We schrijven november 1997. In Frankfurt in Duitsland is er een congres van en voor sekswerkersorganisaties. Bondgenoten die geen sekswerker zijn, mogen toehoren, mits ze een geel schildje dragen met de tekst: Nicht Hure.[i]

Logo Roze Draad Utrecht

Logo Roze Draad Utrecht

Hansje Verbeek (1996) zou het hierboven beschrevene als een omkering van het stigma benoemen. Dit betekent dat de ‘niet – sekswerkers’ gestigmatiseerd worden en wel als buitenstaanders. De sekswerkers zijn in dit geval de gevestigden, de in-groep. De sympathisanten – buitenstaanders-  mogen in dit geval eigenlijk alleen hun expertise aan de zelforganisatie- de ware deskundigen ter beschikking stellen. (Verbeek 1996). Deze actie van de zelforganisatie is begrijpelijk, omdat er over het algemeen zonder sekswerkers over sekswerkers werd (en wordt) gesproken. Vooral in het verleden hadden beleidsmakers de neiging maatschappelijk werkers of wetenschappers als de spreekbuis van de beroepsgroep te zien. Niettemin waren deze sympathisanten vaak oprecht in hun pogingen om de belangen van sekswerkers te behartigen.

In alle literatuur over de sekswerkers organisaties wordt aangegeven dat de omgang van sekswerkers met hun bondgenoten problematisch is. Bondgenoten zijn echter belangrijk, niet alleen om de beweging een groter draagvlak te geven, maar ook omdat sekswerkersorganisaties, vaak specifieke expertise van buiten moeten benutten. Die kan worden geleverd door juridische specialisten, maar ook door mensen die bedreven zijn in bijvoorbeeld het voeren van een politieke lobby. In de publicaties over dit probleem komt De Roze Draad, de ondersteuningsgroep van De Rode Draad regelmatig ter sprake als een ‘goed voorbeeld’. Maar wat was die Roze Draad?

De Roze Draad (1985-1991)

Begin jaren tachtig was de wetenschapper en activiste Gail Pheterson in Amsterdam komen wonen. Zij had een groepje mensen om zich heen verzameld die zich met sekswerkers rechten bezighielden. Een paar van die mensen hadden elkaar al ontmoet tijdens een seminar in Rotterdam waar een netwerk tegen vrouwenhandel werd opgericht. Eens in de maand, op zondagmiddag, kwamen zij bijeen in haar huis in de Zocherstraat. Zittend op de grond, op de biezen matten werden er nieuwtjes uitgewisseld, discussies gevoerd en plannen gesmeed.

Gail kreeg een relatie met Margo St. James, de motor achter Coyote (Cast Off Your Own Tired Ethics), een van de eerste sekswerkers organisaties. Margo was regelmatig in Amsterdam te vinden. Gail en Margo stimuleerden sekswerkers die in een praatgroep over hun ervaringen spraken om tot een zelforganisatie te komen. Dit werd De Rode Draad. Een rustige start was De Rode Draad echter niet gegund want Margo en Gail wilden op korte termijn een zogeheten hoerencongres organiseren. En dat gebeurde dan ook. Het eerste congres was in 1985.

Na afloop van het congres kwamen de Rode Draad vrouwen en bondgenoten- naar het huis van Gail om met een bord spaghetti op schoot de Charter of the Rights of Whores bij te werken, de persberichten uit te doen gaan en verdere plannen te maken. (Schrijver dezes was er ook bij). [ii] De bondgenoten – voor een deel de mensen uit het zondagmiddagoverleg- hadden zich vlak voor het congres verenigd onder de noemer De Roze Draad. De vermelding van de kleur roze was een verwijzing naar de bredere strijd voor zelfbeschikking, zoals die ook door homoseksuelen werd gevoerd.

In 1986 was het tweede congres, waar De Roze Draad zich door middel van een folder presenteerde. De Roze Draad vrouwen stelden zich op beide congressen bescheiden op en hadden vanzelfsprekend geen stemrecht. (folder en  reacties op het congres).

