Ter voorbereiding van de behandeling van de Wet Regulering Prostitutie zijn er medio 2015 vijf documenten naar De Tweede Kamer gestuurd. Vier daarvan waren de evaluaties van het prostitutiebeleid. Het vijfde was een rapportje naar aanleiding van het voorstel om een pooierverbod in te voeren en bonafide faciliteerders van prostitutie vergunningplichtig te stellen.[i] De inspiratie daarvoor vormde een spraakmakend artikel in de Volkskrant van de magistraat Peter Lemaire. Hij betoogde daarin dat in de toekomst alle faciliteerders van prostitutie behalve welzijnswerkers en gezondheidsvoorlichters een vergunning als bonafide ‘pooier’ moeten gaan aanvragen. Hij heeft het daarbij vooral over verhuurders en beveiligers. Het is echter de vraag of hij de reikwijdte van zijn voorstel wel overziet? Zal iedere advocaat, taxichauffeur, webdesigner, boekhouder en belangenbehartiger een vergunning gaan aanvragen wanneer een sekswerker zich als klant meldt? Waarschijnlijk zullen deze faciliteerders hem/haar liever als klant weigeren dan al die moeite doen om – waarschijnlijk tegen betaling van een leges- een vergunning aan te gaan vragen die hen ook nog eens stigmatiseert als ‘goede’ pooier. Vanuit Lemaire’s functie bij de rechtbank zal hij goed op de hoogte zijn van de rechtspraktijk, maar zijn zicht op de prostitutiewereld is gespeend van iedere realiteitszin en feitenkennis. Dat blijkt bijvoorbeeld uit zijn – ongefundeerde- opmerking dat de ‘legalisering’ is mislukt.

Anno 2018 circuleert het pooierverbod nog steeds. De vergunningplicht voor alle mensen en instellingen die faciliteiten leveren is daarin komen te vervallen. In deze laatste versie is het faciliteren van illegale prostitutie verboden. In de Memorie van Toelichting staat dat dit niet om de kern van de dienstverlening mag gaan. Dit is een volstrekt onduidelijk begrip. Gaat dit om de leveranciers van bedden en condooms?

Bron

Lindenberg, K., (2014), Herinvoering van een pooierverbod? Een inventarisatie van opvattingen in het juridisch werkveld over eventuele herinvoering van een strafrechtelijk pooierverbod, Rijksuniversiteit Groningen, uitgave van WODC, Den Haag.