“Mijn droom is om in de Tweede Kamer op te komen voor de belangen van prostituees” aldus een exploitant van een groot escortbureau die in 1994 een keurmerk voor seksbedrijven wilde oprichten.’  [i] Van hem is niets meer vernomen, maar zijn plan om als exploitant de belangen van sekswerkers door middel van een keurmerk te gaan behartigen heeft navolging gevonden.

Het lijkt voor de hand liggend om door middel van een keurmerk de ‘goede’ van de ‘slechte’  seksbedrijven te onderscheiden. Het is dan ook niet verwonderlijk dat eens in de paar jaar de roep om zo’n keurmerk weerklinkt. Hoe is het met eerdere initiatieven gegaan? Maar allereerst, wat is een keurmerk?

“Een keurmerkcertificaat is een collectief merk dat als additioneel onderscheidingsteken wordt vermeld op producten (waren en diensten) dat bedoeld is om kwaliteitssignalen af te geven en/of de maatschappelijke verantwoordelijkheid van producten of productieprocessen te waarborgen en dat door een onafhankelijke instantie wordt verleend. Keurmerken hebben betrekking op de beoordeling van het proces waarmee het product tot stand is gekomen.”  Sommige keurmerken willen zowel kwaliteitsprotocol als maatschappelijke verantwoording benadrukken .’   (Definitie ontleend aan Riezebos en Schee, 1999)

Dit laatste was ook het geval met Erotikeur dat verderop in dit verhaal wordt beschreven. Het zal blijken dat de onafhankelijkheid van de keurmerkverlener het struikelblok vormde bij initiatieven die in Nederland op dit gebied zijn genomen.

Veilige Relaxhuizen

Visitekaartje VVR

Visitekaartje VVR

De eerste poging tot een soort kwaliteitslabel te komen stamt uit 1987, het jaar waarin er grote paniek ontstond over een nieuwe ziekte: aids. Een ondernemer van een relaxhuis in Den Haag bracht toen enkele collega’s in de regio samen in de Vereniging Veilige Relaxhuizen. (VVR) Het was de bedoeling om klanten erop te wijzen dat er in al deze bedrijven safe seks werd bedreven. De aangesloten huizen adverteerden dus met safe seks, hoewel daar in de praktijk nogal eens de hand mee werd gelicht. De vrouwen uit deze huizen werden gedwongen een aidstest te ondergaan. Een arts die in al deze clubs de vrouwen controleerde en ook de aidstesten uitvoerde, zat tevens in het bestuur van deze vereniging. Stel dat hij een geval van aids had ontdekt in een van de huizen van de vereniging waarvan hij deel van het bestuur uitmaakte…

Hoewel deze Vereniging Veilige Relaxhuizen zeker tot 1994 is blijven bestaan, zijn veel van de bedrijven van deze club, inclusief die van de oprichter opgegaan in de landelijke organisatie Vereniging Exploitanten Relaxhuizen. (VER) Deze organisatie is betrokken bij een volgend initiatief: Erotikeur.

Ontstaan Erotikeur

In 1992 promoveerde Lucie van Mens op een bedrijfskundig onderzoek naar prostitutiebedrijven. In dit proefschrift toonde zij aan dat de bedrijfsvoering van veel relaxhuizen niet in orde was. Dit wekte de toorn van de VER die haar per fax met een kort geding dreigde. Dit kort geding heeft nooit gediend, want in plaats daarvan ging zij de dialoog  met de VER aan.

Dit speelde in de tijd dat de wetswijziging om tot decriminaliseren van prostitutiebedrijven te komen in het slop zat. De branche trok het initiatief naar zich toe door een keurmerk te lanceren dat de naam Erotikeur kreeg. Niel ten Kate, de voorzitter van de klantengroep Man Vrouw Prostitutie – maar ook filosoof op het gebied van prostitutiebeleid- raakte erbij betrokken. Lucie van Mens was intussen bij de Stichting soa aids gaan werken, die zo ook een belangrijke stem in het initiatief kreeg. Vier jaar lang werkte dit gezelschap aan conceptreglementen. (Het artikel van Lucie van Mens in Relax magazine, jaargang 1.)

