In 2015 kwam in Rotterdam op de voormalige tippelzone, de Keilewerf in bedrijf, een loods waarin kunstenaars hun creativiteit kunnen botvieren. Aan de Keileweg is tevens een nieuw winkelcentrum gevestigd, met andere woorden de buurt is gegentrificeerd. (Sociaal en economisch opgewaardeerd)  [I]Gentrificatie is het proces van opwaardering van een buurt op sociaal, cultureel en economisch gebied en het aantrekken van nieuwe kapitaalkrachtige bewoners, Wikipedia  Naast de Nieuwe Binnenweg,  Katendrecht en het Scheepvaartkwartier is de Keileweg de vierde  rosse buurt in Rotterdam waarmee dit is gebeurd.

In de jaren tot 2005 zag het gebiedje er totaal anders uit. Het was sinds 1994, om precies te zijn vanaf 18.00 uur 1 november het tolerantiegebied voor tippelprostitutie. De rechter had namelijk in september 1994 beslist dat het perceel als prostitutievrijplaats mocht dienen. De tippelzone aan de G.J. de Jonghweg werd opgedoekt. De sekswerkers maar ook de Keet met de huiskamer voor hulpverlening, verhuisden mee naar de Keileweg. Die operatie kostte toen 4,9 miljoen gulden. [II]Rotterdams Dagblad 13-7-01 Jaarlijks moest er bovendien vijf miljoen gulden in het project worden gestoken. [III]Gemeenteraad Rotterdam 8 mei 2003

De G.J. de Jonghweg lag vlak bij het centrum van Rotterdam. Dat gold niet voor het tippelgebied aan de Keileweg. Dat was te voet vanaf het metrostation alleen bereikbaar langs een weg waarvan vooral dealers, klanten en rondhangers gebruik maakten. Sekswerkers die geen (partner met) auto hadden, moesten lopend de toegangsweg afleggen. De Rode Draad hierover:

Een eng stuk om te lopen vanaf het metrostation (Marconiplein). Gaat iedereen ervan uit dat hoeren nooit bang zijn op straat? ‘(9 april 96) [IV]Op 30 juni 1998 liep ik het traject alleen. Ik merkte dat je steeds werd aangesproken

!cid_002201c4d549$f20c2e70$0a01a8c0@carrienieuwHet voordeel van de Keileweg zou zijn dat het relatief ver van de bewoonde wereld was verwijderd. De bedrijven in de buurt zouden geen last van het tippelen ondervinden omdat dat pas na 17.00 uur was toegestaan. Er stond een hek voor de tippelzone. Buiten het hek stonden vele dealers en andere belanghebbenden. Een enkele maal constateerde De Rode Draad dat deze groep vanaf de zone door politie te paard in de gaten werd gehouden. (Veldwerkverslag 6 maart 2001)

Het beeld werd bepaald door auto’s die langzaam voortgleden. Blokland en Van Wijk zagen in 12 uur tijd 2696 auto’s langsrijden op een doordeweekse dag. Dit getal omvatte ook ‘kijkers’ en mannen die meerdere rondjes reden. [V]Blokland & Van Wijk. In het weekend was het rustiger. Op het hoogtepunt van een avond werkten er zo’n twintig vrouwen, op het eind nog een stuk of tien, vooral transgenders.

De sekswerkers hoefden niet meer hun klanten buiten de zone ‘af te werken’; dat kon op door schotten afgeschermde plekken op de zone zelf waar de klanten hun auto konden parkeren.

Een andere nieuwigheid was de indeling van de huiskamer, de plek waar de sekswerkers konden uitrusten, iets warms konden drinken en hulp op het gebied van gezondheidszorg en maatschappelijk werk konden inschakelen. Het huiskamergedeelte was opgedeeld in twee ruimtes; één voor verslaafden en één voor niet- verslaafden. Vooral Latina’s en transgenders bevolkten die tweede ruimte. Bovendien was er een gebruikersruimte. Uit een veldwerkverslag:

Er was één douche voor 80 tot 120 vrouwen en twee toiletten voor de afzonderlijke ruimtes. Een opvallende noviteit in de ‘verslaafdenafdeling’ was de doorzichtige wc deur. ‘Afgrijselijk’, zo betitelden de veldwerksters van De Rode Draad dit op 6 maart 2001. De (alleen mannelijke) politieagenten, liepen in en uit en hadden vrij uitzicht op de wc. (Verslag Rode Draad 9-4-1996)

Vrouwen die in de ‘verslaafdenruimte’ zaten mochten niet naar het toilet in de ruimte van de andere sekswerkers. Een vrouw moest heel nodig, maar het toilet voor de haar bestemde ruimte was bezet. Een incompetente ‘cipier’ (ik kan het nauwelijks een hulpverlener noemen) schoot vreselijk asociaal uit zijn slof. (…)  ‘Oprotten’, snauwde de beveiliger.

