Eind 2008 circuleerden plannen van vooral het CDA om nadere regels aan de prostitutiewereld te stellen. Volgens de wet uit 2000 kon een gemeente een legale bedrijvigheid niet verbieden. Ook speelde toen het argument dat men iets wat landelijk is toegestaan niet op gemeenteniveau kon verbieden. Maar dorpen en kleine gemeenten wilden dat nu juist wel.

Ook wensten sommige politici (politie) registratie van sekswerkers in een ongefundeerd geloof als middel tegen mensenhandel. Men gaf hoog op van het contactmoment van de sekswerker met de controlerende ambtenaar dat inherent is aan registratie, maar het is effectiever en goedkoper om organisaties van en voor sekswerkers informatiemateriaal rond te laten delen. Tevens streefden ze ernaar klanten van illegale sekswerkers strafbaar te stellen en de minimumleeftijd op te trekken. De wensen van politici: de nuloptie (geen seksbedrijven), registratie, strafbaar stellen van klanten van onvergunde sekswerkers en verhoging van de minimumleeftijd kwamen al spoedig terecht in de Wet Regulering Prostitutie en bestrijding misstanden seksbranche. (WRP).

Op 10 november 2009 is deze wet officieel ingediend.  Aanvankelijk wilde men dat sekswerkers zich lieten registreren door middel van een pasje  – de zogeheten peespas-  die ze klanten konden tonen om te bewijzen dat ze legaal en vrijwillig werkten. Na veel kritiek uit de Tweede Kamer trok Opstelten in februari 2011 dit plan in. Men wist namelijk niet of het wel voldoende garantie tegen onvrijwillige prostitutie bood en men was – niet ten onrechte- bang dat veel sekswerkers in de illegaliteit zouden gaan werken.

Eind 2019, dus 11 jaar later en vijf ministers verder ligt er een aangepaste versie: de Wet Regulering Sekswerk ter consultatie op tafel. Alle sekswerkers zouden volgens dit wetsontwerp een vergunning moeten aanvragen. Die krijgen ze alleen als ze boven de 21 zijn, de juiste verblijfspapieren hebben en volgens een ambtenaar voldoende ‘zelfredzaam’ zijn. Als een sekswerker geen vergunning heeft riskeert hij/zij een boete van 20.750 euro, een klant van een onvergunde sekswerker kan voor een jaar de gevangenis indraaien. Onvergunde vrijwillige seks tussen volwassenen is in een bepaalde setting dus verboden. Het helpen van een (onvergunde) sekswerker kan, krachtens het zogenaamde pooierverbod, twee jaar gevangenisstraf opleveren.

Protest van sekswerkers in Duitsland tegen hun ‘wrs’. Bescherm ons tegen de prostituee beschermwet’.

Nu wordt er weer hevig geprotesteerd tegen deze aanstaande wet. Onder andere Seks Werk Expertise, Soa-aids, Proud, Prostitutie Informatie Centrum, Maatschappelijk Werk Instanties, Nederlandse Vrouwenraad, NSWP, de Vereniging Vrouwen en Recht, en een groep academici hebben geprotesteerd. Individuele sekswerkers, exploitanten en klanten hebben ook hun mening gegeven.  Een enkele sekswerker geeft aan de wet wel zinvol te vinden, maar dat betreft vaak een migrant dieie mogelijk denkt dat een vergunning een soort garantie biedt voor ongestoord sekswerk kunnen verrichten. We kunnen veilig stellen dat deze wet sectorbreed geen draagvlak heeft.

Zie meer gedetailleerde beschrijvingen van reacties op de website van Seks Werk Expertise.

