventig van de vorige eeuw na een spectaculaire achtervolging gepakt. Hij kreeg acht maanden gevangenisstraf. Ze noemden hem een ‘godfather’. Maar dat gedoe met die hasjboot vond hij overdreven.

Frits heeft zich later gespecialiseerd in het gokwezen. Het was overigens geen toeval dat veel verhuurders in Amsterdam er goktenten op na hielden. De overheid heeft gelaten moeten toezien hoe gokgelegenheden onder het mom van ‘culturele verenigingen ter bevordering van het contact tussen de volkeren onderling’ werden ingericht. Notarissen deden gokbazen deze mogelijkheden vlijtig aan de hand. Volgens Frits hadden ‘honderden rassen’ zich jarenlang prima geamuseerd in zijn goktent Mata Hari. ‘Ik had mijn eerste goktent overal en nergens. Gokken, hoeren en drugs hebben niets met elkaar te maken.’ Frits liet echter wel één geldstroom door verschillende zaken gaan ‘die niets met elkaar te maken hadden.’ Volgens justitie kwam bij zijn gokgelegenheid 50 miljoen gulden per jaar binnen. De Belastingdienst kreeg nog een miljoen gulden van hem. ‘Van mij mogen ze Mata Hari dichtgooien. Dan maak ik er één grote seks-hoerenbende van. Want hoe viezer je doet, hoe eerder je een vergunning hebt in dit land’, zei Frits daarover in een boek van Bart Middelburg. (1988)  Volgens de verhalen zat hij altijd met een uzi onder de tafel. (Verlaan, 1999)

Het kwam er niet meer van. In 1992 werd hij met veel vertoon begraven. Een motoragent voerde de stoet aan. In de vestzak van Frits hadden getrouwen een pakje shag gestopt.

Sietske Altink

Bronnen

Lees meer over: Het ontstaan van raamprostitutie

Gemeentelijk beleid en raamprostitutie

Omvang raamprostitutie

Raamexploitanten

Huurprijzen en raampanden

Werken achter het raam

Raamprostitutie in Nijmegen