Hoerenstrijd is vrouwenstrijd

Wat bezielde die feministen en activisten destijds om zich aan te sluiten bij De Roze Draad? In de eerste plaats vonden ze het belangrijk dat sekswerkers – destijds nog met de geuzennaam hoeren betiteld – een stem kregen. Ook was er verontwaardiging over de bejegening van ‘hoeren’ door instanties en overheid. De Roze Draders verzetten zich tevens tegen stigmatiserende wetgeving.

Een diepere oorzaak voor het adopteren van de ‘hoerenstrijd’ was echter gelegen in het voor ALLE vrouwen kwalijk geachte onderscheid tussen madonna’s en hoeren. De feministen van De Roze Draad wilden de kunstmatige scheidsmuur tussen ’nette’ en ‘slechte’ vrouwen neerhalen. Want was er zo ‘slecht’ aan hoeren?

‘Hoeren’ werkten buitenshuis. De madonna daarentegen werd geacht thuis te zitten. Let wel, dit speelde in een tijd waarin vrouwen het recht op een eigen inkomen en werk buiten de deur nog moesten bevechten.

‘Hoeren’ hielden zich niet aan de norm dat alle seksualiteit de voortplanting moest dienen en alleen in het huwelijk plaats mocht vinden. Daarmee was de ‘hoer’ ook het icoon van het verzet tegen traditionele normen op het gebied van seksualiteit. Ze haalde de seksuele beleving uit de beslotenheid van de eigen privé woning. Zij stond ook model voor zelfbeschikking op het gebied van seksualiteit, waarmee ook de vanzelfsprekendheid van de heteronorm ter discussie stond. De stelling was dat, zolang de term ‘hoer’ nog een scheldwoord was voor alle vrouwen die afwijkend gedrag vertoonden, de emancipatie niet compleet was. Met andere woorden, de stigmatisering van hoeren ging alle vrouwen aan.

De hoer-madonnakwestie kwam onder meer aan de orde in de publicaties van Gail Pheterson zoals Vrouweneer en Mannenadel (1986) dat nog steeds als klassieker te boek staat. Gail beperkte zich echter niet tot publiceren. Ze heeft geprobeerd met Martine Groen in het vrouwenhulpverleningscentrum De Maan een soort ‘bad girl’ rap te organiseren door een beroep te doen op de techniek van het co- counselen. Dit betekende dat een niet- hoer een persoonlijk gesprek aanging met een hoer om uit te vinden wat ze gemeen met haar had. [iii] Klik Bad girl rap en leidraad co counselen.

Zie Marjan Sax over Gail Pheterson op YouTube.

De Rode Draad test De Roze Draad

In theorie snapte iedereen de hoer- madonna controverse. Maar in hoeverre kan een niet- sekswerker zich inleven in een sekswerker? De Rode Draad bleef de Roze Draad toch als een club van buitenstaanders zien. Deze ongemakkelijke kwestie werd door de Rode Draad getransformeerd in een meesterlijke en ontwapenende grap.

Teneinde de Roze Draad vrouwen te testen op hun solidariteitsgehalte verzon Margot Alvarez-  destijds directeur van De Rode Draad-  in 1989 een 1 aprilgrap. De Roze Draad vrouwen kregen een brief met de volgende strekking: De Rode Draad zat in geldproblemen. Er waren extra ramen geregeld voor Roze Draad vrouwen. Daar konden ze een paar dagdelen werken ten bate van De Rode Draad. Twee Roze Draders trapten er in en verklaarden zich bereid voor het goede doel achter het raam te gaan zitten. Ze zeiden uitdrukkelijk de verdiensten niet zelf te willen behouden. Toen ze dit kenbaar maakten aan De Rode Draad kregen ze te horen dat er helemaal geen extra ramen waren geregeld. 1 april!

Eerder was er een vergelijkbaar initiatief genomen door ‘Loes’ om de Roze Draad vrouwen te bewegen in sexy kleding over De Wallen te laten gaan. (Stencil van Loes). Deze oproep werd overgenomen toen werd bedacht dat Rode en Roze Draad vrouwen koppels moesten gaan vormen om het magazijn van De Rode Draad, de BlackLight onder de sekswerkers te verspreiden. Er zijn inderdaad bepaalde koppels, weliswaar in gewone kleren om niet de schijn op te wekken dat ze klanten aan het werven waren, dus concurrentie waren op pad gegaan om de BlackLight uit te venten.

