paarse gakfolder voor prostituees vrijheid

Tekening P. Urban. Onderschrift: Wordt er nog gewipt? Anders word je gewipt

Op drie momenten heeft De Rode Draad klachten over de gang van zaken in seksbedrijven naar buiten gebracht. Dat was in 2003, 2006 en 2012. In 2003 stuurde De Rode Draad op grond van ervaringen met veldwerk een document naar De Tweede Kamer met de titel: Uit het leven gegrepen. De klachten betroffen vooral het gebrek aan arbeidsrechten. Voor de Kamerleden Griffith en De Pater was dit een reden om een motie in te dienen waarin ze  duidelijkheid eisten over de arbeidsrelaties in de prostitutie.

Tot 2003

Exploitanten hoefden zich nooit wat aan te trekken van de regels die in het reguliere bedrijfsleven golden. Zo is er een subcultuur met informele regels ontstaan die nadelig voor sekwerkers heeft uitgepakt. ­­ Sekswerkers die bijvoorbeeld ‘te laat’ kwamen – ook al was het maar vijf minuten – moesten soms 25 tot 50 gulden boete betalen of zelfs een dag ‘inhalen’. In ‘normale’ bedrijven mag een boete alleen worden opgelegd als er een boetebeding in de cao is opgenomen.

De wijze van berekenen van de verdiensten van sekswerkers was vaak een bron van conflicten. Niet altijd werd er meteen uitbetaald. Soms moesten vrouwen terugkomen om hun verdiensten op te halen. Eenmaal op de werkplek werden ze nogal eens overgehaald nog enkele klantjes te nemen.

Wanneer exploitanten adressen en telefoonnummers van sekswerkers hadden, werden ze soms thuis lastig gevallen. Een enkele keer dreigde een exploitant de ouders of kinderen over de aard van het werk van de vrouw in te lichten. Zo’n grove schending van de privacy had grote consequenties voor sekswerkers die hun werk voor hun eigen familie geheim hielden.

De keuze van de kleding was tot 2003 niet altijd vrij. Voorschriften voor topless konden bijvoorbeeld tot dwang tot geheel of gedeeltelijk naakt lopen leiden. Ook werden vrouwen met zachte dwang overgehaald om gratis te strippen. Een andere ongewenste intimiteit was een ‘sollicitatiegesprek’ waarin exploitanten nieuwkomers uitprobeerden. De zeggenschap over het eigen lichaam was in het geding wanneer clubs bijvoorbeeld tombola’s gingen organiseren: het ‘verloten’ van de vrouwen onder de aanwezige klanten.

Vaak meldden sekswerkers dat er zachte, maar ook harde dwang werd uitgeoefend om alle klanten te accepteren en om zo lang mogelijk bij een klant te blijven, ook als hij hun niet meer aanstond. Hoewel aids-campagnes de druk om onveilig te werken, hebben verminderd, kregen sekswerkers incidenteel te horen dat ‘vaste klanten’ geen risico vormden en dus wel ‘zonder’ mochten. Enkele exploitanten van jongensclubs stimuleerden onveilige orale seks, wat vooral de exploitant ten goede kwam. Vaak werden jongens gedwongen tot naaktlopen en tot met elkaar spelen om klanten in de stemming te brengen.

Teneinde te controleren of sekswerkers voor eigen rekening extra diensten op de kamers verleenden of fooien verzwegen, werden in de werkkamers soms camera’s en/ of microfoontjes aangebracht. Sekswerkersvonden dat zeer vernederend; zij ervoeren dit niet als veiligheidsmaatregelen, maar als controle.

Veel van deze uitbuitingssituaties op de werkvloer komen voort uit het percentagesysteem (inmiddels vervangen door ‘kamerhuur’): van alles wat een klant betaalt, gaat de helft of meer naar de exploitant. Hij had dus een financieel belang bij een groot aantal klanten dat dure dienstverlening wil. Dit betekende in de praktijk dat sekswerkers niet altijd vrij waren in hun klantenkeuze, moeilijk bij een klant konden weglopen, niet alle diensten konden weigeren en onder druk werden gezet veel tijd in de club door te brengen. Sekswerkers die het waagden om tegen dergelijke omstandigheden te protesteren, kregen meestal de raad hun heil elders te zoeken. Dat was echter geen oplossing; elders was het niet veel beter, maar ze moesten wel weer een nieuwe klantenkring opbouwen.