Er zat een meisje op een lullig keukenstoeltje in een verkreukelde houding haar roes uit te slapen. Helemaal van de wereld. Hoe kan het dat er nergens een plekje is gemaakt waar vrouwen even kunnen liggen?

Veel wat fout, koud en onmenselijk kan zijn, zie je in volle glorie terug op de Keileweg.  Sfeer, hulpverlening ter plaatse, hygiëne, sanitair en een plek waar de werkers even tot zichzelf kunnen komen moet men ontberen. Volgens mij waren er meer spiegels, een prikbord, kluisjes en wat bedden/divans nodig. En wat voorzieningen zoals sponsjes en inlegkruisjes zodat deze vrouwen niet om elke kleinigheid hoeven te vragen.

Aangeslagen en weer buiten, werden we door een vrouw die bij een auto stond, nageroepen of we soms een bijbel bij ons hadden? Je zou bijna wensen dat dit wel zo was. (3 december 2001)

Tot 2000 is De Rode Draad drie keer op bezoek geweest op De Keileweg. In 1996 had zij al geconstateerd dat – hoewel er veel Spaanstalige vrouwen werkten- niemand van de hulpverlening Spaans sprak. Bij een derde gelegenheid, op 30 juni 1998 was de Rode Draad er met Esperanza – een belangenorganisatie voor Latijns- Amerikaanse prostituees-  voor de Spaanstalige vrouwen en transgenders opgetrommeld. De sekswerkers wilden reclamefilmpjes op de lokale tv. Hun vragen over hun verblijfsstatus waren grotendeels al beantwoord door een advocaat die eerder langs was geweest. Overigens werd de politie na 2001 steeds strenger voor vrouwen die niet de juiste papieren konden overleggen. Aanvankelijk was een legale verblijfsstatus voldoende; nog later mochten ze er alleen aan de slag als ze gerechtigd waren in Nederland  te kunnen werken.

Er waren weliswaar hulpverleners maar in deze ‘tippelzone 2.0’ was de beveiliging opvallend aanwezig. Zowel De Rode Draad als de zusterorganisatie Prostitutie Maatschappelijk Werk (PMW) concludeerden dat de ‘beveiliging’ de rol van de hulpverlening had overgenomen. [VI]Notulen platform migrantenprostituees 30-5-2002 Verschillende veldwerkers van de Rode Draad vergeleken de beveiligers met cipiers of met ‘oppassers’ in een dierentuin.  ‘Ze waren opvallend ongeïnteresseerd’. (4 maart 2002) De beveiligers bleven meestal in hun eigen ruimte of in de keuken zitten.

Beveiliging tegen De Rode Draad

Vanaf 2001 werd het voor De Rode Draad steeds moeilijker om contact te houden met de sekswerkers op de Keileweg. In dat jaar kreeg De Rode Draad te horen, dat ze alleen op afspraak zou worden toegelaten. De Rode Draad vond echter dat de sekswerkers zelf moesten beslissen of ze wel of geen contact met De Rode Draad wilden. Aanvankelijk kreeg De Rode Draad gelijk, maar later werd de toestemming weer ingetrokken.

In 2001 was er voor De Rode Draad reden genoeg om de zone regelmatig te bezoeken. Er was onrust ontstaan door het plan alleen sekswerkers op de zone toe te laten die een pasje hadden gekregen op grond van het feit dat ze bij de hulpverlening of bij de politie bekend waren. Dit betekende een vorm van registratie. Sommige sekswerkers vroegen zich af of ze eerst verslaafd moesten raken of de wet moesten overtreden om voor zo’n pasje in aanmerking te kunnen komen. 160 vrouwen van ongeveer 300 regelmatige bezoeksters hebben uiteindelijk een pasje aangevraagd.