Gezamenlijk

De Roze en Rode Draad communiceerden met elkaar op gezamenlijke, nogal turbulente vergaderingen. Het kwam nogal eens tot botsingen tussen De Rode en Rode Draad. De voorzitter, meestal Marjan Sax wist de boel meestal te sussen. Zie brief van Sax.  Deze bijeenkomsten werden bij ‘iemand thuis’, gehouden, dus meestal bij Gail Pheterson of Marjan Sax of ten kantore van De Rode Draad. (De notulen van 25 februari 1987, 8 april 1987, 19 september 1988, en 30 mei 1989)

Het boek van Gail

Het boek van Gail

Op 9 november 1989 was er een Rode en Roze Draad vergadering op het kantoor van De Rode Draad. Bij die gelegenheid werd het eerste exemplaar van het boek van Gail Pheterson The Vindication of the Rights of Whores, aan de politica Jeltje van Nieuwenhoven uitgereikt. In die tijd was er nog geen sms en internet. Pas bij thuiskomst hoorden de toen aanwezige Roze en Rode Draad vrouwen dat die avond De Muur was gevallen.

Eind 1990 constateerde De Roze Draad dat de vergaderingen niet goed meer werden bezocht en dat er weinig activiteiten werden gepland. In 1991 vond de laatste vergadering van de Roze en Rode Draad plaats bij Marjan Sax. Allen vonden het tijd om De Roze Draad op te heffen, wat op feestelijke wijze is gebeurd.

Wat deed De Roze Draad?

Het bleef niet bij vergaderen. De Roze en Rode Draad vormden werkgroepen om de complexe problematiek meer efficiënt aan te pakken. Zo was er een werkgroep mensenrechten en een werkgroep gezondheid. De drijvende kracht achter die laatste werkgroep was de huisarts Marjo Meijer, die in de publiciteit trad toen prostituees als verspreidingsbron van aids dreigden te worden beschouwd. Zij en haar medestanders vonden dat niet groepen maar handelingen als risicovol moesten worden beschouwd. (Zie ook de brochure van De Rode Draad). De werkgroep gezondheid vond ook dat sekswerkers trots moesten zijn op hun condoomgebruik, toen de enige remedie tegen aids, en dat dit door middel van een sticker tot uitdrukking moest worden gebracht. De sticker kwam er en prijkte enige weken later op de ramen.

Een andere succesvolle actie was het netwerk van juristen waarop sekswerkers een beroep konden doen. De Roze Draad vrouw Nel Willemse wist een grote groep juristen naar Krasnapolsky te krijgen om rechten en prostitutie te bespreken. Een van de Roze Draad vrouwen ontwierp een model-bordeel en trachtte dit plan bij de gemeente Utrecht te slijten, zonder succes overigens. [iv] Daarnaast werden politici gemobiliseerd en lokaal prostitutiebeleid becommentarieerd. (Verslag bijeenkomst met vrouwelijke politici) Ook organiseerde De Roze Draad met De Rode Draad studiedagen] of waren nadrukkelijk aanwezig op seminars georganiseerd door anderen, bijvoorbeeld Prostitutie in Banen, van de gemeente Rotterdam (1987). Tevens werd er gepoogd om draagvlak te creëren bij andere maatschappelijke organisaties, zoals het Humanistisch Studiecentrum en politieke partijen. Ook waren er contacten met de politie, met name met Anneke Visser, commissaris bij de zedenpolitie Den Haag over kwesties als registratie van prostituees.

Wie waren de Roze Draad vrouwen-mannen?

