De folder van Vakwerk

De folder van Vakwerk

In de geschiedenis van De Rode Draad is het plan om  de organisatie tot een vakbond om te vormen, vaak naar voren gekomen. Tot 1997 was er hierover vanuit De Rode Draad regelmatig contact met de FNV geweest, meestal via Mieke Veenstra. Maar tot aansluiting  van sekswerkers bij de FNV kwam het niet omdat de FNV zich in die jaren uitsluitend op de belangen van mensen die in loondienst werkten richtte. De toen heersende gedachte was dat prostitutiebedrijven faciliteiten zoals kamergebruik aan zelfstandige sekswerkers verkochten. De sekswerkers waren in deze visie zzp’ ers. De belangstelling voor de FNV werd echter opnieuw gewekt toen ze zich in 1997 ook openstelde voor zzp ‘ ers  (zelfstandigen zonder personeel). [i]

1999

In 1999 kwam er vanaf de werkvloer van De Rode Draad  weer het voorstel met behulp van de FNV een vakbond op te richten. (Zie brief) Het was overigens toen al niet de bedoeling om volledig in de FNV op te gaan. De FNV zou expertise over het organiseren van de achterban gaan leveren, problemen met de legalisering op de politieke agenda kunnen krijgen en een aanbod gaan ontwerpen voor degenen die vrijwillig of noodgedwongen in loondienst zouden gaan werken. Hoe de samenwerking met de FNV er precies uit zou komen te zien, was toen nog niet duidelijk. Wel vond men dat de FNV slechts een deel van het takenpakket van De Rode Draad over zou kunnen nemen omdat die doelgroepen en doelstellingen had die niet bij de FNV ondergebracht konden worden. Voor het laatste fungeerde de strijd tegen de registratie als voorbeeld. Ook de ex- sekswerkers  zouden weinig aan de diensten van de FNV hebben.

De cursusmap

De cursusmap

Het bestuur van De Rode Draad gaf een medewerkster de opdracht hier haar schouders onder te zetten. Uit de notulen:

Mevrouw P.  heeft reeds blijk gegeven van een groot enthousiasme voor het idee de Rode Draad om te vormen tot een vakbond. Zij zal, als hier haar schouders onder zet, in staat zijn de doelgroep hiervoor te enthousiasmeren. Haar kwaliteiten hebben zich in dit opzicht de laatste jaren ontwikkeld en zijn, ook publiekelijk, meer zichtbaar geworden. Ondanks veel kritiek op haar handelwijze richting  (collega) heeft het bestuur toch vertrouwen in haar capaciteiten, te meer wanneer het lukt om op korte termijn iemand aan te trekken die meer de organisatorische vormgeving kan verzorgen om van de Rode Draad een soort vakbond te maken.

Mevrouw P. stuurde een groepje studenten van de Hogeschool Amsterdam op raamprostituees af om een soort marktonderzoek te doen. Ze heeft het resultaat daarvan niet meegemaakt omdat zij langdurig ziek werd en uiteindelijk De Rode Draad heeft verlaten. De uitkomst was dat de sekswerkers belangstelling hadden voor een vakbond als die maar telefonisch goed bereikbaar was. Helaas was het gebrek daaraan een grote klacht richting De Rode Draad.

2000: De periode Hamaker

Het logo

Het logo

De zoveelste personeelscrisis brak bij de Rode Draad uit en pas in 2000 werd de zaak weer door nieuwe stafleden opgepakt. Dick Hamaker van de FNV begon energiek een vakbond voor sekswerkers op te richten. Hamaker schreef brieven naar het Ministerie van Sociale Zaken, ging deelnemen aan het Landelijk Prostitutie Overleg (LPO), sprak met sekswerkers over hun klachten over de werksituatie en regelde geld om folders te ontwerpen en  te laten drukken. Hamaker ging het gesprek aan met de Belastingdienst en het UWV. Daarnaast zorgde hij ervoor dat de staf en vrijwilligers van De Rode Draad scholing als vakbondsbestuurder kregen. (Zie programma van de cursus).

Tijdens de cursus kwamen bijvoorbeeld de voordelen van loondienst zoals ziekteverlof, vakantiegeld en ontslagbescherming aan de orde. De medewerkers van De Rode Draad die de bedrijven bezochten hadden al gemerkt dat de meeste exploitanten de facilitaire gedachte met de mond beleden, maar zich in feite als werkgevers gedroegen en gezag over de werkers uitoefenden. Deze kwestie zou hoog op de agenda van de op te richten vakbond komen.

Op 28 juni 2002 kwamen vier blije vrouwen in avondjurk op het kantoor van De Rode Draad. De vakbond  – Vakwerk- geheten was  die dag bij notariële akte opgericht. (Statuten) Jan Visser heeft de sessie met de notaris voor intern gebruik gefilmd. De hondjes van Metje Blaak hadden een glansrol in deze film.

