Het is altijd moeilijk geweest de verdiensten van sekswerkers te bereken. Men moet bijvoorbeeld onderscheid maken tussen de prijzen die klanten betalen en van wat daarvan bij de sekswerker terecht komt. Er zijn altijd kosten en afdrachten. Voor het heden is dat al moeilijk te bepalen; voor het verleden is dat nog lastiger. De hedendaagse lezer moet bijvoorbeeld weten hoe duur bepaalde goederen waren in verhouding tot de kosten van andere levensbehoeften. Zo was kleding bijvoorbeeld relatief prijzig in de zeventiende eeuw.

Jan Vermeer, een prostituee ontvangt het geld

Een van de weinige historici die aandacht aan verdiensten besteedt, is Van de Pol. (1996). Uit haar beschrijvingen van de gang van zaken in de zeventiende eeuw valt op te maken dat de inkomsten van prostituees (destijds hoeren genoemd) toen al onzeker waren, dat er soms dagen geen klanten kwamen en dat er hoge afdrachten moesten worden betaald. Inwonende prostituees moesten vaak kostgeld betalen. Een andere mogelijkheid was  ‘de helft van de omzet’ afdragen, wat toen al ‘op het halfje zitten’ heette. Deze uitdrukking bleef gangbaar tot ver in de twintigste eeuw. Daarnaast moesten ze  beschermers betalen. Daarnaast verlangden diverse lieden fooien, bijvoorbeeld bij een ‘uithaalseltje’, wanneer er ten gevolge van onverwachte klandizie een vrouw uit een ander bordeel moest worden gehaald. Ook was het niet altijd duidelijk wat het aandeel van de drankomzet in de verdiensten was.

In de achttiende eeuw zou er in het duurdere segment, vooral in Den Haag een goed inkomen te verkrijgen zijn. (Haan en Haagsma, 1988). In de goedkope prostitutie zouden de opbrengsten achteruit zijn gegaan door de verslechterde economische situatie in de achttiende eeuw. (Van de Pol, 1996). Na het afkondigen van het bordeelverbod  (1911) waren prostituees overgeleverd aan huizenbezitters die woekerhuren vroegen en ze afpersten. Ze hadden pooiers die organisaties vormden om klanten te beroven. (Zie Het Bericht Rotterdamsche Roofholen)

Lees meer over verdiensten in de twintigste eeuw.

Bronnen

Sietske Altink