Esther

Een van de sekswerkers, Esther fungeerde als contactpersoon voor De Rode Draad. Ze probeerde een actie te organiseren tegen de pasjesregeling. Deze vrouw, die vroeger had gebruikt had eerder projecten voor opvang bedacht. (aantekeningen 21-11-02) De Rode Draad zou haar ondersteunen bij het aanbieden van een petitie tegen de pasjes op het Stadhuis. Vlak voor de dag in kwestie gingen de veldwerkers van De Rode Draad naar de Keileweg en kregen te horen dat Esther was geschorst; ze mocht niet in de huiskamer komen. Niettemin had ze 15 vrouwen weten te regelen. De dag van 14-06-2001 zou ze na het sluiten van de opvang om 6.00 uur ’s morgens op ons wachten. Groen Links had toegezegd het vervoer te verzorgen. Vanaf 8 uur ’s morgens probeerde een medewerkster van De Rode Draad de vrouwen bij elkaar te houden. Dat lukte niet, want sommigen moesten eerst nog wat ‘gebruiken’. Uiteindelijk kwam ze met zes vrouwen bij het stadhuis aan. Twee vrouwen bleven op de stoep op de Coolsingel staan en twee anderen hielden de wc in het Stadhuis de gehele duur van de zitting bezet. Een van de beveiligingsvrouw uit de huiskamer, iemand die Esther zelf had uitgezocht, was ook meegekomen. Esther bood burgemeester Opstelten de petitie aan, een papier voorzien van brandgaten van sigaretten dat over de situatie in het algemeen en niet over de pasjes ging.

De enige toezegging die het ‘Stadhuis’ wilde doen was het cameratoezicht op de zone intensiveren en vervolgens afwachten of daardoor de situatie  zou verbeteren.

Koninginnen van de Nacht

De vrouwen hadden meer aan de Rotterdamse columniste Carrie Jansen. Zij richtte een stichting op: De Koninginnen van de Nacht. Ze organiseerde een door ‘tout’ Rotterdam’ bezochte modeshow waar vrouwen van de Keileweg kleding showden. Daarna organiseerde zij een gala waaraan tal van bekende Nederlanders meewerkten. Er volgde nog een musical en er kwam een CD op de markt waarop de Koninginnen als zangeressen schitterden. Ze hebben ook nog de Tweede Kamer toegezongen. [VII]Rotterdams  Dagblad 15-5-03 Dankzij de acties van Carrie konden de vrouwen bijvoorbeeld hun gebit laten opknappen.

dvw 2011 017 - kopie

Het bord waarmee de gemeente aankondigde de tippelzone te sluiten. Daarboven stond de tekst: ‘Een belangrijke mededeling van de gemeente Rotterdam’.

Toen het in 2002 duidelijk werd dat de tippelzone niet zou overleven, organiseerde Carrie nog een ontwerpwedstrijd voor een nieuwe rosse buurt. Download hier een Brief van Carrie en een Een noodkreet van de Koninginnen van de Nacht.

Sluiting

In de jaren 2001-2004 was het in Rotterdam onmogelijk een debat over prostitutie te houden zonder dat de Keileweg onderwerp werd van een emotionele discussie. Dit kwam doordat de buurten eromheen heftig protesteerden tegen de overlast die de tippelzone en de vage figuren eromheen veroorzaakten. Daarnaast vond men het een probleem dat illegalen, mogelijk slachtoffer van mensenhandel, op de zone werkten. De verontwaardiging werd nog versterkt toen men ontdekte dat een meisje met een verstandelijke handicap op de zone klanten wierf. Dat leidde tot Kamervragen. [VIII]Rotterdams Dagblad 4-6-03

In 2002, na de overwinning van de Leefbaren op de PvdA besloot het nieuwe college van B en W de tippelzone te sluiten. [IX]Guido Rijnja, Genieten van weerstand, bericht geplaatst op 25-3-2017 Dat was een reden voor de sekswerkers op de Keileweg om in 2005 de vakbond van De Rode Draad in te schakelen.

2005

Wederom werd het De Rode Draad moeilijk gemaakt contact te leggen met sekswerkers. Uit een protestbrief hiertegen:

Een aantal (niet-verslaafde) prostituees had de hulp ingeroepen van het deel van onze organisatie dat vakbondsachtige activiteiten verricht. Enkele vrouwen van de Keileweg hadden onze medewerkster met haar advocate uitgenodigd voor een gesprek in de huiskamer van de (niet-verslaafde) prostituees op de Keileweg. Onze medewerkster was zo correct hiervoor officieel toestemming te vragen aan de medewerkers van de huiskamer. Zij kreeg die echter niet. Ze moest de afspraak met de advocate verzetten en uitwijken naar een openbare gelegenheid.

Wij protesteren tegen deze gang van zaken. Wij vinden niet dat de verslavingshulpverlening de niet-verslaafde (en trouwens ook de verslaafde) vrouwen mag verhinderen dat enkele vrouwen ons uitnodigen voor een gesprek ‘en petit comité’. Wij hopen dat dit in de toekomst niet meer voorkomt.