Behalve Gail – later professor Pheterson was Marjan Sax een prominent lid van De Roze Draad. Zij is initiatiefneemster van Mama Cash, het vrouwenfonds, waaronder nu het Red Umbrella fonds ressorteert. Andere actieve Roze Draders waren Martine Groen, destijds begeleidster van de praatgroep, nog steeds psychotherapeut, Ine Vanwesenbeeck, nu hoogleraar vrouwenstudies, Lucie van Mens, later deskundige op het gebied van gezondheidszorg voor prostituees, omgekomen op vlucht MH 17 en de fotografe Mieke Schlaman [v] die inmiddels bekend staat als een van de belangrijkste fotografen van de vrouwenbeweging .[vi] Enkele pioniers op het gebied van hulpverlening aan (migranten) prostituees maakten eveneens deel uit van De Roze Draad. Zo was er Cecile Brand, die destijds in Den Haag het initiatief nam om op prostituees gericht maatschappelijk werk op te zetten als alternatief voor het traditionele hulpverlening die de vrouwen alleen maar uit de prostitutie trachtte te halen. Dit is in de loop van tijd uitgegroeid tot SHOP en SPOT. Licia Brussa, later coördinator van het internationale netwerk TAMPEP voor voorlichting aan (migranten) prostituees, bleef er bij De Roze Draad op hameren dat ze zich niet alleen op Nederlandse prostituees moest richten.

Al snel ontstonden er afdelingen van De Roze Draad in Utrecht, Eindhoven, Groningen en Nijmegen. De Roze Draad Nijmegen werd gerund door vooral vrouwen die actie voerden tegen sekstoerisme en vrouwenhandel: SKAV. (Stichting Koördinatie Actie tegen Vrouwenhandel, later de Stichting tegen Vrouwenhandel en nog later Comensha). In die periode werd actie tegen vrouwenhandel niet strijdig gevonden met de emancipatie van prostituees. Dit ging om de volgende personen: Lin Lap Chew, mede- auteur van het rapport Human Trafficking (1997), nu activiste in Hong Kong, Alide Roerink en Nelleke van Vleuten, beiden auteurs van Handel in Illusies (1989).

Een van de weinige mannen in de Roze Draad, Jan Visser van de Mr. De Graafstichting werd redacteur van een bundel artikelen waarin zowel Rode Draad als Roze Draad vrouwen hun bijdrage leverden, maar waarin ook wetenschappers hun licht over het prostitutiebeleid lieten schijnen. (Belderbos en Visser, 1987). Hij was van 2001 tot 2012 directeur van De Rode Draad en verleende vanuit zijn instelling hand- en spandiensten voor zowel de Roze als Rode Draad. Later werd hij onderzoeker op het gebied van prostitutiebeleid en nog later directeur van De Rode Draad. Anno 2014 is hij actief betrokken bij rechten voor sekswerkers in Duitsland.

Niet voor niets was er af en toe enig ressentiment van De Rode Draad naar De Roze Draad toe aangaande ‘die vrouwen die carrière aan het maken waren dankzij hun contacten met De Rode Draad’. Of dit verwijt terecht is, valt niet te bepalen, maar De Roze Draadvrouwen hebben meer gedaan dan alleen carrière gemaakt. Overigens speelde dit verwijt ook bij andere organisaties van sekswerkers met actieve sympathisanten. (Jenness, 1993, Waldenberger, 2012)

In het huidige tijdsgewricht gaan sekswerkersorganisaties hier pragmatischer mee om. Men huldigt het standpunt dat iedere beroepsorganisatie de hulp inroept van externe deskundigen, dus waarom zou dit ook niet opgaan voor een beroepsorganisatie van sekswerkers?

De Roze Draad was geen rechtspersoon, de Rode Draad werd dat wel. Er was ook geen woordvoerder van De Roze Draad. De pers kwam vanzelf terecht bij De Roze Draad-leden als de deskundigheid van deze vrouwen daartoe uitnodigde. De Roze Draad heeft als landelijke organisatie nooit subsidie aangevraagd. Als antwoord op de vraag van een nieuwe afdeling over de subsidie kwestie schrijft De Rode Draad op 17 juni 1987 het volgende:

Je vraagt waar je het beste aan subsidie kunt komen. Voor zover ik weet, heeft geen van De Roze Draad-afdelingen subsidie aangevraagd. In het verre verleden is er weI eens een gironummer beschikbaar gesteld waarop iedere Roze Draad-vrouw een bijdrage in de kosten kon storten, maar ik geloof niet dat iemand dat ooit heeft gedaan. (…) Verder zijn er nauwelijks uitgaven en die er zijn worden onderling opgevangen. Voor vrouwen die vanuit andere plaatsen naar bijeenkomsten in Amsterdam komen, wordt nog weI eens geld opgehaald zodat iedereen in de reiskosten meebetaalt.

