Pas eind jaren zestig komt er aandacht voor de geldstromen in de seksbranche. In mei 1968 haalde de advocate J.L. Bakker Weesing alle kranten met haar bewering dat de jaaromzet van de prostitutie 300 tot 400 miljoen gulden bedroeg. De fiscus zou daarvan van de 3000 sekswerkers 70 tot 80 miljoen gulden moeten krijgen. [i] Maar om wat voor soort belasting zou dat gaan? Inkomstenbelasting of ook btw (Belasting Toegevoegde Waarde) die in datzelfde jaar werd ingevoerd?

Een realistische schatting voor de inkomstenbelasting

1992 of 1993 rechten halen rozeSinds 1914 kent Nederland een persoonlijke inkomstenbelasting. Ook sekswerkers moesten over hun netto- inkomsten belasting gaan betalen. Sekswerkers reageerden verbaasd: ‘Belasting betalen? Ik ben toch geen crimineel?’ Of in grovere bewoordingen: ‘Belasting heffen op mijn kut? Dan ben je wel heel diep gezonken.’ Metje Blaak schrijft in haar Trukendoos (1997) dat sekswerkers de aangifteformulieren vooral gebruikten ‘om hun gat mee af te vegen’. Ook waren sekswerkers bang dat het belasting betalen ten koste ging van de door hen zo gekoesterde anonimiteit.

Niettemin had de Belastingdienst een taak in deze bedrijfstak, maar hoe moest die worden uitgevoerd? Er heerste veel onduidelijkheid. Het verzet van sekswerkers als exploitanten was groot. De laatsten weigerden bijvoorbeeld informatie te verstrekken over het aantal huursters van de ruimtes. [ii] Belastinginspecteurs waren ook niet welkom in clubs en privéhuizen. Zeer moeilijk was het controleren van de thuiswerkers en de bemiddelingsbureaus die in de jaren zeventig in aantal toenamen. Bovendien was het voor belastinginspecteurs lastig om zich in een wereld te begeven die zo met taboes was omgeven. En… het leverde ook risico’s op voor de beroepsmatige integriteit van de inspecteur.

Er gingen verhalen over belastinginspecteurs die in ruil voor gratis seks de aanslagen ‘vergaten’. Die roddels dienden echter ook om de Belastingdienst in diskrediet te brengen.

1995 pamfletje 2 centen innen dan eerst rechten winnenMetje Blaak beschrijft in haar Trukendoos dat ze een beslagname van haar spullen heeft weten te voorkomen door seksueel contact met de ambtenaar hebben. Ze had daarna de kleren van de man uit het raam gegooid.

Tijdens een forumdiscussie bij de Rotterdamse Sociale Academie over prostitutie in 1981 [iii] vertelde een sekswerker: ‘Een belastinginspecteur wilde me aangeven. Door een gratis wipje kon ik dat voorkomen.’

Op 19 december 1996 beweerde een exploitant uit Den Haag tijdens een vergadering van de branche over belastingkwesties dat de Belastingdienst omkoopbaar was, ‘zo plat als een piek’ [iv]

In 1993 deed een verslaggeefster van het blad Panorama zich als sekswerker voor en probeerde een belastinginspecteur te verleiden. Dat lukte niet. Maar ja, ze had gezegd dat ze raamprostituee in Breda was. En de belastinginspecteur in kwestie moest haar duidelijk maken dat er in Breda geen raamprostitutie was.

Tot slot een gevalletje grensoverschrijdend gedrag: In 1997 meldde een exploitant bij De Rode Draad dat een belastinginspecteur sekswerkers zou wippen om te kijken hoeveel het kostte.

Het laatste voorbeeld geeft wel aan hoe moeilijk de Belastingdienst gegevens over inkomsten in de bedrijfstak kon achterhalen. Boze tongen beweerden zelfs dat er condooms in afvalemmertjes werden geteld.

affiche raamactie_Page_2Het kabbelde allemaal zo door totdat de Belastingdienst in 1980 aankondigde zich actief op sekswerkers te gaan richten.[v] Dat diende tevens om inzicht in de inkomsten van exploitanten te krijgen. [vi]In de jaren tachtig werden belastinginspecteurs die zich in de bedrijven waagden nogal eens geïntimideerd. Maar is dat een goede reden om met de zwakste partij te beginnen? [vii]Sekswerkers die de Belastingdienst ontliepen, riskeerden een (torenhoge) ambtshalve aanslag, gebaseerd op schattingen van de belastinginspecteur. Sekswerkers moesten dan met behulp van kasboekjes, die ze vaak niet of gebrekkig bijhielden, aantonen dat de Belastingdienst ongelijk had. Het vormde een dilemma voor sekswerkers.