2006

In 2006 publiceerde De Rode Draad het rapport Rechten van Prostituees, gebaseerd op veldwerk dat was verricht voor de voorlichting over arbeidsverhoudingen. Hieronder enkele fragmenten:

Het is 2004. De deur van het bedrijf wordt opengedaan door een dame die De Rode Draad vrolijk binnen laat. Wij voelen ons ongeveer dertig seconden welkom. Een meisje is veel aan het woord en gaat volstrekt nodeloos in de aanval. “Wij hoeven niets te weten want de GGD heeft alles al uitgelegd. Ik ben zo blij dat ik voor een vrouw werk.”

Op de vraag of er behoefte is aan meertalige folders, krijgen wij een verward verhaal over illegalen te horen. De eigenaresse wordt intussen op de bank gemasseerd door een ander meisje. Bij het horen van de naam Rode Draad” roept de eigenaresse: “Daar doen wij niet aan”.

In 2005 is de situatie totaal anders. Dezelfde eigenaresse is nu blij dat we komen. Ze heeft al 25 jaar contact met De Rode Draad, zo roept ze verheugd. Dat kan echter niet omdat wij nog geen 25 jaar bestaan. Zij is al jaren bezig voor de prostitutie en ze heeft toen ook ‘die kwestie’ aangekaart. We snappen niet wat ze bedoelt en we komen er ook niet achter. Zelf had ze ook in de prostitutie gezeten. Ongevraagd vertelt ze dat ze met standaardtarieven werkt. Als de vrouwen zelf iets zonder condoom doen moeten ze het melden. Ze klaagt dat alle vrouwen aan de coke zitten, ook bij haar in de zaak. Ze koopt de kleren voor de vrouwen zelf. We worden naar een kamertje gedirigeerd dat helemaal is volgestouwd met kleren en accessoires. De vrouwen moeten daar ook hun lingerie uit betrekken. Van een prostituee die in deze zaak heeft gewerkt weten we dat het gebruik van de kleren en het ondergoed uit het kamertje verplicht is.

We kunnen onze spullen kwijt aan de dames, maar het was onmogelijk om ze alleen te spreken. Een vrouw zou een maand of wat geleden bij De Rode Draad een klacht over haar hebben ingediend. De eigenaresse zou de vrouwen beledigen en verhinderen dat ze contact met elkaar hebben. Ze staat niet toe dat de vrouwen ergens anders gaan werken. Bovendien valt ze de vrouwen thuis lastig. In een ander bedrijf ontmoeten we een vrouw die hier heeft gewerkt. Zij vertelt over dit bedrijf dat je er ook verplicht moet strippen.

Ook al ziet een bedrijf er keurig uit, dan is dat geen garantie voor het ontbreken van misstanden. Dit gaat vaak om een combinatie van overtredingen van diverse soorten wetgeving, dus niet alleen van het strafrecht. Daarbij komt nog dat de exploitant de vrouwen vaak onbehoorlijk behandelt. Een geval:

De Rode Draad krijgt klacht op klacht over dit bedrijf: de eigenaresse werkt mee en pikt er de beste klanten uit en de eigenaar geeft korting als je meerdere klanten tegelijk neemt. De Rode Draad komt met enige moeite binnen. De eigenaar voert het woord. Hij vindt loondienst maar onzin. Hij wil namelijk zelf bepalen wie er werkt. En hij wil vechtende vrouwen kunnen wegsturen. De vrouwen mogen zestig procent van de verdiensten houden en er wordt € 100 voor een half uur gerekend. Volgens onze informatie is het echter andersom Ze mogen slechts veertig procent behouden en zestig procent gaat naar de eigenaar. En vrouwen die extra diensten leveren zonder geld te vragen, worden erop aangesproken. Tijdens dit hele betoog zitten drie vrouwen er zwijgend bij. De man gaat weg en één van de vrouwen wil weten wat de voordelen van loondienst zijn. Op dat moment komt er een vrouw met een stofzuiger binnen die al die tijd meegeluisterd heeft. Jawel, de eigenaresse, want ze slaat van zich af met de volgende tekst: “Je denkt toch niet dat ik de vrouwen ga doorbetalen als ze ziek zijn”. Dankzij onze helpdesk weet De Rode Draad dat dit bedrijf gerund wordt door vader, moeder en dochter. Moeder en dochter werken mee. Ook worden er regelmatig drugs uitgedeeld om de stemming erin te houden.  

Klik hier voor de pagina waarop het volledige rapport is te downloaden.

2012

In 2012 publiceert De Rode Draad haar trendrapport  Sekswerk in 2011. Lees verder over de positie van sekswerkers 2011-2012.

Loondienst in de praktijk in de prostitutiebedrijven

Overige inkomsten uit sekswerk, een derde weg?

Schijnconstructies in de prostitutiebranche

Uitzendbureaus voor sekswerkers?