Een enkele keer verhieven middeleeuwse prostituees hun stem tegen wat wij slechte arbeidsomstandigheden, discriminatie en stigmatisering zouden noemen.

Protesten tegen kledingvoorschriften

Vooral de kledingvoorschriften wekten de toorn van de ‘lichte wiven’.  In Parijs verzetten de prostituees zich heftig tegen de regels die door  koning Philippus Augustus ofwel Philips II, (regeringsperiode: 1180-1223) waren uitgevaardigd  en die hen verboden dure stoffen en bont te dragen.

De vrouwen van Toulouse protesteerden tegen vergelijkbare maatregelen bij de koning, die ze daarop het privilege gaf zich te kleden zoals ze wilden, mits ze op hun mouw een kenteken droegen waardoor ze als prostituee herkenbaar waren. (Otis, 1985)

In 1515 rebelleerden prostituees in Cordoba tegen de dienaren van de schout die hun juwelen en dure kleding afpakten, met als argument dat de koningin dit hen had opgedragen. Samen met hun ‘padre’ (bordeelhouder) schreven de deernen een brief aan deze koningin. De laatste bepaalde dat deze dienaren van de schout, alguaciles, zich moesten onthouden van afpersing. Als reactie besliste het stadsbestuur dat ze helemaal geen sieraden meer mochten dragen, zodat die ook niet ingepikt konden worden. Het protest had dus een averechts effect.

Protesten tegen werkomstandigheden

Prostituees aan het spinnen in het bordeel

Prostituees aan het spinnen in het bordeel

Vaak moesten de ‘gemeene’ vrouwen de verplichte kleding van de bordeelbazen huren waardoor ze zich in de schulden moesten steken. Maar er was meer. De werkomstandigheden in de officiële stadsbordelen in bijvoorbeeld Spanje en Duitsland waren kennelijk niet optimaal. [i]De klachten klinken verrassend ‘modern’: grote schulden moeten maken, hoge huren moeten betalen, slecht eten krijgen, geen klanten mogen weigeren en gratis werk voor de bordeelhouders verrichten, meestal wol of garen spinnen. De stemmen van prostituees uit die tijd worden zelden gehoord, maar dankzij Anna von Ulm weten we iets over het protest.

Anna von Ulm

In 1471 werden negen vrouwen, waaronder Anna von Ulm in het Duitse Noerdlingen naar het stadhuis gebracht.  Anna vertelde over de gang van zaken in het vrouwenhuis: zij en de andere vrouwen werden op alle uren gedwongen zoveel mogelijk geld voor de waard en de waardin te verdienen, ook op de feestdagen voor de heiligen. In tegenstelling tot de gang van zaken in andere huizen mochten ze niet stoppen als ze menstrueerden. De waard vroeg ook exorbitant hoge bedragen voor eten, drank en kleding. Als ze niet gratis wol sponnen, kregen ze een boete. De waard en waardin eisten ook kerstcadeautjes van de vrouwen. Ze moesten ook voor een bad en de was betalen. De schulden van de deernen liepen steeds meer op. De andere vrouwen bevestigden de verhalen van Anna. Deze uitbuiting vond in het officiële vrouwenhuis plaats. De waard, Leonhardt Fryermut moest naar het gevang en werd daarna verbannen. Hij mocht de stad niet meer binnen acht mijl benaderen. In 1469 had hij toen hij als waard begon een eed afgelegd dat hij de vrouwen niet zou uitbuiten. (Schuster, 1992) In Keulen was er naast het officiële vrouwenhuis een openbaar toegankelijke herberg, Hurenwirtshaus, die door een ‘hoerenwirdtfrauw’, Henrich Leo van Aldenkyrchen werd gedreven. De wijn werd er duur verkocht. De vrouwen werden er ook uitgebuit. In 1585 klaagden een deerne, Endtgen Seeschneidersche dat ze daar niet genoeg te eten en te drinken kregen en dat ze niet voldoende verdienden en geen nare klanten konden weigeren. De baas had ook vrouwenhuizen in andere steden. Net als in Neurenberg werd er daarom in Keulen in 1470 een verordening uitgevaardigd om prostituees beter te beschermen.

