Het huis van de beul in Cardona, Catalonië.

Het huis van de beul in Cardona, Catalonië.

‘Lichte wiven’ woonden in de late middeleeuwen in veel Europese steden met andere verachte lieden zoals doodgravers, pestbestrijders, verwerkers van dierenkadavers en lijkenwassers in achterbuurten of buiten de stadsmuren. Maar de beul was onder hen het meest gestigmatiseerde personage. Deze alom gevreesde man mocht ook niet tussen de burgers wonen.

Zijn zonen waren gedoemd tot het overnemen van zijn taak. Ze werden uit andere beroepen geweerd.  Het vee van de beul mocht niet tussen andermans dieren grazen. [I]Enne Koops, 13-4-2015 op website Historiek In de middeleeuwen mocht hij alleen de herberg binnen als andere gasten daar geen bezwaar tegen hadden. Overigens mocht hij al in de Griekse en Romeinse oudheid niet bij anderen wonen. Toen schreef men magische krachten aan hem toe omdat hij de goden zoenoffers bracht door mensen ter dood te brengen.

Prostituees en de beul waren dus veroordeeld tot het wonen in dezelfde buurten. Ze waren echter ook op een andere manier met elkaar verbonden. In steden in Noordwest en Centraal-Europa als Keulen, Augsburg en München stonden de deernen onder toezicht van de stadsbeul. Dat zou ze een zekere rechtszekerheid verschaffen; ze konden in beroep gaan tegen al te willekeurige beslissingen van de beul. In de literatuur komen we ook wel het ‘voordeel’ tegen dat klanten uit angst voor de beul de vrouwen niet mishandelden of verkrachtten zo verkrachting van prostituees al in lokale wetgeving strafbaar was gesteld.

De beul speelde tevens een rol in het straffen van prostituees. Zo moest hij in steden waar een officieel stadsbordeel was opgericht, illegaal werkende vrouwen naar het officiële vrouwenhuis brengen. In bijvoorbeeld Spanje werden de vrouwen die als ‘bekeerlingen’ het kloosterleven niet konden of wilden volhouden, aan hem overgeleverd. In Frankrijk moest hij in 1501 zowel een koppelaarster als het meisje dat zij in de prostitutie had gebracht, ter dood brengen.

In Braunschweig en Wenen dienden de stadsbordelen afdrachten aan de beul te doen. Ook in Keulen stonden prostituees onder streng toezicht van de beul. Daar moesten de straatprostituees van de Heumarkt hem geld geven. (Schuster, 1992) Hij hoefde zijn eigen maaltijden niet te betalen. De wijn kreeg hij van de Keulse deernen die hij diende te beschermen.

In Würzburg, Dresden, Erfurt en Leipzig werd de beul met de inkomsten uit het vrouwenhuis bekostigd; uit relevante documenten blijkt echter niet dat er van hem een tegenprestatie werd verlangd. In Bazel moest de vrouwenwaard de knecht van de beul jaarlijks een gulden of een ‘peperkoek’ geven. In een stad zonder eigen beul kreeg hij als hij er zijn werk moest doen tijdelijk een huis en een vrouw.

Doordat eind dertiende en begin veertiende eeuw de vrouwenhuizen steeds belangrijker werden, nam de invloed van de beul op de prostitutie af. De taak van toezicht houden ging zo over op de hoerenwaard(in). In Augsburg is er vanaf 1570 geen verwijzing meer te vinden over de relatie van de beul met het vrouwenhuis. Vanaf 1387 mocht de beul in Friedberg in het vrouwenhuis blijven wonen, waarschijnlijk omdat hij nergens anders terecht kon. In Keulen werd in de 15de eeuw geen vrouwenhuis gesticht. Totdat dat er in de zestiende eeuw wel kwam, bleef de beul toezicht houden op de prostitutie.

Roi des ribauds

Roi des ribauds in Parijs

Roi des ribauds in Parijs

De beul kreeg  in Vlaamse en Henegouwse steden Frankrijk, in Parijs, de roi des ribauds  (boevenkoning) als tegenhanger. Deze roi des ribauds bood prostituees een zekere bescherming op bijvoorbeeld het gebied van de arbeidsduur. Ook zag hij toe op het handhaven van de beperking van de bewegingsvrijheid en de kledingvoorschriften. In Noord -Franse en Zuid- Nederlandse steden moesten prostituees jaarlijks via de roi des ribauds belasting betalen. De roi des ribauds stopte het geld vervolgens in de stadskas. (Dupont, 1996) In Lyon tot Arles was er wel overal een gebiedje waar een roi des ribauds de scepter over hoeren, joden en leprozen zwaaide.

Het regime van de ribaud vormde net als dat van de beul een overgangsfase naar de 15de -eeuwse institutionalisering van de stadsbordelen in Zuid-Europese steden. Dat was minder het geval in de noordelijke steden waar de roi des ribauds in functie bleven.

In Lille werd het ambt van de roi des ribauds in 1364 opgeheven, in Lyon vlak na 1440, in Arras in 1441. In 1449 werd de roi des ribauds aan het koninklijke hof na 20 jaar niet meer vervangen.

Door het verdwijnen van dit ambt kwamen prostituees onder de reguliere rechtbanken te vallen. Het was de taak van de hoerenwaard(in) ze in het gareel te houden.  (Rossiaud, 1984)

Bronnen

Sietske Altink

Noten   [ + ]

I. Enne Koops, 13-4-2015 op website Historiek