De term ‘hoer’ zou afkomstig zijn uit het Middelnederlands waar het als ‘hur’ in samenstellingen voorkwam om alle vormen van ‘ontucht’ aan te duiden. Het woord ‘hoer’ is nog steeds een scheldwoord. Het afgeleide ‘hoerenzoon’ is nog steeds een populair scheldwoord in vooral het Engelse en Spaanse taalgebied.

Hijo de puta is scheldwoord in het Spaans en betekent letterlijk hoerenzoon. Spaanse sekswerkers protesteren met de tekst : ‘Je bent mijn zoon niet’.

De beweging van sekswerkers, en daarmee ook De Rode Draad heeft tot ongeveer de tweede helft van de jaren negentig getracht de term hoer als een geuzennaam te gebruiken: het scheldwoord toe te eigenen als iets om trots op te zijn. Homoseksuelen waren er immers ook in geslaagd van ‘flikker’ een positieve benaming te maken! Maar met ‘hoer’ lukte dit niet.

De termen prostitutie en prostituee zijn pas in de negentiende eeuw in zwang gekomen, hoewel ze in Nederland incidenteel in de 17de eeuw werden gebruikt.[I]Etymologiebank, van de Pol, 1996 Mogelijk kwam dit doordat in de negentiende eeuw vooral artsen – uit oogpunt van volksgezondheid – openlijk toegaven onderzoek naar prostitutie te doen. Geïnspireerd op de Romeinse oudheid hanteerden deze artsen de term prostibulum en leidden daarvan de naam voor de inwoner van een bordeel af.

‘Prostitutie’ heeft inmiddels een negatieve bijbetekenis gekregen. In overdrachtelijke zin betekent het namelijk dat iemand zijn principes voor geld te grabbel gooit.

Velen prefereren tegenwoordig de term sekswerk boven prostitutie. Een bijkomend voordeel van de term sekswerk is dat de afgeleide term: sekswerker, sekseneutraal is en dus ook mannelijke sekswerkers kan aanduiden. Een nadeel is dat dit in de internationale gemeenschap ook mensen aanduidt die wel met seks werken, bijvoorbeeld stripteasedanseressen, maar niet direct lichamelijk contact met klanten hebben.

Niet alle striptease- dansers willen sekswerker worden genoemd. Als een persoon zich sekswerker noemt, loopt hij/zij het risico voorwerp te worden van het strenge ‘prostitutiebeleid’.

Ik beperk me tot sekswerk waarbij er wel direct lichamelijk contact is tussen de sekswerker en de klant. Soms duikt de term ‘prostitutie’ op maar vooral als het over grotere verbanden gaat of over een ver verleden. Het is namelijk nogal anachronistisch over sekswerk in de middeleeuwen of in de negentiende eeuw te spreken.

Publieke vrouwen

De term prostitutie had ook de connotatie ‘openlijk’, zich ‘publiekelijk aan ontucht’ blootstellen. De verwijzing naar ‘openbaar’ is ook terug te vinden in de term publieke vrouw, een gangbare negentiende -eeuwse term. Aanvankelijk was een publieke vrouw een vrouw die niet voor slechts één man beschikbaar of bestemd was, wat wel het geval was met minderjarige dochters, huwbare vrouwen en echtgenoten. Er was echter weinig ‘publieks’ aan deze vrouwen, want de overheid heeft altijd getracht prostitutie in de openbare ruimte, op straat dus, te beperken of te verbieden. Het publieke aan de publieke vrouw was dat de overheid zich geroepen voelde haar aanwezigheid te reguleren.

In andere definities van publieke vrouwen en prostitutie komt de toevoeging voor dat een prostituee een ‘gewoonte van ontucht’ moet maken. Dit is een indicatie van wat wij ‘beroepsmatig’ zouden noemen, hoewel het raar is om een beroepsmatige activiteit, bijvoorbeeld schoenen repareren, een ‘gewoonte’ te noemen.

