Prostitutie wordt over het algemeen als een stedelijk verschijnsel gezien. Men wil nog wel eens in een voetnoot vermelden dat door de komst van moderne vervoermiddelen de zogenaamde seksboerderijen konden gedijen. Dit is niet helemaal correct. In het verleden was er al prostitutie op het platteland. Dat blijkt bijvoorbeeld uit allerlei documenten uit de late middeleeuwen waarin de autoriteiten trachtten op te treden tegen herbergen met een ‘quaat regiment’. Die gedocumenteerde gevallen betreffen bijvoorbeeld de talrijke herbergen buiten de Grote Houtpoort in de Haarlemmerhout.

herbergen Het Wapen van Amsterdam en Rustenburg ['t Bokje. de Ooievaar] door P.van Loo (1768) (Noord-Hollands Archief)

Herberg Het Wapen van Amsterdam en Rustenburg [’t Bokje. de Ooievaar] door P.van Loo (1768) (Noord-Hollands Archief)

In de Hout bevonden zich in de eerste helft van de 16de eeuw ‘zekere huysen, waarvan de bewoners henlieden generende zijn met tappen ende taverne te houden ende onder ‘t dexel van dien converseren ende verkeren aldaer, dagelijcx, groote menigte van rabauwen, hoeren ende boeven, ende ander quaet ongeregelt volck, die anders niet en doen dan droncken ende versmoert te drincken, ende den goedenluyden aldaer…passeerende, te beschaemen verlosten ende verdrucken, ende dagelijcx diversche foertsen, moorden, dootslagen, gewelt, luxuriën, vloucken, zweeren, dobbelen ende andere veele sonden gebueren ende geschien’.

Dit losbandige gedrag in De Hout werd mede in de hand gewerkt door een maatregel waardoor de tapperijen in dit gebied tot 1535 geen accijnzen hoefden te betalen. In deze periode lag het recht om tapvergunningen te verlenen bij de ambachtsheer van Heemstede. Soms trok hij de vergunningen weer in, bijvoorbeeld bij grote verstoringen van de openbare orde of als ‘de goede zeden’ werden geschonden. Zo stond de herberg Rustenburg  (‘t Bokje) aan de Groote Houtwech (Dreef) als slecht bekend omdat daar heel lang  een ‘hoerhuys’ gevestigd was geweest. (Hans Krol op website)

In  zeventiende-eeuwse geschriften uit  de baljuwschappen Delfland en Schieland is een verbod te vinden voor  ’tappers’ en herbergiers op het houden van een ‘quaat regiment’ door ‘eenige Hoeren ofte lichtveerdige Vrouwen te laten logeren. Ook worden herbergen in het Land van Heusden en bij het Noordhollandse Ursum als ‘vermaert hoerhuys’ beschreven. Deze herbergen hadden ook omwonenden als klant. In de 18de eeuw werd dit kennelijk getolereerd want er werden maar weinig boetes en straffen opgelegd. (Haks, 1985)

In de 17de en 18de eeuw waren prostituees van de partij bij kermissen en markten. In de 17de eeuw vertrokken Amsterdamse prostituees bijvoorbeeld naar Valkenburg, een plaatsje in de buurt van Den Haag wanneer daar de paardenmarkt werd gehouden. De hoerenwaarden betaalden in zo’n geval een bedrag aan de baljuw van Wassenaar om ongestoord door de autoriteiten zaken te kunnen doen. Een reizend speelhuis (bordeel waar af en toe muziek werd gemaakt) uit Dordrecht rukte regelmatig uit naar kermissen op het platteland. (Van de Pol, 1996)

Seksboerderij in Drente

Seksboerderij in Drente

Over prostitutie op het platteland in de 19de eeuw heeft schrijver dezes (nog) niets gevonden.  De prostitutie op het platteland kwam pas weer in de belangstelling toen er in de twintigste eeuw seksclubs langs rijkswegen naar België en Duitsland seksboerderijen werden ingericht. Dat gebeurde in de jaren zeventig, de tijd waarin onder andere door de toenemende mobiliteit de seksindustrie een schaalvergroting onderging. Zo opende Leo De Klein in 1970 de luxe seksclub de Postiljon in Midden Limburg. [1] Toen was dit nog de enige in de regio, maar die vond al snel navolging. Jan Bik begon in 1969 in Amsterdam maar breidde naar Oost- Groningen en Limburg uit.

Vakantie of isolement?