1996 afbeelding relaxVeel van de eisen die Erotikeur aan Relaxhuizen stelde waren baanbrekend en betekenden een belangrijke breuk met wanpraktijken in die periode. Exploitanten vonden het toen bijvoorbeeld normaal sekswerkers te dwingen tot het accepteren van alle klanten. Ook was het gewoon dat zij voorschreven door welke artsen de vrouwen werden getest. Tevens moesten vrouwen tegen hun zin champagne drinken. Nu worden deze zaken – hoewel ze nog wel voorkomen-  in brede kring gezien als schendingen van de rechten van sekswerkers.

Onveilig werken was uit den boze bij Erotikeur. De regels die toen werden opgesteld zijn met de kennis van nu weliswaar overdreven, zoals de eis dat alleen sekswerkers die regelmatig een controle ondergaan in de Erotikeur bedrijven mogen werken, maar toen was de aandacht voor veilig werken heel hard nodig. Lang voordat de overheid eisen ging stellen aan de hygiëne en de veiligheid, had Erotikeur hier al een pakket voor samengesteld. Zo moest na iedere klant het beddengoed worden verschoond. Maar het meest beroemd werd de betonschaar. In clubs en faciliteiten waar men aan SM deed moest er een betonschaar binnen handbereik zijn waardoor een klant die zich had laten vastketenen à la minute kon worden bevrijd. Klik hier voor de informatie voor sekswerkers en gasten.

Het recht van klanten om seksuele handelingen te weigeren werkte op de lachspieren van de medewerkers van De Rode Draad die steeds de conceptreglementen kregen voorgeschoteld. Minder leuk vond De Rode Draad het dat de financiële regelingen tussen exploitanten en de sekswerkers in het huisreglement moesten worden opgenomen. Het kon toch niet de bedoeling zijn dat iedere exploitant zijn eigen arbeidsrelaties ging bepalen! Daar waren nu juist allerlei regelingen voor in het arbeidsrecht en in andere wetgeving. Zie hier de reactie van De Rode Draad.

Organisatiestructuur Erotikeur

1996 bewerking 1 advertentieDe Rode Draad bleef op de achtergrond de zaak volgen, maar Erotikeur slaagde erin kopstukken en zelfs bekende Nederlanders te interesseren. Harry De Winter was aanvankelijk gevraagd om de officiële presentatie mede te organiseren. Later werd Rob van Hulst er kortstondig bij betrokken. Ook universitaire onderzoekers kregen in de organisatie een rol toebedeeld. Zij werden vooral ingedeeld bij de diverse commissies die in het leven waren geroepen, waarvan er één was belast met de controle op de werkvloer van de seksbedrijven. Speciale Erotikeurteams zouden de bedrijven aangekondigd of onaangekondigd bezoeken om te kijken of aan de eisen werd voldaan. Sekswerkers en klanten mochten geen deel uitmaken van het controleteam. Tijdens een van de bezoeken werd het controleteam vergezeld door het RTL tv programma Ooggetuige. Een andere commissie moest de aanvragen van de seksbedrijven voor het keurmerk beoordelen. In het Algemeen Bestuur van Erotikeur zaten twee mensen van de VER, één vertegenwoordiger van Soa-aids, Hans Scholtes van de Graafstichting en afwisselend iemand van het PIC (Prostitutie Informatie Centrum) en een Rode Drader die er op persoonlijke titel in zat.

De geschillencommissie

De Rode Draad had wel aarzelend interesse getoond voor deelname aan de geschillencommissie die ook onder Erotikeur zou gaan ressorteren. Dat vormde ook de reden waarom sommige medewerkers van De Rode Draad af en toe op persoonlijke titel aan bestuursvergaderingen deelnamen. Erotikeur had namelijk het klachtrecht voor zowel klant als sekswerker in het pakket opgenomen. De opstellers van het reglement hadden al voor De Rode Draad, de VER, de Graafstichting, een advocaat en een arts een zetel in zo’n geschillencommissie gereserveerd. De gang van zaken zou als volgt zijn:

Per geschil wordt er een geschillen commissie  samengesteld. Deze commissie bepaalt al snel  of zij bevoegd is het geschil te beoordelen en indien dit het geval is beslist zij bij meerderheid van stemmen. De kosten die verbonden het beslechten van een geschil worden voor 25 procent tot 1000 gulden betaald door de partij die in het ongelijk is gesteld. De commissie kan beslissen de procedure kosteloos te voeren. Bovendien kan. een partij kan toestemming vragen om anoniem te procederen.  (versie augustus 1994 van de reglementen)

IntermezzoDe Rode Draad vroeg zich af hoe de stemming zou verlopen en wie er de doorslag zou geven. De geschillencommissie is echter nooit bijeen geweest. Als dat wel het geval was, zou er een probleem zijn. Het is namelijk nogal moeilijk om vanuit de rol van belangenbehartiging in die van arbiter of van bemiddelaar te treden. Dat is vergelijkbaar met de advocaat die op de stoel van de rechter gaat zitten.

