Het is tegenwoordig bon ton om te roepen dat de legaliseringsoperatie van 2000 op een mislukking is uitgelopen omdat de mensenhandel in Nederland alleen maar is toegenomen. Men beroept zich in dit verband vaak op een onderzoek van de London School of Economics (Cho, Dreher, Neumeyer, 2013).[i] Dit onderzoek is echter alles behalve betrouwbaar. Professor Ron Weitzer, heeft dit werk van Cho onder de loep genomen en de vraagstelling te ruim bevonden.  [ii]. (Weitzer, R., 2014). Het onderzoek gaat over maar liefst 161 landen die lang niet allemaal dezelfde definitie van mensenhandel hanteren. Sommige landen gooien het bijvoorbeeld op één hoop met mensensmokkel. Andere landen, zoals Brazilië noemen migratie van sekswerkers al mensenhandel. En niet overal wordt onderscheid tussen vrijwillige of onvrijwillige prostitutie gemaakt. Daarnaast is het extreem moeilijk om harde feiten en cijfers over dit onderwerp boven tafel te krijgen. Ook in Nederland komt men niet verder dan vage schattingen van vaak ook nog vermoedelijke slachtoffers. Ten derde baseren Cho et al zich op 113 bronnen zoals politie en NGO’s (Niet Gouvermentele Organisaties) die niet of moeilijk met elkaar te vergelijken zijn. Niet alle politiediensten registreren immers op dezelfde wijze; NGO’s hebben daarnaast vaak nogal eens belang bij een ruime schatting van aantallen slachtoffers en de ene NGO is de andere niet. Zo hadden NGO’s in Cambodja het over 80.000 tot 100.000 slachtoffers van mensenhandel. Maar Steinfatt en Baker (2011) beweerden dat er in totaal 27. 925 sekswerkers in dat land actief waren waaronder 1058 slachtoffers van mensenhandel. De NGO’s schatten dus het aantal slachtoffers hoger dan het aantal sekswerkers! (Weitzer 2014).

Hoeveel miljoen slachtoffers van mensenhandel wereldwijd?

Plaatje van de campagne A21 tegen mensenhandel

Plaatje van de campagne A21 tegen mensenhandel

De wildste cijfers doen de ronde over de omvang van mensenhandel wereldwijd. In 2002 stelde de Verenigde Staten (US Department of State) dat er wereldwijd 4 miljoen slachtoffers van mensenhandel waren. In 2005 veranderde de ILO (International Labour Organization) dit cijfer in  2, 45 miljoen. In 2012 beweerde diezelfde organisatie dat het om 9,1 miljoen slachtoffers ging, dus het aantal slachtoffers zou in tien jaar tijd meer dan verdrievoudigd zijn.

In 2004 schatte Kevin Bales dat er 27 miljoen slaven wereldwijd waren. Dit cijfer fungeert als feit in de officiële TIP (Trafficking in Persons Report) rapportages van de Verenigde Staten. In 2010 kwam het State Department weer met een cijfer: van al die miljoenen slachtoffers is er maar 0,4 procent als zodanig geïdentificeerd. (Weitzer 2014) De andere 268 12000 mensen zijn dus kennelijk vermoedelijke slachtoffers. Volgens de organisatie CBN: The Gospel of Jesus Christ, zijn die ook nog gemiddeld 12 jaar oud.

Soms lijkt er in een bepaalde regio een toename van mensenhandel, soms een afname te constateren. Dat heeft meestal te maken met externe oorzaken. Zo werd in 1992 voor het eerst opgemerkt dat er meer vrouwen uit Oost- Europa in Nederland als prostituee werkten dan voorheen. Anno 2014 lijken de meeste migrantenprostituees uit Oost-Europa te komen. Ook levert die regio een deel van het slachtofferbestand. Dat heeft alles te maken met de vergroting van de EU en de mogelijkheden van betaalbaar vervoer tussen de lidstaten. De meeste migrantenprostituees verblijven en werken legaal in Nederland. [iii] Veel van de vrouwen die in Nederland komen werken, hebben al ervaring in de prostitutie in hun eigen land. (O.a. Hopkins, 2005, Wijers, 1996, Werson 2012) Maar in Roemenië en Bulgarije bijvoorbeeld, kunnen ze niet werken zonder pooier. Criminelen staan dat namelijk niet toe. Daarnaast zijn ze vaak nog afhankelijk van anderen die hun een werkplek bieden. En niet in de laatste plaats moeten prostituees en hun bemiddelaars vaak ook nog de politie betalen. Met andere woorden, de positie van sekswerkers in die landen is beroerd, beroerder dan in Nederland.

2006: Sofia. Dankzij een maatschappelijk werker kan ik met een straatprostituee spreken die een paar maanden in clubs in Nederland heeft gewerkt. Zij vertelt: ‘Ik heb die drie maanden in Nederland bijna niets verdiend. Ik mocht het geld niet houden. Maar dat is hier ook zo. In Nederland vond ik het toch goed. Je werd er tenminste niet door de politie mishandeld. En in die clubs was het gezellig met de andere meisjes.‘

 

De werkomstandigheden van veel sekswerkers in deze landen, zouden wij als misbruik van afhankelijkheidsrelaties en economische uitbuiting kwalificeren, dus als mensenhandel.

