In 1988 kwam ik voor het eerst in aanraking met de Stichting Tegen Vrouwenhandel (STV), de voorganger van Comensha. De wereld was toen eenvoudig. Vrouwenhandel – later mensenhandel geheten- was slecht en vormde een hindernis voor een betere positie voor sekswerkers. Voor zowel STV als De Rode Draad was het normaal om in sommige gevallen samen op te trekken. Rode Draad vrouwen gingen naar platformvergaderingen van STV en medewerkers van STV  waren vaak actief betrokken bij De Roze Draad, de ondersteuningsgroep van De Rode Draad. Soms hielden Rode Draad vrouwen samen met iemand van STV lezingen; dit tot grote verbazing van bijvoorbeeld Amerikaanse studenten die het vreemd vonden dat sekswerkers en vrouwenhandel bestrijders het geweldig met elkaar eens waren. In de Verenigde Staten stonden die toen lijnrecht tegenover elkaar.

In Nederland was de loverboyhype die in 1997 begon het eerste teken aan de wand dat sekswerkers steeds vaker met vrouwenhandel werden geassocieerd. Alle aandacht ging uit naar de negatieve aspecten van de prostitutie. Er zouden heel veel slachtoffers van loverboys in de prostitutie werken. Inderdaad maakten loverboys slachtoffers, maar de criminoloog Frank Bovenkerk relativeerde de grote aantallen ‘slachtoffers’.

Maar volgens mij kwam het grote keerpunt toen de toenmalige wethouder van Amsterdam Lodewijk Asscher de term ‘comfort feminisme’ introduceerde voor degenen die zich inzetten voor rechten van sekswerkers. [I]Trouw 14 oktober 2012 Hij heeft nooit de moeite genomen om die term toe te lichten. Hij suggereerde alleen dat de ‘comfort feministen’ geen oog hadden voor misstanden in de prostitutie. Eerder had hij al gemeend de positie van sekswerkers te verbeteren door een voorstel te doen tot sluiting van de ramen op de Amsterdamse Wallen.

Asscher heeft de toon gezet. In een blog van 17-10- 2018 pleitte Esta Steyn, directeur van Stop the Traffik voor een eerlijk gesprek over prostitutie, zonder hokjesdenken. Ze doelt dan op de hokjes pro-prostitutie en anti- prostitutie. Ze geeft echter toe dat prostitutie een beroep is maar dat de arbeidsomstandigheden slecht zijn. Maar zo zijn er wel meer. De arbeidsomstandigheden in delen van de kledingindustrie in Azie zijn vaak ook slecht. Als je daar wat aan wilt doen, ben je niet meteen ‘anti- fabrieksarbeidster’. Een meer neutrale aanpak van een ‘eerlijk’ gesprek zou meer opleveren.

Zonder de verdeel- en heerstactiek van de Asschers van deze wereld is er veel bereikt door gezamenlijke acties van ‘comfort feministen’, mensenhandel bestrijders en activistische slachtoffers van mensenhandel. Gelukkig zijn er nog praktijkmensen, hulpverleners en andere betrokkenen die wel snappen dat sekswerkersrechten van belang zijn voor bestrijding van mensenhandel.

 

Noten   [ + ]

I. Trouw 14 oktober 2012