klant-c-huardDe laatste tijd is er voor klanten van prostituees meer belangstelling dan ooit. Dat heeft te maken met de tendens hen strafbaar te stellen voor hun (vermeende) rol in het in stand houden van mensenhandel. Dat is niet zo vreemd. De reden waarom men onderzoek doet naar klanten is meestal afhankelijk van het heersende thema in het prostitutiebeleid of zo men wil, in het discours. In de afgelopen 50 jaar is de klant achtereenvolgens als seksuele perverse man, als risicofactor voor de volksgezondheid en als consument van ‘gedwongen prostitutie’ gezien.

Zo meende men in de eerste helft van de negentiende eeuw dat prostitutie een noodzakelijk kwaad was dat diende om de lust van (ongetrouwde) mannen te kanaliseren. Dit moest gebeuren in ‘gereglementeerde’ bordelen. (Bossenbroek, Kompagnie, 1998, De Vries, 1997). [i]

Perverse mannen

Tijdens het verzet tegen de gereglementeerde bordelen, wees men erop dat ook vrijgezelle mannen naar de bordelen gingen. Ergo, het ging dus niet alleen om mannen die ‘nergens anders hun natuurlijke driften konden botvieren’. Het argument dat mannen naar bordelen moesten kunnen om ‘erger te voorkomen’ kwam zo te vervallen. Aan het einde van de negentiende eeuw wezen feministen erop dat mannen verantwoordelijkheid voor hun seksueel gedrag moesten nemen en dat ze hun driften wel degelijk in toom konden houden. Deze argumenten speelden een rol in het instellen van het bordeelverbod (1911). De prostitutie verdween niet, maar tot de jaren zestig was er weinig belangstelling voor prostitutie in het algemeen, laat staan voor de klanten.

In de jaren zestig van de twintigste eeuw kwamen in Nederland klanten voor het eerst ter sprake en wel als gemankeerde lieden. Dat paste in de tijdgeest. In de VS had Mc Kinsey tijdens onderzoek naar klantengedrag al ontdekt dat 69 procent van de mannen wel eens naar een prostituee was geweest en de 15-20 procent die de vijf jaar daarvoor vaker was geweest uit lagere sociale milieus kwamen. Men had in de jaren vijftig vooral oog voor de psychische gesteldheid van zowel de prostituee als de klant. (Van Mens, 1993)

In Nederland schreef de arts F.J. Wong Lun Hin, een paar jaar na de publicatie van zijn proefschrift (1962) een werkje met de titel Prostitutie, Liefde en Huwelijk. (1967). Hij was in Nederland de eerste auteur die aandacht besteedde aan de motieven van de hoerenloper. De klant was volgens hem een man die niet in staat is ‘seksueel contact te hebben met de vrouw die hij liefheeft maar uitsluitend in staat is tot seks met vrouwen die hij veracht’. Hij fungeert als de tegenspeler van het door psychoanalyse geïnspireerde beeld van de prostituee die door haar persoonlijkheidsstructuur tot een afwijkende vorm van seksualiteit is gedoemd.

In de jaren tachtig van de vorige eeuw vatte het idee post dat prostituees als mens moesten worden geaccepteerd en dat hun werk een antwoord is op een behoefte van mannen. De titel van het eerste onderzoek dat uitsluitend over klanten ging, getuigt van die welwillendheid: Hoerenlopers, mannen op zoek naar intimiteit. (Bouchier en De Jong, 1987) [ii]  Dit boek gaat vooral over het verschil tussen de relatie met de vrouw thuis en die met de sekswerker.

De KLEP

Vanaf de jaren tachtig treden enkele klanten naar buiten, bijvoorbeeld in egodocumenten. (Meijer, 1980, Bakker, 1996) [iii]

gerrit-achter-het-raam-1In 1987 beschrijft Hans Willemse zijn worsteling met de schaamte in een bijdrage in Beroep Prostituee. (Visser en Belderbos, ed. 1987) Hij vraagt zich af waarom hij zich schaamt als de meerderheid van de mannen er ervaring mee heeft, zoals blijkt uit het onderzoek van Bouchier en De Jong?

Het bleef niet bij het schrijvend van egodocumenten. In 1986 organiseerde Jan Visser van de Mr. De Graafstichting een groepje mannen die sekswerkers bezoeken. Dit werd de Werkgroep Klanten van Prostituees, ofwel de KLEP. Deze voorlopige naam  was een grapje van Jan Visser. ‘Clap’ is immers engels slang voor gonorroe. De naam wordt mede daardoor in 1988 veranderd in Man en Prostitutie  (MEP) en nog later in Man Vrouw prostitutie. (MVP)

De woordvoerder werd Gerrit Bloemen, een omstreden man die al langer openlijk voor zijn prostituantie (prostitueebezoek) uitkwam. [iv]

Bloemen vertelde in 1994 aan Sietske Altink:

Ik was al twintig jaar hoerenloper voordat ik bij de KLEP kwam.  We bestaan sinds zes juni 1986. Die dag zal ik nooit vergeten want het was D Day. De vaste kern bestaat uit een man of acht. De Mep is begonnen als werkgroep Klep. Na twee jaar zijn we Stichting Man en Prostitutie geworden. We zijn begonnen als een praatgroep bij Jan Visser. Na twee jaar zijn we weggegaan bij de Graafstichting. We deelden in het begin condooms uit. Maar dat leidde tot een conflict met de Soa Stichting. De Graafstichting zette ons de pin op de neus in verband met de samenwerking met de Soa Stichting (nu Soaaids.nl). Men wilde ons inpassen in een pilot project aidsvoorlichting voor klanten. Maar aidsvoorlichting is niet het enige waar we mee bezig zijn.