Het slangwoord temeier is via het jiddisch terug te voeren op ‘temea’ = onrein. Het woord temeier zou uit Amsterdam afkomstig zijn. Het grappig bedoelde ‘meisje van plezier’ is op de populaire klantenwerf sites Kinky.nl en Hookers.nl, vervangen door ‘ dames van plezier’, meestal afgekort tot dvp. ‘Het meisje’ is dus gepromoveerd tot ‘dame’. Nog steeds hebben sommige politiemensen en exploitanten de neiging om over ‘meisjes’ te spreken. Ook bezigen deze beroepsgroepen vaak de term ‘dames’. Maar in welke andere beroepsgroepen worden volwassen werkende vrouwen aangeduid met ‘dame’ of nog erger met ‘meisje’ ?

Zonder onderscheid

In veel definities van prostitutie komt de zinsnede ‘overgave aan ontucht zonder onderscheid’ voor. Hiermee bedoelde men dat een sekswerker per definitie alle klanten moest accepteren. Zij kreeg zo een bepaald seksueel gedrag voorgeschreven. Geen klanten mogen weigeren was iets waar sekswerkers het zelf vaak niet mee eens waren. Daarom liepen ze bijvoorbeeld weg uit het leger van Alva, toen hij in de Lage Landen arriveerde. [II]Ploos van Amstel Het ‘zonder onderscheid’ heeft het schadelijke idee doen postvatten dat sekswerkers niet verkracht kunnen worden.

Betaling

Nog steeds komt in definities van prostitutie de zinsnede ‘tegen geld of goederen’ voor. Mensen in andere beroepen zullen ook wel eens een cadeau krijgen, maar zij zullen dat geen inkomen noemen. Sekswerk is werk waarvoor gewoon met geld moet worden betaald.

Wanneer de kwestie van betaling in natura ter sprake komt ontspoort de discussie vaak. Men verwart dan al snel misbruik of promiscue gedrag van minderjarigen met prostitutie. Zo had de Amsterdamse GGD rond 2005  het probleem van de breezerseks ontdekt. Er ontstond toen een kortstondige “morele paniek” rond talloze minderjarige meisjes  die in Amsterdam Zuidoost in ruil voor een Breezer of een sim-card seks zouden hebben. Het rapport “Tippelen na de Zone” vormde de aanleiding voor de commotie. (Korf, J., et al., 2005) De Rotterdamse Jongerenraad (2013) heeft het in dit verband over ruilseks. In dat rapport gaat het om ‘duizenden meisjes’, die je eigen zus zouden kunnen zijn, die in kelderboxen worden misbruikt’.

Er zijn in de regel drie partijen in het prostitutiebedrijf: de sekswerker, de klant en de exploitant. Deze drie partijen kan men aan verbodsbepalingen onderhevig maken. Vanaf de Reformatie tot 1810 was werken als prostituee verboden. Dit verbod werd overigens nauwelijks gehandhaafd. Het bordeelverbod uit 1911, betekende de criminalisering van de bordeelhouder, maar niet van de sekswerker. De mannelijke bordeelhouder werd net als de pooier vergeleken met een landloper. Hij werd toen steevast ‘souteneur’ genoemd. De vrouwelijke bordeelhouder noemde men madame.

De laatste jaren verwart men de bordeelhouder weer met de pooier. Zonder blikken of blozen hebben medewerkers van respectabele media het over de invoering of afschaffing van het bordeelverbod als een pooierverbod. Maar de ‘pooier’ die geweld pleegt jegens een sekswerker en/of haar in een afhankelijke situatie brengt, is altijd strafbaar geweest. Ook nu nog, maar nu heet dat mensenhandel. Klanten waren alleen strafbaar als ze gebruik maakten van de diensten van een sekswerker die jonger was dan achttien. In 2019 is dat nog steeds het geval.

 Terug naar inhoudsopgave boek

Bronnen

Sietske Altink


 

 

 

 

Noten   [ + ]

I. Etymologiebank, van de Pol, 1996
II. Ploos van Amstel