Tekening P. Urban. Onderschrift: 'Bonnen, hier tekenen graag. En ook wil ik alle bonnen en kwitanties van je hebben.'

Tekening P.Urban. Onderschrift: ‘Bonnen, hier tekenen graag. En ook wil ik alle bonnen en kwitanties van je hebben.’

Teneinde te vermijden dat de Belastingdienst het oordeel velde dat er op grond van feiten en omstandigheden dienstverbanden in een bepaald seksbedrijf heersten en exploitanten dus sociale lasten moesten gaan betalen, hebben ze allerlei constructies bedacht om dit te vermijden. Daarbij sprongen hun versies van maatschap”  en de BV- Ik het meest in het oog.

De maatschap

Vanaf 2001 bood een grote club in Amsterdam de vrouwen aan dat ze mede-eigenaar in een maatschapconstructie werden. Op 6 augustus 2001 kwam  bij De Rode Draad de eerste melding binnen van vrouwen die contracten moesten tekenen om mee te delen in de winst en verlies van het bedrijf. Ze kregen geen kopie van die contracten. Ze moesten onmiddellijk tekenen. Een paar maanden later meldden ze dat de Belastingdienst het bedrijf had verboden met freelancers te werken. Als de vrouwen niet meewerkten aan onderstaande constructie konden ze wel vertrekken:

  1. Alle vrouwen worden in een maatschap ondergebracht en die maatschap valt  weer onder een stichting. Ze moesten 1000 gulden inbrengen. Als de verliezen hoger dan 1000 gulden zouden zijn, moesten ze meer betalen. Dat dit ooit zou voorkomen achtte het management heel onwaarschijnlijk.
  2. Alle vrouwen moesten het contract ter plekke ondertekenen. Na enig onderhandelen mochten ze een week lang iemand zoeken die mee kon kijken als ze ondertekenden.
  3. Ze zouden anoniem voor de overheid kunnen blijven. (Hoe kan dat?)

De vraag van deze vrouwen was of dit wel kon, een stichting kan toch geen winst maken?

Nog steeds geen kopie

De kwestie van de contracten bleef spelen. Niet één vrouw had een kopie van het contract weten te bemachtigen.

Eind mei 2003 kwam er weer vrouw op het kantoor om te praten over de contractperikelen. Zij vertelde het volgende:

De club betaalt via de boekhouder de BTW voor de vrouwen. De vrouwen moeten alle papieren inleveren. Haar was verteld dat de maatschap de beste oplossing was. De Belastingdienst had namelijk gewild dat ze in loondienst verhoudingen gingen werken wat slecht voor de vrouwen zou zijn. De zaak zou dan failliet gaan.

Bij de constructie was een erkend bureau betrokken dat ook advocaten in dienst had. De vrouwen hadden te horen gekregen dat ze alleen in de winst en niet in het verlies zouden gaan delen. (De winst bedroeg ongeveer 200 euro per vrouw per jaar. Dat was zo laag omdat eerst de verbouwingen en de verbeteringen in het pand betaald moesten worden). De vrouwen waren niet verantwoordelijk voor het verlies maar moesten vanuit de maatschap wel de huur van het pand opbrengen. Met andere woorden, ze werden verantwoordelijk gesteld voor een deel van de vaste lasten van het bedrijf. Niemand had zicht op de consequenties van die bepaling.

Als concessie aan de wensen van de vrouwen werd later een kopie van een gedeelte van het contract aan de muur in de kleedruimte van de vrouwen gehangen. Niemand wist of dat wel het echte contract was. Ze kregen een uur om tussen de klanten door een heel pak papier door te lezen. Als reden om de vrouwen geen kopie te verstrekken, werd opgegeven dat men bang was dat ‘de concurrentie’ het concept zou gaan stelen. Bij navraag bleek het (advocaten) kantoor niet te weten dat de deelnemers in de maatschap geen kopieën van de contracten kregen. Deze juristen achtten dat in strijd met de wet.

De feiten en omstandigheden waarin in de maatschap- constructie werd gewerkt, waren van belang voor de beoordeling of het om al of niet om dienstverbanden ging. De Rode Draad wist bijvoorbeeld dat de vrouwen onder gezag werkten en zich zelfs verplicht medisch moesten laten controleren door een arts die niet bij een Arbodienst was aangesloten.

BV_Ik

Een vergelijkbare constructie is bekend geworden onder de naam ‘BV–Ik’. In dat geval moesten de vrouwen een BV oprichten om te bewijzen dat zij werknemer van hun eigen BV waren. Dit kostte  € 18.000 aan inleggeld, een bedrag dat in veel gevallen van de exploitant moest worden geleend. Deze constructie was tamelijk ingewikkeld en ‘duur’ en werd daardoor tegen nog eens zo’n slordige € 800 aan administratiekosten aan de sekswerker verkocht. Maar de vrouwen waren daarmee nog geen zelfstandig ondernemers. Dat hing immers van weer andere factoren af.

Een andere constructie die is toegepast is de franchise – constructie. Ook die strandde op feiten en omstandigheden die op dienstverbanden wezen.

Lees meer:

Inleiding, arbeidsrelaties in sekswerk in vogelvlucht

De praktijk in prostitutiebedrijven

De onderhandelingen: sekswerkers en exploitanten

Knelpunten loondienst in de prostitutiebranche

Loondienst in de praktijk van prostitutiebedrijven

Overige inkomsten

Uitzendbureaus voor sekswerkers?