 

Voorkant wervingsfolder voor het benefiet

Voorkant wervingsfolder voor het benefiet

Vakwerk zou nog  niet opgaan in de FNV. De Rode Draad was namelijk bang dat de FNV niet laagdrempelig genoeg was voor sekswerkers die zo anoniem mogelijk wilden blijven. Wanneer er zo’n 3000 leden waren geworven, zou het opgaan in de FNV worden heroverwogen. De contributie die FNV leden normaal betaalden, werd te hoog voor deze doelgroep bevonden en op 40 euro per jaar gesteld. De Rode Draad zou doorgaan met informatie geven aan sekswerkers, maar zodra er actie moest worden ondernomen, moest die contributie wel worden betaald. Vakwerk zou voorlopig in het kantoor van De Rode Draad worden gehuisvest. (Zie notulen van een Vakwerkvergadering) Wel had men – wederom dankzij Hamaker- eigen briefpapier en een logo. Er werd een beschermd ledenbestand aangemaakt.

In de contacten met de media moest ook duidelijk tot uiting komen dat Vakwerk en De Rode Draad twee verschillende organisaties waren. Metje Blaak nam het perswoordvoerderschap van Vakwerk voor haar rekening en een medewerkster van De Rode Draad probeerde het Rode Draad verhaal naar voren te brengen.

Ook in 2002 en wel op 1 oktober, de dag waarop in 2000 de legalisering van kracht werd, organiseerde De Rode Draad een benefietevenement in De Melkweg in Amsterdam om Vakwerk een startkapitaal te verschaffen. Er werd een lijst met klinkende namen als die van oud burgemeester van Thijn als comité van aanbeveling samengesteld. Diverse artiesten zegden hun medewerking toe. (programma) Helaas was het bedrijfsleven niet echt genegen de vakbond te sponsoren. Het concert werd heel goed bezocht, vooral door mensen die op de omvangrijke gastenlijst waren terechtgekomen en derhalve geen kaartje hoefden te kopen. Het werd een leuke avond maar leverde een negatief saldo op voor de vakbond. (Zie bericht Parool over het evenement)

 

Andere kant wervingsfolder

De folder van Vakwerk

Leden van de PvdA hielpen met het opzetten van ledenwerfacties en het bedenken van een veilige manier om de contributie te voldoen. Het aantal betalende leden bleef echter ver achter bij het aantal niet- betalende leden. Op één dag kwamen er bijvoorbeeld zestig niet- betalende leden bij. Die zestig vrouwen hadden Vakwerk gevraagd te bemiddelen bij een conflict met de exploitant over huurverhogingen. Toen deze nieuwe leden merkten dat het niet lukte om bijvoorbeeld het gemeentebestuur in te schakelen om iets tegen de woekerhuren te doen, keerden deze vrouwen de vakbond teleurgesteld de rug toe. Een bezoek van de vakbond, in het gezelschap van een medewerker van de FNV aan een raamexploitant, ook in het geval van een conflict over de huur, mondde uit in een eenzijdige scheldpartij van de kant van de exploitant. De vrouw die een beroep op de vakbond had gedaan, mocht niet meer bij deze exploitant huren. Voor haar pakte het inschakelen van de vakbond zeer negatief uit. Ook veel vrouwen die klaagden over clubs en privéhuizen, durfden hun klachten niet door te zetten uit angst hun werk te verliezen of collega’s in de problemen te brengen. De verwachtingen van de sekswerkers waren te hoog gespannen en de problemen op de werkvloer van prostitutiebedrijven waren te ingewikkeld. Ook kon Vakwerk – ondanks grote inspanningen- de tippelzones in Rotterdam en Amsterdam niet open houden. (Zie hier een verslag van zo’n poging)

De FNV trok zich rond 2005 terug na hulp te hebben geboden bij het overleg over arbeidsrelaties. Er was geen geld meer voor Vakwerk en een ledenbestand van 3000 sekswerkers was niet haalbaar gebleken. Vakwerk kreeg geen subsidie-  een vakbond moet namelijk door de leden worden gefinancierd- zo vond minister De Geus van Sociale Zaken. De vakbond mocht ook geen gebruik maken van de subsidie van De Rode Draad.

Dick Hamaker ontvangt De Rode Draad award op het benefiet.

Dick Hamaker ontvangt De Rode Draad award op het benefiet.

Zowel Vakwerk als De Rode Draad kwamen in financiële problemen. De Rode Draad moest volgens de overheid ook ernst maken met de afscheiding van Vakwerk. Dat viel niet mee. Niet alleen de achterban maar ook de pers zag het niet als twee verschillende organisaties. Journalisten wilden geen ingewikkelde verhalen horen over twee gescheiden maar samenwerkende organisaties. Een enkele keer slaagde Metje erin als Vakbond te worden ondertiteld, maar voor het grote publiek bleef zij toch de woordvoerder van De Rode Draad.

Vakbond Vakwerk werd een soort actiegroep. (Zie Pimp Free en CD van De Rode Draad.)

Verwante berichten: De  FNV en sekswerk tot 1995, De coöperatieve vereniging  en Sekswerkersorganisatie: de rechtsvorm.

Sietske Altink

 

 


[i] Dat leidde er overigens toe dat er bij De Rode Draad ook belangstelling ontstond voor de mogelijkheden die loondienst voor sekswerkers bood: doorbetaling bij ziekte, vakantiegeld, zwangerschapsverlof en ontslagbescherming.