Eindelijk was het zover. Op 27 november 1995 werd Erotikeur gepresenteerd tijdens een druk bezochte receptie in het Arsenaal in Naarden. Klik hier voor de uitnodiging. Er was veel pers. Het Erotikeur schildje werd er onthuld. Voor 4500 gulden – leden van de VER voor 4000 gulden –  mochten de Erotikeur gekeurde bedrijven  het schildje een jaar lang in het bedrijf en op de gevel hangen. Dit recht kon na een jaar na een herkeuring worden verlengd.

De bedrijven die een luxe aanbod hadden voor klanten konden een zilveren en zelfs een gouden schildje verkrijgen.[ii] Hier deed zich volgens mij al een moeilijkheid voor. De introductie van die extra schildjes ging om de kwalificatie ‘luxueus’, een nieuw oordeel dat buiten de doelstelling van Erotikeur viel. Het ging immers om verantwoorde seksuele dienstverlening voor zowel de sekswerker als de klant maar niet om een luxe uitstraling. Volgens Niel ten Kate was het uitdrukkelijk de bedoeling dat ook kleine, niet luxueuze bedrijven aan Erotikeur konden deelnemen.

Erotikeur moet het  keurmerk worden voor alle economische vormen van seksualiteit. Het moet ook van toepassing worden op kleine bedrijven. Dat is zowel uit oogpunt van rechtsgelijkheid en klantenbelangen. Klanten hebben namelijk belang bij een gedifferentieerd aanbod.  Het moet niet alleen gaan om sauna’s en bubbelbaden. (interview van Sietske Altink met  Niel ten Kate, 1994)

Op het moment van de presentatie waren 26 bedrijven bij Erotikeur aangesloten. Een paar dagen later waren dat er nog 25. Een bedrijf had namelijk zijn kwalificatie als Erotikeurbedrijf verspeeld door een advertentie in de krant te zetten waarin ‘meisjes voor Frans (oraal) zonder condoom‘ werd gevraagd.

Onafhankelijkheid

erotikeurOver één ding is iedereen in keurmerkenland het eens: een keurmerkverlener moet onafhankelijk zijn. Het probleem van Erotikeur was dat het bestuur niet geheel onafhankelijk was. De VER was heel goed vertegenwoordigd in zowel het algemene als het dagelijks bestuur. Dit probeerde men weliswaar te neutraliseren door De Rode Draad nogal dwingend uit te nodigen om als organisatie in het bestuur zitting te nemen, wat zij overigens weigerde. De medewerkers van De Rode Draad zaten op persoonlijke titel in het bestuur; een nogal halfslachtige situatie waaraan in 1996 een einde kwam. Bij de organisatie was er discussie ontstaan over de onafhankelijkheid van het Keurmerk, een kwestie die in de periode na de grote presentatie van het logo steeds belangrijker zou worden. Kik hier voor  brief 1 aan De Rode Draad.

Mogelijk was de deelname van de VER aan het bestuur een strategische zet; een keurmerk zou in deze schemerwereld immers nooit van de grond kunnen komen zonder dat exploitanten mee konden beslissen. Zij beperkten zich echter niet tot zitting nemen in het bestuur. Sommige exploitanten wilden mee bepalen wie wel en wie niet bij Erotikeur mocht worden betrokken. Maar dit was het bestuur toch te gortig. De eerder aangehaalde Riezebos en Schee (1999) wijzen erop dat als de keurmerkverstrekker afhankelijk is van contributies van de leden, de objectiviteit in het geding kan komen. Op grond van de objectiviteitseis onderscheiden ze tussen eerstegraads en tweedegraads keurmerken. Een eerstegraads keurmerk is door de Raad van Accreditatie erkend. Zij kwalificeren Erotikeur als een tweedegraads keurmerk omdat zij die erkenning ontbrak. Als Erotikeur al had getracht die erkenning te krijgen was het maar de vraag of dat gelukt zou zijn, gezien het stigma dat op de branche rust. Riezebos en Schee waarschuwen ertegen dat bij een tweedegraads keurmerk het gevaar van belangenverstrengeling kan ontstaan.

