Bij De Tweede Kamer ligt het voorstel voor de verhoging van de minimumleeftijd voor prostitutie van 18 naar 21 jaar. Dit is een prominent onderdeel van de Novelle die de Minister van Justitie na de behandeling van de Wet Regulering Prostitutie in De Eerste Kamer in 2014 naar De Tweede Kamer heeft gestuurd.

Vanaf 2004 gaan er al stemmen op om de minimumleeftijd om in de prostitutie te kunnen werken te verhogen van 18 naar 21. In dat jaar pleitten bijvoorbeeld Terpstra en Van Dijk tijdens de presentatie van hun boekje Publiek Geheim daar voor.

loesje beroepVoorstanders van de leeftijdsverhoging menen dat vrouwen van boven de 21 een meer overwogen keuze voor prostitutie kunnen maken dan meisjes van 18. Voorstanders voeren vaak het argument aan dat het puberbrein dan nog niet volgroeid is. (Coumans, 2014) Overigens is dat puberbrein pas in het 25ste levensjaar volgroeid. (www.puberbrein.nl)  Het argument van de groei van het puberbrein speelt echter niet bij  de leeftijd van soldaten en het mogen autorijden.

Ten tweede verwacht men dat  ze dan weerbaarder naar klanten toe zullen zijn. Ten derde, zo stelt de regering, hebben ze dan vaker een studie afgerond en zijn dus (cursivering SA) economisch minder afhankelijk van de prostitutie.[i]  Men veronderstelt dat een sekswerker van 19 jaar of jonger die periode gebruikt om een ander beroep te kiezen. Ook André Rouvoet, politicus van de Christen Unie, zag in 2004 in leeftijdsverhoging een instrument om zijn wens  prostituees  een stoppersprogramma aan te bieden in vervulling te doen gaan.  [ii] Overigens is stoppen met prostitutie voor degenen die dit willen al een langdurig en moeizaam proces; degenen die door de wet worden gedwongen op te houden, zullen alles in het werk stellen om dóór te kunnen werken. Het is immers altijd gemakkelijker om minimum leeftijden te verlagen dan te verhogen. Het probleem is de overgangsperiode. Voor zover bekend is die op één jaar gesteld. Een overgangsperiode van drie jaar lijkt het beste, maar de regering vindt dat het dan te lang gaat duren voordat de leeftijdsverhoging een feit is. [iii]

De Novelle die Minister Opstelten in 2014 naar De Tweede Kamer heeft gestuurd, bevat ook het voorstel sekswerkers van 18-21 jaar strafbaar te stellen. Maar degenen die kunnen aantonen slachtoffer van mensenhandel te zijn, worden volgens de Memorie van Toelichting  vrijgesteld van vervolging. Zo zullen er twee soorten jonge prostituees ontstaan: de ‘onschuldige’ jonge prostituee en de ‘slechte’  jonge prostituee. Dit doet denken aan het vroegere onderscheid tussen ‘minderjarigen van onbesproken gedrag’ en andere minderjarigen.

Minderjarigen van onbesproken gedrag

In de zedelijkheidswetgeving van 1911- waarin ook het bordeelverbod was opgenomen- stond een artikel over de bescherming’ van ‘minderjarigen van onbesproken gedrag tegen ‘vleeschelijke gemeenschap’. Minderjarigen die al seksuele ervaringen hadden, hoefden kennelijk niet te worden beschermd. Dit lijkt op het onderscheid tussen schuldige en onschuldige slachtoffers van mensenhandel. Met de wetswijziging van 2000 verdween de term minderjarige van onbesproken gedrag uit het Wetboek van Strafrecht. Nu komt iets dergelijks weer terug maar dan als meerderjarige die nog niet in de prostitutie mag werken.

Keuzevrijheid op je 18de?

Voor veel mensen is het ondenkbaar dat iemand op zijn 18de voor prostitutie kiest. Zo zegt een politieman in de documentaire Sekspolitie [iv]dat hij het onmogelijk acht dat een meisje op haar 18de  zelfstandig besluit de prostitutie in te gaan. Maar daar vergist hij zich in. Niet alle jongeren zijn in een positie seks te romantiseren. Vooral weglopers en/of meisjes met een achtergrond van misbruik kunnen op eigen kracht besluiten er zich voortaan voor te laten betalen.

Zo vertelde ene Brenda in 1987, van huis weggelopen om aan een incestplegende vader te ontkomen: ‘Die vrachtwagenchauffeur zette me bij de club af. Ik was veertien. Ik ging daar achter de bar werken. Ik was zogenaamd het nichtje van de baas, die hem af en toe hielp. Ik zag de meisjes het grote geld verdienen. Ik wilde dat ook.’

Een andere vrouw in 1991: Prostitutie is een rode draad in mijn leven. Ik had er in de tehuizen waar ik als kind zat, al mee te maken. Veel meisjes daar speelden in het weekend ‘de hoer’. Ik kwam in het tehuis Moederheil, bijgenaamd, Vadergeil, waar veel meisjes zaten die zwanger waren van hun vader of van de dominee.

Een derde vrouw (1990) : Ik  was toen 15. De reden om dat werk te gaan doen was omdat ik er door mijn ouders eruit was geschopt.  Ik  kon niet rondkomen van het salaris dat je als vijftienjarige kreeg.  De enige manier om goed  te verdienen was dat werk te gaan doen. Dat was wel mijn eigen keuze.

 

Degenen die prostitutie willen laten verdwijnen, voeren vaak dit soort achtergronden aan als ‘bewijs’ dat prostitutie per definitie vrouwenonderdrukking is. Maar de oorzaak van de ellende is niet de prostitutie maar het misbruik in de gezinssituatie. Overigens komen veel slachtoffers van misbruik niet in de prostitutie.

Tot slot… Enkele meisjes zijn op een andere manier bekend geraakt met prostitutie; ze hebben al een zus of een moeder die sekswerker is…  (Zie leeftijd door de eeuwen heen en minderjarigheid in het verleden.)

Bronnen

Sietske Altink

juni 2014


[i] Overigens zullen de vele goed- opgeleide mensen die anno 2014 werkloos thuiszitten, dit te optimistisch vinden.

 

 

 

 

 

[ii] Dat zei hij tijdens het Algemeen Overleg op 14-12-2004 in De Tweede Kamer.

 

 

 

 

 

[iii] Een kenmerk van morality politics is dat men haast om maatregelen te treffen laat prevaleren boven de implementatie.

 

 

 

 

 

[iv] uitgezonden op 14 januari 2013