Tijdens het concilie van Constanze (1414-1418) zouden volgens de overlevering honderden prostituees hebben geprotesteerd, onder andere tegen bakkers die het brood voor prostituees duurder maakten dan voor andere mensen.

Spanje

De hoerenwaard (Spanje)

De hoerenwaard (Spanje)

In Granada protesteerden de prostituees zo heftig tegen de omstandigheden in het officiële bordeel dat Keizer Karel een modelverordening ging opstellen. In Cuenca schreven de vrouwen een protestbrief aan het gemeentebestuur omdat ze opgesloten zaten. Hieronder de brief [ii]

Zeer deugdzame heren. Wij, als groep vrouwen die zich bevinden in het bordeel van deze gemeente vanwege onze zonden, kussen met de eerbied en de buiging die wij verschuldigd zijn de handen van uwe genade waaraan wij ons toevertrouwen en nederig smeken wij te mogen weten hoe het komt dat er velen van ons zijn die twee of drie jaar verplichtingen hebben aan de macht van Cuenca voor hetgeen wij hebben gegeten en gebruikt en we zien zon noch maan, en we zijn er slechter aan toe dan krijgsgevangenen die in de macht van de trouwelozen (ongelovigen) zijn. En velen van ons, terwijl we de korte tijd van dit verdrietige leven zien dat wij in deze wereld leiden, en ook terwijl we erkennen dat we in de zo grote, zware en zeer verachtelijke zonde verkeren, en terwijl we de zo angstwekkende dag zien die zich gisteren op Goede Vrijdag , op welke dag onze Heer de verlossing van het menselijk ras bewerkstelligde, zo triest en verschrikkelijk toonde en zo afschuwelijk, dat we denken allen gesmolten (?) te zijn; en omdat dan, volgens de grote tekenen, Onze Heer – geloven wij – wil dat de wereld vergaat, en als hij in deze staat onze ziel zou meenemen zouden wij verloren zijn vanwege deze zo lelijke zonde.  Wij smeken uwe genade nederig in eerbied voor uw allerheiligste Passie en voor de verdiensten van uw heilige moeder de Maagd Maria, om ons te ontdoen van deze zonde waarin wij zitten, om te bevelen dat wat we verschuldigd zijn aan Cuenca te korten, zodoende hiervan een aalmoes makende, omdat wij boete willen doen voor onze zonden en ons willen verwijderen van het leven in doodzonde, want er zijn al velen van ons die ervan weg zijn gegaan, alleen al daardoor kunnen wij niet verplicht zijn. Daarom uwe genade zult u zo’n dienst aan onze Here God bewijzen en aan ons een grote aalmoes, dat u deze zielen vrij zal kopen, die niet verloren gaan en naar de hel gaan als de dood ons meeneemt voor deze doodszonde. Moge Onze Heer de levens en de zeer nobele staat van uwe genade doen groeien en voorspoed geven en altijd een heilige dienstbaarheid ontvangen, amen.   [iii]

NB: de vertaling van ‘fundir’  (letterlijk smelten) was een probleem.

Sietske Altink

bronnen

 

 

 

 

 

 

 

 

Protesten tegen oneerlijke concurrentie van illegale collega’s

 

Prostitutie werd als een beroep gezien. Prostituees werden ingezet om illegale prostitutie te bestrijden. In processen fungeerden ze als getuigen a charge.

Enkele auteurs over de middeleeuwse prostitutie geven aan dat er toen sterke sekswerkersorganisaties waren. Een enkeling rept zelfs over een vakbond. (genoemd in Schuster,  1992) De reden hiervoor zou zijn dat sekswerkers toen het recht hadden om collega’s die illegaal werkten, aan te klagen.

[i] Elders waarschijnlijk ook niet, maar daar zijn weinig bronnen voor. Niet alle landen zijn voor deze artikelenreeks bestudeerd.

[ii] Met dank aan L.Baerts voor de vertaling.

[iii] Moreno Mengibar, A, Vazquez Garcia, F., (2007) , Formas y funciones de la prostitucion hispanica en la edad moderna, el caso Andaluz, in Norba, Revista de Historia, vol. 20, pp 53-84