Een seksclub buiten de stad was in verband met de anonimiteit voor zowel klanten als sekswerkers aantrekkelijk. Maar voor de laatsten waren er wel nadelen aan verbonden; ’s avonds met het openbaar naar huis gaan was meestal onmogelijk, met de auto naar huis na het drinken van champagne was ongewenst en een taxi was onbetaalbaar. Dus moesten de vrouwen ‘intern’. Een vrouw in 1989:

Bedrijf in Baexem

Bedrijf in Baexem

Ik sliep in die club. Het was te gek. Groot zwembad in huis. Baden in huis. Sauna in huis. Een afsluitpoort, dan hoefde je maar op een knopje te drukken, dan zoem, dan zat je helemaal in het water, water om me heen. Een omgeving, ik ging altijd naar mijn vakantieoord daar. Even weg uit mijn gezin, altijd maar voor die kinderen zorgen, als alleenstaande vrouw. Dan was ik twee dagen in de week weg. Heerlijk. In dat kasteeltje kwamen zakenmannen die een transactie hadden gedaan. Wij werden ook gecoacht om met die mensen te praten om het ijs te breken. En als we de taak goed verricht hadden, als het tot goede resultaten had geleid, dan kregen we veel geld toegeschoven. (Uit een interview voor onderzoek naar hulpzoekgedrag. Dit bedrijf bestond van 1970-2006)

Dergelijke enthousiaste verhalen werden later voor zover bekend, niet meer verteld. De werkomstandigheden in de clubs op het platteland  waren  – net als die in de stad –niet zo bevorderlijk voor een vakantiestemming. De omzetten liepen terug en zelfstandige Nederlandse sekswerkers bleven zelden in één club hangen. De Rode Draad trof vanaf 2004 veel migranten op het platteland aan. Vooral voor migranten die geen vervoer hadden, leek het werken op het platteland bijna een recept voor isolement.

Uit veldwerkverslagen van De Rode Draad:

De Ommelanden van Groningen

De Ommelanden van Groningen

2005:  We proberen uit te vinden hoe de vrouwen op hun werk komen en wat ze van de omgeving vinden maar behalve een lege blik komt er niets terug. Die avond is er een seksfeest in de boerderij. Dit  begint om 21.00 uur en duurt tot 04.00 maar –nu- om 17.00 uur zijn de vrouwen er ook al. Het feit dat de vrouwen bijna niets zeggen en totaal niet lijken te weten waar ze zijn doet ons het ergste vermoeden. De vrouwen waren al een paar jaar in Nederland maar waren nooit naar de grote stad geweest. Daar konden ze toch niet werken, want daar had je een sofinummer nodig, zo had de eigenaar hen verteld. Later hebben we in een andere zaak gepraat met een vrouw die één dag op de boerderij heeft gewerkt en daar gillend is weggerend. Ze vertelde dat de meeste vrouwen die er werken er ook wonen (kan kloppen want er zit een enorm huis aan de club vast) dat je er twee euro moet betalen voor een cola en dat je maar 40% van de verdiensten mag houden. Als een cola er al twee euro is dan zal kost en inwoning ook wel pittig geprijsd zijn.

Mede door het isolement waren de sekswerkers op het platteland voor informatievoorziening over hun positie afhankelijk van de exploitant, die woeste hoevesoms een bijna Koefnoen- achtige desinformatie verspreidde:

In 2005 bezocht De Rode Draad een totaal afgelegen bedrijf, onbereikbaar met het openbaar vervoer. Een van de veldwerkers kwam zelf uit Oost-Europa en kon zonder dat de eigenaar het verstond de klachten aanhoren over de twaalf – urige werkdag. We vragen de eigenaar waarom de vrouwen geen pauzes mogen houden. Het verrassende antwoord was dat pauzes volgens hem bij loondienst horen. Zelfstandige ondernemers werken toch altijd! Als hij ze een paar uur vrij geeft zou De Belastingdienst immers niet meer geloven dat de vrouwen zelfstandig ondernemer zijn.

De teruggang van het aantal seksclubs heeft echter ook het platteland getroffen. Veel bedrijven hebben door gebrek aan klandizie de deuren moeten sluiten. Andere moesten in verband  met het tewerkstellen van illegalen en mensenhandel dicht.

Typisch platteland

Er zijn vormen van prostitutie die niet echt in een stad passen: (illegale) prostitutie in vakantiehuisjes, op campings en in sekscampers. Het feit dat de mega sauna’s niet in de steden te vinden zijn maar wel in Limburg, heeft vooral te maken met de hoeveelheid grond die ze in beslag nemen, een schaars goed in de grote stad.

NB. De fragmenten uit de veldwerkverslagen betreffen niet de afgebeelde seksboerderijen.

Sietske Altink

Bronnen


[1] Dit staat op de website van de Postiljon Bar.