De vrouwen en De Rode Draad ontmoetten elkaar daarop in een café in het centrum van Rotterdam. Hieronder het verslag van de vakbondsvrouw van De Rode Draad (enigszins bewerkt en ingekort)

Het is al lang een feit dat de Keileweg moet gaan sluiten en inmiddels kwamen de verkorte openingstijden ook heel dichtbij. De prostituees die er werken weten dat dit niet te stoppen is maar wilden zich niet zonder slag of stoot overgeven. Samen met de vertrouwenspersoon van de vrouwen hebben we een aantal keren de koppen bij elkaar gestoken en uiteindelijk advocaten uitgenodigd om met ons mee te denken. (…)

De vrouwen waren met z’n allen bereid om hier tijd en geld aan te besteden door middel van een ludieke actie of het inhuren van een advocaat om bezwaar te maken tegen de nieuwe openingstijd die amper nog de gelegenheid biedt om geld te verdienen.

Het enthousiasme van de vrouwen werkte aanstekelijk en voor we het wisten zaten we met een advocaat om de tafel. Vijf prostituees van de twintig die actie wilden waren aanwezig om de groep te vertegenwoordigen. De situatie werd besproken en de volgende stap was het aanvechten van de nieuwe openingsuren. Daarom was er een nieuwe afspraak met een advocaat nodig.

De afspraak werd gemaakt en vervolgens weer afgezegd omdat veel van de prostituees niet konden komen of de Nederlandse taal niet machtig waren. Ook waren ze bang dat er enorm veel kosten gemaakt zouden worden zonder dat er resultaat zou zijn. Het gevolg hiervan was dat er nog maar twee prostituees bereid waren om actie te ondernemen. Er kwam een nieuwe poging tot een afspraak maar er kwam wederom een telefoontje van de prostituees dat ze van iedere actie af willen zien. Dit had nu te maken met het feit dat twee vrouwen niet bereid zijn om de kar te trekken voor een hele groep vrouwen en de eventuele kosten. (…)

In de nacht van 13-14 september 2005 sloten de hekken voorgoed en diezelfde nacht gingen de schotten weg. [X]NRC 24-9- 2005. De verwachte verspreiding door de stad van vrouwen die op straat hun diensten aanbieden heeft echter niet plaatsgevonden.

De verslaafde vrouwen werden in strenge hulpverleningsprogramma’s geplaatst; ze mochten bijvoorbeeld ’s avonds geen bezoek meer van hun vriend ontvangen. Ze werden ook aan het werk gezet, bijvoorbeeld als straatvegers. De Rode Draad zag ze al op hoge hakken met een bezem zingen: de bezem, wat doe je ermee… je veegt ermee…

Sietske Altink

Bronnen algemeen

Bronnen voor dit artikel

Blokland, A.A.J., Wijk, Anton van, (2002) Rondje Keileweg, een observationele studie naar de bezoekers van een tippelzone, in Mens en Maatschappij, 77e jaargang, nr. 1., maart.

Jansen, Marie-Louise, Latijns- Amerikaanse travestieten en transseksuelen in Rotterdamse straatprostitutie, dec. 97

Jansen, Carrie, (2003) Koninginnen van de Nacht, uitgeverij Rap

Levi, R., (2004) De straat, je werkplek, Een onderzoek naar de rol van huiskamerprojecten in de hulpverlening en de gezondheidsbevordering voor vrouwen in straatprostitutie, scriptie

Vennix, P. et al. (2000) Hivpreventie, sekswerkgedragen seksuele netwerken van klanten van klanten van transgenders op de tippelzones van Amsterdam en Rotterdam, een uitgave van het Nisso ism St. Soa aids, Utrecht.

 

Noten   [ + ]

I. Gentrificatie is het proces van opwaardering van een buurt op sociaal, cultureel en economisch gebied en het aantrekken van nieuwe kapitaalkrachtige bewoners, Wikipedia
II. Rotterdams Dagblad 13-7-01
III. Gemeenteraad Rotterdam 8 mei 2003
IV. Op 30 juni 1998 liep ik het traject alleen. Ik merkte dat je steeds werd aangesproken
V. Blokland & Van Wijk. In het weekend was het rustiger. Op het hoogtepunt van een avond werkten er zo’n twintig vrouwen, op het eind nog een stuk of tien, vooral transgenders.
VI. Notulen platform migrantenprostituees 30-5-2002
VII. Rotterdams  Dagblad 15-5-03
VIII. Rotterdams Dagblad 4-6-03
IX. Guido Rijnja, Genieten van weerstand, bericht geplaatst op 25-3-2017
X. NRC 24-9- 2005