Een vrouw die rond 1980 in Arnhem werkte:

We kregen brieven dat als we ons vrijwillig meldden, de belasting het verleden zou vergeten en een realistische aanslag op zou leggen. Sommige vrouwen gingen dat inderdaad doen. Die wilden rustig slapen en niet voortdurend in angst zitten. Ik heb er toen voor gekozen om maar met het werk te stoppen. Ik vond eigenlijk al dat ik er klaar mee was.

Groothuyse (1970) en Hazewinkel (1982) beweerden al in de jaren zeventig en tachtig dat sommige sekswerkers bereid waren belasting te betalen mits de schatting van de Belastingdienst realistisch was. Maar hoe zag zo’n realistische schatting eruit? Over het algemeen werden er in de branche weinig bonnetjes en kwitanties afgegeven. In de eerste plaats was de hoogte van de huur die sekswerkers moesten betalen moeilijk vast te stellen. Reeds in 1926 rapporteerde de journalist Van Dijkhuizen dat vrouwen gedwongen werden de affiche raamactie_Page_1opgave van de huur kunstmatig laag te houden. Ze mochten niet meer dan 3, 5 gulden huur per week opgeven, hoewel de huur veel hoger was. Tot in de 21ste eeuw gaven exploitanten kwitanties uit voor een lagere huur dan voor het geld dat in werkelijkheid werd betaald. Dit was nadelig voor sekswerkers, want zo konden ze minder huur aftrekken en leken hun inkomsten hoger dan die in feite waren. De vrouwen moesten tot in de jaren zeventig vaak behalve de huur nog een percentage van hun omzet aan de huurbaas afdragen. Daarnaast heerste in die periode, ook bij de Belastingdienst, het vooroordeel dat vrouwen goud geld in de prostitutie verdienden.

In 1996 sprak ik een van de belastinginspecteurs die met prostitutie was belast. Hij keek op van de lage verdiensten van de sekswerkers. ‘Waarom doen ze dat werk dan’? Later onderzoek (Vanwesenbeeck et al. 1991 en Meulenbelt, 1993) nuanceerde het beeld van de torenhoge verdiensten.

De Rode Draad reageerde halverwege de jaren tachtig met leuzen als ‘Eerst rechten, dan plichten’ en ‘Rechten hebben we nooit gehad.’ De Belastingdienst liet daarop weten dat burgers aan belastingbetaling geen rechten kunnen ontlenen. Ze krijgen er lantaarnpalen en F 16 straaljagers voor terug.

Dat argument is niet helemaal terecht. Andere belastingbetalers kunnen een beroep doen op de ‘normale’ burgerrechten. Sekswerkers werden (en worden) echter in het dagelijks leven vaak gediscrimineerd. De vrouw die eerder in dit verhaal aan het woord was en besloot te stoppen in plaats van zich te melden bij de Belastingdienst:

Ik dacht erover om maar te gaan betalen. Maar toen hoorde ik van een vrouw die alles keurig betaalde dat ze in verband met het beroep geen leninkje van de bank kon krijgen. Waar doe je het dan voor?

Een ander voorbeeld. Uit jurisprudentie zou blijken dat een sekswerker nooit recht op een (bijstands) uitkering kon hebben. [viii] En een werkeloosheidsuitkering kregen alleen degenen die in loondienst waren geweest. Maar het woord ‘loondienst’ was in de prostitutie heel lang een vies woord.

Samenwerking politie en Belastingdienst

Veel sekswerkers kozen ervoor zwart te blijven werken. Vooral degenen die een uitkering van de Sociale Dienst genoten, gokten erop dat hun neveninkomsten geheim konden blijven. Een uitkering had toen ook nog als bijkomend voordeel dat ze in het Ziekenfonds waren opgenomen en dus gratis tegen ziektekostenverzekering waren verzekerd. In deze periode, waarin gegevens van verschillende diensten nog niet via computers gekoppeld waren, liepen de vrouwen minder risico voor fraude te worden gepakt dan nu. Toch gebeurde dat wel omdat regelmatig de gegevens uit de politieregistratie van sekswerkers werden gebruikt. Dat trof vooral raamprostituees; de thuiswerkers en de vrouwen die bij bemiddelingsbureaus waren aangesloten wisten de politieregistratie vaak te vermijden. Een enkele keer werden mannelijke sekswerkers daar ook mee geconfronteerd. In 1987 beklaagde de Gay Krant zich over het feit dat de zedenpolitie gegevens over mannelijke sekswerkers aan de Belastingdienst had verstrekt. De dienst zou in de formulieren de jongens ‘schandknapen’ noemen.