De organisatie kwam in een stroomversnelling door de komst van Niel ten Kate als woordvoerder. Iedereen omschreef hem als een gentleman. Hij  was ook actief  in het ontwikkelen van modellen voor integere prostitutie. Niel ten Kate moest ten gevolge van zijn activiteiten voor MVP zijn lidmaatschap van de chique herensociëteit De Witte opzeggen.  (Telegraaf, 29-10-1993)

Niel ten Kate in een interview met Sietske Altink in 1994:

Niel ten Kate Overleden 2001

Niel ten Kate
Overleden 2001

Wij heten eigenlijk niet Man en Prostitutie maar Stichting Man Vrouw en Prostitutie. (MVP)  We willen er namelijk ook vrouwelijke klanten bij betrekken. Dan zou het Mens en Prostitutie moeten heten. Dat is ook raar, want wat is prostitutie zonder mensen. De naam Man en Prostitutie begint me te storen. Prostitutie moet ook voor vrouwen beschikbaar zijn. Er moet tot uitdrukking worden gebracht dat het niet alleen om vieze kerels en seksistische mannen gaat. Vanaf 1991 zit ik bij de groep. Ik ben er door Jan Visser naartoe gesleept. Ik was bij de Mr. De Graafstichting omdat ik een proefschrift over prostitutie wou schijven. Uitgerekend die avond was er een bijeenkomst van de Klep. Ik zou er uit mezelf  van mijn leven niet naar toe zijn gegaan. Ik had daar geen affiniteit mee. Maar ik ben erbij gebleven omdat ze een voorzitter nodig hadden.

De doelstellingen van MVP waren:

Prostitutie en prostitueebezoek meer aanvaardbaar te krijgen en openlijk bespreekbaar te maken.

Het verduidelijken van de rol van de klanten en andere betrokkenen bij de prostitutie.

Het bevorderen van een onbevooroordeeld en een rechtvaardig prostitutiebeleid.

Het behartigen van de belangen van klanten. (geciteerd in De Tweede Rapportage van het Bureau Nationaal Rapporteur)

 

Een van zijn bijdragen was het ontwerpen van een gedragscode voor klanten
Wees fris en respectvol
Drink niet te veel alcohol.
Maak goede afspraken.
Respecteer de grenzen van een vrouw
Gebruik een condoom.
Wees ontspannen.
Houd rekening met teleurstellingen.
Veroorzaak geen overlast voor de omgeving.
Speel de vrouwen niet onderling uit en ga niet afdingen.  Respecteer de grenzen van de vrouwen en mijd gelegenheden waar vrouwen niet vrijwillig werken.

In november 2001 overlijdt Niel ten Kate. De MVP leidt sindsdien een sluimerend bestaan. Klik  hier voor een interview met Niel ten Kate uit 1993. Klik hier voor een stuk van Niel ten Kate uit 1995.

In 2004 bleek dat prostitueebezoek niet zomaar werd geaccepteerd. De politicus Rob Oudkerk had gedurende de nazit van het Groot Dictee tegen de columniste Heleen van Royen verteld dat hij sekswerkers bezocht. Zij maakte dat vervolgens openbaar. (Parool, 10 januari 2004) Eerder was al bekend geworden dat hij in 2000 gechanteerd werd met zijn klandizie van Haagse raamprostituees. (Volkskrant, 19 januari 2004) Al spoedig bleek dat hij ook op de tippelzone aan de Amsterdamse Thamesweg was gesignaleerd. En dat werd niet geaccepteerd; hij kon immers weten dat daar vele slachtoffers van vrouwenhandel werkten en dat er ook onveilige seks werd geboden. Dat wist hij, zo zei hij later, en hij was er ook niet meer gekomen sinds de burgemeester, Cohen, hem had geemaand de zone te mijden. Hij ontkende echter onveilige seks te hebben gehad. (Oudkerk, 2005)

Sietske Altink

Bronnen

Lees meer: Klanten en aids. De jaren tachtig

Hookers.nl en mensenhandel

Cijfers

Klanten van mannelijke sekswerkers en transgenders

Klantcriminalisering tot de 20ste  eeuw

Klantcriminalisering in de 20ste en 21ste eeuw


[i]

[i] Bossenbroek, Martin, Kompagnie, Jan H., Het mysterie van de verdwenen bordelen, Prostitutie in Nederland in de negentiende eeuw, Amsterdam, 1998, en De Vries, Petra, Kuisheid voor Mannen, Vrijheid voor  Vrouwen, Amsterdam, 1997

 

 

 

[ii] Bouchier, Tineke, De Jong, Harry, Hoerenlopers, mannen op zoek naar intimiteit, Groningen, 1987

 

 

 

[iii] Bakker, Vincent, Te Bed op de Wallen, Handboek voor de betaalbare liefde, Zutphen, 1996

 

 

 

[iv] Gerrit Bloemen had zich bij verschillende gelegenheden de woede van andere betrokkenen in het prostitutiedebat op zijn hals gehaald. Een van de redenen daarvoor was een interview in De Groene Amsterdammer van 22-5-1996 waarin hij het volgende zei: ‘In Oosta-Afrikaanse is het zelfs niet ongebruikelijk dat mannen hun vrouwen eens per week een flink pak slaag geven. Wie dat niet krijgt, klaagt daarover bij haar vriendinnen.