Nu heeft Duitsland een wet ingevoerd die zeer veel op de Wet Regulering Sekswerk lijkt. Ze hebben er daar een typisch Duitse lange naam aangegeven: Prostituiertenschutzgesetz. (ProstSchG). Een hulpverlenersorganisatie, Kober, heeft de wet voor de deelstaat NordRhein-Westfahlen geëvalueerd.  Het resultaat: twee jaar na het van kracht worden van de Prostitutionsschutzgesetzes in Nordrhein-Westfalen is door slechts 7.300 van de naar schatting 42.000 sekswerkers in Nordrhein-Westfalen aan de registratieplicht voldaan, dat is 17,4%, dus nog geen één op zes. Nu is het totaal van 42.000 sekswerkers een verdacht rond en hoog getal. Maar het is zeker dat een groot deel zich niet heeft laten registreren. Ze willen zich niet registreren uit angst voor stigmatisering wanneer persoonlijke gegevens openbaar worden, ze zijn bang dat de familie en andere derden op de hoogte raken van hun bezigheden. Vooral sekswerkers uit landen waar sekswerk verboden is, zijn buitengewoon bang.

Ze willen ook niet geconfronteerd worden met achterstallige belastingschulden, ze koesteren wantrouwen jegens staatsinstellingen, ze ervaren een taalbarrière en verdwalen in de Duitse bureaucreatie.  Het gebruik van illegale drugs, werkt ook niet als een stimulans.

Die vrouwen voelden zich geen sekswerker. De lange wachttijden voor registratie zijn een groot probleem. Voor de aanmelding moet je soms twee, drie maanden op een ambtenaar wachten. Door de wachttijden kwamen veel vrouwen in financiële problemen. Sommige vrouwen waren of werden dakloos. Ook moesten ze woekerprijzen voor slaapplaatsen betalen. Verplicht medisch onderzoek maakte ook onderdeel uit van het beschermingspakket. Maar dat werd niet overal conform uitgevoerd.

De wet omvatte ook een verbod op gangbang of andere groepsseks, op flagellatie (SM?) en onbeschermde vaginale en orale seks. Het systeem van de zogeheten  ‘flat rate’, het systeem dat een klant één prijs betaalt waarvoor de klant alles met een vrouw mag doen binnen een bepaalde tijdsperiode, volgens sekswerkers een goede zaak. Dit betekende wel dat  de overheid zich ging bemoeien met de aard van de seks op de werkvloer, wat ze ook trachtte in 1943, toen in de kampbordelen alleen de missionarishouding was toegestaan.

Verder concluderen de onderzoekers dat het sekswerklandschap steeds diffuser wordt nu, onder andere door sluiting van bedrijven, steeds meer sekswerkers hun toevlucht zoeken tot werving van klanten via het internet.  Maar de vrouwen kregen nog steeds nauwelijks kwitanties; verplichte kleding kwam nog voor en de vrouwen konden niet altijd hun eigen prijzen bepalen. Vastgesteld wordt dat de risico’s om in armoede of illegaliteit te vervallen, een baan te verliezen en/of problemen met de bescherming van persoonsgegevens te hebben, verhoogd zijn. Dwang tot prostitutie verdween niet. Families en pooiers bleven vrouwen dwingen. Soms kwamen er groepjes Bulgaarse mannen mee naar de registratie. De wet creëerde ook nieuwe mogelijkheden om sekswerkers uit te buiten en af te persen. Zo moesten de sekswerkers hun documenten altijd bij zich dragen. Zij gaven vaak op dat de papieren waren gestolen. Hun partners konden ze dan afpersen met de belofte de papieren terug te geven.

Helaas luidt de conclusie dat, in plaats van bescherming en betere werkomstandigheden, nieuwe kansen gecreëerd werden om sekswerkers te exploiteren en te chanteren. Conclusie van het rapport: de prostitutiebeschermingswet is niet voldoende afgestemd op de realiteit van het leven van sekswerkers, en slechts een minderheid van de ondervraagde vrouwen voelt zich daadwerkelijk beschermd of ondersteund door de wet. De onderzoekers schrijven: “Er is gerede twijfel of de wet ooit in staat zal zijn haar oorspronkelijke doelstelling van bescherming waar te maken.” (Degenhardt, 2019)

Een flink minpuntje is dat de evaluatie (weer eens) alleen over vrouwelijke sekswerkers gaat. Maar de conclusies liegen er niet om. Maar ja, feitenresistentie in dit geval het ontkennen van sekswerk door mannen, blijft een kenmerk van politici die het prostitutiebeleid maken.

Bronnen

Sietske Altink