In 1993 beweerde de belastingdienst Arnhem nog dat ze indien gevraagd, verplicht waren gegevens over belastingbetalende sekswerkers aan de politie te verstrekken. Maar dat was niet zo. De Belastingdienst mocht wel gegevens bij de politie opvragen maar de politie niet bij de Belastingdienst. Dat bleek toen in 1996 een klacht tegen de politie Groningen werd ingediend omdat ze gegevens van geregistreerde prostituees aan de Belastingdienst en de Sociale Dienst had doorgegeven. Dat mocht alleen bij vermoedens van ernstige fraude, en dat was hier niet aan de orde. Op grond van deze klacht sprak de Registratiekamer – de voorloper van het College Bescherming Persoonsgegevens zich in 1997 uit tegen de (onvrijwillige) registratie van sekswerkers bij de politie.

Omzetbelasting

Eind jaren zeventig wou belastinginspecteur Schapendonk omzetbelasting heffen in bordelen. De wet omzetbelasting uit 1968 gold immers ook voor bordelen. [ix] Dat was gemakkelijker gezegd dan gedaan.

Bij de raamprostitutie ging dat pas eind jaren zestig en de jaren zeventig spelen, toen de vrouwen niet meer op de werkplek woonden en voor korte perioden een bedrijfsruimte huurden. Voordien stonden exploitanten (op papier) te boek als ‘huisbaas’. Maar in één geval gebruikte een exploitant op Katendrecht het argument van omzetbelasting om een vrouw weg te pesten.

Op 7 november 1972 werden sekswerker Surinaamse Annie en haar vriend op straat gezet. Annie had geweigerd naast 20 gulden huur per week ook nog eens twintig procent btw te betalen. Maar zij moest weg omdat de exploitant meende dat hij nog meer huur voor zijn drie kamers kon krijgen. (Soeters, 1982)

Exploitanten bleven volhouden dat zij onroerend goed verhuurden maar omzetbelasting gold alleen roerend goed. In de praktijk betekende dat alleen de verhuur van de boten in Utrecht onder de omzetbelasting vielen. Die werd weer op de vrouwen verhaald. Maar zij kregen meestal bonnen waarop een veel te lage huur werd vermeld. Dus konden ze ook minder btw verrekenen met de btw die ze voor hun bedrijfsuitgaven hadden betaald.

Begin jaren tachtig werden clubs die all-in prijzen hanteerden met omzetbelasting belast. [x]In clubs en privéhuizen moesten de exploitanten over de hele omzet btw betalen. De sekswerkers werden ontzien. Daar bracht Theo Heuft van Yab Yum eind 1990 verandering in. Hij kreeg het bij de rechter gedaan dat in alle clubs en privéhuizen sekswerkers ook hun deel aan de fiscus moesten afdragen.

Dit luidde een nieuwe fase van malversaties, desinformatie, gebrekkige boekhoudingen en veel werk voor de Belastingdienst in.

Tot slot. In het rijtje van te betalen belastingen ontbreekt tot nu toe de Premieheffing Sociale Verzekeringen. Die discussie zou pas na 1995 gaan spelen, toen de arbeidsrelaties in de prostitutie onder de loep werden genomen.

Lees meer:

Zondegeld; belasting en prostitutie tot 1914.

Btw en sekswerk

Bronnen

 

[i] Friese Koerier 10-5-1968

[ii] Dit bleek bijvoorbeeld tijdens een bijeenkomst van De Rode Draad met raamverhuurders in Den Haag.

[iii] 11-12-1981

[iv] Bargoens voor ‘gulden’.

[v] Telegraaf 19-1-1980.

[vi] Persoonlijke communicatie belastinginspecteur 1997 en veldwerkers.

[vii] Af en toe werd er wel een grote exploitant ‘gepakt’, zoals Maurits de Vries alias Zwarte Jopie. Leidsch Dagblad 15-7-1986.

[viii] Leeuwarder Courant 8-3-1991. In Rotterdam kwam daar pas in 2005 verandering in.

[ix] Parool 4-9-1997.

[x] Parool 4-9-1997.