Enkele lokale afdelingen hebben wel een kleine subsidie van hun gemeente gekregen.

Zie Marjan Sax over Roze Draad op YouTube.

Enkele voormalige Roze Draad vrouwen zijn nog terug te vinden op de ledenlijst van Seks Werk Expertise

Naschrift en draagvlak

In 1997 kwam de socioloog Ron Weitzer op bezoek bij De Rode Draad. Hij was aan het publiceren over sekswerkersbewegingen. Hij beweerde dat de zusterorganisatie Coyote in de Verenigde Staten ten onder was gegaan aan gebrek aan financiële middelen, aan het onvermogen voldoende leden te mobiliseren en vooral aan het gebrek aan machtige bondgenoten. Tijdens zijn bezoek wilde hij weten hoe dat met dat De Rode Draad zat. Hij vroeg of De Rode Draad contacten had met gezaghebbende feministen en met sleutelpersonen uit de politiek. Het antwoord was: ‘Ja’. Hij viel bijna van zijn stoel van verbazing toen ik hem vertelde dat de politie af en toe kwam overleggen en er niet over peinsde wie dan ook van De Rode Draad te arresteren. Dat was niet in de laatste plaats aan het gezamenlijk verleden met De Roze Draad te danken. Hij vond het verwonderlijk dat De Rode Draad vriendschappelijk omging met religieuze organisaties en dat ook Kamerleden van het CDA het debat met De Rode Draad niet schuwden.

In het tweede decennium van de 21 ste eeuw is dit draagvlak voor een sekswerkersbeweging afgekalfd. In 2012 moest ik hem het droeve nieuws vertellen dat De Rode Draad er niet meer was. Hopelijk is PROUD, de ‘nieuwe’ sekswerkersbeweging een nieuw draagvlak aan het creëren en is het platform Seks Werk Expertise een soort Roze Draad in een nieuw jasje.

Sietske Altink, voormalig lid van De Roze Draad

Bronnen

 

[i] Bron, het archief van Madonna, Bochum.

[ii] Vlak na het congres werd er ook nog de ICPR (International Committee for Prostitute’s Rights) een internationaal netwerk opgericht.

[iii] Dit wekte echter de spotlust op van de journaliste Bernadette de Wit, eveneens enige tijd betrokken bij De Roze Draad, die dit tijdverspilling vond. Zij schreef een paar brieven met de boodschap dat er belangrijkere strijdpunten waren.

[iv] Nu zouden sekswerkers er waarschijnlijk geen problemen mee hebben dat een ‘buitenstaander’ het ingewikkelde proces van bedrijfsplan maken, enz. op zich zou nemen.

[v] Van haar zijn ook enkele foto’s op deze site te vinden.

[vi] Schrijver dezes zat er ook bij en werd door Hansje Verbeek die een boekje schreef over de bondgenoten, op een komische manier beschreven als de ‘luie boekjesschrijfster’Andere Roze Draad vrouwen waren Marga de Boer, die later voor de Stichting tegen Vrouwenhandel een rapport schreef en nog lang actief is gebleven in het veld. Margreet van der Heuvel die tot ver in de jaren negentig trainingen zelfverdediging voor sekswerkers heeft gegeven, Cecile Brand, maatschappelijk werker en initiatiefnemer tot wat later SHOP Den Haag zou worden, Gosina Mandersloot, wetenschapper, Licia Brussa, nu coördinator van een groot internationaal netwerk voor migrantensekswerkers, Tang Suwanamond, onderzoekster van de Thaise gemeenschap in Nederland, Marjolijn Keesmaat, hulpverleenster druggebruikers en Nel Willemse, antropologe. (SA: Mogelijk melden zich nog vroegere Roze Draders die ik vergeten ben te noemen.)