Mensenhandel voor 2000

Het is een illusie dat mensenhandel/ vrouwenhandel vóór 2000 in Nederland nauwelijks voorkwam. In de jaren tachtig en negentig waren er kleinschalige maar ook grootschalige vrouwenhandelbendes actief in Nederland. De politie was toen niet altijd alert op vrouwenhandel. Zo beschrijft De Boer (1994) dat er bij een bepaalde politieman geen bel ging rinkelen toen hij een paar Thaise vrouwen aantrof die geen beschikking over hun paspoorten hadden.

Eind jaren tachtig en in de jaren negentig zag de politie zich geconfronteerd met een sterke toename van vrouwen uit Zuid- Amerika en Zuid- Oost Azië in de prostitutie. Sommige politiekorpsen besloten deze vrouwen te gedogen, zodat men enig zicht op hen kon houden. Deze vrouwen kwamen in Rotterdam en Twente met de exploitant naar het bureau om een gedoogstempel te halen.  Nu zou het verschijnen van een vrouw in gezelschap van een exploitant/ bemiddelaar als een signaal van mensenhandel worden opgevat. (Werson, 2012)

Tevens verkeerde de politie – mede door de onduidelijkheid in de definitie van vrouwenhandel- in verwarring over wat (strafbare) uitbuiting was en wat niet. Zo kreeg de politie Rotterdam in 1993 het volgende contract van een (malafide gebleken) bemiddelingsbureau onder ogen:

Contract met dhr. M J. V. van bureau… S.

Opgemaakt, 03-03-92

Contract is voor drie maanden. Artiest zal basisbetaling krijgen. Voor iedere dag 50 gulden voor optredens, 30 gulden per dag. Men dient minimaal 30 optredens te verzorgen.

10% van de provisie op rekening van de klant en verder krijgt de artiest nog enkele bonussen. Bureau (s.) betaalt de reis terug en zorgt voor onderdak en werkvergunning en belastingafdrachten. Artiest verklaart gezond en niet zwanger te zijn en accepteert medisch onderzoek door bureau S..

Artiest krijgt in volgende gevallen boete:

150, gulden bij contractbreuk, wanneer de termijn is verstreken.

-500 gulden bij weglopen uit de club onder werktijd.

-500 gulden bij absentie van werk.

 

Het commentaar van de politieman tijdens een interview [iv]:

Het is heel makkelijk om mensen die afhankelijk zijn te manipuleren. Dat doet iedere werkgever. Hij ziet dat als een stuk management. Alleen dit is niet aanvaardbaar. In hoeverre kun en mag je gaan in het manipuleren van mensen binnen je bedrijfsvoering? Het zijn natuurlijk wel bedrijven. Wanneer is het ontoelaatbaar en wanneer is het strafbaar? Dat is het grote dilemma, met die contracten voor de Poolse meisjes heb je het eerder over een arbeidsgeschil, dat ze te lange werktijden hebben. En ze zijn het niet eens met de percentages.

 

Vóór 2000 waren veel exploitanten vaak medeplichtig aan vrouwenhandel. Sommigen waren zelfs direct betrokken bij de rekrutering van vrouwen. [v] Uit aangiften uit die periode komen verhalen voor over meeprofiterende exploitanten in onder andere Den Haag, Haarlem, Rotterdam, Amsterdam, Den Bosch en Limburg. Zij stopten  een deel van het geld dat de klant betaalde in een envelop en bewaarden die voor de handelaar. Die kwam op gezette tijden de gelden ophalen. [vi] C.Fijnaut, in 1995 onderzoeker voor de Cie Van Traa:

In Nederland vond ik de betrokkenheid van clubeigenaren bij vrouwenhandelzaken opvallend. Ze verdienen er soms vies grof geld aan en ze weten heus wel dat het niet in de haak is.’ (Geciteerd in Altink en De Bruijn, 1996 pp 5-9)

Later bevestigden E. van Dijk (2002) en de Nationale Rapporteur (Tweede Rapportage, 2003) dat exploitanten in de periode voor de legalisering veel meer van vrouwenhandel profiteerden dan in de periode daarna. Brand (1996) vermeldt dat de betrokkenheid van exploitanten in dat tijdsgewricht per regio verschillend werd beoordeeld. In Rotterdam meende de gemeente dat exploitanten erbuiten stonden; in Limburg daarentegen werden ze als medeplegers beschouwd. Overigens waren er in die periode ook exploitanten die meteen de politie belden wanneer er zich handelaren met vrouwen meldden.

Lees over enkele grote en minder grote zaken vóór 2000.

Bronnen

Sietske Altink

 

 

 

 


[i] Cho, Sey, Dreher, A., Neumeyer, E., (2013, Does Legalized Prostition Increase Human Trafficking? In World Development, vol. 41 pp 67-82, uitgever Elsevier.

[ii] New Directions in Research in Human Trafficking, Annals, uitg. Sage, t.b.v. American Academy of Political and Social Science.

[iii] Een andere groep nieuwkomers, Chinezen is een ander verhaal. Zie het bericht over de Chinese beautybranche op deze site.

[iv] met mij, auteur Sietske Altink

[v] Exploitant uit Twente.

[vi] In verband met eerdere publicaties: in het blad Keerzijde van de toenmalige Stichting tegen Vrouwenhandel en het artikel in Rijp en Groen, Grenzeloos ondernemerschap in vrouwenhandel, zijn geanonimiseerde aangiften bekeken.