Niel ten Kate hierover: Erotikeur gaat zich verzelfstandigen. Het mag zich niet beperken tot de leden van de VER. In het bestuur zitten nu acht mensen, waarvan vijf vrouwen. Het moet een zelfstandige stichting worden. Het is ontstaan als initiatief van de VER, maar het is verder geëvolueerd.

Het optimisme van Niel ten Kate is niet bewaarheid. Al snel kwamen er berichten binnen bij De Rode Draad dat de schildjes werden verhandeld. En Erotikeur kwam spoedig in financiële problemen zodat de kostbare controles van de bedrijven niet meer plaats konden vinden. Dit kastekort is niet in de laatste plaats ontstaan doordat een toenmalig prominent VER lid grote sommen geld van Erotikeur had verduisterd. (Deze man is toen subiet uit de VER gezet.)

Revival Erotikeur

Tot 2005 komt De Rode Draad tijdens veldwerk het Keurmerk nog tegen. Volgens de veldwerkers wordt De Rode Draad daar opvallend vaak geweigerd. “Er hing een erotikeursticker tegen het raam met twee sterren. Een oudere dame deed open. Rode Draad? Geen belangstelling. Knal, deur dicht. [I]Uit veldwerkverslag van De Rode Draad, 7 mei 2004

In 2001 wilde een bureau dat een revival van Erotikeur beoogde wel die erkenning van de Raad van Accreditatie in de wacht slepen. Dit heeft tot niets geleid. Klik hier voor het voorstel. Niettemin werd er in 2004 vanuit de politiek de wens uitgesproken om tot een keurmerk van seksbedrijven te komen. Degenen die vroeger betrokken waren bij Erotikeur werden uitgenodigd om hun mening te geven. Hans Scholtes van de Mr. De Graafstichting zei toen het volgende op het ministerie van SoZaWe, 13-5-2004:

Destijds had het keurmerk geen economisch belang. Het was heel duur voor exploitanten. Waar moet geld voor komen: voldoen aan normen of een schildje bemachtigen, van belang voor bijvoorbeeld creditcard maatschappijen? Gaat het om een waarderingskeurmerk? Dat krijg je gratis. Gaat het om schone kamers? Gaat het om productkwaliteit of proceskwaliteit? [iii]I

In 2007 gingen de zuiderburen aan de slag met een keurmerk. In opdracht van de Koning Boudewijnstichting moest de universiteit van Gent de wenselijkheid van een Keurmerk

Logo van Relax magazine

Logo van Relax magazine

voor seksbedrijven onderzoeken. De onderzoekers kwamen tot de conclusie dat een keurmerk een geschikt instrument kon zijn om tot een scheiding van een bonafide en een malafide markt voor seks te komen. Zo’n keurmerk moest ook een verbod op abnormaal profijt trekken van kamerverhuur omvatten en het afsluiten van arbeidscontracten verplicht stellen. Tevens maakten eisen aan de hygiëne en de veiligheid deel uit van het keurmerk. Pikant was de stelling dat een keurmerk impliceerde dat de overheid de bonafide sector niet meer hoefde te controleren. De autoriteiten mochten alleen optreden tegen overlast. (Vermeulen, 2007)

Fair Fuck

In 2009 plakte Lodewijk Asscher – toen nog wethouder in Amsterdam- een sticker op de ramen van sekswerkers die vrijwillig werkten.[iv] In 2011 kwam het PvdA Tweede Kamerlid Sjoera Dikkers  met een plan om vrijwillige sekswerkers een keurmerk te geven. Dit ging al snel het fair fucklogo heten. [v] Dit komt in feite neer op zelfcertificatie.  Want wie gaat objectief bepalen wie vrijwillig werkt? Wat is vrijwillig werken? En hoe wordt bepaald of de sekswerker die het keurmerk draagt degene is die hij/zij zegt te zijn? Door een registratiesysteem?

Sietske Altink

Bekijk het filmpje waarin de Vereniging Exploitanten Relaxbedrijven haar visie geeft op Erotikeur.

Bronnen

 

 


[i] Leidsch dagblad 15-8-1994.

 

 

[ii] Volkskrant 23-11-1995

 

 

[iii] Volgens mijn aantekeningen van dit gesprek.

 

 

[iv] Zie bijvoorbeeld De Speld  28-12-2009

 

 

[v] AD 18-10-2011.

 

 

Noten   [ + ]

I. Uit veldwerkverslag van De Rode Draad, 7 mei 2004